Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Samen verder
titel : Samen verder
datum : 9 september 2018
volledige onderwerp : Filippenzen 03 : 12 - 16
Download deze preek.

Preek over Flp.3,12-16 (Den Ham, 9-9-19 (startzondag))

Votum en groet
Opw.765 (Uw vrede vult dit huis)
10 geboden (n.a.v. avondmaalsformulier 1)
LB 381:1,2,3 (Genadig Heer, die al mijn zwakheid weet)
Gebed
L Flp.3,1-11
T Flp.3,-12-16
Preek
LB 816 (Dat wij onszelf gewonnen geven)
Orde voor de viering van het HA (UGL)
• Collecte (tijdens collecte vrij orgelspel)
• Opw.720 (God maakt vrij) (na gebed)
• Ps.84 (Hoe lieflijk is uw huis, O Heer) (tijdens de rondgang)
• Opw.737 (Aan uw tafel) (tijdens de rondgang)
Opw.798 (Houd vol)
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

Eens speelde Schalke 04 een voetbalwedstrijd tegen Hansa Rostock. Schalke kwam op een 1-0 achterstand, maar wist toch nog de gelijkmaker te scoren. Vanuit de dug-out gaf de trainer aan dat zijn spelers moesten proberen die stand maar vast te houden. Maar vanuit het doel schreeuwde Jens Lehmann, de keeper van Schalke: [ppt] “Wir wollen gewinnen!”, wij willen winnen! Het was of het hele team door die kreet wakker werd. Iedereen zette nog een tandje bij, zodat de wedstrijd uiteindelijk door Schalke gewonnen werd met 2-1.
Die herinnering kwam bij me boven toen ik de woorden van Paulus las: “Niet dat ik al zover ben en mijn doel al heb bereikt. Maar ik houd vol in de hoop eens dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft”. Het roept het beeld op van een gelovige die niet tevreden is als hij niet verliest, maar pas tevreden is als hij wint. Vroeger stond er: “Ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht”. Dan begrijp je misschien nog beter waarom ik moest denken aan die wedstrijd van Schalke 04. Het hele team werd geïnspireerd om te gaan voor de winst. Met elkaar gingen ze op jacht naar de volle drie punten.

