Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Dit is mijn verlangen
titel : Dit is mijn verlangen
datum : 3 november 2019
volledige onderwerp : 2 KorintiŽrs 07 : 01
Download deze preek.

Preek over 2Kor.7,1 (Den Ham, 3-11-19)

Votum en groet
GK 89:1-3 (Ik zal zolang ik leef bezingen in mijn lied)
10 geboden
Opw.502 (Jezus ik wil heel dicht bij U komen)
Gebed
L Eze.37,15-28
Opw.609 (U bent heilig)
L 2Kor.6,14-7,1
T 2Kor.7,1
Preek
Opw.623 (Laat het huis gevuld zijn)
Dankzegging en voorbede
Collecte
LB 675 Geest van hierboven)
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

De bijbeltekst die vanmorgen centraal staat is op zichzelf een stimulerend woord. We worden erin opgeroepen om ons leven op God te richten. Maar dat gebeurt op een heel mooie manier. Want Paulus beveelt ons niet op barse toon dat we gauw moeten breken met alles wat ons onrein maakt in Gods ogen. Natuurlijk moet dat wel de conclusie zijn die wij trekken uit Paulus woorden. Maar die conclusie moeten we wel zélf trekken. Waaruit? Uit de beloften die ons gegeven zijn. Welke beloften? Alle bijbelteksten die beloven dat God bij de mensen komt wonen en de mensen bij God gaan wonen.
Misschien is je eerste reactie dat dat pas na dit leven werkelijkheid wordt. Toch klinkt de tekst voor de preek meer als een uitnodiging om te leven alsof dat nu al werkelijkheid is. Zo mag het zijn. Laat het dan ook zo zijn. Paulus vermijdt het woordje ‘moeten’. Daarom is het jammer dat het in onze bijbelvertaling toch opduikt: “Omdat ons deze beloften gegeven zijn, geliefde broeders en zusters, moeten we ons reinigen”. Maar Paulus gebruikt een woord dat niet een bevel, maar een verlangen uitdrukt. [ppt] Wat God wil: bij ons wonen, dat wil ik ook: met Hem leven. Dan stempelt zijn aanwezigheid mijn leven. Geen dingen meer waar God niet in kan delen. Wat ik ook doe, Hij moet erbij kunnen zijn.
Een prachtig tekst dus, die ook nog eens mooi aansluit bij het thema van dit seizoen: Samen verder 2.0. Hoezo 2.0? Omdat we ons dit jaar meer concentreren op God. We gaan niet alleen samen met elkaar verder, maar we gaan ook en vooral samen met God verder. Dan doet het goed te horen dat God daarvoor het initiatief neemt. Hij wil verder met ons. Alleen daarom heeft het zin om na te denken over de vraag hoe wij verder willen met God. Want wij hebben niets te willen, als God niet wil. Maar omdat ons de belofte van Gods nabijheid gegeven is, mogen bij vol ontzag voor Hem ons leven aan Hem wijden.

Toch, hoe mooi deze bijbeltekst op zichzelf ook mag zijn, hij staat natuurlijk niet op zichzelf. Want het is de slotsom uit de verzen die eraan voorafgaan, en die klinken je misschien wat minder als muziek in de oren. “Loop niet in een en hetzelfde span met ongelovigen”. Sommigen van u en van jullie zullen dat woord wel kennen. ‘Geen ongelijk span met ongelovigen’, dat betekende toch dat je je verkering uit moet maken als je vriend of vriendin niet gelooft? Zo is dat woord tenminste wel vaak uitgelegd. Een ongelijk span, dat is een stel waarvan de één wel en de ander niet gelooft. Maar als je doorleest, lijkt Paulus nog veel verder te gaan. [ppt] “Ga weg bij de ongelovigen, zonder je van hen af en raak niets aan dat onrein is”. Je moet niet alleen je verkering met een ongelovige uitmaken, maar je moet elk contact met ongelovigen verbreken.
Nu denk ik meteen, als ik Paulus dat hoor zeggen, dat de apostel in zijn eerste brief aan de Korintiërs gezegd heeft: “U moet niet omgaan met ontuchtplegers. Maar dat betekent niet dat u alle ontuchtplegers die er in de wereld zijn, of alle geldwolven, uitbuiters en afgodendienaars moet mijden. Dan zou u de wereld moeten verlaten” (1Kor.5,9.10). Ik ga er dan ook vanuit dat Paulus nog steeds vindt dat dat niet de bedoeling kan zijn: je helemaal uit de wereld terugtrekken. Maar wat is de bedoeling dan wel? Want Paulus spreekt wel heel zwart-wit over het verschil tussen gelovigen en ongelovigen. Het is een verschil van gerechtigheid en wetteloosheid, van licht en duister, van Christus en Belial (satan), van het huis van God en het huis van de afgoden. Als het zo ligt, is er toch nauwelijks een ontspannen omgang met mensen die niet in God geloven mogelijk? Dan ligt er een adder onder elke grasspriet en staat de duivel achter elke boom op de loer.
Maar ook al is het bijbelgedeelte dat voorafgaand aan de tekst voor de preek weerbarstiger dan die tekst zelf, toch is het wel degelijk een prachtig stuk, juist omdat er zoveel andere bijbelgedeelten in meeklinken. Ik wil u dat graag laten zien. [ppt]

