Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Mijn God, mijn God, waarom? (Goede Vrijdag)
titel : Mijn God, mijn God, waarom? (Goede Vrijdag)
datum : 30 maart 2018
volledige onderwerp : MatteŁs 27 : 45, 46
Download deze preek.

Preek over Mt.27,45.46 (Den Ham, Goede Vrijdag 2018)

Votum en groet
NGez.201
Gebed
L Ps.22 (PvN 22, door Marjon en Nathalie)
L Mat.27,27-50
Ps.13 (NB)
T Mat.27,45.46
LvK 476:2,4
Geloofsbelijdenis van Nicea
Gez.144:7
Dankzegging en voorbede
Collecte
Ps.73:9,10,11
Zegen
Gez.155:4,5

Gemeente van de Here Jezus,

“Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?” Het is voor mij de eerste keer dat ik over dit kruiswoord van onze Verlosser preek. Ik heb het nog nooit aangedurfd. Misschien verbaast u dat. Want er zit zó’n troost in dit woord. “Toen riep Hij uit: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten? opdat wij door God aangenomen en nooit meer door Hem verlaten zouden worden”. Zo staat het in het avondmaalsformulier en velen hebben die woorden in hun hart gesloten. Misschien samen met die woorden uit de Catechismus “dat ik er in mijn felste aanvechtingen zeker van mag zijn dat mijn Here Jezus Christus mij van de angst en pijn van de hel verlost heeft”. Hoe eenzaam je je ook mag voelen, toch ben je om Jezus’ wil nooit alleen. Want God zal je nooit verlaten zoals Hij zijn eigen Zoon verlaten heeft.
Zo is het ook. Toch bepaalt het evangelie dat we gelezen hebben ons wel bij de eenzaamheid die Jezus voor ons doorstaan heeft. We staan aan de rand van de afgrond en horen uit de diepte een kreet van wanhoop opstijgen die ons door merg en been gaat. Hier lijdt iemand pijn op een manier die onze ervaring te boven gaat. Wij hebben echt wel ervaring met lichamelijk en met psychisch lijden. Maar als het ons gegeven wordt om op dat lijden terug te kijken, kunnen we toch zeggen dat het waar is wat er staat in dat gedicht over die voetstappen in het zand. Waarom maar één paar voetstappen op dat stuk van je weg waarop je het zo moeilijk had? Omdat God je op dat stuk droeg. Het zijn niet jouw voetstappen, maar zijn voetstappen. Maar probeer je eens voor te stellen dat dat niet zo is. De voetstappen op dat stuk van je weg waarop je het zo moeilijk had zijn niet Gods voetstappen, maar jouw voetstappen. Verder terug staan wel twee paar voetstappen. Want jij wandelde met God en God wandelde met jou. Maar toen het erop aankwam, boog het spoor dat Gods voetstappen achterlieten af. Dat is Psalm 22, zoals die in de Psalmen voor Nu wordt weergegeven:

Ik sta alleen, want U bent weggegaan.
Mijn God, mijn God waarom?
U bent mijn redding, maar niet hier en nu.
Waar bent U dan? Te ver bij mij vandaan.
Ik roep U na, mijn God,
Ik roep uw naam steeds weer.
U antwoordt niet. U kent mij nu niet meer.

Nu zou je van Psalm 22 kunnen zeggen dat die toch niet door Jezus, maar door David geschreven is. Zo beleefde die een periode in zijn leven waarin hij verschrikkelijk in het nauw gedreven werd. Hij had gevoel dat hij er toen helemaal alleen voorstond. Maar klopte dat gevoel wel? Want in Psalm 22 zit een wending die ons nog altijd verrast:

Ik werd door U gehoord.
Mijn God, mijn God heeft mij geantwoord.

In de Psalmen voor Nu wordt die wending niet voor niets een aantal keren herhaald. Anders zou het laatste deel van de Psalm voor ons gevoel uit de lucht komen vallen:

Toon diep ontzag voor God, geef Hem de eer,
Want God zwijgt niemand dood.
God is niet blind, niet doof.
Hij hoort mijn stem. Hij antwoordt als ik roep.

Er zijn mensen volgens wie dat niet alleen gold voor David, maar ook voor Jezus. Als Hij het uitroept: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?”, begrijpen we hoe verloren Hij zich gevoeld heeft. Maar dat God niet ingreep toen Hij aan het kruis hing, wil nog niet zeggen dat God Hem dus had laten vallen. Ook Jezus zou achteraf kunnen zeggen dat God Hem wel degelijk gedragen had, toen Hij het gevoel had dat God Hem had verlaten.
Maar als je het vierde kruiswoord zo uitlegt, neem je het niet serieus. Want er staat niet voor niets wanneer Jezus het uitschreeuwde: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?” Niet toen het donker werd, maar toen het weer licht werd. “Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en roep luid: “Eli, Eli, lema sabachtani?” Maar tijdens die drie uur duisternis blijft het stil. Niet alleen God zwijgt, maar ook Jezus zwijgt. Wat Zich in die drie uren tussen Vader en Zoon heeft afgespeeld, we zouden ons er geen voorstelling van kunnen maken, als Jezus niet toen er weer licht aan de horizon gloorde niet geschreeuwd had: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?” Maar misschien kun je beter zeggen dat die woorden ons doen beseffen dat Jezus in die drie uur duisternis een eenzaamheid heeft doorstaan waar we ons geen voorstelling van kunnen maken.
Wellicht helpt het ons als we ons realiseren dat de man die zo doodsbenauwd was niet alleen de Zoon van Maria, maar ook de Zoon van God was. Dan klinkt in dat vierde kruiswoord niet alleen de stem van een mens, maar ook de stem van God:

Ik sta alleen, want je bent weggegaan.
Mijn kind, mijn kind waarom?
Jij hebt mij nodig, maar niet hier en nu.
Waar ben je dan? Te ver bij Mij vandaan.
Ik roep je na, mijn kind,
Ik roep je naam steeds weer.
Je antwoordt niet. Je kent Mij nu niet meer.

Zo zei God het zelf bij monde van Jesaja: “Al roept dit volk mijn naam niet aan, toch antwoord ik: ‘Hier ben ik, hier ben ik’. Heel de dag sta ik met open armen tegenover een opstandig volk dat op de verkeerde weg is en zijn eigen ingevingen volgt” (Jes.65,1b.2). Leg dat woord van Jesaja eens naast het verhaal van Matteüs. Dan zie je Jezus met open armen aan het kruis hangen tegenover mensen die Hem de gek aansteken, zelfs als hij het uitschreeuwt: “Eli, Eli, lema sabachtani”. Jezus is niet alleen de mens die door God verlaten wordt, maar ook de God die door mensen verlaten wordt.
Maar waar de breuk tussen God en mens compleet lijkt, wordt de breuk tussen God en mens juist geheeld. Misschien is dat nog wel het meest verbijsterende aan de geschiedenis die Matteüs ons vertelt. Want al ziet geen mens heil in een gekruisigde Messias, toch brengt God redding door een gekruisigde Messias. Als Jezus met beide armen aan het kruis genageld wordt, opent God zijn armen voor een volk dat Hem niet ziet staan. Het gordijn in de tempel dat scheiding maakt tussen God en mens scheurt, niet van onder naar boven, maar van boven naar onder. Alsof God zelf zegt: “Kom maar binnen. Want wat Mij betreft is er niets meer dat jullie en Mij nog scheidt”.
Maar op het moment dat ik dat zeg, betrap ik mezelf op de gedachte dat ik Jezus al vergeten ben. Ik kijk naar het voorhangsel in de tempel dat uiteengereten wordt, maar heb ondertussen mijn blik afgewend van Jezus, wiens lichaam uiteengereten is. Maar misschien vergaat het u ook wel zo, als u Jezus hoort roepen: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?”, en in gedachten meteen aanvult: “opdat wij door God aangenomen en nooit meer door Hem verlaten zouden worden”. We zijn blij met onze redding, maar zijn we nog verdrietig om onze redder? Laten we Hem dan niet voor de zoveelste keer alleen? Misschien vindt u het een rare kronkel, maar ik voel me schuldig als ik in het verhaal over Jezus’ lijden iets probeer te vinden waar ik mezelf blij mee kan maken. Ik weet dat Matteüs het daarvoor opgeschreven heeft. Niet om ons verdrietig te maken, maar om ons blij te maken. En toch voelt het niet eerlijk om het te hebben over de hoop die wij mogen krijgen door het lijden en sterven van Jezus, als ik hoor hoe wanhopig Hij was: “Mijn God, mijn God, waarom…?”
Hebt u een antwoord op Jezus’ vraag: “Waarom?” Durf jij te zeggen: “Omdat Hij voor onze zonden moest sterven, daarom”? Dan doe je net of jij wel begrijpt wat Jezus niet begreep. Maar valt er iets te begrijpen, als Gods Zoon roept: “Waarom?” Nee, dan valt er hooguit iets te vermoeden. Wij hoeven niet af te dalen in de afgrond waarin Jezus wegzonk toen het donker werd. Maar als ik Hem hoor schreeuwen: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?”, begint wel tot me door te dringen dat er helemaal niets vanzelfsprekends aan is dat God mij aanneemt om mij nooit weer te verlaten. Ik hoop dat dat bij u en bij jou ook zo is.
Maar misschien komt zijn wanhoop pas goed bij je binnen als je zelf wanhopig bent. Laat Jezus dan je tolk mogen zijn. Hoor Hem schreeuwen, ook voor jou, als je niet kunt begrijpen waar het goed voor is dat jou dit moet over komen. Hoor Hem roepen, ook voor jou, als je je niet voor kunt stellen hoe dit ooit nog goed kan komen. “Mijn God, mijn God”, zegt Hij, als Hij de eenzaamheid geproefd heeft van mensen die God verlaten. Hij blijft het zoeken bij de God die Hij niet kon vinden toen Hij in jouw nood afdaalde. Dan breekt het zonlicht weer door de wolken en maakt het duister plaats voor het licht. Jezus vindt God voor jou. Jezus vindt jou voor God.

Mijn Jezus, ik houd van U, ik noemt U mijn vriend,
want U nam de straf op U die ik had verdiend.
De grote Verlosser, mijn Redder bent U;
’k heb van U gehouden, maar nooit zoveel als nu (ELb 371)

Amen.