Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Ezekiel saw the wheel
titel : Ezekiel saw the wheel
datum : 1 september 2019
volledige onderwerp : EzechiŽl 01 : 15, 16
Download deze preek.

Preek over Eze.1,15.16 (Den Ham, 1-9-19)

Votum en groet
Opw.574 (Groot is Hij)
10 geboden
DNP 50:1,3,4 (De HEER die alle macht heeft – Hij alleen)
Gebed
Opw.609 (U bent heilig)
L Eze.1
L Eze.3,10-15
Kinderopw. 241 (Van A tot Z)
T Eze.1,15.16
Preek
Opw.586 (Hij is Heer)
Dankzegging en voorbede
Collecte
LB 149:1,2,3 (Halleluja! laat opgetogen)
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

Samen verder, dat was het thema dat vorig seizoen centraal stond in de preken in de kerk en de geloofsgesprekken thuis. Op dat thema gaan we dit jaar door. Maar dan toegespitst op God die met ons verder gaat. Wij blijven in beweging, omdat God in beweging blijft. Dat zie je voor je als je het roepingsvisioen van Ezechiël op je laat inwerken. Want daarin gaat het over vier wielen die in beweging gebracht worden door de Geest van God. Op de een of andere manier moet dat visioen Ezechiël ook in beweging brengen. God stuurt hem naar zijn volksgenoten die met hem als ballingen in Babel wonen. Want uiteindelijk is de bedoeling dat dat volk weer in beweging komt. In plaats van te treuren om het verlies van hun land, moeten ze terugkeren naar hun God.
Het visioen dat Ezechiël krijgt is dus motiverend bedoeld. Maar zo werkt het in eerste instantie niet. Zeven dagen zit hij als verdoofd in zijn woonplaats Tel-Abib, bij de ballingen die woonden bij het Kebar-kanaal. Waarom? Omdat hij overdonderd is door wat hij gezien heeft? Ook daarom. Maar hij beseft ook dat hij mensen in beweging moet zien te krijgen die lamgeslagen zijn. Wat heeft het voor zin om naar God terug te keren als Hij zijn handen van hen afgetrokken heeft? “Terugkeren naar God, dat hadden we moeten doen toen we nog in het beloofde land woonden. Nu hoeft het niet meer. Waarom zullen we nog energie steken in het verbond dat we met God hadden, als Hij zelf de stekker er al uit getrokken heeft? Het beetje energie dat we nog hebben kunnen we beter gebruiken om onze plek te vinden in een vreemd land. Vasthouden aan onze eigen cultuur staat onze integratie alleen maar in de weg. Onze toekomst is in Babel, dus zullen we hier onze draai moeten vinden”.
Het mag duidelijk zijn dat de beelden die Ezechiël zag haaks staan op de beleving van de ballingen in Juda. Want tegenover een volk dat muurvast zit, staat een God die volop in beweging is. Toch is het juist daarom een visioen dat weer nieuwe hoop geeft. Zo is het in elk geval wel begrepen door zwarte slaven voor wie Amerika het land van de ballingschap was. In hun liederen bleven ze zingen van God die zijn volk verlost uit de slavernij. Eén van die zogenaamde negro-spirituals gaat over Ezechiël 1: “Ezekiel saw the wheel a-rolling, way up in the middle of the air” (Ezechiël zag het wiel rollen, middenin de lucht). Laten we naar het begin van dat lied luisteren: [ppt].
De eerste zangers van dat lied moeten begrepen hebben dat het rollen van dat wiel iets te maken had met de loop van hun leven. Het bestaat niet dat we recht op onze ondergang af gaan, nu we dat wiel gezien hebben. God zal ons de weg naar het leven wijzen, ook als wij slechts met de dood voor ogen leven. Maar dan moeten we wel met God mee bewegen. Want zegt het refrein: “And the big wheel run by faith and the little wheel run by the grace of God” (het kleine wiel bewoog door geloof en het grote wiel door Gods genade). Het is een wiel in een wiel, midden in de lucht.
Een wiel in een wiel, die woorden komen rechtstreeks uit het Ezechiël 1. Hoe we ons dat voor moeten stellen? Waarschijnlijk zo: [ppt]. Op die manier kun je je in elk geval iets voorstellen bij de woorden uit vers 17 dat de wielen met de vier wezens meegingen, zonder om te draaien. Maar misschien mag ik het ook zo zeggen: ze gaan altijd rechtdoor, ook als ze naar links of naar rechts gaan. In elk geval zijn die wielen koersvast. Want de velgen van die vier wielen waren afgezet met ogen. Ze kunnen de weg die ze gaan dus overzien. Ze weten waar ze langs moeten om hun doel te bereiken.
Nu zegt dat oude slavenlied dat het grote wiel bewoog door het geloof en het kleine wiel door Gods genade. Dat lijkt mij een goed voorbeeld van met een kromme stok een rechte slag slaan. Want de tekst geeft geen aanleiding om het buitenwiel uit te leggen als ons geloof en het kleine wiel als Gods genade. En toch heeft de schrijver van dit lied iets gezien dat wel degelijk typerend is voor het visioen van Ezechiël. Want die wielen volgen niet hun eigen koers. Ze bewegen mee met de vier levende wezens die Ezechiël zag.
Ik vind het moeilijk te zeggen waar die vier levende wezen precies voor staan. Misschien was dat voor Ezechiël makkelijker. Want in de godsdienst die in Babel aangehangen werd kwamen zulke wezens wel voor. Een voorbeeld is de god Pazuzu [ppt]¸die ook twee poten met hoeven en vier vleugels met mensenhanden had. Zijn kop had iets menselijks en tegelijk iets beestachtigs. Voor deze god waren de Babyloniërs doodsbang, omdat hij dodelijke ziekten verspreidde. Ons zegt zo’n wezen niet veel. Maar als elk van de vier wezens vier gezichten heeft: dat van een mens, een leeuw, een stier en een adelaar, kunnen we in elk geval zeggen dat ze staan voor het leven van mens en dier. [ppt] Daarbij is de mensen de koning van de schepping, de leeuw de koning van het wild, de stier de koning van het vee en de adelaar de koning van de vogels. Ik denk als ik die vier wezens voor me zie dus niet aan Babylonische afgoden die mij niets zeggen, maar aan een woord uit de Bijbel dat me wel wat zegt:

