Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Vrome praat, dirty mind
titel : Vrome praat, dirty mind
datum : 28 januari 2018
volledige onderwerp : Titus 1 : 15
Download deze preek.

Preek over Tit.1,15 (Den Ham, 28-1-18; Nijverdal, 4-2-18; Daarlerveen, 11-2-18)

Votum en groet
Ps.46:1,2 / Ps.57:1,5 (v.m.)
10 geboden (v.m.)
Ps.26:2,4
Gebed
L Mrc.7,1-23
Ps.73:5,6,9
Kindmoment (door Gerdieneke Alfing) (v.m.)
T Tit.1,15
Preek
LB 834
Apostolische geloofsbelijdenis (n.m.)
LB 705:1,2 (n.m.)
Dankzegging en voorbede
Collecte
LB 754
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

[ppt]
Mijn handen was ik rein,
als ik voor U verschijn
en zingend om uw altaar schrijd.
Ik zal uw wondren noemen,
met liefde zal ik roemen
de woonplaats van uw heerlijkheid.

Dit vers uit Psalm 26 zongen we net voordat we gingen bidden. Ook al voel je tijdens het zingen dat het hier gaat om een oudtestamentisch lied, de blijdschap die eruit spreekt is nog niet achterhaald. Als je God eert met je lied, word je daar zelf ook vrolijk van. Je verheugt je er samen over dat God in je midden wil wonen.
Maar om de oudtestamentische beelden die daarbij horen mee te kunnen voelen, moet je ze wel nieuwtestamentisch uitleggen. Zingend om het altaar schrijden, misschien zou je kunnen zeggen dat wij dat nog steeds doen, omdat het kruis waaraan Jezus Christus voor de zonden gestorven is het centrum van onze eredienst vormt.

Zingend gaan wij met elkaar
door de nacht op weg naar huis,
pelgrims die uit alle landen
samenkomen om het kruis (LB 801:5/7).

Maar hoe vertaal je die eerste regel van dat couplet uit Psalm 26 naar nu: “Mijn handen was ik rein, als ik voor U verschijn”? Misschien zou je kunnen zeggen dat wij dat gedaan hebben door na het zingen van dat vers God te bidden of Hij ons om het bloed van Christus wil reinigen van al onze zonden. Maar dan blijft er eens groot verschil bestaan tussen het oudtestamentische beeld: Ik was mijn handen, en de nieuwtestamentische werkelijkheid: God vergeeft me mijn zonden.
Moslims zouden Psalm 26 veel makkelijker mee kunnen zingen dan christenen. Voordat ze de gebedsruimte van de moskee mogen binnengaan, moeten ze zich namelijk eerst gewassen hebben. [ppt] Stel je eens voor dat wij ook zulke wasplaatsen bij de ingangen van de kerkzaal hadden. Dan zouden we wel wat eerder van huis moeten om de dienst op tijd te kunnen beginnen.
Thuis zou er waarschijnlijk minder hoeven te veranderen. Tenminste, als je je handen wast voor het eten. In dat geval zijn gevouwen handen meteen ook gewassen handen. Maar dan wassen we nog steeds onze handen niet omdat we gaan bidden, maar omdat we gaan eten. Het kan dan ook best zijn dan sommigen van u tijdens de lezing van Marcus 7 dachten: “Wat onhygiënisch van Jezus’ leerlingen dat ze hun brood met ongewassen handen aten”. Je wilt natuurlijk niet graag een Farizeeër zijn, maar als je leest dat zij zich aan allerlei tradities hielden als het schoonspoelen van bekers en kruiken en ketels, geef je ze gelijk. Je maakt je eten toch klaar met schoon keukengerei? Neem die snijplank waarop je gister het vlees gesneden hebt. Die ga je vandaag toch niet gebruiken om je groenten op te snijden als je hem niet eerst goed afgewassen hebt? Anders is zo’n snijplank een bron van bacteriën. Net als een keukendoekje dat op het aanrecht blijft liggen als je er het fornuis mee schoongemaakt hebt. Nee, als je Marcus 7 leest, betrap je je op de gedachte dat die Farizeeën meer van keukenhygiëne begrepen hadden dan Jezus en zijn leerlingen.
Stel je dan eens voor dat je tijdelijk onderdak verleent aan een vluchteling uit Syrië. Geen christen, maar een moslim. Op een gegeven moment zegt hij tegen je: “Mooi dat jullie je handen ook wassen voor je gaat bidden. [ppt] Ik vraag me alleen af of je dat ook zou doen als je niet ging eten”. Maar misschien had al gemerkt dat je gast niet bidt bij het eten. Hij bidt vijf keer per dag en wast zich dus ook vijf keer per dag. Niet alleen zijn handen, maar ook zijn mond, zijn neus, zijn gezicht, zijn onderarmen, zijn hoofd, zijn oren en zijn voeten. Een hele wasbeurt? Welnee, voor een moslim is dit ritueel slechts de kleine wassing, in het Arabisch: de woedoe. Als je daar eens over nadenkt, begin je je misschien wel af te vragen: “Klopt dat eigenlijk wel, dat ik wel mijn handen was als ik aan tafel kom, maar niet als ik bij God kom?” [ppt]

