Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Samen verder in de liefde (+ gesprekpunten)
titel : Samen verder in de liefde (+ gesprekpunten)
datum : 12 mei 2019
volledige onderwerp : 1 KorintiŽrs 12 : 31
Download deze preek.

Preek over 1Kor.12,31 (Den Ham, 12-5-19)

Votum en groet
GK 63:1,2 (O God, mijn God, ik zoek uw hand)
10 geboden + samenvatting
LvK 92:1,2,5 (Al kon ik alle talen spreken)
Gebed
Uitnodiging Fonteinkids
L 1Kor.12,27-13,13
LB 974:1,2,5 (Maak ons uw liefde, God, tot opmaat)
T 1Kor.12,31
Preek
GK 85:3,4 (Bij wie Hem vrezen is zijn heil geplant)
Dankzegging en voorbede
Collecte
GK 246 (Nu bidden wij met ootmoed en ontzag)
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

“Richt u op de hoogste gaven”. Met die oproep keert de apostel Paulus zich tegen de zesjescultuur. Als je net voor je examen zit, kun je waarschijnlijk wel meevoelen met Paulus. Misschien heb je best wel eens gedacht dat een zesje ook een voldoende was. Maar nu je gaat voor het diploma, wil je toch gaan voor het hoogste. Ook in de kerk kan een zesjescultuur hangen. Dan doe je wat er minimaal van je verwacht. Vroeger: twee keer naar de kerk gaan, nu: één keer naar de kerk gaan. Als je zo’n instelling hebt, zal je geloof weinig invloed hebben op de keuzes die je maakt. Daarom spoort de apostel je aan om te gaan voor de hoogste gaven van de Geest. Daar bedoelt hij mee dat je de Geest alle ruimte moet geven om uit jou te halen wat God in je gelegd heeft.
Toch lijkt Paulus die oproep om te gaan voor het hoogste zelf onderuit te halen, door te zeggen dat er een weg is die nóg voortreffelijker is. Hij trekt er een heel hoofdstuk voor uit om die weg te bezingen: 1 Korintiërs 13, het loflied op de liefde. Maar zegt hij daarmee zelf niet dat het er uiteindelijk niet zoveel toe doet hoe je leeft, zolang je maar van elkaar houdt?
Aan het begin van de geschiedenis heeft God het huwelijk ingesteld. Een bijzondere gave die van twee mensen één maakt, naar lichaam én ziel. Een gave die nog stamt uit het paradijs. Ik ben dan ook geneigd te zeggen: Waarom zou je dan met minder genoegen nemen, door met elkaar samen te gaan wonen zonder te beloven dat je elkaar trouw zult zijn in goede en kwade dagen, zolang je leeft? Waarom kiezen voor een vrijblijvende vorm van samenleven als je ook kunt kiezen voor de hoogste gave: het huwelijk? Maar als Paulus zegt dat de liefde het allerbelangrijkste is, waar blijf ik dan met mijn verhaal dat trouwen beter is dan samenwonen? Zolang twee mensen van elkaar houden, is er toch niets aan de hand?
Maar ook over andere onderwerpen kunnen we ons in de kerk erg druk maken. Neem de discussie over vrouw en ambt. Moet je niet zeggen dat mensen die daar tegen protesteren aan het belangrijkste niet toekomen? Want ze veroordelen mensen die er anders over denken dan zij, terwijl ze hen juist in liefde zouden moeten aanvaarden. Paulus zegt in 1 Korintiërs 13 vers 2: “Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn”. Wat maak je je dan druk over een paar bijbeltekstjes die tegen de vrouw in het ambt lijken te pleiten? Met je liefdeloze gelijk klink je volgens Paulus als een dreunende gong of een schelle cimbaal. Ik zou zeggen: je klinkt als het deksel van een vuilnisemmer: hard en hol.
