Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > De winst van Jezus' vrede
titel : De winst van Jezus' vrede
datum : 14 april 2019
volledige onderwerp : Lucas 19 : 26
Download deze preek.

Preek over Lc.19,26 (Den Ham, 14-4-19)

L Ps.103:1-5 / GK 84:1,6 (bij afkondiging overlijden zr. Plaggenmars-Overweg)
Votum en groet
GK 24:1-3
10 geboden
GK 24:4,5
Gebed
L Luc.19,11-28
LB 550
T Luc.19,26
Preek
GK 249:6-9
Formulier voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen
• ELB 79 (na Zegen)
Dankzegging en voorbede
Collecte
LB 754
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

Vandaag is het Palmzondag. In veel kerken wordt gevierd hoe Jezus, rijdend op een ezel, als een vorst werd binnengehaald in Jeruzalem. Mensen zwaaiden met palmtakken en riepen: “Gezegend hij die komt als koning, in de naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste”. We hebben er net van gezongen, met de woorden uit de profetie van Zacharia 9: “Verheug u, gij dochter van Sion, en jonkvrouw Jeruzalem, juich. Uw koning komt binnen, het rijk gaat beginnen”.
Maar gaat dat rijk wel beginnen? Was het Jezus’ bedoeling wel om het vrederijk van de Messias te laten aanbreken, toen Hij Jeruzalem binnenreed? Want vlak voor het verhaal van Palmzondag staat de gelijkenis van de drachmen. Dat begint met de woorden: “Aan de mensen die stonden te luisteren, vertelde Jezus nog een gelijkenis, aangezien hij nu dicht bij Jeruzalem was en zij dachten dat het koninkrijk van God nu spoedig zou aanbreken”. Vergisten de mensen zich daar dan in?
Jezus zei: “Een man van voorname afkomst ging op reis naar een ver land om het koningschap in ontvangst te nemen en dan terug te keren”. Op zich kwam dat de mensen bekend voor. Iemand die koning over Israël werd moest immers naar hoofdstad van het Romeinse rijk afreizen om door de keizer in zijn ambt bevestigd te worden. Zo was ook een zoon van Herodes de Grote na het overlijden van zijn vader naar Rome afgereisd om als opvolger aangewezen te worden. Maar de mensen stuurde een afvaardiging achter hem aan met de boodschap voor de keizer: “We willen niet dat die man koning over ons wordt”.
Hoe bekend het verhaal dat Jezus vertelde de mensen ook mocht voorkomen, ze zullen zich erover verbaasd hebben dat de Zoon van God dezelfde route naar het koningschap moest volgen als de zoon van Herodes. Hij was toch de Messias? Dan wordt toch eindelijk alles anders? Maar het lijkt allemaal net zo te gaan als het in de wereld ook gaat.
Toch heeft Jezus zijn leerlingen niet tegengehouden, toen ze Hem op een ezel Jeruzalem binnen lieten rijden. Sterker nog, dat was maar geen idee van de leerlingen, maar van Jezus zelf. Hij zelf gaf de opdracht aan twee van hen om in het eerstkomende dorp een ezelsveulen voor Hem op te halen. Mocht de eigenaar vragen: “Waarom maken jullie het los?”, dan moest ze antwoorden: “De Heer heeft het nodig”.
Daar leren we in elk geval uit dat ook volgens Jezus zelf het vrederijk zou beginnen, waar de profeet Zacharia al van gesproken had:

Nederig komt hij aanrijden op een ezel,
op een hengstveulen, het jong van een ezelin.
Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen
en de paarden uit Jeruzalem;
de bogen worden gebroken.
Hij zal vrede stichten tussen de volken.
Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee,
van de Rivier tot de einden der aarde.