Toch kan ik me ook voorstellen dat u wat onrustig wordt van de preek tot nu toe. Want gaat die niet precies de andere kant op dan de woorden die Jezus spreekt in Marcus 7? Hij keert zich toch tegen de wassingen die moslims nog steeds onderhouden, omdat ze slechts de buitenkant raken? In zijn eigen woorden: “Niets dat van buitenaf in de mens komt kan hem onrein maken, omdat het niet in zijn hart, maar in zijn maag komt en via het riool weer verdwijnt”. Daarmee heeft Jezus inderdaad gezegd dat het wassen van handen, mond, neus, gezicht, onderarmen, hoofd, oren en voeten zinloos is. Maar heeft Hij dus gezegd dat wassingen per definitie zinloos zijn? Nee, Hij heeft juist gezegd dat er maar één wassing zinvol is en dat is de wassing van het hart. In zijn eigen woorden: “Wat uit de mens komt, dat maakt hem onrein. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, overspel, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, laster, hoogmoed, dwaasheid; al deze slechte dingen komen van binnenuit, en die maken de mens onrein”. Volgens Jezus is er dus een veel grondiger reiniging nodig dan er volgens de Farizeeën nodig was. Zolang je onreine hart niet is schoongewassen, heeft het geen zin om je onreine handen schoon te wassen.
Juist op dit punt komt het tot een harde confrontatie tussen de Farizeeërs en Jezus. U misschien zelfs wel wat te hard. Want zo raar is die vraag van de Farizeeërs toch niet: “Waarom houden uw leerlingen zich niet aan de tradities van onze voorouders en eten ze hun brood met onreine handen?” Want op zichzelf is het toch een goede gewoonte om je handen te wassen voor het eten? Maar als Jezus antwoordt, gaat het meteen van het bovenste bordje: “Wat is de profetie van Jesaja toch toepasselijk op huichelaars als u! Er staat immers geschreven: ‘Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij; tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften van mensen’. De geboden van God geeft u op, maar aan tradities van mensen houdt u vast”. Moet dat nu zo? Het lijkt wel of Jezus zich persoonlijk aangevallen voelt, dat Hij zo fel reageert. Is dat niet wat overdreven?
Nee, dat is niet wat overdreven. Want hoe begon dit hoofdstuk ook alweer? “Ook de Farizeeën en enkele van de schriftgeleerden die uit Jeruzalem waren gekomen, hielden zich in zijn nabijheid op. En toen ze zagen dat sommige leerlingen brood aten met onreine handen…”, wisten ze genoeg. Zo maak ik de zin van Marcus maar even af. Want waarom waren die Farizeeërs niet bij Jezus weg te slaan? Omdat ze hun hart voor Hem geopend hadden of omdat ze hun hart voor Hem gesloten hadden? Dat laatste. Jezus hoeft hun niets te vertellen dat zij nog niet weten. Zodra Hij had wel doet, zit Hij dus fout. De Farizeeën worden op hun wenken bediend. Want op het moment dat sommige leerlingen hun handen niet wassen voor het eten, neemt Jezus het meteen voor hen op. Zo doet Hij precies waar ze op gehoopt hadden: tekenen bij het kruisje. Met Jezus’ handtekening onder zijn eigen doodvonnis, kunnen ze de terugreis naar Jeruzalem weer aanvaarden.
Het is precies die mentaliteit die de apostel Paulus aan de kaak stelt, als hij aan Titus schrijft: [ppt] “Voor wie rein zijn, is alles rein; maar voor wie bezoedeld en ongelovig zijn, is niets rein, want zowel hun verstand als hun geweten is bezoedeld”. Het is een woord dat teruggaat op het onderwijs van de Here Jezus in Marcus 7: niet wat van in maag van een mens komt, maar wat uit het hart van een mens komt maakt hem onrein. Maar Paulus trekt ook de conclusie die in het woord van Jezus besloten ligt. Als je vanbinnen onrein bent, maakt dat niet alleen jezelf onrein, maar ook alles waar je mee in aanraking komt. De apostel beschrijft hier een mechanisme dat we allemaal wel kennen. Bijvoorbeeld bij iemand van wie wij zeggen dat hij een dirty mind heeft. [ppt] Mocht u niet weten wat een dirty mind is, dat is een Engelse uitdrukking die letterlijk zoiets betekent als: een vieze geest. Zo iemand vindt overal wel een aanleiding in voor vieze praatjes. Denk maar aan die foute oom die bij verjaardagen overal wel een smerige draai aan weet te geven. Maar ondertussen bezoedelt hij met zijn vieze praatjes het hele feest.
Het bijzondere is alleen dat Paulus het niet heeft over mensen met vieze praatjes, maar over mensen met vrome praatjes. Zij zien in de kerk overal het spook van de onreinheid rondwaren. Maar ze lijken niet te beseffen dat met hun bezorgdheid de blijdschap in de gemeente doven. Er komt een klamme deken van verontrusting over de gemeente te liggen. Terwijl dat spook van onreinheid niet in de kerk, maar in hun eigen geest rondwaart. Dat bedoelt de apostel als hij zegt: “voor wie bezoedeld en ongelovig zijn, is niets rein, want zowel hun verstand als hun geest is bezoedeld”.
Dat is best wel een hard oordeel. De mensen over wie de apostel het heeft zullen zich daar niet in herkend hebben. Ongelovig, zij? Zij zullen zelf zeggen dat hun zorgen over de koers van de kerk voortkomen uit hun geloof. Maar is dat dus ook zo? Dat hangt er vanaf wat je onder ‘geloof’ verstaat. De catechismus zegt dat waar geloof niet alleen een zeker weten is, maar ook een vast vertrouwen. Herken je dat nog, als je zelf bezorgd bent over hoe het in de kerk toegaat? Of word je niet gedreven door vertrouwen maar door wantrouwen? Ik proef in elk geval meer van het laatste dan van het eerste. Als de gezangenbundel wordt uitgebreid, is de eerste reactie van sommigen: “Als dat maar niet ten koste gaat van de psalmen”. Als er een combo in de dienst gaat spelen, is de eerste reactie van sommigen: “Als dat maar niet ten koste gaat van de eerbied”. Als er door de week gebedssamenkomsten worden gehouden, is de eerste reactie van sommigen: “Als dat maar niet ten koste gaat van de middagdienst”. Hoe oprecht zulke geluiden ook mogen zijn, je moet je wel realiseren dat je zo een smet op dingen die waarmee anderen God willen eren.

