Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Groen als gras
titel : Groen als gras
datum : 14 juni 2020
volledige onderwerp : Micha 05 : 6
Download deze preek.

Preek over Micha 5,6 (Den Ham, 14-6-20, openbare geloofsbelijdenis, internetdienst)

Votum en groet
ELb 168 (Dank U voor deze nieuwe morgen)
Gebed
L Micha 5
Opw.518 (Heer, U doorgrondt en kent mij)
T Micha 5,6
Preek
Ps.84:1,2,3 (Hoe lieflijk is uw huis, o Heer)
Openbare geloofsbelijdenis
• Onderwijzing
• GK 177 (Heer, U bent mijn leven)
• Geloften (Sanne, Rein, Hendry en Nadia)
• ELb 79:1,2,3 (na Zegen)
Dankzegging en voorbede
LB 939 (Op U alleen, mijn licht, mijn kracht)
Zegen

Sanne, Rein, Hendry en Nadia, broeders en zusters,

Aan het begin van dit seizoen was ik wat verdrietig. Niemand had zich opgegeven voor de belijdeniscatechisatie, niemand wilde blijkbaar belijdenis van z’n geloof doen. Tot Hendry in Den Ham kwam wonen en aangaf aan het eind van het seizoen graag belijdenis te willen doen. We hebben elkaar de eerste helft van het seizoen regelmatig bij mij thuis gesproken. Er viel wel eens een keer uit als Hendry zich in vingers gezaagd had. Maar we hebben toch heel wat mooie gesprekken gehad op mijn studeerkamer.
Toen gebeurde er iets dat mij deed denken aan een woord van de profeet Hosea:

De HEER zal brullen als een leeuw en zij zullen hem weer volgen.
Wanneer hij brult, keren ze schuchter terug van overzee,
als bange vogeltje komen ze uit Egypte,
als duiven uit Assyrïe (Hos.11,10.11).

Want wat schuchter meldde eerst Nadia zich. Het was of ze heel voorzichtig haar hoofd om de deur stak en vroeg: ‘Mag ik ook nog meedoen?’ Toen ik blij verrast reageerde, wenkte ze Sanne, die achter haar stond te wachten. ‘Mag Sanne dan ook meedoen?’ We waren al een heel eind met de bespreking van het boekje, toen de coronacrisis een eind aan onze gesprekken waren. We zagen elkaar pas weer bij ons in de tuin, om de belijdenisdienst voor te bereiden. Toen bleek dat er in de gang nog iemand stond te wachten. Rein had gehoord dat er nu een dienst zonder al te veel poespas zou komen, dus dat leek hem een mooi moment om ook in te stappen. Zo kropen er na Hendry nog drie jongeren uit hun schulp en houden we een dienst waarin jullie alle vier God je woord geven.
Nu zou ik me voor kunnen stellen dat jullie je wenkbrauwen toch wat optrokken toen we net dat stuk uit het boek Micha lazen. Wil je het met elkaar eenvoudig houden, komt die dominee met zo’n ingewikkeld stuk uit de Bijbel. Dat klopt. Maar de tekst die ik daaruit gekozen heb, daar is niks ingewikkelds aan:

En wat er van Jakob is overgebleven,
te midden van machtige volken,
zal zijn als dauw die van de HEER komt,
als regendruppels op het groen,
dat niets verwacht van een mens
en niet naar mensenkinderen uitziet.

Het wordt pas ingewikkeld als je ziet wat er meteen na komt:

Wat er van Jakob is overgebleven,
te midden van grote volken,
zal zijn als een machtige leeuw tussen het wild,
als een leeuw die de kudde binnendringt,
een leeuw die vertrapt en verscheurt,
en er is niemand die hem tegenhoudt.

