Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > De omgekeerde wereld
titel : De omgekeerde wereld
datum : 17 december 2017
volledige onderwerp : Ester 06 : 11
Download deze preek.

Preek over Est.6,11 (Den Ham, 17-12-17)

Votum en groet
Ps.75:1,3,4,6 NB
10 geboden
LB 439:3,4
Gebed
L Est.6
LB 459:1,2,3,7
L 1 Kor.2,1-11
T Est.6,11
Preek
LB 990:1,2,4,5
Dankzegging en voorbede
Collecte
ELb 91
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

Tijdens de catechisaties ontstond er laatst een discussie over het lezen van de bijbel. Volgens sommige jongeren was het moeilijk om door te zetten omdat er soms van die taaie stukken in de Bijbel staan. Ik was het daar wel mee eens, maar merkte toch ook op dat er gelukkig niet alleen taaie stukken in de Bijbel staan. Er zijn ook stukken vol humor. Dat riep enige verbazing op. Humor in de Bijbel? “Als je het niet gelooft, let dan zondag over een week maar eens op”. Dat is dus vandaag. En zeg nou zelf, Haman die een gewaad haalt dat de koning zelf had gedragen en een paard dat de koning zelf had bereden… voor Mordechai! [ppt] Terwijl die een ereronde over het stadsplein maakt, loopt Haman voor hem uit en roept: “Dit valt eenieder ten deel aan wie de koning eer wil bewijzen! Dit valt eenieder ten deel aan wie de koning eer wil bewijzen!” Als dat geen humor is, weet ik het niet meer.
Maar wat hier nu zo grappig aan is, kun je alleen snappen als je even achter de schermen hebt kunnen kijken. Wij als bijbellezers kunnen dat. Want waarom is het zo grappig dat Haman degene is die Mordechai dit eerbewijs moet bezorgen? Omdat hij had gedacht dat koning Ahasveros hem bedoelde, [ppt] toen hij vroeg: “Wat moet er gedaan worden als de koning iemand eer wil bewijzen?” Wist Haman veel dat de koning er net achter was gekomen dat Mordechai een aanslag op zijn leven voorkomen had zonder daarvoor beloond te zijn? Maar had de koning dat dan tegen Haman moeten zeggen? Het is juist zou mooi dat Haman nu ontmaskerd wordt als iemand die het wel erg met zichzelf getroffen heeft. Want Haman gaat er blijkbaar vanuit dat de koning wel net zo blij met hem zal zijn als hij met zichzelf is. We wrijven ons in de handen als zo’n zelfingenomen mannetje eens op zijn nummer gezet wordt.
Maar wij kunnen weten dat de humor nog groter is. Want het is niet alleen mooi dat Haman voor het paard uit moet lopen, maar het is ook mooi dat Mordechai erop moest zitten. Want waarom was Haman net in de buurt toen de koning advies nodig had? Omdat hij de koning had willen vertellen dat hij maatregelen had genomen om een man terecht te stellen die geen enkel respect voor het gezag had: de Jood Mordechai. Toen die voor de zoveelste keer geen buiging maakte toen Haman langskwam, had hij besloten hem te laten ophangen wegens majesteitsschennis [ppt]. Want wie geen respect had voor Haman, had natuurlijk ook geen respect voor de koning. Die zou vast tevreden met hem zijn. Maar hij kwam er niet eens aan toe de koning van zijn voornemen op de hoogte te stellen. Want die wilde diezelfde Mordechai niet doden, maar eren. Zo kwam had dat Haman de eer die hij had willen ontvangen moest schenken aan de man die hij haatte: Mordechai. Zie ze hun ereronde eens maken. [ppt] Mordechai hoog te paard en Haman die voor hem uitliep, die voor hem uitriep: “Dit valt eenieder ten deel aan wie de koning eer wil bewijzen!”

