Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Mijn kind doet zoiets niet
titel : Mijn kind doet zoiets niet
datum : 1 november 2020
volledige onderwerp : Amos 3 : 2
Download deze preek.

Preek over Amos 3,2 (Den Ham, 1-11-20)

Votum en groet
GK 142:1-4 (Tot God, de Here, roep ik luid)
10 geboden: L Deut.10,12-21a
LB 859:1,2,4 (Schuldig staan wij voor U, Heer)
Gebed
L Amos 3,1-4,4
LB 1005 (Zoekend naar licht)
T Amos 3,2
Preek
Opw.520:1,2,4 (Wees mijn verlangen)
Dankzegging en voorbede
Collectemoment
LB 139:1,2,14 (Heer, die mij ziet zoals ik ben)
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

[ppt] “Mijn kind doet zoiets niet”. Iedereen heeft dat ouders van kinderen die iets uitgehaald hebben wel eens horen zeggen. Je weet dat die ouders nooit allemaal gelijk kunnen hebben. Want dat zou betekenen dat er alleen maar lieve en onschuldige kinderen waren. [ppt] Toch, als je van een leerkracht op hoort dat jóúw kind iets uitgehaald heeft, ben je geneigd het in bescherming te nemen tegen zo’n juf. Wat weet zo’n mens nu van jouw kind? Niemand kent een kind toch zo goed als zijn vader of moeder? Nee, dat andere kinderen iets uitgehaald hebben, wil je best geloven. Maar jouw kind, die doet zoiets niet.
Hoe gek het misschien ook klinkt, het is best mooi dat de eerste reactie is die de meeste ouders geven op berichten over wangedrag van hun kind. Je moet er toch niet aan denken dat ouders bij de geboorte van hun zoon zeggen: [ppt] “Laten we hem meteen maar Adolf noemen”. Zelfs als je weet dat ook jouw kind in zonde ontvangen en geboren is, zul je er toch nooit alleen maar een zondaar in kunnen zien. Het is de eerste plaats jouw kind, waar je onvoorwaardelijk van houdt.
Dat is maar goed ook. Want stel dat je kind groot wordt in een omgeving die alleen uitstraalt: jij deugt niet. Waar zal het zich dan ooit veilig voelen? Er moet toch een plek zijn waar je vertrouwd wordt? Er moeten toch mensen zijn bij wie je fouten kunt maken zonder dat je daar meteen om afgekeurd wordt? Ik geloof dat het nog iets van Gods goede schepping is als kinderen opgroeien in een sfeer van vertrouwen en vergeving. Want dat je fouten máákt betekent nog niet dat je fout bént. Je moet het vertrouwen van je ouders wel heel diep beschaamd hebben, voor zij van jou zullen zeggen: “Mijn kind doet zoiets wel”. [ppt]

“Uit alle volken op aarde heb ik alleen jullie uitgekozen”. Die woorden komen uit de mond van een Vader die geen kwaad van zijn kind wilde horen. God is die Vader en Israël is dat kind. Dat dát de ondertoon is van de woorden die ik als tekst voor de preek hebt uitgekozen, voel je misschien beter aan als ik wat letterlijker vertaal: [ppt] “Uit alle volken op aarde heb ik alleen jullie gekénd”.
Op het eerste gehoor klinkt dat alleen maar vreemder. Want God kent toch alle volken op aarde? Toch is dat dus niet zo. Zeker, “vanuit de hemel waar hij woont, kijkt de Heer naar de mensen op aarde. Hij heeft de mensen gemaakt en weet precies wat ze doen” (Ps.33,14.15, BGT). Maar dat God precies weet wat je doet, betekent nog niet dat Hij je kent. Als God je kent, dan betekent dat in de Bijbel dat Hij je kent zoals een vader zijn kind kent. Bijna alle vaders weten wel dat hun kinderen geen engelen zijn. Maar omdat ze van hun kinderen houden, hebben ze geduld met de fouten die hun kinderen maken. Kinderen hebben een enorm krediet bij hun ouders.
Zo heeft Israël een enorm krediet bij zijn God. Met dit volk heeft God een verbond gesloten. “Gaan er ooit twee samen op weg zonder dat ze elkaar ontmoet hebben?”, vraagt Amos in het volgende vers? Het antwoord op die vraag kan alleen maar zijn: Natuurlijk niet. Het bestaat toch niet, als je zolang met elkaar opgetrokken hebt, dat je vreemden voor elkaar zou zijn? Wat God en Israël met elkaar hebben is uniek. Geen enkel ander volk heeft zo’n band met God als Israël en God heeft met geen enkel volk zo’n band als met Israël.
Maar de Nieuwe Bijbelvertaling heeft helemaal gelijk als God daarin zegt: [ppt] “Uit alle volken op aarde heb ik alleen jullie uitgekózen”. Dat God met een paar mensen zo’n unieke relatie heeft, is alleen omdat God daarvoor gekozen heeft. We lezen dat God al heel gauw na de schepping “zag dat alle mensen alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht. Hij kreeg er spijt van dat hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst. Ik zal de mensen die ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht hij, en met de mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want ik heb er spijt van dat ik ze heb gemaakt” (Gen.6,5-7).
Toch kan Hij het niet opbrengen om alle mensen en alle dieren in de golven van de zondvloed te laten verdrinken. Noach bleef gespaard, omdat Hij genade vond bij de HEER. Dat betekent niet dat de dingen die Noach uitdacht altijd even goed waren. Het betekent wel dat God het met die ene opnieuw probeert. Door hem genadig te zijn schept God die plek waar mensen niet zonder kunnen: die veilige plek waar je fouten mag maken zonder meteen afgekeurd te worden.
De eerste nakomeling van Noach bij wie we zien wat dat met een mens doet is Abraham. Hij gaat niet langer zijn eigen weg, maar de weg naar het land dat God hem wijst (Gen.12,1). Abraham vertrouwde God meer dan hij zichzelf vertrouwde en dat was voor God genoeg. In Genesis 15 staat het zo: “Abram vertrouwde op de HEER en die rekende hem dit toe als een rechtvaardige daad” (Gen.15,6).
Abraham is de vader van alle gelovigen geworden: [ppt]