Als je zonet hebt meegelezen in de bijbelapp van het Nederlands Bijbelgenootschap heb je gezien dat dit stukje uit de Bijbel wemelt van de verwijzingen naar andere bijbelgedeelten. Als je die aanklikt, blijkt dat Paulus ook nog eens meerdere bijbelteksten tegelijk aanhaalt. Het is geen doen om al die verwijzingen bij langs te gaan. Daarom heb ik gekozen voor één bijbelgedeelte waarin bijna alles wat Paulus bedoelt terug te vinden is. Dat is het stuk uit Ezechiël 37 dat we gelezen hebben.
Daarin moet Ezechiël twee stukken hout nemen. Op het ene moet hij het woord ‘Juda’ schrijven, en op het andere het woord ‘Jozef’. Juda en Jozef waren de namen van de beide helften van het volk Israël. Vroeger waren de Israëlieten één volk geweest, maar dat was al een tijd terug. Tien stammen in het Noorden hadden gebroken met het koningshuis van David en de onafhankelijkheid uitgeroepen. Hun land, met als hoofdstad Samaria, werd meestal Israël genoemd, maar soms ook Efraïm of Jozef. De koning in Jeruzalem regeerde sindsdien over slechts twee stammen. Zijn land werd Juda genoemd.
Maar in de tijd van Ezechiël bestond het koninkrijk in het Noorden al niet meer. Het was onder de voet gelopen door de Assyriërs, die de inwoners van Israël verspreidsen over hun hele rijk. Het koninkrijk in het zuiden wachtte hetzelfde lot. De elite van Juda, waartoe ook Ezechiël behoorde, was al weggevoerd naar Babel en het zou nog maar een paar jaar duren voor Jeruzalem platgebrand werd en de overige inwoners gedeporteerd werden. Toch belooft God via Ezechiël dat Hij beide volken weer uit de ballingschap zal laten terugkeren. Niet alleen Juda, maar ook Jozef. Dat moet Ezechiël uitbeelden door van die twee stukken hout weer één te maken. [ppt] Zo kan iedereen zien dat Juda en Jozef weer één volk zullen worden.
Nu is het lastige dat Juda wel is teruggekeerd uit de ballingschap, maar Jozef niet. Er zijn dan ook mensen die menen dat deze profetie van Ezechiël nog niet in vervulling is gegaan. Zo denk ik er niet over. Want ook al zijn de tien stammen uit het Noorden niet samen teruggekeerd uit de ballingschap, van die tien stammen zijn er toch wel degelijk mensen teruggekeerd naar Jeruzalem. Als de Heilige Geest wordt uitgestort zijn Joden die van over de hele wereld naar Jeruzalem gereisd zijn voor het Pinksterfeest daar getuige van. “Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden”, zeggen ze verbaasd (Hnd.2,9-11).
Toch geloof ik dat de vervulling van de profetie nog verder gaat. Want bij dat ene volk met die ene koning uit het huis van David mogen ook mensen uit andere volken horen. Al die talen die op het Pinksterfeest klonken waren er al een voorteken van dat God zijn volk niet alleen joden, maar ook heidenen roept om tot zijn volk toe te treden. De profetie van Ezechiël: “Niet langer zullen ze uit twee volken bestaan”, krijgt een grootse vervulling als de muur die scheiding maakte tussen Israël en de andere volken wordt afgebroken (Ef.2,14).
