Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Jezus en de cloud (Hemelvaart)
titel : Jezus en de cloud (Hemelvaart)
datum : 30 mei 2019
volledige onderwerp : Handelingen 01 : 14
Download deze preek.

Preek over Hnd.1,14 (Den Ham, Hemelvaartsdag 2019)

Votum en groet
DNP 108 (Ik kijk er, God, intens naar uit)
Gebed
L Hnd.1,1-14
ELB 123 (De hemel juicht)
L Efe.4,7-16
GK 250 (God is getrouw, zijn plannen falen niet)
T Hnd.1,14
Preek
LB 653:1,3,6,7 (U kennen, uit en tot U leven)
Geloofsbelijdenis van Nicea
LB 217:5 (Aan U ons loflied: glorie aan de Vader)
Dankzegging en voorbede
Collecte
LvK 235 (In bidden en in smeken)
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

De Heer is in de wolken,
onttrokken aan ons oog.
Maar Hij heeft alle volken
zijn koninkrijk beloofd (LB 666:2a).

Zo begint het tweede couplet van een Hemelvaartslied uit het Liedboek. Best een mooi lied. Maar die eerste regel vind ik een beetje flauw: “De Heer is in de wolken”. Daarmee wordt natuurlijk gezinspeeld op de woorden uit Handelingen 1, dat Jezus werd opgenomen in een wolk zodat de apostelen hem niet meer zagen. Maar ondertussen lijkt de dichteres die wolk liever figuurlijk dan letterlijk te nemen. Want als iemand in de wolken is, betekent dat in het Nederlands dat diegene ontzettend blij is. Maar is de Heer dus ontzettend blij? Volgens mij moet zo’n woordgrap verbloemen dat de dichteres niet goed raad weet met Jezus’ hemelvaart. Jezus die van de aarde opstijgt en door zijn vrienden nagekeken wordt tot Hij boven de wolken is? Zolang mensen dachten dat de hemel boven was, konden ze dat wel geloven. Maar als je zelf vanuit het vliegtuig op de wolken neergekeken hebt of vanuit een ruimteschip op de aarde neergekeken hebt, kun je met zo’n verhaal toch niet meer aankomen? Laten we het er daarom maar op houden dat de Heer in de wolken is en verder maar in het midden laten wat we ons daar precies bij voor moeten stellen.
Nu geloof ook ik niet dat we ons Jezus’ hemelvaart als een ruimtevaart moeten voorstellen. Daarvoor geeft het verhaal dat Lucas vertelt in Handelingen 1 ook geen aanleiding. Lucas laat het bij een paar heel sobere aanduidingen. In de eerste plaats staat er dat Jezus ‘omhoog’ geheven werd. Hij die naast ons staat is daarmee ook degene die boven ons staat. In de tweede plaats staat er dat Jezus omhoog geheven ‘werd’. Hij klom dus niet zélf naar boven, maar werd naar boven gehááld. Dan kan moeilijk iets anders betekenen dan dat God Hem die hoge positie geeft. Toch zegt Lucas dat niet hardop. In plaats daarvan zegt hij dat Jezus werd opgenomen in een ‘wolk’. Maar een wolk is in de Bijbel een teken van de aanwezigheid van God. Denk eens aan de wolk die het volk Israël voorging tijdens de reis naar het beloofde land of aan de wolk die de tempel van Salomo vulde. Een bijzonder teken, omdat die wolk Gods majesteit zichtbaar maakte en tegelijk onzichtbaar maakte. Dezelfde dubbelheid heeft de wolk waarop Jezus naar de hemel gaat: die openbaart zijn heerlijkheid en verbergt zijn heerlijkheid. Voor de ógen van zijn apostelen wordt Hij opgenomen in een wolk, zodat ze Hem níet meer zien.

