Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Mijn God is mijn God?
titel : Mijn God is mijn God?
datum : 14 oktober 2018
volledige onderwerp : Ruth 1 : 16, 17
Download deze preek.

Preek over Ruth 1,16.17 (Den Ham, 14-10-18)

Votum en groet
LB 969
10 geboden (kort en krachtig)
Ps.119:3,4 (NB)
Gebed
L Ruth 1
Opw.378
T Ruth 1,16.17
Preek
LB 787A
Dankzegging en voorbede
Collecte
Ps.126
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

In de afgelopen week was in het nieuws dat het Nedersaksisch door de overheid erkend werd als een volwaardige taal. Alle dialecten die in het oosten van het land gesproken worden vallen eronder: van Gronings via Sallands tot Achterhoeks. Daaraan ontleen ik de vrijmoedigheid u een Gronings gedicht voor te lezen, waarin Ruth aan het woord komt:

[ppt] Hier kroep ik nou
achter zichters aan

Moab zo wied vot
herinners zo stoef bie
mien man dood en
begroaven in t laand
van overvloud

[ppt] Heb ik ter goud aan doan
om vot te trekken, te zeggen,
joen volk is mienent
joen God is mienent
ik blief bie joe?

Hier kroep ik din
zuik oaren op t laand


[ppt] Ik zai hom wel, dij Boas, noar mie kieken
hij vragt zien knecht
wel is dai vraauw,
ik kin heur nait
Boaz komt op mie tou
en sprekt mie vrundelk aan.
ik vaal op knijen
hailendal ontdoan,
ik ben ja nait van hier

[ppt] Mit schaften zit k ter bie
en elk stop mie wat tou
nait meer apaart
ik mag der wezen
en heur der sikkom bie
Hier kroep ik weer t is net of lichter gait
k Wait nait hou t wieder gait
moar toch vuil ik mie blied
Ik heb vertraauw

[ppt] en wait van binnen
dij God heurt ook bie mie

in loate oavondzun
te midden van t riepe groan
taikent zoch de weg
dij ik mout goan
as schoakel in t gehail

Ik kroep nait meer
Ik loop in t spoor van God.

Dit gedicht gaat over hoofdstuk 2 van het boek Ruth. Toch draait het om die woorden van Ruth uit hoofdstuk 1: “Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God”. Dat zei Ruth tegen haar schoonmoeder, toen die er bij haar op aandrong een voorbeeld te nemen aan haar schoonzuster: [ppt] “Kijk, je schoonzuster gaat terug naar haar land en haar god, ga haar toch achterna!” Het zijn woorden die ook ons niet bepaald als muziek in de oren klinken. Ze doen ons denken aan de kreet die sommige Nederlanders slaken als het gaat over al die buitenlanders die zich hier willen vestigen: “Ga toch terug naar je eigen land”. Ook als je dat zelf wel eens gezegd hebt, daar laat je het bij. Maar om er nog aan toe te voegen: “Ga toch terug naar je eigen god”, dat gaat te ver. Een christen kan het niet maken om een medemens naar zijn afgod terug te sturen. Want het is toch je taak hem bij dezelfde Jezus te brengen bij wie ook jij je redding gevonden hebt?
Maar de reactie die Ruth geeft is wel weer het andere uiterste: “Vraag me toch niet langer u te verlaten en terug te gaan, weg van u. Waar u gaat zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen; [ppt] uw volk is mijn volk en uw God is mijn God”. Dat is een wel heel vlotte bekering. Laat de IND daar maar eens goed op doorvragen. Want Ruth kan wel zeggen: “Uw God is mijn God”, maar als ze dat alleen maar zegt om ook: “Uw volk is mijn volk”, te mogen zeggen, dan kan ze maar beter op het vliegtuig naar Moab gezet worden. Want “uw volk is mijn volk”, het is makkelijker gezegd dan gedaan, en dat is maar goed ook.
Daar komt Ruth ook wel achter. Om zichzelf in leven te houden moet ze achter de maaiers aankruipen in de hoop dat die zo nu een dan een paar graankorrels laten liggen. Toch zal ze straks zelf het gevoel hebben dat ze niet kruipt, maar loopt. Want tijdens de schaft opent zich de kring en mag ze aanschuiven. Daarna moet ze weer op de knieën, om te doen waarvoor ze gekomen was: de restjes van de oogst bij elkaar zoeken. Toch voelt ze zich een schakel in het geheel. Want ze heeft genade gevonden, niet alleen in ogen van Boaz, maar ook in de ogen van zijn God. Zijn God is haar God, niet omdat zij voor die God gekozen had, maar omdat die God voor haar gekozen had. [ppt]

