Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Kleine catechismus voor oudjaar
titel : Kleine catechismus voor oudjaar
datum : 31 december 2019
volledige onderwerp : 2 TimoteŘs 02 : 11b - 13
Download deze preek.

Preek over 2Tim.2,11b-13 (Den Ham, Oudjaar 2019)

Votum en groet
GK 90:1,5,6 (Gij zijt geweest, o Heer, en Gij zult wezen)
Gebed
L 2Tim.2,1-13
LB 119a (Uw woord omvat mijn leven)
T 2Tim.2,11b-13
Preek
LvK 470 (Wat vlied’ of bezwijk’)
Geloofsbelijdenis van Nicea
LB 722 (Uw stem, Heer, hebben wij gehoord)
Dankzegging en voorbede
Collecte
GK 250 (God is getrouw, zijn plannen falen niet)
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

“Houd Jezus Christus in gedachten”, schrijft Paulus midden in het stukje uit zijn tweede brief aan Timoteüs dat we zonet lazen. De Bijbel in Gewone Taal zegt het wat pittiger: “Blijf denken aan Jezus Christus”. Dat klinkt wel zo actief. Want Paulus bedoelt niet dat Jezus Christus één van de vele herinneringen moet zijn die we vanavond ophalen, maar hij bedoelt dat we onze aandacht op Jezus Christus moeten richten, als we terugkijken en vooruitkijken. Want als we de dingen niet kunnen zien in het licht van zijn dood en leven, blijven ze zonder betekenis.
Maar het is nog niet zo makkelijk om de dingen die geweest zijn met Jezus’ dood en opstanding te verbinden. Ik heb de gewoonte om voor de oudejaarspreek het jaaroverzicht in de krant door te nemen. Dan komen er dingen boven die al diep weggezakt waren. Zo was ik geschokt toen president Trump het INF-verdrag opzegde, dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw een einde maakte aan de kernwapenwedloop. Het was niet eens mijn oude angst voor een kernoorlog die de kop weer opstak. Het was meer de huiver voor de vernietigende woede van grote mensen die elkaar als kleine kinderen toeroepen: “Ik maak je helemaal kapot”, en dat dat dan geen loos dreigement is. Maar ik had het jaaroverzicht nodig om me weer te herinneren hoe geschokt ik toen was. Toen ik opzocht hoe dat ook weer zat met dat INF-verdrag, kwam ik een artikel tegen met de inleidende woorden: “Een wereld zónder INF-verdrag baart voorlopig minder zorgen dan een wereld mét klimaatverandering”. Concreet betekent dat dat voor de wereld gevaarlijker is dat insecten massaal uitsterven dan dat Poetin de wereld meedeelt dat Rusland inmiddels beschikt over supersonische wapens.
Maar hoe kijk je naar grote mannen en kleine beestjes als Jezus Christus het middelpunt van je gedachten vormt? Als ik het probeer, moet ik denken aan die grondregel van het koninkrijk dat door Jezus Christus gesticht is: “Wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd” (Mt.23,12). Maar betekent jezelf vernederen dan ook dat je op de knieën gaat om voor het eerst eens naar die kleine beestjes te kijken? Of span ik Jezus Christus dan voor het karretje van de klimaatdrammers?
Maar het kan best zijn dat u vanavond helemaal geen behoefte hebt aan een grootse visie op ‘de toestand in de wereld’. Ikzelf heb dat in elk geval niet. Meer dan andere jaren had de krant nodig om me een beeld te vormen van het afgelopen jaar. Het verdriet over het lijden dat onszelf trof, heeft diepere sporen nagelaten. Ook als je dat gelukkig niet zo kunt zeggen, overheerst vanavond waarschijnlijk toch meer het gevoel dat in Psalm 90, de oudejaarspsalm bij uitstek, onder woorden gebracht wordt:

Zeventig jaar duren onze dagen,
of tachtig, als we sterk zijn.
Het best daarvan is moeite en leed,
het gaat snel voorbij en wij vliegen heen.

Het leven heeft iets van een kanotocht op een snelstromende rivier. De een stuurt zijn bootje bekwaam door bochten en stroomversnellingen. De ander komt steeds vast te zitten in het riet of in het struikgewas langs de oever. Maar of je nu fluitend of huilend je weg vindt, we varen allemaal op die waterval af, waar het water je niet langer draagt, maar onder je wegvalt. Waar blijf je dan?

