Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > De crisis der jeugd (bij 75 jaar Vrijmaking)
titel : De crisis der jeugd (bij 75 jaar Vrijmaking)
datum : 17 november 2019
volledige onderwerp : Jakobus 03 : 18
Download deze preek.

Preek over Jak.3,18 (Den Ham, 17-11-19)

Votum en groet
LB 1010:1,2,3 (Geef vrede, Heer, geef vrede)
10 geboden
GK 243 (Heer, ik kom tot U)
Gebed
Uitnodiging Fonteinkids
L Jak.3,13-4,12
LB 990 (De laatsten worden de eersten)
T Jak.3,18
Preek
DNP 138 (Ik loof U, Heer, met hart en ziel)
Dankzegging en voorbede
Collecte
LB 146a:1,6,7 (Laat ons nu vrolijk zingen)
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

Eigenlijk was ik helemaal niet van plan om na de overdenking van Jakobus 1 in de dankdagdienst meer preken over de brief van Jakobus te houden. Maar die brief kreeg me toch weer in zijn greep. Toen ik erin doorlas stuitte ik dus ook op die merkwaardige passage uit hoofdstuk 4, waarin Jakobus zegt: “Denk toch niet dat dit loze woorden zijn in de Schrift: [ppt] ‘Hij die ons het leven gaf, maakt er des te vuriger aanspraak op”. Ik kende die woorden natuurlijk nog uit de oude vertaling: “Of meent gij, dat het schriftwoord zonder reden zegt: [ppt] De geest, die Hij in ons deed wonen, begeert Hij met jaloersheid?”
Een vreemd woord. Want wat mag dat betekenen, dat God de geest die Hij in ons deed wonen begeert met jaloersheid? Maar het werd nog vreemder, toen ik de Statenbijbel er eens bij pakte. Die vertaalt namelijk: [ppt] “De Geest, Die in ons woont, heeft Die lust tot nijdigheid?”
Maar allervreemdste is dat nergens in de Bijbel iets staat dat er ook maar een beetje op lijkt. Terwijl Jakobus beweert dat dit eigenaardige woord niet voor niets in de Schrift staat. Dat stelt de uitleggers al eeuwenlang voor een onoplosbaar probleem. Niet alleen: Wat staat hier nu precies? Maar ook: Waar staat dit precies? Ik heb in de afgelopen week dan ook heel wat uren doorgebracht om te proberen dit raadsel op te lossen.
Misschien heb ik een oplossing gevonden. Het leek me wel verstandig om dat die oplossing even aan een docent in Kampen voor te leggen. Maar het enige wat ik terugkreeg was het dringende advies hier vooral niet over te preken, omdat dit een onmogelijke bijbeltekst was. Naar dat advies luister ik graag en daarom heb ik een andere tekst voor de preek gekozen: [ppt] “Waar in vrede wordt gezaaid, brengt gerechtigheid haar vruchten voort voor hen die vrede stichten”. Ook een tekst waar wel wat aan uit te leggen valt. Maar het is vooral een tekst die veel positiever klinkt.
Toch is dat positieve woord de samenvatting van alles wat er nog aan negatieve dingen volgt. Hoofdstuk 4 komt op mij in elk geval nogal negatief over. “Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars. Weeklaag, wees treurig en laat uw tranen vloeien. Laat uw lachen veranderen in droefheid en uw vreugde in somberheid. Verneder u voor de Heer, dan zal hij u verheffen”. Dat is me nogal een veeg uit de pan. Toch zegt Jakobus het zo scherp, omdat de rechtvaardigheid van de mensen aan wie hij zijn brief schrijft blijkbaar geen vrucht draagt omdat ze niet in vrede zaaien. Terwijl het hem daar om te doen is, zijn hele brief al, dat een rechtvaardig leven wél vrucht draagt, voor God en mensen.