HEER, hoog als de hemel is uw liefde,
tot in de wolken reikt uw trouw,
uw gerechtigheid is als de machtige bergen,
uw rechtvaardigheid als de wijde oceaan:
u, HEER, bent de redder van mens en dier,

een aanhaling uit Psalm 36. Hoeveel verschil er ook mag zijn tussen mens en dier, van beiden geldt dat zij het leven van God ontvangen. Als God hun de adem ontneemt, is het met hen gedaan en keren zij terug tot het stof dat zij waren (Ps.104,29bc).
Wij ontmoeten in die vier wezens God als de Schepper van al het leven. Van ál het leven, omdat het vier wezens zijn, die staan voor de vier windrichtingen: Noord, Oost, Zuid en West. Voor Ezechiël gaat er dus letterlijk een wereld open. Helemaal als we ons ervan bewust worden dat de vleugels van die wezens de hemel die de aarde overspant bijna aanraken. Er zijn uitleggers die zeggen dat ze de hemel dragen, maar dat staat er net niet. Je krijgt meer de indruk dat het andersom is: niet de aarde draagt de hemel, maar de hemel draagt de aarde. Alles hangt af van Hem die op de troon zit. Hij geeft mens en dier niet alleen het leven: vier wezens, maar ook een doel: vier wielen.
Die vier wezens en die vier wielen hangen met elkaar samen, want als de wezens zich bewogen, bewogen de wielen mee. Maar ook al werden de wezens en de wielen door dezelfde geest geleid, ze vállen toch niet met elkaar samen. Het is of zo uitgebeeld wordt dat mens en dier maar niet automatisch aan hun doel beantwoorden. Dat je er bent betekent niet dat je er al bent. Zijn is niet hetzelfde als zin.
Daarom noemde ik dat oude slavenlied een kromme stok die een rechte slag maakt. Dat blijkt ook uit het eerste couplet:

Better mind, my sister,
how you walk on de cross.
(’Way in de middle o’ de air.)
Your foot might slip an’ your soul be lost.
(’Way in de middle o’ de air.)

Oftewel: Mijn zusters, blijf onderweg steeds naar het kruis kijken, anders glij je uit en gaat je ziel verloren. Natuurlijk kun je best de vraag stellen of dat zo wel in Ezechiël 1 staat, maar ondertussen heeft de schrijver van dit lied wel iets aangevoeld van wat dit visioen laat zien: Die vier wezens en die vier wielen zijn twee verschillende dingen. Pas als die wezens op dezelfde golflengte zitten als die wielen, komt het goed.
Maar wat gaat er dan nog veel niet goed. Want het lied gaat verder met de woorden:

Let me tell you, brother,
what a sinner will do.
(’Way in de middle o’ de air.)
He’ll step on you an’ he’ll step on me.
(’Way in de middle o’ de air.)