Maar je kunt de humor van deze scene alleen inzien als je weet wat er werkelijk speelt. Anders zie je niet meer dan dat een inwoner van de burcht Susa een bijzonder eerbetoon ten deel valt. Misschien kun je aan Haman zien dat hij zijn taak met tegenzin vervult, maar verder: mooi dat de koning een van zijn onderdanen zo in het zonnetje zet.
Is dat niet een probleem waar we misschien wel dagelijks tegenop lopen? Wij hebben geen idee van wat er werkelijk speelt, omdat wij niet achter de schermen van de gebeurtenissen kunnen kijken. Voor ons gevoel hangen de dingen die gebeuren van toevalligheden aan elkaar. Maar wat de zin is van de dingen die ons overkomen? Als we die kenden, zouden we met een binnenpretje door het leven kunnen gaan. Maar helaas is zo’n kijkje achter de coulissen ons niet gegund. Ja, in dit bijbelverhaal. Maar wat heeft dat met ons leven nu te maken?
Toch even een stapje terug. Want zouden de mensen die getuige waren van het eerbetoon dat Mordechai ten deel viel echt geen idee gehad hebben van waar hier speelde? Zou Mordechai voor hen alleen maar een brave burger zijn die een koninklijke onderscheiding ontving? Als je even terugbladert in het boek Esther kom je erachter dat de stad net nog in rep en roer was vanwege een wet dat alle Joden in het Perzische rijk uitgeroeid moesten worden. Zou de man in de straat echt niet geweten hebben dat Mordechai een van die Joden was die binnenkort omgebracht moest worden?
Het lijkt me niet overdreven te stellen dat met die nieuwe Perzische wet het tijdperk van de pogroms begonnen is. Hitler was niet de eerste die de Joden wilde uit wilde roeien. Al voor het begin van onze jaartelling is de haat tegen het Joodse volk begonnen en tot op de dag van vandaag lijden de Joden onder de haat van hun medeburgers. Haman zal in zijn dagen vast niet de enige geweest zijn die een gloeiende hekel aan Joden had. Hij mocht ervan uitgaan dat de wet die hij er doorgedrukt had om de Joden uit te roeien op instemming onder de bewoners van het Perzische rijk kon rekenen. Probeer dan eens door de ogen van de man in de straat naar dit tafereel te kijken. Kijk je dan je ogen niet uit? Want op dat paard zit een van die Joden die men in het Perzische rijk liever kwijt dan rijk was. En voor hem uit loopt de man die de wil van de zwijgende meerderheid uitvoert: Haman, de Jodenhater (3,10). Zou deze scène voor de mensen niet een teken geweest zijn dat zij met Haman aan de verkeerde kant van de geschiedenis stonden? Zou het volk niet beginnen terug te krabbelen, als het ziet hoe Mordechai als een vorst te paard zit en Haman als een knecht voor hem uitloopt? Hoe zou de boodschap die Haman tegen wil en dank verkondigde overgekomen zijn: ““Dit valt eenieder ten deel aan wie de koning eer wil bewijzen!”? Moet je in God geloven om tussen de regels door te horen: “Dit valt eenieder ten deel die Gods volk smaad wil bewijzen”?
Het is niet waar dat wij geen idee hebben van wat er zich in werkelijkheid in de wereld afspeelt. Het is wel waar dat wij niet weten hoe het afloopt en ons daarom vaak nog maar even op de vlakte houden. Wat kunnen we er ook aan doen, als in het verre Myanmar de moslimminderheid over de kling gejaagd wordt? Wat gaat het ons ook aan dat Soennieten en Sjiieten elkaar in Jemen proberen uit te moorden? Maar ook dichterbij huis komt het voor dat je niet op durft te komen voor een medemens die in de verdrukking zit, omdat je bang bent dat je er dan zelf uitligt. Misschien gaat het vanzelf wel over. En mocht het helemaal verkeerd aflopen, dan kun je altijd nog zetten dat jij het niet geweten hebt. [ppt]

Het bijbelverhaal van vanmorgen laat ons even achter de schermen kijken, als het koninkrijk van God zichtbaar wordt in het koninkrijk van mensen. Even ontvangen we een glimp van hoe de verhoudingen in Gods nieuwe wereld liggen. Maar het zal niet bij een glimp blijven. Met de menswording van Gods Zoon begint die wereld zich op aarde te vestigen. Jezus vaardigt in zijn Bergrede de wetten van die wereld uit, als Hij zegt:

Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Gelukkig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.

Gelukkig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Gelukkig wie zuiver van hart zijn,
want zij zullen God zien.
Gelukkig de vredestichters,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel (Mat.5,3-10).

Gelukkig, gelukkig, gelukkig. Terwijl de mensen die door Jezus gelukkig genoemd worden een houding hebben waar je in deze wereld niet ver meer komt. Kijk maar naar Jezus zelf. Wat is er van zijn nieuwe wereldorde terecht gekomen? Is die niet stukgelopen op het kruis?
We hebben een stukje gelezen uit Paulus’ eerste brief aan de Korintiërs, waarin hij iets onthuld van Gods verborgen en geheime wijsheid. “Geen van de machthebbers van deze wereld heeft die wijsheid gekend; zouden ze haar wel gekend hebben, dan zouden ze de Heer die deelt in Gods luister niet gekruisigd hebben”. Het is of de apostel wil zeggen dat de machtigen Jezus’ licht niet gedoofd, maar juist aangestoken hebben. Ze hebben niet begrepen dat ze Jezus door Hem te kruisigen niet uit de wereld, maar aan de macht geholpen hebben. Want God laat zijn koninkrijk niet komen met behulp van kracht, maar met behulp van zwakheid.
In de geschiedenis van Haman en Mordechai worden de rollen even omgedraaid. God laat zien dat Hij niet staat aan de kant van de verdrukker, maar van de verdrukte, niet aan de kant van de sterke, maar aan de kant van zwakke, niet aan de kant van de trotse, maar aan de kant van de nederige, niet aan de kant van de Farizeeër, maar aan de kant van de tollenaar [ppt].
Niemand wil die Farizeeër zijn die het maar met zichzelf getroffen heeft, als hij tot God bidt: “God, ik dank u dat niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af”. Nee, zo iemand wil je niet zijn. Maar wie bidt er als die tollenaar, die op een afstand bleef staan en zijn blik niet eens naar de hemel durfde te richten: “God, wees mij zondaar genadig”? Terwijl Jezus toch zegt dat niet die Farizeeër met al zijn goede werken, maar die tollenaar naar huis ging als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God.
Jezus besluit zijn gelijkenis met de woorden: “Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernederd zal verhoogd worden” (Luc.18,9-14). Er zijn mensen die zich niet hoeven te vernederen, omdat ze al door hun medemensen vernederd worden. Maar wij zullen Gods rijk alleen binnengaan, als we in het voetspoor van Jezus Christus onze grootheid afleggen en zijn kleinheid aannemen. Laat deze adventstijd voor u en voor jullie allemaal een begin van die omgekeerde wereld mogen zijn. Ga in gedachten op weg naar Betlehem en wordt stil en klein, voor een God die stil en klein is geworden, voor ons allemaal.

Amen.