Nu gaat het inderdaad beginnen, ook als het nog een hele tijd duurt voor het koningsdag wordt en de koning jouw woonplaats komt bezoeken. Want na zijn dood en opstanding is Hij vanaf de Olijfberg opgevaren naar de hemel om van zijn Vader alle macht in de hemel en op de aarde te ontvangen. En overal waar mensen Hem als koning erkennen, wordt er een vrede werkelijkheid waar je met je verstand niet bij kunt.
Zou Jezus op die vrede doelen, als Hij in zijn gelijkenis vertelt dat die man van hoge afkomst tien van zijn dienaren bij zich roept en hun alle tien honderd drachme geeft? Best een aardig bedrag als je weet dat het dagloon van een arbeider in de dagen van Jezus één drachme was. Maar een kapitaal was het ook weer niet. Een heel verschil met die andere gelijkenis van Jezus, waarin de dienaren geen drachmen, maar talenten kregen. Want een talent is zestig pond en een pond is weer honderd drachmen. Als in die gelijkenis de eerste dienaar vijf talenten krijgt, de tweede twee en de derde één, krijgen ze dus driehonderd, honderdtwintig en zestig keer zoveel als in de gelijkenis van de drachmen. Staan de talenten uit die andere gelijkenis dan voor heel iets anders dan de drachmen uit deze gelijkenis? Ik denk het niet. Want het is maar net hoeveel waarde je toekent aan wat Jezus je geeft. Vergelijk je het met rijkdom hier op aarde, dan lijkt wat Jezus je in handen geeft weinig waard. Jezus zelf zegt bij de evangelist Johannes: “Ik laat jullie vrede na; mijn vrede laat ik jullie na, zoals de wereld die niet geven kan” (Joh.14,27). De schoen wringt natuurlijk bij die woorden: vrede, ‘zoals de wereld die niet geven kan’. Jezus bedoelt dat voluit positief. Gelukkig geeft Hij geen vrede die je ook in deze wereld wel kunt vinden. Maar misschien vind je dat wel helemaal niet zo gelukkig. Want wat kun je in deze wereld beginnen met die vrede van Jezus? Kun je die eten? Als je die vrede omrekent in drachmen, kun je er maar honderd dagen mee vooruit. Nog geen vier maanden dus. Dan kun je maar beter hopen dat je de hoofdprijs in de postcodeloterij wint, want dan hoef je je hele leven geen geldzorgen meer te hebben.
Maar je schuld bij God staat nog wel open. Als je daar niet wakker van ligt, dan kun je met die honderd drachmen beter doen wat die derde dienaar uit de gelijkenis deed: niks. Nou, niks, je kunt die ene gouden munt die je krijgt misschien op dezelfde manier bewaren als je het muntje voor de winkelwagentjes van de Coop of de Jumbo. Ik heb in mijn portemonnee een vakje waar zo’n muntje precies inpast. Ook al doe ik er haast nooit wat mee, ik heb hem toch bij me voor het geval ik een keer zoveel boodschappen moet halen dat ik een karretje nodig heb. Als de Heer terugkomt, kan ik dat muntje dan ook zo tevoorschijn toveren. Maar het bankpasje dat in een ander vakje zit, gebruik ik bijna elke dag. Dus als Jezus me nu zo’n pasje zou geven…
Maar wat nu als je je wel bewust wordt van de schuld die je bij God hebt openstaan? Hij heeft je gemaakt om je leven met Hem te delen. Maar jij deelt je leven helemaal niet met Hem. Hij betekent niets voor jou en jij betekent niets voor Hem. Wat zegt het je dan als Hij zijn eigen Zoon stuurt om die schuld van je over te nemen? Het lied van Palmzondag eindigde met de woorden: “Hij rijdt op een ezel, Hij lijdt als een knecht, zo brengt Hij het leven terecht”. Zegt het je echt niks dat Hij voor jou aan het kruis gestorven is? Doet zijn dood je net zo weinig als de dood van een ander, die je ook niet gekend hebt? Zeg je bij jezelf: “Er sterven zoveel mensen”? Dat zal waar zijn. Maar er staan niet zoveel mensen op. Opgestaan is er maar één. Zou dat dan ook kunnen betekenen dat het leven inderdaad terechtkomt nu jouw schuld is weggenomen? Zou het dan toch waar zijn dat Jezus een vrede nalaat, zoals de wereld die niet geven kan? Al was het alleen omdat de wereld vredesticht door oorlog te voeren. Al was het alleen omdat je in deze wereld pas vrede kunt vinden als je je verzoend hebt met je eigen dood. Kan dat? Kun je echt vrede hebben met het leven zoals het is? Kun je echt vrede hebben met de dood zoals die is?
