Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Vre-he-de op aarde (zondag na kerst)
titel : Vre-he-de op aarde (zondag na kerst)
datum : 30 december 2018
volledige onderwerp : Openbaring 12 : 10-12
Download deze preek.

Preek over Opb.12,10-12 (Den Ham / Almelo, 30-12-18)

Votum en groet
LB 474:1,2,4,6 (Loof God, gij christenen, maak Hem groot)
10 geboden
Ps.35:9,13 (Ik zal met grote dankbaarheid)
Gebed
Uitnodiging Fonteinskids
L Mat.2,13-18
Ps.2 (Wat willen jullie, wereldmachten, toch) (NB)
L Opb.12
T Opb.12,10-12
Preek
LB 726:1,3,6 (Hoor, een heilig koor van stemmen)
Dankzegging en voorbede
Collecte
LB 23b (De Heer is mijn herder)
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

“Ere zij God, ere zij God,
in de hoge, in de hoge, in de ho-ho-ge.
Vrede op aarde, vre-he-de op aarde,
in de me-hen-sen een we-hel-be-ha-ha-gen”.

Zo zongen wij met kerst de engelenzang weer. Alsof we het einde niet konden vinden. Alsof we het einde niet wilden vinden. Want als het lied uit is, gaan de engelen weer terug naar de hemel. Maar we wilden nog even hardop dromen van vrede op aarde, vre-he-de op aarde, vóór de harde realiteit weer aanbreekt. Dan past die engelenzang niet meer.
Want stel je voor dat ik na lezing van het verhaal over de kindermoord in Betlehem het Ere zij God had laten zingen. Matteüs haalt de profeet Jeremia aan: “Er klonk een stem in Rama, luid wenend en klagend. Rachel beweende haar kinderen en wilde niet worden getroost, want ze zijn er niet meer”. Maar wij antwoordden: “Vrede op aarde, vre-he-de op aarde”. Hoe lief het Ere zij God je ook is, je voelt wel aan: Dat past niet. Dat is ongepast.
Het Ere zij God is een engelenzang. Als mensen die zang overnemen, wordt het al snel wereldvreemd. Vrede op aarde, vre-he-de op aarde, het is mooi om daar met kerst wat over te mijmeren, maar om dat ook nog te doen als de feestdagen weer achter de rug zijn en het gewone leven zijn gang herneemt... Moet je niet zeggen dat dat afschuwelijke verhaal van de kindermoord in Betlehem laat zien wat er van die vrede op aarde terecht gekomen is? Kunnen we niet beter met de vrouwen van Betlehem, die ontroostbaar waren toen hun kinderen door Herodes om het leven waren gebracht, een klaagzang aanheffen?
Toch, op het moment dat de duivel op de aarde gegooid wordt en zijn woede koelt op de mensen, hoort de apostel Johannes geen klaaglied, maar een loflied. Zeker, dat loflied eindigt met de woorden: “Wee de aarde en de zee: de duivel is naar jullie afgedaald! Hij is woedend, want hij weet dat hij geen tijd te verliezen heeft”. Maar het begin zet toch de toon: “Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias”. Dus als de duivel op aarde rondzwerft als een brullende leeuw, op zoek naar prooi (1Pt.5,8), wordt er in de hemel gezongen dat de redding, de macht en het koningschap van God nu werkelijkheid geworden zijn. Ja, er wordt zelfs gezongen dat de heerschappij van de Messias werkelijkheid geworden is. Alsof het messiaanse vrederijk al aangebroken is. In hemelsnaam, hoe kan dat?

