Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > O waar wilt U heengaan? En kan ik U volgen?
titel : O waar wilt U heengaan? En kan ik U volgen?
datum : 24 maart 2019
volledige onderwerp : Lucas 10 : 5,6
Download deze preek.

Preek over Lc.10,5.6 (Den Ham / Heemse-Marslanden, 24-3-19)

Votum en groet
LB 25A (Mijn ogen zijn gevestigd)
10 geboden (v.m.)
GK 50:2,9,11 (Door een verterend vuur voorafgegaan) (v.m.)
Gebed
L Luc.10,1-20
DNP 122 (Wat was ik blij toen mij een stem)
Moment voor de kinderen (door Peter Poortinga) (v.m.)
T Luc.10,5.6
Preek
LvK 32:1,2,4,5 (Hoe lieflijk, hoe schoon zijn de schreden)
Apostolische geloofsbelijdenis (n.m.)
GK 247:7 (Aan God de Vader gloria) (n.m.)
Dankzegging en voorbede
Collecte
LB 838:1,2,4 (O grote God die liefde zijt)
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

“Maar de uil van Minerva, die slaat niet alleen op deze avond zijn vleugels op. Het is breder, vaak duurt het tot op het moment dat het bijna voorbij is dat we ons realiseren wat we hebben, en wat we hadden moeten koesteren. En zo staan we hier, vanavond, te elfder ure, te midden van de brokstukken van wat ooit de grootste en mooiste beschaving was die de wereld ooit gekend heeft”.
Een fragment uit de overwinningstoespraak van Thierry Baudet. Woorden die de indruk wekken dat hij bijna te laat gekomen was. Maar gelukkig hebben heel veel mensen nog net op tijd hun stem gegeven aan de juiste man op de juiste plaats. Zij vormen het leger van de man met de visie. Ze worden moed ingesproken door hun leider: “Wij zijn naar het front geroepen. Omdat het moet. Omdat het land ons nodig heeft”.
Misschien vraagt u zich af of het werkelijk over de winst van Forum voor Democratie moet gaat, nadat er in Utrecht een aanslag heeft plaats gevonden en in Mozambique, Zimbabwe en Malawi een orkaan heeft gewoed waarbij honderden mensen zijn omgekomen en honderdduizenden mensen ineens niets meer hebben. Ik heb mij dat ook afgevraagd, maar moest toch aan Thierry Baudet denken, toen ik deze preek over Lucas 10 voorbereidde. Want ook Jezus doet nog een laatste poging om zoveel mogelijk mensen voor Zich te winnen. Hij stuurt zeventig mensen voor Zich uit om iedereen op te roepen hun redding te verwachten van de komende man: Jezus van Nazaret.
Maar je vraagt je wel af waarom dat zoveel haast heeft. Als Jezus’ missie zou stranden op het kruis, dan was zijn tijd inderdaad nog beperkt. Maar dan zou Hij ook niet de Messias zijn die het koninkrijk van God op aarde brengt. Maar als Hij dat wel is en op de derde dag zal opstaan uit de doden, om op te varen naar de hemel en plaatste nemen aan Gods rechterhand, waarom dan nog deze ultieme poging om de mensen voor Zich te winnen? Als Hij straks alle macht heeft in hemel en op aarde, kan Hij de harten van de mensen toch pas echt winnen met de kracht van zijn Geest?
Jezus zelf zegt: “De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig”. Als een boer dat zou zeggen, zou je waarschijnlijk wel begrijpen wat hij bedoelde. Tenminste, als je beseft dat boeren in de tijd van Jezus nog de oogst niet met machines, maar met mankracht moesten binnen halen. Was een boer er niet in geslaagd om seizoenarbeiders in te huren, dan zou hij de oogst verrotten op het land. Maar welke oogst moet Jezus dan binnenhalen voor het te laat is? Als we Jezus’ woord uit het begin van Lucas 10 opzoeken in het evangelie van Matteüs, dan staat het er zo: “Toen Jezus de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat we er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder. Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen’” (Mat.19,38).
Jezus spreekt dus van een grote oogst, als hij diep geraakt wordt door de nood van de mensen. Ik geloof niet dat Jezus dus bedoelt dat Hij die mensen in nood beschouwt als een oogst die Hij binnen moet halen. Want dan zou het feit dat zij in nood zijn voor Hem alleen maar een kans zijn om hen voor Zich te winnen. Dan zou Jezus een volksmenner zijn die drijft op het gevoel van onvrede dat veel mensen hebben. Maar Jezus maakt niet handig gebruik van de het onderbuikgevoel van de massa, maar Hij ziet hun nood. Ook jouw nood, terwijl je zelf misschien helemaal niet het gevoel hebt dat je in nood bent. Natuurlijk, iedereen heeft wel eens wat, maar afgezien daarvan heb je geen klagen. Toch ziet Jezus jou zoals je door de zonde geworden bent; hoe je leeft in een wereld zonder hoop en zonder God (Ef.2,12). Hij wil maar één ding en dat is jou bij God terugbrengen. “Vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen”. Maar die laatste drie woorden: ‘binnen te halen’, die staan er niet. Want Jezus is geen man dan veel heeft binnen te halen, maar een man die veel heeft uit te delen. Zoveel genade, zoveel ontferming, zoveel genezing, zoveel vernieuwing. “Maar arbeiders zijn er weinig”.
Dat lijkt merkwaardig. Want waarom heeft Jezus arbeiders nodig? Nog even en Hem wordt alle macht in hemel en op aarde gegeven. Toch zegt Hij ook dan: “Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb” (Mt.28,18-20a). Ook al heeft Jezus dus alle macht van de wereld en alle liefde voor de wereld, Hij laat de vrede waar alleen Hij de beschikking over heeft uitdelen door anderen. Door de apostelen? Zeker, eerst door de apostelen. Maar in Lucas 10 trekt Jezus de kring al breder: zeventig volgelingen schakelt Hij in voor de boodschap: “Vrede voor dit huis”. Had Hij toen daarvoor een beroep op u kunnen doen? Kan Hij nu daarvoor een beroep op jou doen? Als je door de Geest deel gekregen hebt aan de eindeloze liefde van Jezus, heb je in elk geval genoeg om uit te delen.
Maar dan moet je wel getroffen zijn door de nood waarin mensen die niet in vrede met God leven. Maar ben je dat nog wel? Geloof je nog dat mensen die nergens gebrek aan hebben verloren zijn als ze Jezus niet kennen? Jezus blijkbaar wel, want ook die zeventig evangelisten moeten weer bidden of God meer arbeiders wil sturen in de oogst. Het woord dat Jezus hier gebruikt is heel sterk. Het wordt ook gebruikt voor het uitdrijven van boze geesten. “Bid God meer arbeiders wil uitdrijven in de oogst”. Blijkbaar voelt Jezus al aan dat heel veel van die arbeiders er met de haren bijgesleept moeten worden. Want ze zijn zo druk, ze zijn zo bang. Wat zullen de mensen zeggen? Hoe zullen ze reageren?
Maar Jezus zegt: “Als er een vredelievend mens woont, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren”. Ik vind wel zo’n bemoedigend woord. De vrede die je zelf bij Jezus gevonden hebt, die raak je nooit kwijt als je die wilt uitdelen. Kun je die vrede niet kwijt aan een ander, dan is hij voor jou.
Dezelfde ontspannenheid klinkt door in die woorden: “Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee”. Je wordt niet op een expeditie gestuurd waarop je je jaren moet voorbereiden. Je kunt meteen beginnen, als je gelooft dat Christus zelf met je is, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld (Mt.28,20b). Hij zal wel voor je zorgen. Hij zal je wel geven wat je nodig hebt.
Nu zegt Jezus ook: “Groet niemand onderweg”. Als je dat leest, is je eerste reactie dat je dat niet verstandig lijkt. Want het komt nogal onvriendelijk over. Daar maak je geen vrienden mee. Maar Jezus bedoelt dat je niet met ieder die je tegenkomt een gezellig praatje moet maken. Wat schiet het op als je wel aan iemand vraagt: “Hoe is het?”, maar niet toekomt aan het woord dat je moet spreken: “Vrede voor jou”. Jezus heeft echt niets tegen een gesprek over koetjes en kalfjes. Maar Hij heeft wel wat tegen gesprekken waarin het nooit gaat over het Lam.
Jezus heeft haast. Haast bij het leven, haast om te sterven. Want “de Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft” (Joh.3,14.15). Eeuwig leven voor mensen die opkijken naar Hem en Hem erkennen als de Heer van hun leven.