“Blijf denken aan Jezus Christus”, schrijft Paulus aan Timoteüs. “Jezus Christus, uit het nageslacht van David, die uit de dood is opgewekt”. Je kunt je afvragen waarom erbij moet dat Jezus Christus uit het nageslacht van David is. Is het niet veel belangrijker dat Hij de Zoon van God is dan dat Hij de Zoon van David? Zeker. Maar de Zoon van God heeft niet alleen een verleden in de hemel, maar ook een verleden op aarde. Jezus zou dat couplet uit een bekend oudejaarslied mee kunnen zingen:

De tijd draagt alle mensen voort
op zijn gestage stroom;
ze zijn als gras, door zon verdord,
vervluchtigd als een droom (LB 90a:5)

Want Hij heeft niet alleen een Vader in de hemel, maar ook een vader in de aarde heeft. In de aarde, omdat David daarin gegraven is. Het leek er even op dat Jezus net als zijn David bij zijn voorouders te ruste zou gaan (2Sam.7,12). Want ook Hij is gestorven en begraven. Maar Hij stond op de derde dag op de doden. De dodén, meervoud. Uit de doden, waarvan zijn voorvader David er één was, stond de grote Zoon van David op. En wil jij niet door de gestage stroom van de tijd meegesleurd worden, de diepte in, dan zul je op de één of andere manier in verbinding moeten staan met Jezus Christus, uit het nageslacht van David, die uit de dood is opgewekt.
Dat wil Paulus Timoteüs en ons op het hart drukken, als hij het evangelie dat hij altijd verkondigd heeft in vier korte zinnetjes samenvat. Zo wordt het een kleine catechismus is. In deze preek wil ik die met u overdenken.

Paulus opent met de zin: “Als wij met Hem gestorven zijn, zullen we ook met hem leven”. Voor mensen die ook de andere brieven van Paulus een beetje kennen, zijn dat misschien vertrouwde woorden. Paulus zegt gebruikt bijna dezelfde woorden in hoofdstuk 6 zijn brief aan de Romeinen. Daar legt hij uit welke diepe betekenis de doop heeft. Als je ondergedompeld wordt in het water van de doop, word je één met Jezus. Met Hem ga je onder in de dood. Maar met Hem sta je ook weer op in het leven. Misschien zeg ik voor veel mensen niets nieuws. Maar ook dan blijft het ongelooflijk. Want Paulus zegt daarmee dat je de dood al achter je hebt. Ben je met Christus kopje onder gegaan, dan ben je al door die waterval van de dood heen. Je mag je die woorden uit Psalm 116 eigen maken:

Ja, u hebt mijn leven ontrukt aan de dood,
mijn ogen gedroogd van tranen,
mijn voeten voor struikelen behoed.
Ik mag wandelen in het land van de levenden
onder het oog van de HEER (Ps.116,8.9).

