Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Opstaan in verwondering
titel : Opstaan in verwondering
datum : 1 april 2018
volledige onderwerp : Lucas 24 : 12
Download deze preek.

Preek over Lc.24,12 (Den Ham, Pasen 2018)

Bij de afkondiging van het overlijden van zr. Lien Langenberg:
Lezen: Hebr.4,10.11a
Zingen: Gez.158
Votum en groet
Gez.95
Gebed
Onderdelen uit doopsformulier 3
Opw.710 (na dopen Hendrik Gerhard Milan Lindenhovius)
L Luc.24,1-12
LB 624
L 1Pt.1,1-9
Gez.111
T Luc.24,12
Preek
Ps.40:1,2
L Mrc.12,28-34b (BGT)
Ps.40:3
Dankzegging en voorbede
Collecte
ELb 125
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

“Maar op de eerste dag van de week gingen de vrouwen die met Jezus waren meegereisd uit Galilea bij het ochtendgloren naar het graf met de geurige olie die ze hadden bereid”. De schilder Caspar David Friedrich heeft dit moment uit het paasevangelie proberen te vangen op een doek dat hij de titel ‘Paasmorgen’ meegaf. [ppt] Zou je die titel niet kennen, dan zou je misschien niet meer zien dan drie vrouwen op een zandweg in de schemering. Misschien zou het je wel verbazen dat iemand zoiets op een schilderij wil vastleggen. Maar als je wat beter gaat kijken, gaat dat onbeduidende onderwerp je toch boeien. Wat doen die vrouwen daar eigenlijk op dit zandweg? Want ze staan roerloos. Zijn ze moe of zijn ze bang? Het schilderij heeft ook een wat geheimzinnige sfeer. Dat komt vooral door het licht dat door de nevels heen begint te breken. Die zijn nog niet verdwenen, maar wel veranderd. Het licht heeft ze mild gestemd. Alsof er een vriendelijke deken over de dingen hangt. Zelfs de bomen worden erdoor aangeraakt. Het is of ze hun armen naar het licht uitstrekken om erdoor gestreeld te mogen worden. Want al zijn ze nog bijna kaal, ze beginnen weer uit te lopen. En jijzelf? Je herkent je ineens wel in die vrouwen. Want ook jij bent stil blijven staan, omdat je voelt dat er iets in de lucht hangt dat alles anders zal maken.
[ppt] Kletspraat! Meer woorden wilden de apostelen er niet aan vuil maken. Een hard oordeel. Waarom toch? Omdat het hun al zwaar genoeg viel om te aanvaarden dat de man voor wie ze alles achtergelaten hadden toch niet de beloofde Messias was? Als je compleet gedesillusioneerd bent, moet een ander je niet proberen te troosten met weer een nieuwe illusie. Jezus is dood, accepteer dat nu maar. Wij hebben ons vergist, geef dat nu maar toe. Maar wat doet dat zeer. Want ze waren zielsveel van Hem gaan houden. Niet alleen omdat Hij de Messias was, maar ook omdat Hij Jezus was. Maar nu uitgekomen was dat Hij alleen maar Jezus uit Nazaret was, schaamden ze zich haast voor wat ze voor Hem gevoeld hadden.
Die vrouwen natuurlijk niet. Vanmorgen waren ze binnengevallen. Die Maria uit Magdala voorop. Bevrijd van zeven demonen, maar nog altijd zo gek als een deur. “Hij leeft! Jezus leeft!” En maar door elkaar roepen over een leeg graf, of nee, geen leeg graf, want er zaten wel twee engelen in. In elk geval, Jezus lag er niet meer, want Hij was opgestaan uit de dood. Aandoenlijk hoor, maar bewaar dat soort praatjes maar voor je theekransje.
Nu even een vraag aan de mannen die hier zitten. Vergis ik me, als ik zeg dat er sinds die eerste Paasdag nog niet zoveel veranderd is? Want nog altijd komen vrouwen eerder tot geloof in Jezus dan mannen. Ik heb wel een aantal keren ex-moslima’s mogen dopen, maar nog nooit een ex-moslim. Zeg niet dat dat natuurlijk te maken heeft met die moslimcultuur. Want ook in onze gemeente zijn er veel meer jongens die er maar niet toe komen in het openbaar belijdenis te doen van hun geloof in Jezus dan meisjes. In andere gemeenten vinden er allang geen verkiezingen voor ambtsdragers meer plaats, omdat de kerkenraad al blij mag zijn als hij evenveel broeders kan benoemen als er vacatures zijn. Maar zouden we in Den Ham zeggen dat iemand die anderen uit Gods woord moet onderwijzen wel zelf aan een vorm van bijbelstudie moet meedoen, dan zouden ook wij de ambten niet kunnen vervullen. Wat is dat toch met ons, mannen?