Een volk op weg gezet
om vrede tegemoet te gaan:
de toekomst die is aangezegd,
moet doorverteld, verstaan, gedaan.
Zijn wij dat volk gewekt om op te staan?
Wij gaan.

Zo brengt een lied uit het liedboek het onder woorden (LB 1002). Het is een tekst die heel dicht tegen Amos 3 aan ligt. Maar er is één groot verschil. In Amos 3 is het niet het volk van God dat zichzelf de vraag is of het nog in de wegen van Abraham gaat. Het is God die aan twee volken die Hem vreemd waren vroeg of zij in Israël nog dat volk herkende, op weg gezet om vrede tegemoet te gaan. Want we lezen in Amos 3 vers 6 en volgende: [ppt] “Dit moeten jullie bekendmaken in de burchten van Asdod en in de burchten van Egypte: ‘Kom naar de bergen rond Samaria om te zien hoe groot de verwarring in die stad is, hoe hevig de onderdrukking! Tot rechtvaardigheid zijn ze daar niet in staat – spreekt de HEER –, zij die hun burchten vullen met onderdrukking en geweld’”.
Ik had het net over de gevoelswaarde van dat woord dat God uit alle volken op aarde alleen zijn eigen volk gekend heeft. Wat zou de gevoelswaarde zijn van het woord waarin God Asdod en Egypte als getuigen oproept? Het gaat je toch door merg en been als God tegen Egypte zegt: “Kijk maar eens wat er van mijn volk geworden is sinds ik het uit jullie slavernij heb bevrijd”? Of tegen een van de Filistijnse steden die Israël er maar niet onder kon krijgen: “Kijk eens bij je buurvolk over de schutting, of daar de vrede heerst die in jullie midden ver te zoeken is”.
In Samaria staan prachtige huizen. Maar God geeft ze geen rondleiding door de ivoren paleizen die nog stemmen uit de tijd van koning Achab (2Kon.22,39). Nee, kijk maar van een wat grotere afstand, zoek een plekje op de heuvels rond de stad. Want als je er middenin zit valt je misschien niet op hoe lelijk die stad is, maar als je van buitenaf kijkt wel. Want al staan er in Samaria een paar kolossale paleizen, die steken vooral schril af bij de eindeloze krottenwijk eromheen. [ppt] Hoeveel geld er ook in Samaria om mag gaan, als je er van een afstandje naar kijkt, maakt het toch vooral een ontstellend armoedige indruk. De Filistijnen en de Egyptenaren schrikken ervan. “We wisten wel dat bij ons de heilsstaat ook nog niet aangebroken was. Maar dat er ook nog zoiets bestaat als een onheilsstaat, dat hadden we toch niet gedacht. En dat uitgerekend bij mensen die hun vrijheid en hun land in de schoot geworpen is”.
Jezus heeft eens gezegd: [ppt] “Een stad die bovenop een berg ligt, kan niet verborgen blijven” (Mt.5,17). Maar dat betekent niet alleen dat de schoonheid van die stad niet verborgen kan blijven, maar ook dat de lelijkheid van die stad niet verborgen kan blijven. Dat blijkt als je voormalige inwoners van die stad spreekt. Ze zijn die stad ontvlucht, omdat het woord van liefde, vrede en recht (LB 316:4) een wóórd van liefde, vrede en recht bleef. Als grote woorden holle woorden, neem je genoegen met wat minder hoogdravende idealen. Iemand die gewoon aardig voor je is heb je meer aan dan aan iemand die zingt dat hij als Christus voor je wil zijn, maar aan gewone medemenselijkheid niet toekomt.
Maar niet alleen ouderen mensen die tegen de kerk gekozen hebben, ook jongeren mensen die nog niet vóór de kerk gekozen hebben, zien soms niet dat het evangelie van vrede door het bloed van het kruis (Kol.1,20) in de praktijk wérkt. Als jongeren dat op catechisatie tegen me zeggen, is mijn eerste reactie “dat je ook niet in de eerste plaats in de kerk moeten komen voor de mensen. Als je daarvoor komt, zul je vaak teleurgesteld raken. Want kerkmensen blijven zondige mensen”. Maar ik krijg er steeds meer moeite mee om dat antwoord te geven. Want is dat echt waar, dat kerkmensen zondige mensen blijven? Ja, het is wel waar. En toch… Laat het dan helemaal geen sporen na als je je weg met God gaat? Het kan toch niet dat er twee samen onderweg zijn zonder dat ze ooit dichter bij elkaar gekomen te zijn?, roept Amos. Maar als wat niet kan toch bestaat…