In een Engelstalige verklaring van Handelingen 1 las ik deze zin: “The cloud is the sign of God’s presence”. Als ik die zin in het Nederlands vertaal, staat er: “De wolk is het teken van Gods aanwezigheid”. Toch bleef dat Engelse woord voor ‘wolk’ bij mij haken: cloud. Want inmiddels is dat ook in het Nederlands een gangbaar woord geworden.
Veel mensen slaan hun computerbestanden niet meer op hun eigen computer op, maar in de cloud. Dat betekent dat die bestanden ergens op het internet staan zonder dat je precies weet waar. In het begin leek dat maar griezelig. Was dat wel veilig? Maar de ervaring heeft geleerd dat dat juist veel veiliger is. Want vroeger was je alles kwijt als je computer crashte. Maar nu kun je zelfs nog bij je foto’s als je huis is afgebrand. Met de juiste inloggegevens kun je ze via elke computer weer terughalen. Ook in onze gemeente zijn er steeds meer mensen die thuis werken, omdat ze niet meer naar kantoor hoeven om met de computer te kunnen werken. Als je in de cloud werkt, kun je je werk overal doen. Ook al is de cloud inmiddels ook voor mij een begrip, tot gister wist ik niet waarom de cloud de cloud heette. Maar op wikipidia las ik deze verklaring: “De cloud (Nederlands: wolk) staat voor een netwerk dat met al de computers die erop aangesloten zijn een soort 'wolk van computers' vormt, waarbij de eindgebruiker niet weet op hoeveel of welke computer(s) de software draait of waar die computers precies staan”.
Nu begon ik de preek met een lied dat ons wil laten zingen dat de Heer in de wolken is. Dan zullen we het toch niet meemaken dat ik in diezelfde preek ga beweren dat de Heer niet in de wolken, maar in de cloud is? Nee, dat zullen we niet meemaken, want dat ga ik niet beweren. Toch is het beeld van de cloud wel degelijk bruikbaar om de betekenis van Hemelvaart mee uit te leggen. Want hoe beleef je Hemelvaart? Ik denk dat dat voor veel mensen nog steeds een moeilijke vraag is. Want die vraag wekt de indruk dat Hemelvaart een belevenis is. Kan dat wel, als Jezus door zijn hemelvaart onbereikbaar voor ons wordt?
Maar dat is dus ook niet zo. Want zijn je bestanden onbereikbaar geworden als ze niet meer op je eigen computer staan, maar ergens in de cloud? Nee, ze zijn juist overal bereikbaar, waar je ook bent. Je hoeft alleen maar in te loggen om erbij te kunnen. Dat zie ik de apostelen doen, als ze terugkeren uit naar Jeruzalem en naar de bovenzaal gaan waar ze verblijf hielden. Want wat doen ze dan? Wat verloren bij elkaar zitten om hun gemis met elkaar te delen? Zo zaten ze wel bij elkaar toen Jezus gekruisigd was: ontgoocheld omdat dat man van wie zijn vast geloofd hadden dat Hij de Messias was in het graf lag. Maar lees dan eens hoe ze nu bij elkaar zijn: “Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed”.
Nu zou je kunnen opmerken dat daar nog niet uit bleek dat Jezus voor hen veel bereikbaarder geworden was dan toen Hij nog bij hen op aarde was. Want er staat toch niet dat zij tot Jezus baden? Nee, maar in het begin van Handelingen 1 staat wel de welke opdracht Jezus zijn apostelen gegeven had voor de dagen na zijn hemelvaart: “Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij gehoord hebben, in vervulling zal gaan. Johannes doopte met water, maar binnenkort zullen jullie gedoopt worden met de heilige Geest”. Hoe houden de apostelen zich dus aan de opdracht om te wachten op de uitstorting van de Heilige Geest? Door er zonder ophouden om te bidden:

Kom, Jezus, kom,
vul dit land met uw heerlijkheid.
Kom heil’ge Geest, stort op ons uw vuur.
Zend uw rivier, laat uw heil
heel de aard' vervullen.
Spreek, Heer, uw woord:
dat het licht overwint (Opw.334).