Gelukkig staat er dan toch een man op, Petrus. Ja, zo staat het er wel: “Petrus stond op en rende naar het graf”. Het kan geen toeval zijn dat de evangelist Lucas voor Petrus hetzelfde woord gebruikt als voor Jezus: hij stond op. Wil Lucas daarmee dan zeggen dat Petrus dus ook dood was? Het lijkt er wel op. In elk geval zal Petrus zelf later zijn eerste brief openen met de zin: “Geprezen zijn de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood”. Daarmee zegt hij toch niets meer en niets minder dan dat zijn leven toen pas begon? Dat zullen wij dan ook moeten kunnen zeggen, wil er vandaag iets te vieren zijn. Anders is Jezus wel opgestaan, maar jij niet.
Bij Petrus ging dat niet van het ene op het andere moment. Hij rent wel hard heen, maar wat minder hard terug. Maar hij is dan ook vol verwondering over wat er gebeurd mag zijn. Je ziet het aan zijn lichaamstaal: zijn voeten kunnen zijn gedachten niet bijbenen. Maar hij begint een vermoeden te krijgen van het geheim dat al sinds ’s morgens vroeg in de lucht hing. [ppt]
Wat zorgde er nu voor dat er barsten kwamen in Petrus’ rotsvaste zekerheid dat Jezus dood was? Die vrouwen hadden nog engelen gezien. Maar blijkbaar verschijnen die alleen aan vrouwen. Aan mannen verschijnen slechts vrouwen met kletspraat. Of waren die vrouwen zijn engelen? Achteraf moest hij bekennen dat dat inderdaad zo was. Maar nu zover was hij nu nog niet. Toen hij zich bukte om te kijken, zag hij alleen de linnen doeken liggen. Maar op het moment dat hij denkt dat dus alles in orde is, begint de twijfel hem toch te bekruipen. Want op het eerste gezicht lijkt het of Jezus nog gewoon in het graf ligt. Maar als hij wat beter kijkt, dringt het ineens tot hem door dat er niemand in die doeken ligt. Hoe kan dat nou? Als iemand het lichaam van Jezus uit het graf wilde roven, zou hij het toch met doeken en al meenemen? Wie wikkelt nu niet alleen die doeken los, maar legt ze ook nog eens zo netjes terug dat het net lijkt of er niets gebeurd is? Hoe langer Petrus naar die doeken kijkt, des te meer doen ze hem denken aan een cocon die door een vlinder is achtergelaten.
Maar dat wil niet zeggen dat de enige logische verklaring van die lege doeken is dat Jezus is opgestaan. Want dat is nog steeds de meest onlogische verklaring van dat open graf en die lege doeken. Dat stoort me in preken waarin heel beweerd wordt dat als er geen sprake was van grafroof er dús wel een wonder gebeurd moet zijn. Dan stoort me in liederen waarin Jezus in één adem sterft en opstaat. Misschien hebt u daar wat minder last van. Jezus was immers niet alleen mens, maar ook God. Omdat Hij mens was kon Hij sterven, omdat Hij God was kon Hij opstaan. Maar is dat logisch? Als het logisch moet zijn, kun je beter zeggen: “Omdat Hij God was kon Hij niet sterven en omdat Hij mens was kon Hij niet opstaan”. Dan kun je je in elk geval wat beter verplaatsen in Petrus, die eerst niet kon geloven dat Jezus gestorven was en daarna niet kon geloven dat Jezus was opgestaan. Want beide gebeurtenissen zijn even ongelooflijk.
Wij kunnen de opstanding van Jezus uit de dood niet vieren, als we ons niet verwonderen. Zo meteen gaan we net als Petrus weer neer huis. Maar laten we dat dan net als Petrus doen [ppt] vol verwondering over wat er gebeurd is. Stel jezelf daarom maar eens de vraag: Wat als Jezus nu eens wél is opgestaan? Als je dat van harte gelooft, is het misschien moeilijk voor je om die vraag toe te laten. “Stel dat Jezus toch is opgestaan? Maar Hij ís toch opgestaan?” Toch is het goed om je eens te verplaatsen in Petrus, omdat het evangelie van de opstanding dan ook voor jou misschien weer nieuw wordt.
Het eerste dat dan mij opkomt is dat de belofte die Jezus’ leven inhield toch uit zal komen. [ppt] Hij was toch gekomen om Gods koninkrijk te brengen? Alle wonderen die Hij deed leken daar toch naar vooruit te wijzen. Blinden konden weer zien en verlamden weer lopen, melaatsen werden gereinigd en doven konden weer horen, doden werden opgewekt en aan armen werd het goede nieuws bekend gemaakt (Mt.11,5). Ook al lijkt dat laatste kenmerk van Jezus’ optreden het minst spectaculair, het betekende toch wel dat mensen die om wat voor reden ook een vreugdeloos bestaan leden weer hoop kregen dat er ook voor hen toekomst was. Ik denk dan ook aan