Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Macht aan mensen
titel : Macht aan mensen
datum : 7 juni 2020
volledige onderwerp : MatteŁs 09 : 8
Download deze preek.

Preek over Mt.9,8 (Den Ham, 7-6-20, Trinitatis, internetdienst; Staphorst, 21-6-20, internetdienst)

Votum en groet
LB 686 (De Geest des Heren heeft)
10 geboden
GK 143:8,9 (Laat ’s morgens uw genade dalen)
Gebed
L Mat.9,1-13
[Opw.720 (God maakt vrij)]
Kindmoment
T Mat.9,8
Overdenking
LB 704 (Dank, dank nu allen God)
Dankzegging en voorbede
Collectemoment
GK06 108 (Halleluja, eeuwig dank en ere)
Zegen

[Kindmoment: Feike en Vrouke Zuidema]

Gemeente van de Here Jezus,

“Bij het zien hiervan werden de mensen met ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die hij aan mensen heeft verleend”. Bij het zien waarvan? Bij het zien van Jezus’ macht. Hij had niet alleen de macht om een verlamde te laten lopen, Hij had zelfs de macht om mensen hun zonden te vergeven. Toen ze dat zagen, werden ze van ontzag vervuld. Maar misschien kun je beter maar gewoon vertalen: Toen ze dat zagen, werden ze er bang van.
Op zich is het niet zo vreemd dat mensen bang worden als ze in de buurt komen van iemand die macht over hen heeft. Want hoe gaat diegene z’n macht gebruiken? Ik ben op dit moment bezig met de vertaling van het bijbelboek Micha en daarin kwam ik een mooi voorbeeld tegen van de manier waarop mensen hun macht over anderen misbruiken. Je proeft de verontwaardiging van Micha, als hij zegt: “Wee hun die kwaad in de zin hebben en op hun bed boze plannen smeden. Al in het ochtendgloren brengen ze die ten uitvoer, dat ligt in hun macht. Willen ze een veld? Ze roven het! Willen ze een huis? Ze nemen het! Ze maken zich meester van huizen en hun bezitters, van mensen en hun eigendom”.
Diezelfde verontwaardiging proef je in de protesten die nu overal in de wereld losbarsten tegen het optreden van de politie in de Amerikaanse stad Minneapolis. “Ik stik, ik stik”, kreunde George Floyd, toen een politieman z’n knie op zijn hals zette. Maar de politieagenten luisterden niet. Het was immers maar een zwarte man? Aanpakken, dat tuig. Tot George inderdaad stikte en stierf. En mensen die anders in huis hun toevlucht zoeken als er een politieauto langskomt, gaan nu de straat op om te protesteren. “Omdat jullie de macht over ons hebben, denken jullie dat je alles maar met ons kunt doen? Maar Black Lives Matter, zwarte levens doen ertoe. Dus kom maar op, sla maar, schiet maar. We zijn niet bang meer voor de wapens waarmee jullie ons in je macht houden”.
De mensen die zagen hoe verlamde man opstond, zijn bed oppakte en naar huis ging, werden bang voor de macht die Jezus liet zien. Misschien vind je dat vreemd. Want dat was toch niet iets om bang van te worden, maar iets om blij van te worden? Toch zou jezelf misschien ook wel teruggedeinsd zijn als je erbij was. Want soms kunnen de dingen ook te mooi zijn. In deze wereld horen zonde en ziekte er nu eenmaal bij. Mensen doen kwaad en mensen beleven kwaad. Daar doe je niks aan. Maar wat nu als er ineens iemand bij je komt die het daar niet mee eens is? Je zou zeggen: Zo iemand zal snel genezen zijn van zijn idealen. Een wereld zonder zonde, zonder ziekte, dat is geweest. Misschien zal er ooit weer zo’n wereld komen, maar dan niet hier, niet nu. Maar dan blijkt die man geen dromer te zijn, maar een doener. Hij hoeft maar één woord te zeggen en die wereld die hier niet kan zijn, nu niet kan zijn, die is er ineens. Dat kan toch niet? Dat bestaat toch niet?
Of die man moet God zelf zijn, natuurlijk. Dan wordt ’t een ander verhaal. Maar dat zeggen de mensen die bij het wonder waren niet. Ze loven God om de macht die Hij aan ménsen heeft verleend. Volgens sommigen gaat het dus daar al mis. Want in hun verbijstering erkennen ze Jezus niet als de Zoon van God. Ze loven God in de hemel, terwijl die God voor hun neus staat. In Jezus is hij bij hen gekomen. Maar ze zien Hem over het hoofd. Ze doen wel heel enthousiast, maar ondertussen geloven ze niet in Hem.
Toch lijkt me dat wat te simpel. Want waarom zei Jezus tegen die verlamde man: “Sta op, pak uw bed op en ga naar huis”? “Om u te laten zien dat de Ménsenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven”. Jezus zelf zegt dus niet: “Ik zal u laten zien dat de Zoon van Gód volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven”. Nee, Hij zegt: “Ik zal u laten zien dat de Zoon van de méns volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven”. Daarmee presenteert Hij zich als de mens die God bedoeld had. De mens waar Psalm 8 van zingt:

