Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Anos op dankdag
titel : Anos op dankdag
datum : 4 november 2020
volledige onderwerp : Amos 8 : 11, 12
Download deze preek.

Overdenking van Amos 8,11.12 (Den Ham, dankdag 2020)

Votum en groet
LB 253 (De zon daalt in de zee)
Gebed
L Amos 4,3-13
GK 68:1,2 (De Heer staat op in majesteit)
T Amos 8,11.12
Overdenking
GK 63:1,2,3
Dankgebed voor gewas en arbeid
Collectemoment
GK 220 (Geniet Gods gave, eet en drink)
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

Dankdag in coronatijd. Aan de ene kant is dat best ingewikkeld. Want ons gevoel van dankbaarheid wordt overschaduwd door de stress die het coronavirus gegeven heeft en nog geeft. Aan de andere kant is het juist daarom goed er bij stil te staan dat God toch wel degelijk voor ons gezorgd heeft.
Op het gewas heeft het virus geen invloed gehad. De schepping heeft gebloeid alsof er helemaal geen virus was. Op onze arbeid heeft het virus wel invloed gehad. Sommigen van ons konden een tijd niet werken omdat ze een coronabesmetting opliepen. Vooral in de periode voor de zomer zijn veel mensen erg ziek geweest. Ook hebben sommigen in de afgelopen maanden een tijd zonder werk gezeten. Er was geen werk meer, dus moest er wel ontslag volgen. Maar ook als je je baan wel kon houden, moest je je werk grotendeels thuis doen. Dat heeft zeker voordelen, maar het weegt toch niet op tegen het nadeel van een gebrek aan contact met je collega’s. Ook het leven van de kinderen en de jongeren stond op z’n kop. Vooral toen de scholen dicht waren. Maar ook nu blijft het moeilijk om echt met elkaar op te trekken. Daardoor word je op jezelf teruggegooid en niet iedereen kan daar even goed tegen.
Maar als je erbij stil staat hoe je de afgelopen periode beleefd hebt, moet je toch ook zeggen dat je aan niets gebrek gehad hebt. God was er, met zijn genezing, met zijn bescherming, met zijn kracht, met zijn zorg, met zijn liefde. We hebben alle reden om dankbaar te zijn, ook al moeten we daar misschien wat meer ons best voor doen.

Maar de lezing uit de profetieën van Amos lijkt niet echt te helpen als je je wilt oefenen in dankbaarheid. Niet omdat Amos geen woord voor dankdag heeft. Want de profetie uit Amos 4 is gehouden op dankdag. Nu er weer vrede en voorspoed in Israël was, trokken de mensen massaal op naar Betel om dankdag te houden. Maar langs de invalsweg van de stad stond Amos hen op te wachten. “Zo, naar Betel om er even lekker te zondigen? Wat, je gaat ook nog naar Gilgal? Je hebt gelijk, als je toch wilt zondigen moet je ’t goed doen. Morgen een dier offeren en overmorgen de tienden afstaan... Ja, ja: jullie zijn niet zuinig met je offers. Goed bezig, hoor. Hoor je ’t ook eens van een ander. Zal je vast goed doen”.
Al ben ik Amos best wel gaan waarderen omdat hij de dingen zo recht voor z’n raap zegt, dit bijtende sarcasme ervaar ik toch niet als prettig. Voor mijn gevoel gaat Amos hier een grens over waar je vóór moet blijven staan. Je mag best zeggen waar het op staat, maar je mag niet de oprechtheid van je naaste in twijfel trekken. Ik twijfel er niet aan dat er veel mis was met de manier waarop de Israëlieten God dienden. Maar dat betekent toch nog niet dat ze God dus niet dankbaar waren voor zijn zegen? Doe je hun wel recht als je van hun godsdienstigheid niet meer weet te zeggen dan dat het allemaal voor de show is? Zelfs als dat voor sommigen wel klopt, dan toch nog steeds niet voor allemaal?
Maar ook al merk ik bij mezelf dat ik wat moeite met Amos begin te krijgen, ik zal toch door moeten lezen. Want in de felle uithalen van die boer uit Tekoa klinkt de stem van God. Als ik dan hoor waar Gods aanklacht tegen een volk dat dankdag viert op uitloopt, stemt me dat toch tot nadenken: “Maak je gereed voor de komst van je God”. Misschien moet je het nog wat feller vertalen: “Zet je maar schrap voor de confrontatie met je God”. Dat stemt me tot nadenken, omdat dat er blijkbaar niet van kwam: een ontmoeting met God zelf.
Je vraagt je af: Waar houd je dan zo’n hele eredienst voor, als die er niet toe leidt dat je met God zelf geconfronteerd wordt? Toch kan dat dus blijkbaar wel. Gods woord wordt wel gelezen, maar Gods stem klinkt er niet in door. Gods naam wordt wel aangeroepen, maar er wordt gebeden zonder verwachting. Gods lof wordt wel bezongen, maar de blijdschap die je daarbij voelt wek je zelf op. Nu we weer alleen onlinediensten houden, mis je de ontmoeting met elkaar. Maar de ontmoeting met God, mis je die ook? Of vind je het moeilijk daar ‘ja’ op te zeggen, omdat de kerkdienst voor jouw gevoel zelden tot een ontmoeting met God leidt?
Maar waar ontmoet je God dan wel? Bij monde van Amos geeft de Here allerlei voorbeelden van gebeurtenissen die tot een ontmoeting met God hadden kunnen leiden. Toch is steeds zijn conclusie: “maar jullie zijn niet naar mij teruggekeerd”. Niet toen er honger was, niet toen er dorst was, niet toen de oogst mislukte, niet toen er een dodelijke ziekte rondwaarde, niet toen jonge soldaten sneuvelden in de oorlog, niet toen hele dorpen door vijanden met de grond gelijk gemaakt werden. Je hoort God hardop denken: “Heeft dan niets van wat er in de afgelopen honderd jaar gebeurd is je dichter bij Mij gebracht?”
God typeert zijn volk als een stuk zwartgeblakerd hout dat uit de vlammen is weggerukt. Gered van het onheil: uit de vlammen gerukt. Maar ook getekend door het onheil: zwartgeblakerd. Toch vermoed ik dat Israël zich daar niet in herkende. Zeker waren ze gered van het onheil. Maar getekend door het onheil? Nu het weer goed met ze ging, konden ze alle ellende die ze meegemaakt hebben toch achter zich laten? Dus hoezo een zwartgeblakerd stuk hout dat uit de vlammen is weggerukt?
Veel mensen vragen zich met mij af hoe wij uit de coronacrisis zullen komen. Dan hoop ik dat wij er niet net zo uitkomen als de Israëlieten uit de ellende die zij doorstaan hadden: met een rechte rug en een geheven hoofd. Want met die houding kun je God niet ontmoeten.