Toch voel je meteen ook aan dat je die werkelijkheid nu alleen nog in het geloof kunt beleven. Want dat Christus ons leven ontrukt heeft aan de dood, betekent niet dat we niet meer hoeven huilen en niet meer kunnen struikelen. Wij moeten ons er soms echt toe zetten om aan Jezus Christus te blijven denken, anders zouden ook wij nog vastlopen in ons verdriet en finaal onderuitgaan.
Daarom vervolgt Paulus zijn kleine catechismus met het zinnetje: “Als wij volharden, zullen we ook met hem heersen”. Nu kom ik er regelmatig achter dat woorden die ik bekend veronderstel veel jonge mensen helemaal niets zeggen. ‘Volharding’ was een van die woorden. Nu is dat niet zo moeilijk uit te leggen, want volharden betekent gewoon volhouden. Maar je kunt Paulus’ woorden ook omschrijven zoals de Bijbel In Gewone Taal doet: “Als we altijd blijven vasthouden aan ons geloof, zullen we samen met hem regeren in de nieuwe wereld”. Dan voel je meteen ook aan dat niet zoiets bedoeld als: “Nog even de kiezen op elkaar, dan kom je er wel”. Want je moet niet je kiezen op elkaar houden, maar je oog gericht op Jezus houden.
Zoals Petrus dat moest doen, toen hij overboord stapte en over het water naar Jezus liep. Zolang hij naar Jezus keek, hield het water hem. Maar toen Hij voelde hoe sterk de wind was, begon hij meteen te zinken (Mt.14,28-31). Je kunt je daar vast wel iets bij voorstellen, ook als je nog nooit over water gelopen hebt. Want blijf maar eens op Jezus vertrouwen als je vergaat van angst of pijn. En toch, het is het enige dat je overblijft: je hoop vestigen op Hem die voor jou de dood al ingegaan is.
Misschien spreekt het je wat minder aan dat Paulus zegt dat je met Jezus mag heersen als je op Hem blijft vertrouwen. Er zullen vast mensen zijn die dat wel wat lijkt, maar dat zijn waarschijnlijk de mensen die ook nu al de baas proberen te spelen. Inderdaad. Maar wie nu al voor koning speelt, heeft zijn beurt gehad als Gods nieuwe wereld komt. Als Jezus de grondwet van Gods nieuwe wereld afkondigt, zegt Hij: “Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten” (Mt.5,5). Daarom kan er maar één koning zijn van die nieuwe wereld en dat is Jezus zelf. Want de macht is alleen veilig bij iemand die niet kwam om te heersen, maar om te dienen (Mc.10,45).
Toch gaat er een geweldige bemoediging schuil in die woorden van Paulus dat we met Jezus over Gods nieuwe wereld mogen regeren, als we in deze oude wereld op Jezus blijven vertrouwen. Want neem alleen die klimaatcrisis, die misschien wel het nieuwsitem van het afgelopen jaar was. Wat is die crisis anders dan dat de schepping zich tegen ons keert zoals het onderdrukte volk van Soedan zich tegen haar dictator keerde? Als boeren en bouwers mopperen op milieuactivisten die altijd wel een zeldzaam beestje weten te vinden om de vooruitgang te dwarsbomen, getuigt dat van een visie op het koningschap van de mens die past bij deze oude wereld, niet bij Gods nieuwe wereld. In verbondenheid met Jezus zullen wij nu niet als heersers, maar als dienaars in de schepping moeten staan, om straks die wereld te mogen binnengaan waarin er vrede is tussen alle schepselen.
Het is dus niet zo dat je vanuit de kerk meteen door mag lopen naar het koninkrijk. Niet voor niets zegt Paulus: “Als wij Hem verloochenen, zal hij ook ons verloochenen”. Nee, dat zegt Paulus niet, dat zegt Jezus zelf. In diezelfde Bergreden waarin Hij de zachtmoedigen zalig prijst, zegt hij ook: “Mensen die mij Heer noemen, komen niet vanzelf in Gods nieuwe wereld. Daar komen alleen de mensen die doen wat mijn hemelse Vader wil. Ik zal terugkomen om recht te spreken. Dan zullen veel mensen tegen mij zeggen: ‘Heer, bij alles wat we deden, hebben we uw naam genoemd. Toen we vertelden over Gods plannen, toen we kwade geesten wegjaagden, en toen we wonderen deden.’ Maar dan zal ik tegen die mensen zeggen: ‘Ik ken jullie niet. Jullie hebben steeds weer dingen gedaan die God niet wil. Ik wil jullie niet meer zien!’” (Mt.7,21,23, BGT)