Toch geloof ik niet dat Paulus 1 Korintiërs 13 geschreven heeft om onze discussies bij voorbaat dood te slaan. Al was het alleen omdat hij in hoofdstuk 14 gewoon verder gaat met waar hij in hoofdstuk 12 mee geëindigd was. “Richt u op de hoogste gaven”, zegt hij in 12 vers 31. Welke gaven hij bedoelt, wordt duidelijk in 14 vers 1: “Streef naar de gaven van de Geest, vooral naar die van de profetie”. Toch staat dat hoofdstuk 13 er wel tussenin. Niet omdat je niet zou hoeven te gaan voor het hoogste, maar omdat gaan voor het hoogste niets voorstelt als je niet gedreven wordt door de liefde.
Neem alleen dat woord dat ik net al aanhaalde: “Al had ik de gave om te profeteren, al doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis, al had ik het geloof om bergen te verplaatsen…” Zijn dat dan allemaal waardeloze dingen? Helemaal niet. Je zou willen dat je het geloof had om bergen te verplaatsen. Vooral als je elke morgen weer als een berg opziet tegen de dag die voor je ligt. Het zou toch wat zijn als je vertrouwen op God zo groot was dat je je zorgen compleet van je af kon zetten?
Of neem die gave om te profeteren. Dat is de gave waar ik me in mijn werk als dominee op richt: het spreken van Gods woord voor déze tijd voor déze mensen. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat ik daar niet naar streef, omdat het belangrijkste is dat ik veel van m’n gemeente houd? Er moet geprofeteerd worden. Maar er mag niet liefdeloos geprofeteerd worden. Ook als ik eens kritisch in uw richting bent, moet u wel kunnen merken dat het Gods liefde is die mij drijft.
Van dat geloof dat bergen kan verzetten kun je hetzelfde zeggen. Waarom wil jij die berg zo graag verzetten? Om aan anderen te laten zien hoe groot jouw geloof wel niet is? Worden die anderen daar beter van? Maar misschien word je er zelf wel beter van als die berg uit de weg is. Toch kun je dan nog steeds vraag stellen: Is dat wel goed voor je relatie met de mensen om je heen? Is dat wel goed voor je relatie met God? Want als die berg weg was, zou je niet meer zo afhankelijk zijn van de liefde van anderen. Maar zou je misschien juist als je afhankelijk bent mogen ontdekken hoe geliefd je bent, door mensen en door God? Hoef je geen wonderen te kunnen verrichten om de liefde van anderen te winnen? Zou juist door jouw zwakheid het wonder van de liefde zich kunnen voltrekken?
Eén ding is zeker: de liefde waar Paulus het over heeft is veel meer dan een prettig gevoel. Natuurlijk, vlinders in je buik kunnen ook een teken van liefde zijn. Maar het zou onzin zijn om te bewerken dat de liefde weg is als die vlinders weg zijn. Verliefdheid wordt pas liefde als je samen door de diepte gegaan bent. Want wat zegt de apostel van de liefde? “Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze”. Dat zijn woorden die beter bij een slecht huwelijk lijken te passen dan bij een goed huwelijk. Want wat valt er te verdragen, te geloven, te hopen en te volharden als alles rozengeur en maneschijn is? Maar als het dat niet is, en dan toch alles van de ander verdragen, in de ander blijven geloven, voor elkaar blijven hopen, voor elkaar blijven gaan, dat kun je alleen als je ondanks alles van de ander houdt.
Waar vind je die liefde, die geduldig en vol goedheid is, die zich niet boos laat maken en het kwade niet aanrekent? Is die wel te vinden? De apostel zegt wel dat de liefde nooit vergaat, maar er zullen genoeg mensen zijn die een ander ervaring hebben. In het liedboek staat een gezang in de rubriek ‘trouw’, dat gezongen kan worden met mensen die gescheiden zijn. Het begint zo:

Wat ons bond, God, is verbroken,
onze liefde is gedoofd.
Niemand kan de wond nog helen,
zwijgend buigen wij het hoofd.

Vul de stilte met uw adem,
alle druk is ons te veel.
Wij gaan onder in ons falen,
als uw liefde ons niet heelt (LB 795:1,2).