Ook al zullen de apostelen dat lied niet gezongen hebben, toch geeft het precies weer wat hun gebed geweest moet zijn. Door naar de hemel te gaan laat Jezus geen leegte achter, Hij is juist opgestegen om alles met zijn heerlijkheid te vervullen: heel zijn kerk, heel de aarde, heel de schepping. Daar geloven de apostelen heilig in, nu ze met eigen ogen gezien hebben hoe Jezus is opgenomen in Gods verborgen aanwezigheid. Zijn dood voor de zonden zal als een stroom van genade over de wereld gaan. Zijn opstanding zal wereldwijd mensen opwekken tot een nieuw leven. Te beginnen bij de kerk, “die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult” (Ef.1,23). Zo zegt Paulus het in hoofdstuk 1 van zijn brief aan de Efeziërs. De kerk moet allereerst vervuld worden met zijn heerlijkheid. Tot ze uit haar voegen barst en ze Jezus’ heerlijkheid niet langer voor zichzelf kan houden omdat het teveel is.
Het trof mij, toen ik las wat Calvijn een kleine vijfhonderd jaar geleden schreef over Handelingen 1, dat die zegt: “Het bidden van de apostelen is geen teken van twijfel, maar getuigt juist van vertrouwen. Want wij willen graag krijgen wij Hij ons beloofd heeft en op het gebed zal geven. Zo moeten ook wij, naar het voorbeeld van de apostelen, volhouden in ons gebed, om elke dag meer van de Heilige Geest mogen krijgen”. Wat mij daarin zo trof? Wel, Calvijn zegt dus niet dat de apostelen nog moesten bidden om de Heilige Geest, maar dat wij dat niet meer hoeven te doen sinds die Geest op het Pinksterfeest is uitgestort. Nee, naar het voorbeeld van de apostelen moeten wij volhouden in ons gebed, om elke dag meer van de Geest te mogen krijgen. Hoezo dan ‘meer’? Calvijn antwoordt: “Ik zeg ‘meer’, omdat de Geest ons al geschonken moet zijn, voordat wij kunnen bidden”. Dat is een nuchtere en tegelijk diepe opmerking. Want het is waar: Zou de Geest nog op ons uitgestort moeten worden, dan zouden we ook niet bidden. Maar als wij wel bidden, betekent dat dus niet dat de Geest niet meer op ons uitgestort hoeft te worden. Nee, als de Geest in ons hart gaat werken, beginnen we deel te krijgen aan Jezus zelf: Hij in ons en wij in Hem (Joh.14,20). Maar heb je eenmaal de volmaaktheid geproefd hebt, dan smaakt dat naar meer.
Tegelijk schuurt die volmaaktheid met de onvolmaaktheid van je eigen leven en de onvolmaaktheid van de wereld waar je in leeft. Hemelvaart roept dan ook het verlangen wakker naar de komst van het koninkrijk van de Messias. Als Jezus dan door God aangewezen is als de Messias, door Hem een plaats te geven aan zijn rechterhand, laat Hij dan ook deze kapotte wereld weer heel maken met de kracht van zijn opstanding. Hoe nabij Jezus ons door zijn hemelvaart ook gekomen, Hij blijft verborgen aanwezig. Maar die verborgenheid moet toch een keer ophouden? Ja, zeggen die beide engelen tegen de apostelen die hun Heer nakijken. Want “Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan”. We hoeven vol heimwee terug te kijken op de dagen dat Jezus nog op aarde was. Maar we moeten we vol verlangen uitkijken naar de dag dat Jezus weer op aarde komt.
Ik geloof dat de apostel Paulus dat bedoelt, als hij zegt in het gedeelte dat we gelezen hebben uit zijn brief aan de Efeziërs: “Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus”. Maar ik zou het ook wat eenvoudiger kunnen zeggen met de woorden uit een geliefd opwekkingslied: “Spoedig zullen wij Hem zien en voor altijd op hem lijken en Jezus kennen zoals Hij is” (Opw.585). Zeg jij daar ook ‘amen’ op? Als het echt je verlangen is om Hem te zien, op Hem te lijken en Hem te kennen, dan tekent dat toch nu je leven al? Hoe zou je straks graag op Hem willen lijken, als je nu vooral jezelf wilt zijn? Hoe zou je Hem straks graag kennen zoals Hij is, als je nu niet van Hem houdt?
De tekst voor de preek zegt niet alleen dat Jezus’ eerste gemeente, zoals die bijeen was in die bovenkamer in Jeruzalem, zich ‘vurig’ wijdde aan het gebed, maar ook dat zij zich ‘eensgezind’ wijdde aan het gebed. Zij waren één in hun verlangen naar Jezus’ nabijheid. Ontroerend dat ook Maria, de moeder van Jezus, beheerst werd door dat verlangen. Ook al had zij Jezus in haar schoot ontvangen, Hij was haar toch vaak vreemd geweest. Maar nu is het verlangen van de kerk ook haar verlangen: Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, in de hoop ook zelf uit de dood op te staan (Flp.3,10.11). Natuurlijk zeggen Rooms-katholieken dat niet Maria zich aansluit bij het gebed van de kerk, maar de kerk zich aansluit bij het gebed tot Maria. Als ik onze tekst lees, denk ik niet dat de apostelen zich aansloten bij het gebed van Maria, maar dat Maria zich aansloot bij het gebed van de apostelen. Maar als wij niet bidden om de komst van Jezus, kunnen wij ons maar beter wel bij Maria aansluiten. Want Hij moet komen, in ons hart, in ons leven, in de wereld.
Maranata (1Kor.16,22), kom, Here Jezus! (Opb.22,20)

Amen.