Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Op de uitkijk naar God (nieuwjaar)
titel : Op de uitkijk naar God (nieuwjaar)
datum : 1 januari 2020
volledige onderwerp : Micha 07 : 7
Download deze preek.

Overdenking van Micha 7,7 (Den Ham, nieuwjaar 2020)

Votum en groet
GK 108:1,2 (Mij hart is, Heer, in U gerust)
Gebed
L Micha 7,1-6
T Micha 7,7
Overdenking
GK 130:3,4 (Ik blijf de Heer verwachten)
Dankzegging en voorbede
Collecte
GK 177 (Heer, U bent mijn leven)
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

Niet echt een opwekkend stukje uit de Bijbel aan het begin van dit nieuwe jaar. Wel aangrijpend, als juist onder het volk van God het onrecht heerst. Maar dat de verhoudingen zo verziekt zijn dat Micha zegt: “Geloof je naaste niet, vertrouw je vriend niet, let op je woorden, ook bij wie er in je armen ligt”, daar kunnen wij ons toch weinig meer bij voorstellen.
In Oost-Europa ligt dat anders. Een collega in Roemenië vertelde me eens dat hij na de omwenteling van 1989 het dossier van zijn vader had ingezien. Zijn vader was ook dominee, maar had zijn ambt niet in vrijheid kunnen uitoefenen. Want op een dag was hij meegenomen om voor jaren achter de tralies te verdwijnen. Mijn collega vertelde dat hij ontdekte dat zijn vader verraden was door een ouderling die hij altijd vertrouwd was. Toch onthield hij zich van een oordeel over die man. Want misschien was zijn gezin wel wat aangedaan als hij niet gepraat had. Zo ontstond de situatie die Micha beschrijft, waarin je ook je broeders en zusters, je vrouw en kinderen niet durft vertrouwen.
Maar ook al staat zo’n samenleving ver van ons af, soms komt die ineens ook even dichtbij. Want volgens Micha begint het bederf bij een onbetrouwbare overheid. Daar kunnen onze boeren over meepraten. Maar minstens zo’n groot schandaal kwam aan het licht in de toeslagenaffaire, die staatssecretaris Snel zijn ambt kostte. Mensen die door de belastingdienst kapotgemaakt werden, zonder dat ze de hulp van wie dan ook maar konden inroepen. Die mensen zullen zich alles voor kunnen stellen bij de het beeld dat Micha schetst: “De deugdzaamste van hen is een doornstruik, de oprechtste erger dan een stekelhaag”.
De woede die daaruit spreekt kan de hele samenleving aanvreten. Wat zul je je aan de regels houden, als degene die ze bedenkt zich er zelf niet aan houdt? Ik geloof niet dat christenen immuun zijn voor die woede. Maar als je je daardoor laten beheersen, verdwijnt de vrucht die groeit aan de Heilige Geest en verschijnt de vrucht die groeit op ons onheilige vlees.