Dat is wel het meest vreselijke dat Jezus tegen je kan zeggen: “Ik ken jou niet”. Als je alleen dat woord van Paulus zou kennen, zou je nog kunnen denken: Dat zegt Jezus alleen tegen mensen die met Hem gebroken hebben. Hij zal ons immers pas verloochenen, als wij Hem verloochend hebben. Maar uit wat Jezus zelf zegt blijkt dat je Hem niet alleen met je woorden, maar ook met je daden kunt verloochenen. Als Jezus zegt: “Ik ken jou niet”, betekent dat niet dat Hij niet weet wie je bent. Het betekent wel dat Hij in jou niets van zichzelf terug kent. Je lijkt niet op Hem, die Gods nieuwe wereld opende door een weg van liefde en van lijden te gaan.
Paulus volgt zijn Heer op die weg als hij vanwege zijn verkondiging van Jezus als zijn Heer de doodstraf krijgt. Een buitenstaander zou zeggen dat dat nou niet bepaald goede reclame voor Jezus was. Hoewel, een buitenstaander… Er zijn zelfs christenen die beweren dat geloven in Jezus de sleutel is voor een succesvol leven. Die zijn er nu, die waren er toen. Paulus noemt verderop in hoofdstuk 2 zelfs de namen van twee van zulke profeten van dat welvaartsevangelie: Hymeneüs en Filetus. Zij verloochenen hun Heer door te beweren dat lijden een volgeling van Jezus onwaardig is.
Maar Paulus wil mensen die lijden om hun geloof of lijden aan hun geloof juist bemoedigen. Want – heel verrassend – hij eindigt zijn kleine catechismus met de zin: “Als wij hem ontrouw zijn, blijft hij ons trouw, want zichzelf verloochenen kan hij niet”. Het lijkt net of Paulus daarmee de vorige zin weer op lossen schroeven zet: dat Jezus ons zal verloochenen, als wij Hem verloochenen. Om consequent te zijn, had Paulus moeten schrijven: als wij Hem ontrouw zijn, zal Hij ons ook ontrouw zijn. Maar dat schrijft hij dus niet. Het lijkt een breinbreker. Want hoe kan ons Christus verloochenen als wij Hem verloochenen, en ons tegelijk trouw blijven, als wij Hem ontrouw worden? Dat kan toch niet allebei waar zijn?
Blijkbaar wel. Misschien helpt het een beetje als ik zeg dat het Griekse woord voor ‘ontrouw’ ook ‘onbetrouwbaar’ kan betekenen. Zouden we die betekenis aanhouden, dan stond er: “Als wij onbetrouwbaar zijn, blijft Hij betrouwbaar”. Zo wordt ditzelfde woord ook in de aanloop van vers 11 gebruikt: “Deze boodschap is betrouwbaar”. Zet de trouw van Jezus en de betrouwbaarheid van het woord van Jezus eens af tegen president Trump met zijn berichtjes op Twitter. Ik moet daarbij vaak denk aan het woord uit het bijbelboek Spreuken: “Zoals een dolleman maar in het wilde weg schiet, met brandende pijlen dood en verderf zaait, zo is iemand die zijn vriend bedriegt, en zegt: “Het was maar voor de grap’” (Spr.26,18.19). Trump heeft veel soortgenoten. Het gemak waarmee een ander voor de hele wereld een duimpje naar beneden krijgt op YouTube of ontvriend wordt op Facebook. Stel je eens voor dat Jezus dat bij jou zou doen. En dan zegt het evangelie: Al zou Hij het willen, Hij zou het niet kunnen. Want dan zou Hij zichzelf niet meer zijn.
Daarmee heeft Paulus niet gezegd dat het dus wel wat losloopt met dat “Ik ken jou niet” van Jezus. Maar Hij zegt wel dat Jezus niet aan stemmingen onderhevig is, omdat Hij door maar één kracht gedreven wordt en dat is liefde. Je hoeft dus niet bang te zijn dat Jezus je meteen ontvriendt als jij je niet als een vriend of vriendin van Hem gedragen hebt. Je hoeft ook niet bang te zijn dat Hij zijn vertrouwen in jou opzegt als jij een tijd doormaakt waarin het je niet lukt om je vertrouwen aan Hem te geven. Dan mag je weer terug naar de eerste regel van Paulus’ kleine catechismus: Als ik met Christus gestorven ben, zal ik ook met Hem leven.
Zo mag je het nieuwe jaar ingaan: met het vaste vertrouwen dat je met Christus al gestorven bént. Hij gaat met je mee op de weg naar het léven. Ook als die weg door een land voert waar de dood nog oppermachtig lijkt te zijn.
En als het je niet lukt om de blik op Jezus te houden, dan eens aan Petrus, toen Hij wegzonk in de golven en riep: “Heer, red mij!” Dan blijkt dat Jezus zijn blik niet van Petrus heeft afgewend, want Hij is meteen bij Hem en grijpt hem vast. Zo was Jezus, zo is Jezus, zo zal Jezus zijn. Want zichzelf verloochenen kan Hij niet.

Amen.