Deze preek aan het begin van een nieuw seizoen bedoelt hetzelfde bij u los te maken als die kreet van Jens Lehmann: “Wir wollen gewinnen!” Net als Jens Lehmann roep ik dat niet vanaf de zijlijn, maar vanuit het veld: Wij willen winnen. Paulus doet dat namelijk ook. In de bijbelverzen die vanmorgen centraal staan, zit een overgang van ik naar wij. “Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept. Hierop moeten wij ons allen als volmaakte mensen richten. Mocht u er op enig punt anders over denken, dan zal God het u wel duidelijk maken. In ieder geval, laten we op de ingeslagen weg voortgaan”. Er schemert weliswaar tussen de regels door de Filippenzen de knop nog om moeten zetten van niet verliezen naar winnen, maar Paulus is ervan overtuigd dat God dat bij hen wel zal doen. Want hij vervolgt: “In ieder geval, laten we op de ingeslagen weg voortgaan”. Paulus gebruikt datzelfde woordje ‘we’ als Jens Lehmann. Toen de trainer met een gelijkspel genoegen nam, riep hij niet: “Ik wil winnen”, maar: “Wij willen winnen”. Ook al waren er vast teamgenoten die het met hun trainer eens waren, op het moment dat hun doelman riep: “Wij willen winnen”, wekte dat bij hen het verlangen om voor de volle winst te gaan. Hij sprak voor hen allemaal, toen hij sprak voor zichzelf.
Met dit voorbeeld heb ik een probleem uitgelegd waar alle bijbelverklaringen wat mee zitten. Want het mag duidelijk zijn dat Paulus zich hier keert tegen elke vorm van gearriveerdheid in de kerk. Maar hij doet dat op zo’n manier dat het net lijkt of hij niet tegen hen, maar namens hen spreekt. Is dat niet wat al te optimistisch? Zouden er ook toen al niet genoeg kerkmensen geweest zijn die het zo wel best vonden? Mensen die het geloof in Jezus echt wel belangrijk vonden. Maar om nu het zeggen dat ze het geloof in Jezus het belangrijkste vonden? Hoe kan Paulus zo luchtig zeggen: “Mocht u er anders over denken, dan zal God het u wel duidelijk maken”? Omdat hij er blijkbaar vanuit gaat dat zijn woorden weerklank zullen vinden bij zijn lezers, zoals Jens Lehmanns woorden weerklank vonden bij zijn teamgenoten. Zelfs als je al genoegen neemt met gelijkspel – iemand hoeft maar te roepen: “Wij willen winnen”, of het hele team denkt: “Natuurlijk nemen we geen genoegen met gelijkspel. Wij willen winnen!”
Ja, voetballers wel. Maar christenen ook? Jazeker, christenen ook. Want Paulus schrijft: “Hierop moeten wij ons allen als volmaakte mensen richten”. Het kan best zijn dat je je wenkbrauwen fronst als je Paulus hoort zeggen dat wij allen ons, als volmaakte mensen, hierop moeten richten. Want wie kan van zichzelf zeggen dat hij een volmaakt mens is? Toch is dat wat al te makkelijk. Want waarop moeten volmaakte mensen zich volgens Paulus dan richten? Op de volmaaktheid. Dat is wel wat vreemd. Want waarom zouden mensen die al volmaakt zijn, zich nog op de volmaaktheid richten? Mensen die ónvolmaakt zijn moeten zich op de volmaaktheid moeten richten.
Hoewel, heeft dat wel zin? De volmaaktheid is toch een doel dat onvolmaakte mensen nooit kunnen halen? In de Herziene Statenvertaling worden deze woorden dan ook weergegeven als: “Laten wij dan, voor zover wij geestelijk volwassen zijn, deze gezindheid hebben”. Want “laten wij die volmaakt zijn”, dat zou in strijd zijn met de gereformeerde belijdenis dat zelfs onze beste werken in dit leven allemaal ónvolmaakt en met zonde bevlekt zijn (HC v&a 62).
Toch haalt de Herziene Statenvertaling zo de spanning die er niet alleen in deze woorden van Paulus, maar ook in het leven van een christen zitten eruit. Want die spanning is juist dat volmaakte mensen zich op de volmaaktheid moeten richten. Paulus zegt dus niet: Volmaakte mensen hoeven zich niet op de volmaaktheid te richten omdat ze al volmaakt zijn. Hij zegt ook niet: Onvolmaakte mensen hoeven zich niet op de volmaaktheid te richten omdat ze toch nooit volmaakt zullen worden. Nee, hij zegt: Volmaakte mensen moeten zich op de volmaaktheid richten.
Maar is het echt een raadsel hoe Paulus zoiets kan zeggen, als je hem net hebt horen zeggen: “Niet dat ik al zover ben en mijn doel al heb bereikt. Maar ik houd vol in de hoop eens dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft”? Zou het dan misschien zo kunnen zijn dat je pas echt voelt hoe onvolmaakt je bent, als Christus volmaaktheid je leven binnenkomt? En omgekeerd: dat Christus’ volmaaktheid pas echt jouw leven binnenkomt, als jij voelt hoe onvolmaakt je bent? Door Christus ontdekt je pas echt hoe onvolmaakt je bent. Door Christus ontdekt je pas echt volmaakt je mag zijn. Zo zet Christus jouw leven onder spanning: zijn volmaaktheid zet een vraagteken bij jouw onvolmaaktheid. Zo zet Christus jouw leven in beweging: zijn volmaaktheid trekt aan jouw onvolmaaktheid. Je wilt niet langer zijn wat je zonder Christus bent: een schuldige die de dood tegemoet gaat. Je wilt zijn wat je in Christus bent: een rechtvaardige die het leven tegemoet gaat.
Zo beleeft Paulus het, en als jij het nog niet zo beleeft, dan zal God je wel duidelijk maken dat je je vergist. Want een christen is iemand die voor de winst gaat, sinds hij deel gekregen heeft aan Christus’ overwinning van zonde en dood. [ppt]