Toch heb dit bijbelgedeelte niet uitgezocht omdat ik herkende in de zorg van Micha over kerk en maatschappij. Ik kon me gewoon geen mooier woord van de Here voor dit nieuwe jaar voorstellen dan de conclusie die Micha trekt uit al het onrecht dat hij ziet: “Maar ik, ik blijf uitzien naar de HEER, ik blijf hopen op de God die mij redding zal brengen. Hij zal mij horen, mijn God”. Wat een hartstochtelijk verlangen naar God spreekt daar uit. Dat treft te meer als je ziet tegen welke achtergrond dat verlangen staat. Het was ook mogelijk geweest dat Micha zo bitter geworden was, dat het ook zijn geloof verzuurde. Maar dat is bij Micha niet zo, en daarom hoeft het bij ons ook niet zo te zijn. Want ook al lijkt Micha alleen voor zichzelf te spreken als hij zegt: “Maar ik, ik blij uitzien naar de HEER”, zijn woorden staan in het woord van God met de bedoeling dat we hem dat nazeggen.
Als Micha zegt: “Ik blijf uitzien naar de HEER”, dan hoeven we die woorden niet meteen uit te leggen als een verlangen naar Gods nieuwe wereld. In elk geval gaat Micha niet op de uitkijk staan omdat hij deze oude wereld opgegeven heeft. Want waarom zul je op de uitkijk gaan staan als je geen hoop meer hebt voor deze wereld? Paulus zegt ergens dat we de beklagenswaardigste mensen zijn die er zijn, als we alleen voor dit leven op Christus hopen (1Kor.15,19). Maar we zijn net zo goed beklagenswaardig, als we alleen voor het leven na dit leven op God hopen. Want dat zou betekenen dat je voor dit leven niets van God te verwachten hebt. Dat kan niet waar zijn, als Gods naam HEER is, de God die tegen zijn volk zegt: Ik ben die er zijn zal. Als Hij zelf beloofd heeft dat Hij er zal zijn, dan kun je dus ook op Hem wachten.
Maar het kan wel zijn dat God niet meteen antwoordt. En als Hij antwoordt, herken je Hem misschien niet eens. Dat zou je kunnen weten, als je net nog bij de kribbe langs geweest bent, waarin de God die niemand ooit gezien heeft of zien kan zich openbaart als een kwetsbaar kind. Toch mag je geloven dat Hij juist zo de God is die redding zal brengen. Naar die God zag Micha uit en in Jezus is die God zelf gekomen. Zou je Hebreeuws kunnen lezen, dan zou je ontdekken dat in dat woord ‘redding’ de naam ‘Jezus’ al gespeld wordt.
Nu weet je misschien nog dat je redder Jezus heet, omdat Hij zijn volk zal redden van hun zonden (Mt.1,21). Terwijl het niet altijd je zonden zijn die je plagen. Als je kijkt naar Micha, zie je dat hij niet lijdt aan zijn eigen zonden, maar aan die van zijn volk. Misschien is je eerste reactie dat het gevaar van hoogmoed op de loer ligt, als je het kwaad wel bij de ander, maar niet bij jezelf kunt aanwijzen. Dat gevaar bestaat inderdaad en daar moet je alert op blijven. Maar als je de Here liefhebt, doet het je toch ook pijn als bijna iedereen leeft alsof Hij lucht voor hen is. Want als mensen God loslaten, zullen ze elkaar ook los gaan laten. Daar legt Micha in zijn boekje keer op keer de vinger bij. Dat ongeloof en onrecht hand in hand gaan. Wil het goedkomen met de wereld, dan zal het contact tussen God en mens weer gelegd moeten worden. Anders is Gods ingrijpen dweilen met de kraan open.
Maar als God omwille van zijn Zoon Jezus Christus jouw Vader is geworden, mag je er zeker van zijn dat Hij wil horen hoe het met je is. Vertel Hem dat dan. Niet omdat Hij het anders niet weet, maar omdat Hij dat het liefste wil: dat je bij Hem komt met alle dingen die je bezighouden, de dingen waar je blij mee bent en de dingen waar je bezorgd over bent.
Micha noemt God niet zijn Vader. Maar hij noemt hem wel ‘mijn God’. Een naam die even gedurfd is. Micha wil toch niet beweren dat hij God kan claimen omdat hij een soort exclusief recht op God heeft: míjn God (en dus niet jouw God)? Nee, dat wil Micha niet beweren. Als hij God ‘mijn God’ noemt, zegt dat iets over de vertrouwelijkheid die er tussen Micha en God is gegroeid. Toch klinkt het in het verband van de verzen 1 tot 7 ook een beetje eenzaam. Alsof hij de enige was die God nog kende.
Maar om de kribbe waarin Jezus lag en om het kruis waaraan Jezus hing vormt zich een nieuwe gemeenschap van mensen die in vrede met God leven. De gemeente van Jezus Christus mag een schuilplaats in de wildernis zijn (LvK 476:4)In een wereld vor. Een veilige plek, waar geen plaats is voor geweld en voor wantrouwen. Een plek waar naar elkaar omgezien wordt. Een plek waar voor elkaar gebeden wordt.
Jezus vergelijkt het koninkrijk van God met een mosterdzaadje. Daar begint het mee: een onooglijk klein zaadje, een onooglijk klein kindje. Maar als het in de aarde gezaaid is, schiet het op als het grootste van alle planten. Het krijgt grote takken, zodat de vogels van de hemel zich in zijn schaduw kunnen nestelen (Mc.4,33). In een wereld voor stekelhagen, mag de gemeente mag die struik zijn waar plaats is voor vogels van allerlei pluimage: groot en klein, oud en jong, gezond en ziek, blijmoedig en zwaartillend, ingetogen en uitbundig. Laat dat eenvoudige beeld het visioen voor onze gemeente in 2020 mogen zijn.
Maar het gaat er pas echt op lijken, als wij allen samen en ieder persoonlijk, blijven uitzien naar de HEER, blijven uitzien naar de God die ons redding zal brengen. Hoe Hij dat doet? Ik laat me graag verrassen. En ik hoop: u en jij met mij.

Amen.