Vandaag ontvangen we als gemeente nieuwe ouderlingen en een nieuwe diaken. Zij komen elk jaar bij u de kascontrole doen. Niet de schat die u op aarde hebt, maar de schat die u in de hemel hebt. Als u tenminste een schat in de hemel hebt, want anders hebben ze niets te controleren. Er valt natuurlijk genoeg te praten, zelfs over de kerk. Maar wat antwoord je als je ouderling of je diakenen je vraagt naar het rendement van die honderd drachmen: de vrede die Jezus je geeft? “Is jouw liefde voor God grote geworden?”, vraagt de ouderling. “Is jouw liefde voor je naaste toegenomen?”, vraagt de diaken.
Misschien word je er wat moe van dat het in de kerk zo vaak gaat over groei. Toch leert de gelijkenis die Jezus ons vanmorgen voorhoudt ons dat je daar helemaal niet moe van hoeft te worden. Want misschien heb je er nog nooit bij stil gestaan, maar zowel in de gelijkenis van de drachmen als de gelijkenis van de talenten komt geen dienaar voor die verlies lijdt, zodra hij bezig gaat met het bedrag dat hij gekregen heeft. Er is wel een dienaar die geen winst maakt, maar dat is omdat hij niets doet met het gedrag dat die zijn heer hem toevertrouwd heeft. Maar er is geen dienaar die wel handeldrijft, maar geen winst maakt. De catechismus zegt ergens dat het niet anders kan of ieder die bij Christus ingeplant, brengt vruchten van dankbaarheid voort. Daarvoor had de Catechismus ook kunnen verwijzen naar de gelijkenis van de drachmen.
Hoe kan dat, dat het bedrag dat de Heer je nalaat wel iets bij je uit móet werken, zodra je ermee bezig gaat? Zou het misschien daarvan komen dat Hij zelf dat bedrag is? Hij is geen dode schat, maar een levende schat. Niet jij hoeft Jezus levend te houden, Jezus zal jou levend maken. Het bijzondere is dat Jezus zó levend voor je wordt dat je niet kun wachten tot je Hem eindelijk zelf mag ontmoeten. Zo is het in elk geval wel bij die eerste beide dienaren uit de gelijkenis. Zij gaan aan de slag met het bedrag dat ze gekregen hebben, omdat ze uitzien naar het moment dat Hij in koninklijke luister terugkeert. Maar dat doet die derde dienaar dus niet. Hij houdt er in zijn achterhoofd wel rekening mee dat zijn heer kan terugkomen, maar dat mag wat hem betreft nog wel even duren. Voor het geval zijn heer onverhoopt toch terugkomt, houdt hij zijn muntje wel in de achterzak. Dan kan hij tegen zijn heer zeggen: “Kijk eens hoe goed ik erop gepast heb!” Eigenlijk geeft zo iemand Jezus bij zijn terugkomst een kopje doopwater terug. Zou hij daar blij mee zijn? Of zou Hij je vragen: “Heb je dan nooit begrepen waar dat handjevol water voor stond? Je oude leven was toch vergeven en vergeten? Ik had je toch een nieuw leven gegeven, omdat je met Mij gestorven en opgestaan was? Heeft dat helemaal niks met je gedaan? Heeft dat helemaal niks voor je betekend?
“Tegen degenen die erbij stonden zei hij: ‘Neem hem de honderd drachme af en geef ze aan hem de knecht die het tienvoudige verworven heeft’. Ze zeiden tegen hem: ‘Heer, hij heeft al het tienvoudige!’ Ik zeg jullie: wie heeft, zal nog meer krijgen, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft worden ontnomen”. Dat laatste klinkt natuurlijk wat vreemd: “Wie niets heeft, hem zal zelfs wat heeft worden ontnomen”. Maar hij had toch niets? Hoe kan hem dan zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen? Toch is dat zo moeilijk niet. Want natuurlijk had die derde dienaar wel iets. Misschien zwom hij zelfs wel in het geld en was dat geld zijn leven. In elk geval had hij zijn heer zorgvuldig buiten zijn leven gehouden. Eigenlijk verandert er dus niet zoveel, als de heer uit de gelijkenis zegt: “Die vijanden van mij die niet wilden dat ik koning over hen werd, breng ze hier en dood ze voor mijn ogen”. Want Jezus speelde geen enkele rol in hun leven en dat verandert niet als Hij toch koning blijkt te zijn. Als je niet in een wereld wilt leven waarin Jezus het voor het zeggen heeft, dan zul je die wereld ook niet binnengaan. Zelfs wat je hebt wordt je afgenomen: je leven, waar het ook in bestond.
Vrijdag is het Goede Vrijdag. Wat zingen we dan vaak het lied:

Jezus, leven van mijn leven,
Jezus, dood van mijne dood,
die voor mij U hebt gegeven
in de bangste zielenood,
opdat ’k weten zou in ’t sterven,
dat ik ’t leven mag beërven.
Duizend-. duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer (GK06 Gez.189:1).

Laat dat lied in de komende week je door het hoofd zingen. Is Hij echt het leven van mijn leven, is hij echt de dood van mijn dood? Als die bekende woorden bij je landen, boek je winst. Want je leven wordt een duizendvoudig danklied voor Hem: “Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel!”

Amen.