O waar wilt U heengaan? En kan ik U volgen?
En hoe overleeft U? Hoe komt U ooit aan?
U hebt geen bepakking, geen tent en geen kleding,
geen eten, geen drinken – hoe kunt U bestaan?

O waar wilt U heen gaan? En kan ik je volgen?
En waarom zoekt U steeds een ander gehoor?
U twist met de machten. U eet met verachten.
U loopt met de lamme. Zo gaat U maar door.

O waar wilt U heen gaan? En kan ik U volgen?
En wat geeft U aanzien? Wat geeft U krediet?
Geen winst uit de handel, geen vakwerk of kunde
geen stempel of keurmerk, geen kunstwerk, geen lied.

O waar wilt U heengaan? En kan ik U volgen?
En wat is uw missie waar U Zich voor geeft?
En wat inspireert U? Wat drijft U, wat sterkt U?
En wat is de droom toch die uw liefde heeft?

En Jezus antwoordt:

Ik ga waar Ik gaan kan en zoek reisgenoten.
Maar stel me geen vragen naar heg of naar steg,
naar leeftocht of reisdoel of wie ons wil volgen.
Maar voeg je toch bij me: Ik leer je mijn weg.

Amen.

Gesprekpunten bij de preek:

1. Vergelijk de missie van Thierry Baudet en Jezus van Nazaret.
2. Waarom heeft Jezus zo’n haast? Voel je die mee?
3. Bid jij ook of de Heer van de oogst meer arbeiders wil uitdrijven in zijn oogst? Zou Hij jou ook mogen uitdrijven?
4. Kom jij in de gesprekken met anderen toe aan het Lam? Of blijft het bij koetjes en kalfjes?
5. Ken je dat: dat vrede die je aan een ander mag geven naar jezelf terugkeert?
6. Mediteer eens over het lied uit Iona waarmee de preek besluit.