Hoofdstuk 4 opent met de vraag: “Waar komt al die strijd, waar komen al die conflicten bij u toch uit voort?” Die vraag houdt Jakobus bezig in dat hele stuk van hoofdstuk 4 waarin hij zijn lezers de mantel uitveegt. Hij heeft zelf inmiddels wel een antwoord die vraag gevonden, dat hij ook met zijn lezers deelt. Maar om dat antwoord te kunnen begrijpen, moeten we ons er wel eerst samen met Jakobus over verbazen dat er blijkbaar zoveel strijd gevoerd werd in de vroege christelijke kerk. Hoe is dat toch mogelijk, als je het geloof in Jezus Christus met elkaar mag delen? Als kinderen van dezelfde Vader in de hemel mag je broer en zus van elkaar zijn. Maar in plaats daarvan lijkt de kerk wel een gezin waarin alleen maar ruzie is.
Toch is dat een verschijnsel dat zich de eeuwen door heeft voorgedaan in jonge kerken. [ppt] Neem alleen onze vrijgemaakt-gereformeerde kerken. Het is dit jaar vijfenzeventig jaar geleden dat de vrijmaking plaatsvond. Door mensen die het meegemaakt hebben werd de vrijmaking ervaren als een bevrijding. “De strik brak los en wij zijn vrij geraakt”, zongen ze met Psalm 124. Toch is er de eerste jaren zoveel ruzie gemaakt, dat er binnen vijfentwintig jaar een tweede kerkscheuring plaatsvond. U hebt misschien gelezen of gehoord dat er op de komende synode een voorstel ligt om excuses aan te bieden voor de schuld aan vrijgemaakte kant.
Maar er zijn veel meer voorbeelden van geruzie in jonge kerken. [ppt] Na de afscheiding van 1834 ging het al net zo. Misschien nog wel feller dan na de vrijmaking van 1944. Je gelooft je ogen niet als je leest dat men elkaar helemaal niet als broeders, maar als neven zag. Er ging zelfs een versje rond met het refrein: “Drijft de neven uit”. Tachtig jaar later verscheen er een boekje over de begintijd van de afgescheiden kerken onder de titel: [ppt] “De crisis der jeugd”. Daarmee wordt dus de crisis van de afgescheiden kerk in haar jonge jaren bedoeld.
Maar die ‘crisis der jeugd’ is geen verschijnsel dat zich alleen in Nederland voordoet. Hetzelfde zag je honderd jaar vóór de afscheiding in Amerika gebeuren. Daar vond in 1739 een grote opwekking plaats, die de [ppt] First Great Awakening genoemd wordt. Op de gereformeerde prediking van Jonathan Edwards gaven duizenden mensen zich gewonnen aan Gods genade in Jezus Christus. Maar die opwekking liep op niets uit door het onderlinge gekrakeel en gebekvecht.
Als je die voorbeelden bekijkt, vraag je je met Jakobus af: “Waar komt al die strijd, waar komen als die conflicten bij u toch uit voort?” Het antwoord dat Jakobus geeft is onthutsend: “Is het niet uit de hartstochten die strijd leveren in uw binnenste? U verlangt naar iets, maar krijgt het niet. U bent jaloers en moordlustig, maar bereikt uw doel niet. U bekvecht en twist met elkaar. U krijgt niets omdat u niet bidt. En als u bidt ontvangt u niets, omdat u verkeerd bidt: u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen”. Een vernietigend oordeel over de jonge christelijke kerk, de jonge opgewekte kerk, de jonge afgescheiden kerk, de jonge vrijgemaakte kerk.
De rode draad van dat oordeel wordt gevormd door het woord ‘hartstocht’. Jonge kerken zijn hartstochtelijke kerken. Er heerst een groot enthousiasme over het evangelie zoals het nu ineens begrepen wordt. Maar de keerzijde daarvan is dat niemand het moet wagen om daar een vraagteken bij te plaatsen. Want dan wordt er een vraagteken bij je eigen bestaansrecht geplaatst. Het is schokkend dat Jakobus signaleert dat zelfs het gebed tot God in dienst van het eigen gelijk staat. Je bidt de Here wel om vrede, maar je bedoelt dat de Here de ander tot jouw standpunt moet bekeren. Ondertussen kom je zelf geestelijk droog te staan, omdat je het niet nodig vindt te bidden of je zelf deel mag hebben aan de waarheid waar je zo heilig in gelooft.
In dat kader staat die onmogelijke tekst waar ik de preek mee begon. Volgens mij moet die zo vertaald worden: [ppt] “Of dacht je soms dat er in de Schrift stond: De Geest die Hij in ons deed wonen verlangt naar ruzie?” Dat zou in elk geval betekenen dat Jakobus hier dus niet een woord uit de Schrift aanhaalt. Hij wil juist duidelijk maken dat de Schrift zoiets onmogelijk kan zeggen. Toch, als de Bijbel een boek wordt om de ander mee om de oren te slaan, lijkt het wel of die Bijbel maar één ding zegt: “De Geest die in ons woont verlangt naar ruzie”. Alsof ruzie een vrucht van de Geest is. Dan maak je van de Heilige Geest een scherpslijper die er vreugde aan beleeft om aan te wijzen wat er nog onvolmaakt is in de kerk. Maar Jakobus zegt dat zo’n mentaliteit niet geestelijk, maar wereld is. Je meent dat je een vriend van God bent, maar je bent een vijand van God. Want wat zegt de Schrift wél? [ppt] “God keert zich tegen de hoogmoedigen, maar aan de nederigen schenkt hij zijn genade”.
Nu kwam ik er laatst op catechisatie achter dat jonge mensen de betekenis van het woord ‘hoogmoedig’ niet meer kennen. ‘Moedig’ betekent dapper, dus ‘hoogmoedig’ zal dus wel ‘superdapper’ betekenen. Maar dat is niet zo. In plaats van ‘hoogmoedig’ kun je beter ‘hooghartig’ zeggen. Maar als je dat woord ook niet kent, is er gelukkig nog een Bijbel in Gewone Taal. Die zegt: [ppt] “God straft mensen die zichzelf belangrijker vinden dan anderen. Maar hij is goed voor mensen die zichzelf onbelangrijk vinden”. Dan voel je in elk geval aan dat Jakobus problemen heeft met de competitiesfeer in de kerk van zijn dagen.
Nu kun je je afvragen of dat nog steeds de sfeer is die er in de kerk hangt. Vijfenzeventig jaar na de vrijmaking zijn de scherpe kantjes er bij ons wel wat af. Maar of hoogmoed dus plaatsgemaakt heeft voor nederigheid? Misschien zijn we de hoogmoed waarmee we alles beter wisten dan anderen kwijtgeraakt. Maar of we dus ook nederig geworden zijn? Want nederigheid is toch echt wat anders dan negatief doen over jezelf. Volgens mij is dit het verschil tussen hoogmoedigheid en nederigheid: Een hoogmoedige heeft de handen vol aan de ander. Een nederige heeft de handel al vol aan zichzelf. Want een hoogmoedige weet precies hoe een ander moet leven. Maar een nederige weet al niet hoe hij zelf moet leven.
Daarmee bedoel ik niet dat iemand die nederig is dus een heel onzeker typ is. Dat zou je kunnen denken als een nederige iemand is die al niet weet hoe hij zelf moet leven. Toch is dat dan een vergissing. Want iemand die nederig is hoeft ook niet te weten hoe hij moet leven, als hij erop vertrouwt dat God hem de weg wel zal wijzen. Misschien mag ik het ook zo zeggen: Een hoogmoedige meent dat hij veel heeft uit te delen. Maar een nederige weet dat hij nog veel moet ontvangen. Daarom keert God zich tegen de hoogmoedigen: omdat Hij niets aan ze kwijt kan, en schenkt Hij nederigen zijn genade: omdat Hij zoveel aan ze kwijt kan. [ppt]
Er is een groot verschil tussen de kerk waar Jakobus toen zijn brief aan schreef en de kerk die zijn brief nu leest. Maar als we bij het punt komen waar het Jakobus om te doen is, is zijn brief onverminderd actueel. Want kan God zijn genade aan u en aan jou wel kwijt? Zowel ouderen als jongeren zingen graag: “Als een hert dat verlangt naar water zo verlangt mijn ziel naar U” (GK 42a). Dat is wel even een ander verlangen dan een verlangen naar ruzie. Misschien dacht Jakobus wel aan die Psalm, toen hij schreef: “Nader tot God, dan zal Hij tot u naderen”. Want dat lied over dat hert dat verlangt naar water is een Psalm. In de Bijbel begint die zo: [ppt]