Om te kunnen verstaan wat er te horen is, moeten we eerst kijken naar wat er te zien is. Aan de hemel verschijnen twee tekens: een vrouw en een draak. [ppt] Dat hoeft ons niet meteen te verbazen, want Johannes kan gewoon twee sterrenbeelden gezien hebben: het sterrenbeeld Maagd en het sterrenbeeld Draak. Maar het is wat minder gewoon dat het ene sterrenbeeld het andere wil aanvallen. Want de draak ging voor de vrouw staan die op punt stond haar kind te baren, om het te verslinden zodra ze bevallen was.
Als we dit visioen lezen op de zondag na kerst, dan zal dat kind dat geboren wordt Jezus wel zijn. Inderdaad. Want van dat kind wordt in Openbaring 12 gezegd dat het een zoon is, die alle volken met een ijzeren herdersstaf zal hoeden. Dat is een verwijzing naar Psalm 2, waarin God zelf tegen de messiaanse koning zegt: “Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt. Vraag het mij en ik geef je de volken in bezit, de einden der aarde in eigendom. Je kunt ze breken met een ijzeren staf en stukslaan als een aarden pot” (Ps.2,7-9).
Toch komt het ons vreemd voor dat Johannes schrijft: “Toen ze het kind gebaard had, werd het dadelijk weggevoerd naar God en zijn troon”. Dat is een wel heel korte samenvatting van Jezus’ leven op aarde. Wij houden het in de kerk ook kort als we ons geloof belijden. Want nadat we beleden hebben dat Jezus is geboren uit de maagd Maria, gaan we al over op de belijdenis dat Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus. Alsof die hele periode tussen kribbe en kruis er niet toe doet. Maar we belijden in elk geval dat Hij is gestorven en weer opgestaan. Want dat is toch wel de kern van ons geloof. Maar in de film die voor Johannes’ ogen op de hemelkoepel geprojecteerd worden alleen Jezus’ geboorte en hemelvaart vertoond. Voor nu is dat genoeg. Want ook al draait het hele boek Openbaring om het lam, in dit visioen wordt ingezoomd op de vrouw en de draak.
Wie is die vrouw? In de rooms-katholieke traditie is die vrouw natuurlijk Maria. Zij is immers de vrouw die het kind gebaard heeft? Op grond van de beschrijving die Johannes van die vrouw geeft: een vrouw bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd, wordt Maria door de rooms-katholieke kerk vereerd als de koningin van de hemel. [ppt] Ondertussen is Johannes geen getuige van Maria Hemelvaart. Integendeel, zou ik eerder zeggen. Want de vrouw die hij ziet vaart niet op naar de hemel, maar ze vlucht juist naar de woestijn. In de tweede helft van het visioen krijgt ze de vleugels van een adelaar om naar de woestijn toe te vliegen, waar drie-en-een-half jaar voor haar gezorgd wordt, buiten het bereik van… de slang!
Hé, nu heet de draak ineens de slang. De vrouw en de slang. Je zou zeggen dat die vrouw dan niet Maria, maar Eva moet zijn. Want had God in het paradijs niet tegen de slang gezegd: [ppt] “Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en haar nageslacht, zij verbrijzelen jou de kop, jij bijt hen in de hiel” (Gen.3,15). Vaak worden die belofte zo uitgelegd dat er uit de vrouw iemand geboren zal worden die de kop van de slang verbrijzelt: Jezus Christus. Maar daarvoor moet je de laatste worden van die belofte uit het paradijs wel omdraaien: “jij bijt hen in de hiel, (maar) zij verbrijzelen jou de kop”. Maar het staat er precies andersom: “zij verbrijzelen jou de kop, (maar) jij bijt hen in de hiel”. Dat de slang de kop vermorzeld wordt betekent blijkbaar niet hij je niet meer kan bijten. Het lijkt mij dan ook meer voor de hand te liggen om die belofte uit het paradijs zó uit te leggen dat als je hier een slang de kop intrapt er daar weer een slang de kop opsteekt.