“Uit alle volken op aarde heb ik alleen jullie gekend, [ppt] en daarom zal ik jullie voor al je wandaden straffen”. Misschien is je eerste reactie dat dit toch wel typisch een woord uit het oude testament is. Want in het nieuwe testament lezen we toch dat God zijn eigen Zoon voor onze wandaden gestraft heeft. Hoewel, zelfs in het oude testament lezen we toch al over dienaar van de Heer: “Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar [ppt] de wandaden van ons allen liet de HEER op hem neerkomen” (Jes.53,6). Blijkbaar kende Amos die dienaar van de Heer nog niet, als hij zegt dat God onze wandaden niet op iemand anders, maar op onszelf zal verhalen.
Toch, zou de evangelische waarheid van Christus’ plaatsvervangende lijden ook zo gebruikt kunnen worden dat het een duivelse leugen wordt? Neem nu het woord dat bij Amos volgt op die uitnodiging aan Filistijnen en Egyptaren om eens te kijken naar die stad op de berg Samaria. Het is een wat lange zin, maar als ik er wat kortere zinnen van maak, staat er dit: “Het volk van Israël zit daar in Samaria maar wat te zitten in de hoek van de bank of op een luxe ligstoel. Maar er zal net zoveel van gered worden als een herder kan redden uit de bek van een leeuw: twee achterpootjes en een lampje oor”. Denk je echt dat jij, anders dan die mensen uit Samaria, wel gered zult worden van de ondergang, als jij, precies zo als die mensen uit Samaria, maar wat in je dure hoekbank hangt of op je luxe ligstoel ligt? Dan maak je een grote vergissing. Helemaal als het evangelie van Jezus’ dood voor jou zonden in feite die dure hoekbank of die luxe ligstoel. Want [ppt] God heeft ons in de dood van zijn Zoon geen alibi gegeven om mooi te praten en lelijk te doen.
En toch is de tekst voor de preek geen onheilspellend woord. Het is wel een woord waarin doorklinkt [ppt] dat God diep teleurgesteld is in zijn kinderen. Maar dat is zo, omdat God zo zielsveel van ons houdt. Hij is geen God die je meteen afdankt als je de fout in gaat. Hij laat je juist opgroeien in een sfeer van vertrouwen en vergeving. Maar als dat vertrouwen leidt tot luiheid en die vergeving leidt tot hardheid, dan breekt er iets bij God. Wat Hij van mensen die Hem niet kennen wel kan hebben, kan Hij van mensen die Hem wél kennen níét hebben.
Vergeving vragen zonder spijt te hebben is makkelijk en vergeving vragen zonder dat je van plan bent het voortaan anders te doen is goedkoop. Je bent gekocht en betaald. Laat je leven daarom mogen zijn tot eer van je Heer (vgl. 1Kor.6,20).

Amen.