Mijn broeders, zal ik je vertellen wat een zondaar doet? Hij stapt op jou en hij stapt op mij. Dat was de ervaring van de slaven in Amerika; dat was ook de ervaring van de ballingen in Babel. Ze werden vertrapt door vreemdelingen die de macht over hen hadden.
Op het moment dat Ezechiël door God geroepen wordt, is nog niet het hele volk in ballingschap. Alleen de elite is weggevoerd. Ondertussen gaat het leven in land van God en de eredienst in het huis van God gewoon door. Maar Ezechiël zal straks aan de ballingen in Babel moeten vertellen dat ook daar een einde aan komt. In hoofdstuk 10 ziet hij hoe de Here de tempel in Jeruzalem verlaat op een rijtuig met dezelfde vier wielen als hij in hoofdstuk 1 al gezien had. [ppt] Dan is Jeruzalem niet langer de stad van God. Het wordt onder de voet gelopen en met de grond gelijk gemaakt door de Babyloniërs.
En toch is er in dat oordeel ook genade. Want dezelfde God die verdwijnt uit Jeruzalem verschijnt in Babel. Ook daar heeft Híj het voor het zeggen en niemand anders. Hij trekt zijn eigen plan, dwars door de trots van Babel en de wanhoop van Israël heen. Al het kwaad dat zijn volk aangedaan wordt en alle zonde die zijn volk zelf doet, kan niet verhinderen dat zijn plan van vrede voor de hele schepping werkelijkheid wordt. Ja, je zou bijna zeggen dat al dat kwaad en al die zonde eraan mee moet werken dat Gods plan werkelijkheid wordt. Want in het visioen van Ezechiël gaan de vier wezens en de vier wielen steeds dezelfde kant op. Waar voor ons gevoel onze wereld en Gods koninkrijk steeds verder uit elkaar groeien, mag Ezechiël zien dat ze juist samen opgaan, omdat het God is die alles in allen uitwerkt (1Kor.12,6).
Maar hoe fascinerend die vier wezens en die vier wielen ook mogen zijn, uiteindelijk mogen we met Ezechiël zien op Hem die in alles werkt en tegelijk boven alles staat. Maar wat is Ezechiël dan terughoudend, want op een hemelsblauwe troon ziet hij een gedaante als van een mens. Als je de Naardense Bijbel ernaast legt, klinkt het nog meer als het zoeken naar woorden voor iets waar geen woorden voor zijn: [ppt] “Boven het gewelf boven hun hoofd is iets zichtbaar als van saffiersteen: de gedaante van een troon; en óp de gedaante van de troon de gedaante met het aanzien van een mens daarop, daar bovenop”. Maar hoe voorzichtig Ezechiël zich ook uitdrukt, hij kiest toch voor het woord ‘mens’ als hij wil zeggen wie God is. Het zou godslasterlijk geweest zijn als God zich niet in de mens Jezus Christus geopenbaard had. Ik kan het niet anders uitleggen dan dat Ezechiël al een glimp van Hem gezien heeft. Het is zo wonderlijk in dit visioen dat de dingen die het dichtstbij ons staan: die wezens en die wielen, ons meest vreemd voorkomen, en de dingen die het verst boven ons uitgaan ons het meest vertrouwd voorkomen: een gedaante als van een mens.
Maar wat geeft dat een hoop en een moed. Van de wereld om ons heen begrijpen we vaak net zo weinig als van het visioen van Ezechiël. Het visioen laat ons wel zien dat God zijn en zin bij elkaar weet te houden. Wij zullen het doel van ons leven echt wel bereiken, ook als wij dingen mee moeten maken die voor ons gevoel zinloos zijn. Want die vier wielen bewegen mee met die vier wezens. Maar daarin wordt iets uitgedrukt wat we niet kunnen ervaren, maar moeten geloven. Toch mogen we vertrouwd zijn met Hem die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt (Ef.1,11). Hoe vreemd de dingen ook mogen zijn, Hij die al die dingen leidt hoeft ons niet vreemd te zijn. Want op de troon zien we een gedaante als van een mens. Op de een of andere manier komt Hij ons bekend voor. In Jezus Christus hebben we Hem leren kennen als de God die ons leven niet alleen van bovenaf, maar ook van binnenuit kent. De allerhoogste is je allernaaste geworden.
Laat het doel van dit nieuwe seizoen dan voor u en jullie allemaal zijn om vertrouwd te raken met Hem die vertrouwd geraakt is met jou. Ik ben ervan overtuigd dat je ook vertrouwen in het leven krijgt als je vertrouwen in God hebt. Hij is goed en daarom moet de weg die Hij met je gaat ook goed zijn. Dan komen we samen verder: God en wij, langs de weg die Hij voor ons uitzet.

Amen.