[ppt] “Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God”, die woorden van Ruth raken onze discussies over integratie. Toch denk ik dat ze niet alleen onze discussies, maar ook onszelf gaan raken, als we bereid zijn ons af te vragen hoe het zit met onze eigen integratie. Want dan gaat het er ineens niet meer over wat anderen moeten doen als zij bij ons willen horen, maar gaat het erover wat wijzelf moeten doen als we bij anderen willen horen. We zouden vast diep ontroerd zijn als iemand zich bij onze gemeente aansloot met de woorden van Ruth: “Jullie kerk is mijn kerk en jullie God is mijn God”. Maar kun je je voorstellen dat je die woorden van Ruth uitspreekt terwijl je allang lid van de kerk bent? Dan zou dat betekenen dat niet een ander zich aan jou aan moet passen, maar dat jij je aan moet passen aan die ander. Kun je je voorstellen dat dat nodig is?
Laat ik een reden noemen waarom die woorden niet tégen jou gezegd moeten worden, maar dóór jou gezegd moeten worden. Want als ik een voorzichtige schatting mag maken, 99,9 procent van onze gemeente is geboren uit de heidenen. Daarbij maakt het geen verschil of je nu van Friese of van Saksische afkomst bent. Want in beide gevallen ben je niet voortgekomen uit het volk Israël. Toch dien je wel de God van Israël en niet de god van Nederland. [ppt] Dat voel je nog elke zondag bij de lezing van de tien geboden. Die beginnen immers met de woorden: “Ik ben de HEER, uw God, die uw uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd”. Ook als je die woorden zó uitlegt dat je niet uit Egypte bevrijd hoeft te zijn om toch bevrijd te zijn uit de slavernij van de zonde, zeg je nog steeds dat je bent opgenomen in de bevrijdingsbeweging die begon met Israëls uittocht uit Egypte. Dankzij Jezus Christus mag ook jij horen bij dat bevrijde volk en bij die bevrijdende God.
Voor de Joden is het in het begin best moeilijk geweest om te accepteren dat de muur die scheiding maakte tussen Joden en heidenen gevallen was. Want dat betekende ook dat het niet langer nodig was je te houden aan voorschriften waarmee je je onderscheidde van andere volken. Er waren geen reine en onreine dieren meer, sinds er geen reine en onreine volken meer waren. Toch begint die muur al te vallen, als Ruth tegen haar schoonmoeder zegt: “Vraag me toch niet langer u te verlaten en terug te gaan, weg van u. Waar u gaat zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen; uw volk is mijn volk en uw God is mijn God”. Deze buitenstaander zou zelfs een onmisbare schakel in de ketting van de verlossing worden, omdat uiteindelijk uit haar de Verlosser geboren is: Jezus Christus.
Toch kun je je best afvragen waarom Ruth zo graag wilde horen bij het volk van Naomi en bij de God van Naomi. Op de een of ander manier moet dat iets te maken hebben met de liefde die ze voelde voor haar schoonmoeder, een vrouw die moederziel alleen was sinds haar man en haar beide zonen in den vreemde gestorven waren. Om voor haar te kunnen zorgen was ze bereid een vreemdeling te worden in een vreemd land en een dienares te worden van een vreemde God. Kun je je voorstellen dat jij daartoe bereid was? Hoor je jezelf al tegen een ander zeggen: “Jouw volk is mijn volk en jouw God is mijn God”?
Misschien kun je je wel voorstellen dat je het omgekeerde tegen iemand zou zeggen: “[ppt] Mijn volk is jouw volk en mijn God is jouw God”. Dat zou in elk geval al heel wat zijn. Want wat waren we dan uitnodigende christenen en vormden we samen een gastvrije kerk. [ppt] We zetten de deuren van de kerk wijd open voor alle mensen, omdat we geloven in een Gód die zijn hart wijd opengezet heeft voor alle mensen. Ja, als wij in onze gastvrijheid navolgers van God zijn, zingen we niet braaf: “Hij wacht alleen nog maar totdat je komt” (Opw.599). Want als God gewacht had tot wij eens een keer kwamen, dan waren we nog steeds heidenen die leefden in een wereld zonder hoop en zonder God (Ef.2,12). Nee, zoals God zelf met zijn mensenliefde naar de wereld toegekomen is (Tit.3,4), zo zullen wij met onze mensenliefde naar de wereld toe moeten gaan. Maar als we de drempels van de buitendeur al weghalen, halen we natuurlijk helemaal de drempels van de binnendeuren weg. Want je moet er toch niet aan denken dat er mensen uit ons eigen midden afhaken omdat ze het gevoel krijgen dat ze er pas echt bij horen als ze zich aanpassen aan de gewoonten en de gebruiken van de kerk?