Beide woorden beginnen precies gelijk: ‘Wat er van Jakob is overgebleven, te midden van machtige volken, zal zijn als…’ Het is in elk geval zo dat er volgens Micha dus maar een handjevol mensen overblijft dat God wil dienen. Hij heeft het immers over wat er van Jakob is óvergebleven. Er blijft dus maar een restje gelovigen over.
Daar herken je vast wel wat van. Want de tijd iedereen naar de kerk ging, is al even geleden. Als je ervoor kiest om met de Here te leven, hoor je dus bij een kleine minderheid. Maar juist omdat het niet vanzelf meer spreekt dat je rond je achttiende belijdenis doet, maak je wel een veel bewustere keuze. Maar hoe stel je je dan op tussen al die mensen die niet meer aan God doen? Gedraag je je als een milde regen of als een verscheurende leeuw? Misschien denk je dat het bij de een past om maar heel bescheiden te zijn, terwijl het bij de andere past om juist heel zelfbewust te zijn. De een wil de mensen om hem heen niet lastigvallen met zijn geloof. Ze moeten uit de manier waarop je in het leven staat maar merken dat geloven echt wel iets moois is. Maar de ander schaamt zich er niet voor om van zijn geloof in God te getuigen en durft het zelfs wel aan een ander op zijn manier van leven aan te spreken. De een is een regen en de ander is een leeuw.
Nu hebben jullie kunnen zien dat ik alleen vers 6 hebt uitgekozen om over te preken. Dat is niet omdat ik het beeld van die regen beter bij jullie vond passen dan het beeld van die leeuw. Want dat zou betekenen dat ik wel over het beeld van die leeuw gepreekt had als er iemand belijdenis gedaan had die zó voor de microfoon kwam om aan de hele wereld te vertellen waarom hij nou in God gelooft. Maar ook als er vandaag zo’n zelfbewuste prater belijdenis van z’n geloof gedaan had, had ik alleen over dat eerste vers gepreekt: ‘En wat er van Jakob is overgebleven, zal zijn als dauw die van de HEER komt, als regendruppels op het groen’.
Wat het bijbelboek MIcha zo ingewikkeld maakt, is dat in dat boek niet alleen Micha aan het woord is. Hij is in discussie met anderen die het geloof heel anders beleven dan Micha. Het boek Micha lijkt daardoor wat op een toneelstuk, waarin nu eens deze en dan weer die aan het woord is. Het is vaak moeilijk uit te maken wie wat zegt. Want ze praten soms door elkaar heen.
Als Micha het restant van Jakob vergelijkt met regen, kan hij zich daarvoor beroepen op de zegen die Jakob van zijn vader Isaak gekregen had: ‘God geve je dauw uit de hemel en vette, vruchtbare aarde’ (Gen.27,28). Maar Micha’s tegenstanders zeiden: ‘Zo lust ik er nog wel een. Toen Jakob zelf zijn zonen zegende, zei hij tegen onze voorvader Juda: ‘Sterk als een jonge leeuw ben jij, je verovert je prooi, mijn zoon, en keert naar je leger terug’’ (Gen.49,9). In het stuk wat we gelezen hebben, horen we hoe Micha in de rede gevallen wordt door zijn tegenstanders. Micha begint: ‘Wat er van Jakob is overgebleven, te midden van machtige volken, zal zijn…’ Maar zijn tegenstanders gaan verder ‘… zal zijn als een machtige leeuw tussen het wild, als een leeuw die de kudde binnendringt, een leeuw die vertrapt en verscheurt, en er is niemand die hem tegenhoudt’. Micha wordt dus overschreeuwt door zijn tegenstanders. Gelukkig is ook opgeschreven wat Micha zei, anders hadden we boek vol vals optimisme gehad.
Nu is ook Micha optimistisch. Maar dan wel heel voorzichtig. Als hij de toekomst inkijkt ziet hij dat er van het nageslacht van de aartsvader Jakob maar een kleine rest overblijft. Gods volk moet eerst klein en zwak worden, voor het weer groot en sterk kan worden. Hoe klein en hoe zwak, dat vertelt hij aan het begin van het stut dat we laten. Van het kleine en zwakke volk van God blijft uiteindelijk maar één mens over: een kindje in de kribbe, dat in Betlehem geboren wordt, een man aan het kruis, die in Jeruzalem sterft. Hij blijft over, als God de zonden van de wereld straft. Zijn dood is niet het einde, maar een nieuw begin in de relatie tussen God en mensen. Jezus staat op en wekt ieder die in Hem gelooft op tot een nieuw leven.
Micha zegt: ‘Wat er van Jakob is overgebleven, te midden van machtige volken, zal zijn als dauw die van de HEER komt’. Wat er van Jakob is overgebleven, dat slaat op Jezus. Dauw die van de HEER komt, dat slaat op Jezus. Dauwdruppels van de HEER, regendruppels op het groen, het is een heel bescheiden beeld. En toch, als jij zelf dat gras bent, heb je niets harder nodig dan dat: dauw, regen.