Aan die muur werden joden tot in de kleinste onderdelen van hun leven herinnerd door de wetten van Mozes. Eén van die wetten was het voorschrift: “U mag een rund en een ezel niet samen voor de ploeg spannen” (Deut.22,10; vgl. Lev.19,19 LXX). [ppt] Waarom niet? Omdat dat hen eraan moest herinneren dat God joden en heidenen ook uit elkaar gehaald heeft. Daarom mochten joden ook niet trouwen met heidenen. “Sta geen huwelijksverbintenissen met hen toe; sta uw dochter niet af aan een van hun zonen en zoek bij hen geen vrouw voor uw eigen zoon. Want zij zouden uw kinderen ertoe verleiden de HEER ontrouw te worden en andere goden te dienen” (Deut.7,3.4). Maar in het verbod op het gebruik van een ongelijk span trekdieren en het verbod op sluiten van een huwelijk met mensen die niet bij het volk van God hoorden ging het om hetzelfde evangelie: “Ik ben de HEER, jullie God, die jullie van ander volken onderscheiden heeft” (Lev.20,24b).
Maar als dat hele onderscheid tussen joden en heidenen is opgeheven, waarom haalt Paulus dan dat verbod uit de wet van Mozes aan om twee verschillende soorten trekdieren voor de wagen te spannen? Omdat het verschil tussen Joden, Turken en Nederlanders inderdaad is opgeheven, maar het verschil tussen christenen, moslims en ongelovigen niet. Al maakt het voor je redding niet uit of je blank of zwart, rijk of arm, man of vrouw bent, hetero of homo bent, [ppt] het maakt alle verschil van de wereld als jij, tussen allerlei mensen die de Here God en de Here Jezus niet kennen, God wél kent als je Vader, en Jezus wél kent als je redder. Praat niet minachtend of dat grote voorrecht met opmerkingen als dat jij toevallig in een christelijk gezin opgegroeid bent, maar dat je moslim was geweest als je in een Arabisch land geboren was. Zoiets zeg je alleen als je niet meer aanvoelt dat je verloren was als je God niet kende als je Vader en Jezus niet kende als je redder. Als je niet meer aanvoelt hoe geweldig het is dat je God en zijn Zoon zó mag kennen, ken je God dan wel en ken je Jezus dan wel? Vergis je niet, met het geloof groot worden en geloven is niet hetzelfde. Want niet iedereen die met het geloof groot geworden is, komt tot geloof, en niet iedereen die tot geloof komt, is met het geloof groot geworden. [ppt] Als je tot geloof komt, is dat een wonder dat God met zijn Geest in jouw hart verricht.
Juist in die profetie van Ezechiël wordt dat wonder zo prachtig getekend. Je moet proberen het vóór je te zien: de volkerenwereld, één grote massa mensen. Maar God roept zijn kinderen eruit tevoorschijn. Ze treden aan het licht. Op de een of andere manier worden ze aangetrokken door God. Bij Hem willen ze zijn en bij niemand anders. Voor Hem willen ze leven en voor niemand anders. Hoe vinden ze de weg naar Hem toe? Zou dat misschien daarvan komen dat hun koning nog altijd een herder is? En waar komen ze dan uit? God zegt: “Ik zal hun een vaste woonplaats geven en hen talrijk maken; [ppt] mijn heiligdom zal voor altijd in hun midden staan. Bij hen zal ik wonen; ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn”. Toch is dat een wonderlijke zin. Want je zou verwachten dat Gods kinderen op reis gaan om bij God te gaan wonen. Maar God zegt het via Ezechiël net andersom: Gods kinderen vinden de weg door het leven omdat God bij hen komt wonen.
Als de apostel Paulus daarover nadenkt, wordt hij emotioneel: “Wat heeft de tempel van de God met afgoden te maken? [ppt] Wijzelf zijn de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: “Ik zal bij hen wonen en in hun midden verkeren, ik zal hun God zijn en zij mijn volk”. Als God midden onder zijn volk woont betekent dat dus niet dat Hij woont een stenen huis tussen hun stenen huizen. Nee, het betekent dat Hij in henzelf woont. Kun je je voorstellen dat Paulus dan roept: “Wat heeft de tempel van de levende God met afgoden te maken?”