Herken je dat nu ook? Vindt Paulus optimisme weerklank bij je, zoals het verlangen van Jens Lehmann weerklank vond bij zijn teamgenoten? Misschien wringt daar voor jou de schoen wel. Want is de kerk nog wel een team? Je vraagt het je af, als je op zondagmiddag al die lege plekken in de kerk ziet. Maar een ander zegt dat niet zoveel. Want de mensen die de middagdienst zo belangrijk vinden, zijn vaak ook de mensen die erover klagen dat de morgendienst zo lang duurt. Bij activiteiten die na de morgendienst georganiseerd worden zie je ze al helemaal niet. Want om ’s middags weer op tijd in de kerk te kunnen zijn, moeten ze nu wel naar huis.
Beide meningen lijken van de apostel Paulus gelijk en ongelijk te krijgen. Want hij schrijft: “In ieder geval, laten we op de ingeslagen weg voortgaan”. Wij moeten dus wel voortgaan op de ingeslagen weg. Tegelijk moeten we op die ingeslagen weg wel voortgaan. Maar wat is die ingeslagen weg dan en wat is voortgaan op die ingeslagen weg dan? Volgens mij gaat het dan niet over oude of nieuwe vormen, maar over die oude inhoud die altijd weer nieuw is: Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren.
Zo zei Paulus het even eerder in Filippenzen 3: “Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren”. Een Opwekkingslied zegt het hem zó na:

Wat mij dierbaar was, wat ik vinden wou,
dingen waar ik mij aan binden zou,
alles wat ik zocht, kennis, macht of geld
heeft geen waarde meer. Wat werkelijk telt:
Ik wil U kennen, Jezus;
dat is mijn grootste schat.
U verlost, U bevrijdt,
U bent mijn gerechtigheid;
O, ik hou van U... (Opw.460)

Laat dat ons verlangen mogen zijn voor het nieuwe seizoen: Jezus kennen. Grijpen naar Hem die jou gegrepen heeft.
Wat dat betreft is het prachtig dat we het nieuwe seizoen beginnen met de viering van het avondmaal. [ppt] Want wat is avondmaal vieren anders dan je vastgrijpen aan Hem die jou vastgegrepen heeft? In de eenvoudige tekenen van brood en beker gaat een wereld van liefde open waar je niet op uitgekeken raakt hoewel je er met je verstand niet bij kunt. Of moet ik zeggen: Je raakt er niet op uitgekeken omdát je er met je verstand niet bij kunt?
“Ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook door Christus Jezus gegrepen ben”. Laat in de rust waarmee we naar voren komen de haast voelbaar worden van: “Daar moet ik zijn en nergens anders. Bij Hem moet ik zijn en bij niemand anders”. In de ontmoeting met Hem die zijn leven voor je gaf krijg je een afkeer van je eigen halfheid en ga je verlangen naar zijn heelheid.
Weg met dat slappe gedoe van een gelijkspel is goed genoeg. Wij willen winnen, want we horen bij Hem het kwaad overwon.

Amen.

Gesprekspunten

1. Herken je bij jezelf en bij anderen iets van de mentaliteit van de trainer van Schalke: gelijkspel is goed genoeg?
2. Mediteer eens hardop met elkaar over de zinnen uit de preek: “Zou het dan misschien zo kunnen zijn dat je pas echt voelt hoe onvolmaakt je bent, als Christus volmaaktheid je leven binnenkomt? En omgekeerd: dat Christus’ volmaaktheid pas echt jouw leven binnenkomt, als jij voelt hoe onvolmaakt je bent?”
3. Is de kerk voor jou een team? Waarom wel/niet?
4. Wat heeft de viering van het avondmaal te maken met: gegrepen zijn en grijpen?
5. Conclusie: “Samen verder”. Hoezo samen? Hoezo verder?