Maar je hoeft niet gescheiden te zijn om die laatste beide regel mee te kunnen zingen: “Wij gaan onder in ons falen, als uw liefde ons niet heelt”. Wat dat is toch het evangelie voor ons allemaal: dat wij niet ondergaan in ons falen omdat Gods liefde ons wel heelt?
Paulus heeft het de hele tijd over ‘de’ liefde. Best opvallend, dat lidwoord. Zou je het weglaten, dan zou dat veel natuurlijker Nederlands opleveren: “Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik geen liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal”. In de verzen 4 tot 7 is het nog opvallender: “De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan”. Paulus spreekt over de liefde alsof het een persoon is. Is God niet die liefde in eigen persoon? Zou je ‘de liefde’ vervangen ‘God’, dan zou 1 Korintiërs 13 nog steeds kloppen: “God is geduldig en vol goedheid. God kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Hij is niet grof en niet zelfzuchtig, hij laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan”.
En toch zou het je evangelie eruit halen als je 1 Korintiërs 13 las als een lofzang op God. Want ook al zou het helemaal waar zijn als je vers 8 las alsof er stond: “God zal nooit vergaan”, die waarheid is geen evangelie. Het wordt pas evangelie als je leest: “De liefde zal nooit vergaan”. Want voor liefde zijn er twee nodig: God en wij. Als Paulus schrijft dat de liefde nooit vergaat, dan bedoelt hij dat God liefde voor óns nooit vergaat. Maar dat kan toch niets anders betekenen dan dat wij nooit zullen vergaan als we uit Gods liefde leven? Ons leven is voor altijd geborgen in de eeuwige liefde van God.
Daarom is de liefde de grootste, groter dan geloof en hoop. Want geloof en hoop zijn menselijk. God hoeft niet geloven in wat Hij nog niet ziet en God hoeft niet te hopen op wat er nog niet is. Wij moeten dat wel. Tot de wereld waarop wij hopen er is en wij God zien zoals Hij is. Dan hoeft er niet meer geloofd en gehoopt te worden. Maar de liefde zal nooit vergaan. Nu is de liefde nog goddelijk, maar dan zal ze ook menselijk zijn, als wij niets anders meer kunnen en niets anders meer willen dan van Hem houden. Ik kan daar sterk naar verlangen en ik hoop: u met mij.
Zolang wij nog niet helemaal vervuld zijn van Gods liefde, moeten we dan ook voorzichtig zijn met ons oordeel. Is het echt uit liefde dat wij een ander de waarheid zeggen, of zit er misschien ook iets van onze doodsvijanden bij: de duivel de wereld en ons eigen zondige ik? “Ons kennen is beperkt en ons profeteren schiet tekort”, zegt de apostel die het allemaal zo goed lijkt te weten en het ook nog eens allemaal zo goed kan zeggen. Wij kunnen uit onszelf niet weten wie God is en wat God wil. Als wij al kennis hebben van God en zijn wil, dan omdat wij gekend zijn. Het is geen kennis die uit ons opkomt, maar kennis die uit God opkomt. Hoe wij door God gekend zijn, wordt ons pas duidelijk als we kijken naar Jezus die voor ons aan het kruis hangt. Zo had het met ons af moeten lopen. Zo is het met Jezus afgelopen. Al begrijp je daar niets van, één ding weet je heel zeker: dat God liefde is en dat God liefde doet.
Maar wijzelf? Paulus zegt in vers 12: “Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten”. Maar in de omgang met God zijn wij nog lang niet die volwassenen die het kinderlijke zo langzamerhand wel eens achter zich mogen laten. Onze taal, ook onze geloofstaal, is kindertaal. Onze woorden zijn kindergebrabbel. Dat moet ons bescheiden maken. Maar het mag ons ook blij maken. Want al zijn wij in de omgang met God maar kinderen, we zijn wel zijn kinderen, van wie Hij eindeloos veel houdt. Amen.

Gesprekspunten

1. Hangt er in de kerk een zesjescultuur? Herken je daarvan iets bij jezelf?
2. Haalt Paulus zijn oproep om te gaan voor het hoogste niet onderuit door te zeggen dat het uiteindelijk gaat om de liefde?
3. Hoe laat je door de liefde leiden als je moeite hebt met de leer of het leven van een ander?
4. “Al had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn”. Waarom niet? Als je een groot geloof hebt, is dat toch iets moois?
5. Alles verdragen, alles geloven, alles hopen, in alles volharden: is dat wel haalbaar?
6. Wat vind je ervan dat van geloof, hoop en liefde de liefde de grootste is? Ben je het daar mee eens? Hoe werkt dat dan bij jou in de praktijk?