Maar hoe hartelijk dit ook allemaal mag klinken, het is nog steeds het omgekeerde van wat Ruth zei. Want die zij niet: “Mijn volk is jouw volk en mijn God is jouw God”, maar ze zei: “Jouw volk is mijn volk en jouw God is mijn God”. Ruth is ook geen binnenstaander, maar een buitenstaander. Ze nodigt niet anderen uit om binnen te komen, maar ze vraagt anderen of ze zelf mag binnenkomen. Ik geloof dat hier blijkt dat Ruth uit een heel andere cultuur dan de onze kwam. Want hoezo moet je bij een groep horen om bij God te kunnen horen? Steeds minder mensen kunnen nog inzien wat het een te maken mag hebben met het ander.
De Canadese filosoof Charles Taylor heeft het zelfbeeld dat veel mensen vandaag de dag hebben getypeerd als een ‘omsloten zelf’. [ppt] Je hoort in de eerste plaats bij jezelf en dan pas bij een ander. Om die reden schrikken veel mensen terug voor het doen van een trouwbelofte zoals Ruth die aan Naomi gaf: “Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen, waar u sterft, zal ik sterven, waar u begraven wordt, word ik begraven. De HEER is mijn getuige: alleen de dood zal mij van u scheiden!” Kun je nog wel jezelf blijven als jouw leven zo nauw verbonden raakt met het leven van een ander? In plaats van te trouwen kun je daarom misschien beter gaan samenwonen. Dan blijft de deur waardoor je het leven van de ander weer kunt verlaten los.
Maar hetzelfde zie je bij oud en jong in de kerk terug. Dus niet alleen bij jong, maar ook bij oud. Als ik me niet vergis zijn er best veel gemeenteleden die wel broeder en zuster genoemd willen worden, maar geen broer en zus van elkaar willen zijn. Met elkaar eten en met elkaar bijbellezen, waar is dat goed voor? Eten en bijbellezen, dat kun je je thuis wel doen. Daar heb je de kerk niet voor nodig. In de kerk kom je voor God, niet voor de mensen.
Op dat punt zijn veel jongeren het met die ouderen eens. Ik heb in de afgelopen jaren in elk geval steeds meer jongeren gesproken die best hun jawoord aan God willen geven, maar dat niet doen omdat ze dan ook een jawoord aan de kerk moeten geven. Dat is niet altijd omdat ze wat tégen de kerk hebben, maar meestal wel omdat ze niet wat mét de kerk hebben.
Daarmee zeggen oud en jong, ondanks alle verschillen die er ook zijn, allebei: “Mijn groep is mijn groep en mijn God is mijn God”. Dat is weer een andere variant van die woorden van Ruth. Want die zei niet: “Mijn volk is mijn volk en mijn God is mijn God”, zoals ze ook niet zei: “Mijn volk is jouw volk en mijn God is jouw God”. Nee, ze zei: “Jouw volk is mijn volk en jouw God is mijn God”. Voor haar waren die dingen onafscheidelijk: horen bij het volk van Israël en horen bij de God van Israël.
Daar zou je natuurlijk op kunnen reageren met: “Oké, voor Ruth was dat zo, maar voor mij is dat niet zo”. Maar dat slaat alleen ergens op als God geen koning was van een volk, als Jezus geen herder was van een kudde en als de Geest geen bewoner was van een tempel die gebouwd is met levende stenen. Maar God is wel een koning en Jezus is wel een herder en de Geest is wel een tempelbewoner. Vader, Zoon en Geest vormen één Wezen dat bestaat in drie Personen en niet bestaat uit drie individuen. Anders gezegd: Vader, Zoon en Geest zijn geen drie omsloten zelven, maar één open zelf. [ppt] God wordt niet meer of minder zichzelf als Hij een eeuwig verbond met mensen sluit, maar in dat verbond is Hij Zichzelf.
Geen mens kan beeld van God zijn op zichzelf. Nee, God heeft de mens naar zijn beeld geschapen door hem als man en vrouw te scheppen. Iemand dichtte eens: “God huwt de mensen aan elkander” (LB 489:3). Ook al klinkt het wat gek, zo is het wel. Je kunt jezelf niet zijn zonder je te verbinden aan een ander. Je kunt niet spreken van jouw God, als jouw God niet ook hun God, jullie God, onze God is.
Ruth kwam God op het spoor bij zijn mensen. Zo ging dat, want zo gaat dat.

In late avondzon
midden in ‘t rijpe graan
tekent zich de weg
die ik moet gaan
als schakel in ’t geheel.

Amen.