Ik las dit vers in de afgelopen week ook voor aan iemand met wie ik alleen maar mocht praten als er glad tussen zat. Ik zei: ‘Kijk maar eens door het glas naar buiten? Zie je dat gras dat helemaal geel van de droogte geworden is? Dat ben jij. Maar kijk er nog eens naar als het geregend heeft. Dan leeft het zomaar weer op. Zie je dat vanachter het glad gebeuren, denk dan: Dat ben ik’. Hetzelfde zeg ik tegen jullie. Ook jullie kunnen weten hoe snel gras dat vergeelt weer groen wordt. Ik heb tenminste vaak gedacht, als ik tijdens die droge zomers van vorig jaar en het jaar daarvoor van Den Ham naar Wierden reed: ‘Het lijkt hier wel Toscane’. Want daar zijn de heuvels ’s zomers geel. Maar als het geregend had en ik reed hetzelfde eindje weer, dan waren diezelfde weilanden niet meer geel maar groen. En ik heb me erover verbaasd hoe wat dood was weer leven kon worden als het alleen maar even flink regende. Die regen is Jezus, dat gras ben jij. Zonder Jezus ben je zo dood als hooi, met Jezus zo levend als gras.
Maar wat betekent dat nou voor de manier waarop je vanaf vandaag in het leven staat? Micha zegt er dit over: Je bent als gras, ‘dat niets verwacht van een mens en niet naar mensenkinderen uitziet’. Voor gras is dat nogal logisch. Natuurlijk verwacht gras het niet van een mens en ziet groen niet uit naar mensenkinderen. Want gras kan dat ook helemaal niet. Daarom had Micha ook kunnen schrijven over gras dat niets verwacht en groen dat nergens naar uitziet. Punt. Toch zegt hij dat gras niets verwacht van een méns en dat groen niet uitzien naar ménsenkinderen. Alsof gras het wel zou verwachten van God en groen wel zou uitzien naar de Heer. Dat is toch net zo goed onzin? Ja, als Micha met gras gewoon gras bedoelde wel. Maar als Micha met dat gras jou bedoelt, is het dan nog steeds onzin?
Ja, dan is het nog steeds onzin. Want anders dan gras verwachten mensen het wel van andere mensen en zien mensenkinderen wel uit naar andere mensenkinderen. Mensen zijn gras dat het verwacht van gras, groen dat uitziet naar groen. Zo dom is zelfs het gras niet, zo dwaas is zelfs het groen niet. Want als gras al iets verwacht, dan niet van beneden. Als groen al ergens naar uitziet, dan wel naar boven.
Jullie belijden vandaag dat je in alles afhankelijk bent van God en je zekerheid niet zoekt in jezelf, maar in Jezus. Toch vraagt het nog heel wat oefening van een mens om een beetje op dat stomme gras te gaan lijken. Je moet het echt afleren om niet langer op mensen te vertrouwen. Je moet het echt aanleren om voortaan alleen op God te vertrouwen. Maar als je daarin verder komt, zul je merken dat je toch zelf ook gaat lijken op die dauw op het gras en die regen op het groen. Want je hoort bij die minderheid die de liefde van Jezus nog kent.
Van die minderheid die bij Jezus hoort, zegt Micha dat ze zal zijn als dauw en als regen. Hoe bescheiden dat beeld ook mag zijn, zonder dauw sterft het gras en zonder regen gaat het groen dood. Als de mensen om je heen niet aan jou merken dat het leven opbloeit als je Jezus’ liefde kent, aan wie moeten ze het dan wel merken? Het schijnt dat Franciscus van Assisi gezegd heeft: ‘Verkondig het evangelie, desnoods met woorden’. Of zoals Iemand van jullie het tegen me zei: ‘Woorden, dat laat ik aan de dominee over’. Je woorden zeggen de mensen ook niet veel, zolang ze niet sporen met je daden. Maar als je geloof wel blijkt uit je daden, zullen mensen je vragen waarom jij doet wat niemand doet en waarom jij niet doet wat iedereen doet. Wees dan niet bang voor toch een paar woorden. Want ik garandeer je: die fluistert Jezus je zelf wel in met zijn Geest.
Dauw zijn voor het gras, regen zijn voor het groen, ook de Psalm die we zo gaan zingen gaat erover. Dat lees ik jullie nog even voor in de Bijbel in Gewone Taal:

Gelukkig zijn mensen die verlangen naar u,
want bij u vinden ze kracht.
Als ze door droge velden lopen, worden die groen en fris.
Uw regen laat alles weer groeien.
Ze worden steeds sterker, ze gaan door tot ze in Jeruzalem zijn.
Daar zullen ze u ontmoeten, God (Ps.84,6-8)

Amen.