die mensen die alleen konden overleven omdat het geld hun schaamte een beetje goed maakte: de tollenaars en de prostituees. Jezus had niet alleen medelijden met mensen waar iedereen medelijden mee had, maar ook met mensen waar niemand medelijden mee had. Jezus opende een ruimte van liefde die sommigen wel wijd genoeg was. Want Hij wekte de indruk dat Gods nieuwe wereld er ook was voor mensen die dat niet verdiend hadden. De Joodse leiders haalden dan ook opgelucht adem, toen Jezus veroordeeld werd tot de dood aan het kruis. Alles zo blijven zoals het altijd al geweest was. Maar wat als de deur van Gods nieuwe wereld door Jezus’ dood aan het kruis eens niet dichtging, maar juist openging?
Het tweede dat er bij me opkomt is dat Jezus’ opstanding je dwingt met nieuwe ogen naar zijn dood te kijken. [ppt] Voor Petrus was Jezus’ dood aan het kruis het bewijs dat de Joodse leiders gelijk hadden toen ze weigerden te geloven dat Jezus de Messias zou zijn. Maar als Jezus was opgestaan, wat voor zin had het dan dat Hij dood geweest was? Zou het dan misschien zo kunnen zijn dat Hij ons wilde redden door onze nood op zich te nemen? Zijn wij niet langer reddeloos verloren, omdat Hij reddeloos verloren was? Is God zelfs met ons in de dood? Kan dan niets en niemand je van zijn liefde scheiden? Kan zelfs de grootste fout die je gemaakt dan nog goedgemaakt worden? Is zelfs de diepste pijn die je geleden hebt dan nog te genezen? Kent Gods genade dan echt geen grenzen? Zo moet het toch wel zijn, als Jezus is opgestaan.
Vol verwondering keert Petrus terug, in een wereld die nog niets veranderd is. Dat is zo wonderlijk aan Lucas’ paasverhaal. Petrus spreekt geen engelen, maar vrouwen. Petrus ziet geen Jezus, maar doeken. We moeten nog een heel eind doorlezen voor die toon juicht en die stem klinkt: “De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en Hij is aan Petrus verschenen” (24,34) Maar over die verschijning van de opgestane Heer aan Petrus lezen we bij Lucas niets. Zou dat misschien zijn omdat wij ook in Jezus’ opstanding moeten geloven zonder dat Hij aan ons verschijnt? Laat Lucas ons daarom maar meelopen met een man die alleen maar een leeg graf gezien heeft, maar toch vol verwondering is over wat er gebeurd mag zijn? Is alles anders geworden, als het lijkt dat alles bij hetzelfde gebleven is?
Ja, alles wordt anders, als je begint te geloven dat Jezus werkelijk uit de dood is opgestaan. Zo was het voor Petrus, zo was het voor allen die op zijn woord tot geloof in de opgestane Heer gekomen zijn. Want wat stond er in die brief waarmee Petrus de gemeenten die ontstaan waren bemoedigde? “U hebt hem lief zonder hem ooit gezien te hebben; en zonder hem nu te zien gelooft u in hem en ervaart u een onuitsprekelijk, hemelse [ppt] vreugde, omdat u het einddoel van uw geloof bereikt: uw redding”. Ik vind dat wel zo’n geweldige zin. Petrus spreekt hier over een blijdschap waar geen woorden voor zijn, terwijl hij beseft dat zijn lezers Jezus nog nooit gezien hebben. Hoe bestaat dat? Hoe kan het dat je ondanks alles wat je nog aan ellende moet meemaken toch een blijdschap in je hart voelt die je zelf ook niet kunt verklaren, maar die er toch is? Zou het misschien zo kunnen zijn dat Jezus’ opstanding voor jou nog werkelijker is dan alles wat je moet doorstaan? Maar dan moet dat lege graf je nog altijd bezighouden. Het zet nog altijd alles wat je meende te weten op zijn kop. Want het ongelooflijke is gebeurd: God is afgedaald tot in de diepten van de dood om ook mij mee te nemen naar zijn nieuwe wereld.
Maar als de dood niet meer is wat hij geweest is, is het leven ook niet meer wat het geweest is. Het is in een heel nieuw licht komen te staan. De mist trekt op en de bomen lopen uit. Het is of alles spreekt van een leven dat niet meer stuk kan, van een vrede die niet meer overgaat, van een liefde die niet meer dooft.

Wij leven van verwondering
en uit een diep vermoeden,
dat in en om ons leven heen,
een hand ons wil behoeden,
dat er een hart is dat ons draagt,
dat er een stem is die ons vraagt,
dat God ons leidt ten goede.

Met Petrus komen we terug in ons leven, vol verwondering over wat er gebeurd is.

Amen.