U hebt hem bijna een god gemaakt,
hem gekroond met glans en glorie,
hem toevertrouwd het werk van uw handen
en alles aan zijn voeten gelegd.

Maar door in opstand tegen God te komen, is de mens die macht en die heerlijkheid kwijtgeraakt. De schepping buigt niet langer voor de macht van de mens, maar de mens moet buigen voor de macht van de schepping. Vliegtuigen moeten aan de grond blijven als door de uitbarsting van een vulkaan de hele dampkring vervuld is met as en rook. Vliegtuigen moeten aan de grond blijven als door de uitbraak van een virus mensen niet meer kunnen gaan en staan waar ze willen zonder anderen ziek te maken. Toch is midden in de wereld die wij kennen een tweede Adam komen staan die maar één woord hoeft te spreken of het natuurlijkgeweld valt stil en een verlamde gaat lopen. Bij het zien hiervan werden de mensen met ontzag vervuld en ze loofden God om de macht die Hij aan mensen heeft verleend.
Toch blijft het opvallend dat de mensen God niet loven om de macht die Hij aan ‘een mens’ verleend heeft. Nee, ze loven God om de macht die Hij aan dé mensén verleend heeft. Dus niet alleen aan die ene mens, Jezus Christus, maar aan veel meer mensen. Het is net of de mensen het gevoel hebben dat ze zelf ook mogen delen in de macht die Jezus uitstraalt. Alsof ze in een krachtenveld staan dat henzelf ook op krachten laat komen. Slaan ze nu in hun enthousiasme niet een beetje door?
Toch niet. Matteüs heeft zijn evangelie geschreven na Pinksteren. Hij heeft de woorden van de mensen: “dat God de mensen zo’n macht gegeven heeft!”, laten staan omdat het na Pinksteren ook echt zo is. Na zijn opstanding bereidde Hij zijn leerlingen er al op voor dat ze door dezelfde kracht vervuld zouden worden als Hij. Als Jezus na zijn opstandig verschijnt aan zijn leerlingen, blaast Hij over hen heen en zegt: “Ontvang de heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven” (Joh.20,22.23). Daarmee gaat Jezus’ macht over op zijn apostelen. Midden in deze kapotte wereld bouwen zij aan nieuwe gemeenschap waarin er vergeving en waarin er genezing is.
In die nieuwe gemeenschap gebeurt eigenlijk net zoiets als met Vrouke Zuidema, over wie ik in het moment voor de kinderen verteld heb. Zij kon ineens lopen, toen ze volschoot met de liefde voor haar man. Ze voelde haar pijn niet meer, toen ze zag hoe de steiger waarop haar man aan het werk was in elkaar stortte en rénde naar buiten. Het was of haar liefde haar ineens boven haar beperkingen uittilde. Zo tilt de liefde van Jezus je uit boven de zonden waar je je voor schaamt en boven de zorgen die je leven verlammen. Je staat in de kracht van de Heer en weet je bevrijd van je zonden en verlost van je zorgen. Maar ik zou het ook kunnen zeggen met een Opwekkingslied dat ikzelf mooi vind:

God is voor ons, God is naast ons,
God is altijd om ons heen.
Laat maar komen wat hierna komt,
want Hij laat ons nooit alleen (Opw.798).