We hebben ook een paar verzen gelezen uit een paar hoofdstukken verderop: “Weet dat de dagen komen – spreekt de HEER – dat ik het land zal laten hongeren. Het zal geen honger zijn naar brood of dorst naar water, maar honger naar de woorden van de HEER”. Na de harde woorden die in hoofdstuk 4 klonken, lijkt dat een hoopgevend woord. Het komt toch zover dat mensen beseffen dat ze slechts leven op de adem van Gods stem. Van harte zingen ze het lied:

Meer dan rijkdom, meer dan macht,
meer dan schoonheid van sterren in de nacht,
meer dan wijsheid die deze wereld kent
is het waard te weten wie U bent (Opw.544).

Maar Amos gaat verder: “Het volk zal zwerven van de ene zee naar de andere, en dwalen van het noorden naar het oosten om de woorden van de HEER te zoeken, maar ze zullen die niet vinden”. Toen ik deze tekst koos bij de schriftlezing, was het nog niet tot me doorgedrongen hoe onthutsend die tekst eigenlijk is. Kan het zover komen dat jij er klaar voor bent om God te ontmoeten, maar God niet meer op komt dagen? Eindelijk besef je hoe waar het is dat een mens niet leeft van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God (Deut.8,3; Mt.4,4). Alleen, dat woord uit de mond van God klinkt niet. Je blijft alleen met je lege leven, omdat God er vanaf ziet het alsnog inhoud te geven.
Toch spijt het me niet dat ik ook die woord met u gelezen heb. Want zo leeg zou het leven zijn, als Jezus niet in die leegte was gaan staan, waarin God niet antwoordt en waarin God niet redt. Jezus is voor ons de mens geworden tegen wie God niets meer te zeggen had. Met Hem moeten we de confrontatie aangaan, om te ontdekken hoe ver we komen met onze eigenwijsheid en onze zelfredzaamheid. Dan ontstaat er ruimte om Gods woord van vergeving en vernieuwing te ontvangen als het beste nieuws dat we konden horen, juist omdat het niet in de lijn der verwachtingen ligt.

Er valt vandaag best veel te danken. Ik heb me afgevraagd of ik ook moet danken voor de komst van het coronavirus in de wereld. Niet als de crisis die dat virus veroorzaakt je geen stap dichter bij God gebracht heeft. Maar als die crisis je wel dichter bij God gebracht heeft? Je wist wel hoe afhankelijk en kwetsbaar je bent, maar je had het nooit echt gevoeld. Geef je dan alsnog gewonnen aan Jezus, die aan jouw onafhankelijkheid en jouw onkwetsbaarheid gestorven is. Zodat er ook een boek Amos geschreven kan worden, waarin God zegt: “Ik ben in Jezus naar je toegekomen en je bent toch bij Me teruggekeerd”.

Amen.