Toch hoeft het volgens de apostel Paulus zo niet. Want hij zegt niet alleen: “Voor wie onrein is, is alles onrein”, maar ook het omgekeerde: [ppt] “Voor wie rein is, is alles rein”. Dat is best wel een verbazingwekkende uitspraak. Want Jezus had toch gezegd dat je niet onrein wordt van wat er in je maag komt, maar van wat er uit je hart komt? “Zo verklaarde hij alle eten rein”, staat er in Marcus 7. [ppt] Maar dat betekent toch dat Hij alle eters onrein verklaarde?
Inderdaad, dat betekent het. Daarom veegde Hij ook de vloer aan met die Joodse reinigingsgebruiken. Want wat heeft het voor zin je handen te schoon te maken als je hart vies blijft? Maar voor de enige die hen van binnen kan reinigen, sluiten die Farizeeërs hun hart. Terwijl alle Joodse reinigingswetten toch vooruitwezen naar het bloed van Jezus, dat ons reinigt van alle zonde (1Joh.1,5). [ppt] Alleen Hij kan inhoud geven aan al die vormen. Maar als Hij komt, hebben de Farizeeërs Hem niet meer nodig, omdat hun vormen inmiddels hun inhoud geworden zijn.
Betekent dat nu dat wij onze handen niet meer hoeven te wassen voor we ze vouwen? Wij hoeven ons handen inderdaad niet te wassen om zo rein voor God te kunnen verschijnen. Want alleen het bloed van Jezus reinigt ons van alle zonde. Maar besef je dat nog wel als je in gebed tot God nadert? Ook moslims zeggen dat het geen zin heeft je aan de kleine wassing te houden, als dat je beseft dat jij als een klein mens bij een groot God komt. Toch kan die wassing je daar wel aan herinneren. Je valt niet zomaar bij God naar binnen. Zou zo’n wassing ons dan niet kunnen herinneren aan het bloed van Christus dat niet alleen ons handen, maar ook ons hart reinigt?
Misschien vindt u dat een vreemde gedachte. Toch komt die op meerdere plekken in het nieuwe testament voor. Om één voorbeeld te geven: Jakobus schrijft in zijn brief: “Nader tot God, dan zal Hij tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars, zuiver uw hart, weifelaars” (Jak.4,8) Natuurlijk kun je daarvan zeggen dat dat beeldspraak is. Jakobus zal bedoelen dat je moet breken met slechte daden en moet vechten tegen slechte gedachten. En inderdaad, daar gaat het de broer van de Heer om. Maar blijkbaar is het wassen van je handen voor hem nog steeds een beeld van de reiniging van je hart door het bloed van Jezus Christus.
Of u dus uw handen moet wassen voor u bij de Here komt? Ik zal niet pleiten voor de herinvoering van een hol ritueel. Maar ik pleit wel tegen het uitspreken van holle gebedsfrasen als: “en vergeef ons onze zonden om Jezus’ wil, amen”. Want dat is nog erger. Als je jezelf daarop betrapt, bid of zing dan de woorden van dat bekende Opwekkingslied:

Door Uw genade, Vader,
mogen wij hier binnengaan.
Niet door rechtvaardige daden,
maar door het bloed van het Lam.


U roept ons in Uw nabijheid
en dankzij uw Zoon,
dankzij het bloed dat ons vrijpleit,
komen wij voor uw troon (Opw.369).

Amen.