Alle mensen stellen hun leven in dienst van een doel of een ideaal. Stel je dat doel eens voor als een hoge berg die je probeert te beklimmen. Maar als je boven bent is daar helemaal niemand. Het wordt nog erger als je de top niet haalt. Dan ben je je dus onderweg geweest naar een lege plek die je niet bereikt hebt. Terwijl de enige die inhoud aan je leven kan geven niet iemand is naar wie je toe moet klimmen, maar iemand is die tot jou neerdaalt. De enige die er al was voor jij er was en de enige die er nog is als jij er niet meer bent, daalt met zijn eeuwigheid neer in jouw tijdelijke leven.
[ppt] “Omdat ons deze beloften zijn gegeven, laten we onszelf reinigen van alle lichamelijke en geestelijke smetten en vol ontzag voor God ons hele leven heiligen”. Je lichaam en je geest reinigen en je hele leven heiligen, het zijn opdrachten die je jezelf geeft als je van harte ‘ja’ zegt op de belofte dat God in jou wil wonen en heel je leven wil vullen met zijn tegenwoordigheid. Alles en iedereen die zijn komst in jouw leven in de weg staat, moet verdwijnen.
Dat klinkt ontzettend radicaal en dat is het ook. Wat dat betreft is het nieuwe testament even duidelijk als het oude testament. Wij moeten nog steeds onderscheid maken tussen wat wel bij Gods aanwezigheid in ons leven past en wat niet. Wat dat betreft is dat verbod op twee verschillende trekdieren voor je wagen nog steeds actueel. Want er gebeuren ongelukken als je een paard voor je wagen hebt dat Jezus wil volgen én een ezel die zijn zin wil doen. Als je Jezus wilt volgen, volg Hem dan helemaal en niet een beetje, volg Hem altijd en niet soms. Volg Hem dus niet alleen in de kring van je broeders en zusters, maar ook in de kring van je vrienden en vriendinnen. Niet alleen op zondag, maar ook door de week. Niet alleen als je uit de avondmaalsbeker drinkt, maar ook als je een biertje drinkt. Niet alleen als je bezig bent, maar ook als je ontspanning zoekt. Niet alleen als je wakker bent, maar ook als je naar bed gaat. Niet alleen als je alleen slaapt, maar ook als je samen slaapt. Volg Jezus. Maar als je dat niet wilt, span dat paard dan uit en laat de ezel fijn zijn eigen gang gaan.
Er zijn veel opwekkingsliederen die je voor die keuze plaatsen. Als je ze graag zingt, doen dan wat je zingt en leef volgens je lied. [ppt]

Dit is mijn verlangen: U prijzen, Heer;
met mijn hele hart aanbid ik U.
Al wat binnen in mij is verlangt naar U;
alles wat ik vinden wil is in U.
Heer, ik geef U mijn hart,
ik geef U mijn ziel;
ik leef alleen voor U.
Leid de weg die ik ga,
elk moment dat ik besta;
Heer, doe uw wil in mij (Opw.510).

Amen.

Punten voor de bespreking

1. Wat wordt er beloofd in Eze.37,15-28, en hoe is die profetie in vervulling gegaan?
2. Welke muur is er door Jezus gevallen en welke niet? Geef aan wat beide dingen voor je betekenen.
3. Tot geloof komen is een wonder? Is dat wonder in jouw leven gebeurd? Hoe ging dat in zijn werk?
4. “Alles en iedereen die Gods komst in jouw leven in de weg staat moet verdwijnen”. Heb je zo’n keuze zelf wel eens gemaakt? Wat betekent dat voor je?
5. Herken je je in het Opwekkinglied waarmee de preek eindigt?

Bonusvraag: Zoek in een Bijbel(app) met verwijzingen de teksten die Paulus allemaal aanhaalt eens op. Wat betekenen al die teksten samen?