Ik heb bij het zingen van dat lied best wel eens gedacht: “Laat maar komen wat hierna komt”, is dat geen stoere praat? Het is bijna of je het kwade in deze wereld uitdaagt: Kom maar op, ik lust je rauw. Dat zou het zijn als God je wél alleen liet. Maar in zijn kracht kun je de hele wereld aan. Zo zegt de apostel Paulus het in een van zijn brieven: “Alle dingen kan ik aan door Christus die mij kracht geeft” (Flp.4,13, HSV).
Let wel, door Christus die mij kracht geeft. Je hebt die kracht niet in jezelf. Ook Vrouwke Zuidema merkte dat toen ze weer naar binnen wilde. Haar man moest eerst de rollator uit huis halen, voor ze weer bij de stoel in de woonkamer kon komen. Zonder de kracht van Jezus’ liefde kunnen we nog steeds niets. Maar als we ons samen op Hem richten, kunnen er wonderen van vergeving en van genezing gebeuren.
Ik geloof dat die wonderen van genezing nog steeds kunnen gebeuren. Maar het blijven wel wónderen van genezing. Zolang Jezus’ rijk nog niet aangebroken is, moeten we niet doen of genezing het nieuwe normaal is. Toch geloof ik dat er ook een wonder gebeurt bij iemand die zich op Jezus richt en niet beter wordt. Want als je je richt op Jezus, dan hoor je niet langer bij de zieken, maar je hoort bij Hem. Niet je ziekte maakt uit wie je bent, maar Jezus maakt uit wie je bent: een kind van God en een erfgenaam van het eeuwige leven.
Kijk maar eens hoe het verhaal verder gaat. Op de genezing van een verlamde volgt de roeping van een tollenaar. Ook iemand die buiten het leven van de mensen om hem heen stond. Ze haatten Hem omdat Hij rijk werd in dienst van de vijand. Maar als Jezus tegen Hem zeg: “Sta op, geef je geld op en kom naar huis”, dan staat hij op, dan geeft Hij zijn geld op en komt hij thuis. Vanaf nu zijn Jezus en hij onafscheidelijk. Door de Geest hoort hij bij Jezus en door Jezus hoort hij bij God.
Ik las bij de voorbereiding van de preek een boek waarin gezegd werd: “Vergeving sluit wat geweest is en opent wat zal zijn. ‘Dan rust een mens in de vergeving van zijn zonden. De gedachte aan God herinnert hem niet aan zijn zonde, maar daaraan dat die vergeven is. Als je terugdenkt aan vroeger, herinner je je niet hoeveel kwaad je gedaan hebt, maar hoeveel God je vergeven heeft’. Vergeving is re-integratie, terugkeren naar huis” .
Dát is het: re-integratie! Het is een wat duur woord, maar we gebruiken het toch wel eens. Re-integratie is het helpen van iemand die een tijd ziek geweest om terug te keren in het arbeidsproces. Of het helpen van iemand die een tijd in de gevangenis gezeten heeft om terug te keren in de samenleving. Je zou kunnen zeggen dat de kerk een gemeenschap is van mensen die allemaal gere-integreerd zijn. Ze hebben allemaal een strafblad en hebben allemaal schade opgelopen door het leven in een gebroken wereld.
Er zijn kerken waarin geen plaats is voor zieken. Want als je echt in Jezus gelooft, zou je allang beter geworden zijn. Er zijn ook kerken waarin geen plaats is voor zondaars. Want als je echt in Jezus gelooft, zou je niet zo de fout in gegaan zijn. Het levert gemeenschappen op van gezonde, van fatsoenlijke mensen. Maar zulke gemeenschappen zijn opgehouden kerk van Jezus Christus te zijn. Want juist de mensen die door Jezus geroepen werden om thuis te komen, voor zulke mensen is geen plaats. In zulke kerken zul je niemand God horen loven om de macht die God aan mensen verleend heeft. Er is geen re-integratie. Er blijven mensen aan de kant staan, er worden mensen aan de kant gezet. Want als het erop aankomt, geloven de kerkmensen niet in Jezus’ macht om te genezen wat ongeneeslijk is en te vergeven wat onvergeeflijk is.
Vandaag sluiten we het kerkelijk jaar af. Het is Kerst geweest, het is Goede vrijdag geweest, het is Pasen geweest, het is Hemelvaart geweest, het is Pinksteren geweest. Daarmee is de cirkel rond. Want de Vader zendt de Zoon, de Zoon zendt de Geest, de Geest verbindt ons met de Zoon en de Zoon verbindt ons met de Vader. We zijn de kring van de drie-enige God binnengetrokken en delen in de genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest (2Kor.13,13). Laat je door die overvloed van liefde en kracht overweldigen en verbaas je over de macht die God aan mensen wil verlenen: ook hier, ook nu, ook aan jou.

Amen.