Zoals een hinde smacht
naar stromend water,
zo smacht mijn ziel
naar u, o God.
Mijn ziel dorst naar God,
naar de levende God,
wanneer mag ik nader komen
en Gods gelaat aanschouwen? (Ps.42,2.3)

Is dat voor u en voor jou nog een herkenbaar verlangen? Veel mensen in de kerk verlangen naar vuur. Het vuur dat vroeger wel brandde, maar nu niet meer. Het vuur dat ergens anders wel brandt, maar hier niet. Maar volgens mij lijden wij niet aan een gebrek aan vuur, maar aan een gebrek aan dorst. Dorst naar God, naar de levende God. Misschien missen we Hem niet genoeg; zingen we wel dat Hij alleen ons hart kan vervullen, maar is ons hart niet leeg genoeg om vol van God te kunnen zijn; vragen we onszelf niet af wanneer we eindelijk dichterbij mogen komen om Hem met eigen ogen te mogen zien, omdat we wel verlangen naar een goed leven, maar niet zo naar de Gever van dat goede leven.
Jakobus zegt in het vers dat ik als tekst voor de preek gekozen heb: [ppt] “Waar in vrede wordt gezaaid, brengt gerechtigheid haar vruchten voort voor hen die vrede stichten”. Dat woord ‘vrede’ is voor Jakobus erg belangrijk, want hij begint en eindigt zijn zin ermee. Uiteraard kiest hij dat woord omdat de christenen aan wie hij schrijft alleen maar ruzie maken. Maar is vrede dus de afwezigheid van ruzie? Nee, vrede is de aanwezigheid van God, van de levende God. Als je naar de kerk komt, kom dan omdat je hoopt dat Hij daar is. Als je naar een preek luistert, luister dan omdat je hoopt dat Hij tot je spreekt. Als je een lied zingt, zing dan omdat je hoopt dat je Hem ermee mag eren. Als je gaat bidden, vraag je dan niet af wat je zult vragen, maar besef tot wie je mag spreken Hem.
Dan brengt gerechtigheid haar vruchten voort voor hen die vrede stichten, zegt Jakobus. Gerechtigheid. Als mensen een conflict hebben, betekent gerechtigheid wie er gelijk heeft. Maar als je geen conflict hebt omdat je in Gods vrede leeft, betekent gerechtigheid dat de verhoudingen goed zijn. Jij bent oké, ik ben oké, want God is goed voor ons.

Amen.