In elk geval is het zo in het visioen dat Johannes te zien krijgt dat het kind van de vrouw niet degene is die de kop van de slang vermorzelt. Het kind is juist de prooi die de slang niet kan krijgen. Want op het moment dat het ter wereld komt, wordt het meteen voor zijn bek weggegrist om bij God in veiligheid gebracht te worden. Als de slang het kind niet kan krijgen, dan zijn moeder maar. Maar ook die wordt voor zijn bek weggegrist om in de woestijn in veiligheid gebracht te worden. Als de slang de moeder ook niet kan krijgen, dan haar andere kinderen maar. En die worden niet voor zijn bek weggegrist. Wie niet? [ppt] “Allen die zich aan Gods geboden houden en bij het getuigenis van Jezus blijven”. Dat moet dus wel slaan op de christenen. Zijn die dan wel een willoze prooi voor de duivel? Zij wij een willoze prooi voor de duivel?
Dat zullen de eerste lezers van het boek Openbaring zich wel afgevraagd hebben, toen ze dit visioen onder ogen kregen. Is dat de boodschap die Johannes voor hen heeft? Omdat de duivel Jezus niet kan krijgen, zal hij degenen die in Hem geloven wel krijgen? Maar ook al worden wij, anders dan de eerste lezers van het boek Openbaring, niet om ons geloof vervolgd, wij vragen ons net zo goed als zij af of Johannes werkelijk tegen ons wil zeggen dat wij een willoze prooi van de duivel zijn?
Eén ding kan ik daar meteen al wel op zeggen en dat is dat de duivel blijkbaar de mensen moet hebben die zich aan Gods geboden houden en bij het getuigenis van Jezus blijven. Mensen die zich christen noemen, maar zich niet aan Gods geboden houden en niet bij het getuigenis van Jezus blijven, die hebben dus niets van hem te vrezen. Maar of dat wel zo’n geruststelling is? Dat mag je je helemaal afvragen als je eens stilstaat bij die woorden “blijven bij het getuigenis van Jezus”. Wat zouden die woorden betekenen? Twee dingen. Blijven bij het getuigenis van Jezus is in de eerste plaats: blijven bij het getuigenis dat de Bijbel over Jezus geeft: dat Hij de Zoon van God en het Lam van God is. Daar houd je je tegen alle verdrukking in aan vast: dat Hij kwam voor jou en dat Hij stierf voor jou. Maar het betekent ook dat je blijft bij het getuigenis dat je zelf over Jezus geeft. Dat getuigenis kon de eerste lezers van Openbaring het leven kosten. Als je erbij bleef dat je niet de keizer, maar Jezus als je Heer wilde vereren, liep je het risico dat je – heel letterlijk – opgevreten werd door een brullende leeuw, op zoek naar prooi (1Pt.5,8). Maar in christenen die niet vervolgd worden, maar zich er toch voor schamen in woord en daad te getuigen van Jezus als hun Heer, hoeft de duivel geen energie te steken.
De keerzijde is dat [ppt] juist mensen die de Here liefhebben door de duivel aangevochten worden. Hun wil Hij maar al te graag laten geloven dat hun geloof te zwak, hun zonden te zwaar, hun berouw te mager en hun bekering te onbeduidend is. Als dat soort twijfels je bekruipen gaat dat een stuk dieper dan de twijfel die tegenwoordig in de mode is. Want de twijfel die in is, die vreet niet aan je. Met een glimlach op je gezicht schud je je wijze hoofd over het voorgeslacht dat zekerheden koesterde waar jij niet meer zo zeker van bent. Misschien ben je daar zelfs wel terecht niet meer zo zeker van. Maar vraag je dan ook af of je zelf nog wel ergens zeker van bent. Anders is jouw twijfel een chique vorm van onverschilligheid. Luther zei daar al van: “De Heilige Geest is geen scepticus. Hij heeft in onze harten geen onzekere dingen of loutere vermoedens geschreven, maar stellige overtuigingen, zekerder en vaster dan het leven zelf en alle ervaring” (Over kiezen in gebondenheid 7). Maar als die overtuigingen gaan wankelen, is dat geen deugd, maar ben je in nood. Het is of God je aan je lot overlaat, of Christus je aan je schuld overlaat, of de Heilige Geest je aan jezelf overlaat. Zulke twijfels zijn een verschrikking waaraan niets te glimlachen valt.
Is de boodschap van Johannes voor mensen die ten prooi vallen aan zulke twijfels:

Je zult voorgoed terzijde staan,
met satan mede moeten gaan,
van Christus af, in ’t duister? (LvK 279:4)

Juist niet. Want [ppt] al die twijfels waarmee de duivel je onderuit wil halen blijven op aarde. Ze bereiken de hemel niet. Jij gaat misschien aan jezelf twijfelen, maar God gaat niet aan jou twijfelen. Dat is de kern van die lofzang die in de hemel aangeheven wordt als de duivel op aarde gesmeten wordt: “Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias. Wánt de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht”.
Deze lofzang staat niet in de Bijbel om ons te laten speculeren over een duivel die vroeger wel in de hemel mocht komen en nu niet meer. Want daar gaat het hier helemaal niet over. Het gaat slechts om één ding en dat is dat God geen kwaad meer over zijn kinderen wil horen. Zelfs niet als aanklachten van de duivel op zich waar zijn. Want God kent geen waarheden die op zich waar zijn. Hij kent alleen waarheden die in Christus waar zijn. Nergens is dat evangelie mooier onder woorden gebracht dan in de good old Catechismus. Die zegt: “Al klaagt mij geweten mij aan, dat ik tegen alle geboden van God zwaar gezondigd en geen daarvan gehouden heb en dat ik nog altijd uit ben op elk kwaad, toch schenkt God mij, zonder enige verdienste van mijn kant, alleen uit genade, de volkomen voldoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus. [ppt] Hij rekent mij die toe, alsof ik nooit zonde had gehad of gedaan, ja, alsof ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht had die Christus voor mij volbracht heeft” (HC 23, v&a 60).
Maar al staat dat in de Catechismus, staat dat ook in Openbaring 12? Welzeker staat dat in Openbaring 12. Het lijkt misschien alsof in dat visioen de dood van Christus voor onze zonden overgeslagen wordt, maar dat is toch echt niet zo. Want wat volgt er op die woorden dat de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht aanklaagde bij onze God, ten val is gebracht? [ppt] “Zij hebben hem dankzij het bloed van het lam overwonnen”. Als je het visioen gelezen hebt, zou je zeggen dat Michaël hem overwonnen heeft. Als je het visioen niet gelezen hebt, zou je zeggen dat Jezus hem overwonnen heeft. Maar wij, “wij zijn van onszelf zo zwak dat wij zelfs geen ogenblik kunnen standhouden, en bovendien houden onze doodsvijanden – de duivel, de wereld en ons eigen vlees – niet op ons aan te vechten”, zegt de Catechismus in een andere zondag (HC 51, v&a 127). Toch rekent God zwakke en zondige mensen de gehoorzaamheid van Christus toe alsof wij die zelf volbracht hadden: “Zíj hebben hem dankzij het bloed van Christus over wonnen”.
[ppt] Misschien kunt u nu ook begrijpen waarom in dit visioen alleen Jezus’ geboorte en Jezus hemelvaart getoond worden. Want op alles wat daartussen ligt heeft de duivel geen vat gekregen. Met al zijn kennis – zeven koppen! – heeft Hij van dat kindje in de kribbe niets begrepen, en met al zijn macht – zeven kronen! – kon Hij tegen die man aan dat kruis niets beginnen. Jezus is hem ontgaan. Had hij ook maar iets begrepen van Jezus’ overmachtige weerloosheid, dan had hij Hem nooit laten kruisigen (1Kor.2,8). Want het leek zijn overwinning, maar het bleek zijn nederlaag.
[ppt] Gelukkig heeft de duivel daar niets van geleerd. Dat kan ook moeilijk, als hij de kracht niet kent waar Jezus door gedreven werd: liefde. De duivel hanteert nog steeds dezelfde wapens als Hij tegen Jezus gebruikt heeft: leugens, haat, verschrikking, dood en verderf zaaien. Kijk maar eens om je heen. Maar het zijn wapens van een verliezer, aan wie de stille kracht van de liefde nog altijd ontgaat.
Als de duivel op aarde rondgaat in grote grimmigheid, zingt de kerk in de hemel: “Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias”. Dat is sterk: zingen van Christus’ macht als het kwaad oppermachtig lijkt, zingen van Christus’ koningschap als de boze koning kraait. Toch kan dat. Want hoe heftiger zijn aanvallen worden, hoe minder tijd hij blijkbaar heeft. Als de zinloosheid toeneemt, is de zin nabij. [ppt]
En wij hier beneden zingen met de engelen mee, soms door onze tranen heen: “Vrede, op aarde, vre-he-de op aarde”. Je moet maar durven. Inderdaad, je moet maar durven.

Amen.