Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Wandelen en spreken (oudjaar)
titel : Wandelen en spreken (oudjaar)
datum : 31 december 2017
volledige onderwerp : Amos 3 : 3
Download deze preek.

Preek over Am.3,3 (Den Ham, Oudjaar 2017)

Votum en groet
Ps.93
Gebed
L Am.3,1-8
LB 850 (melodie: Ps.140/ Gez.176a)
T Am.3,3
LB 255 (melodie: Gez.134)
Geloofsbelijdenis van Nicea
LB 848
Dankzegging en voorbede
Collecte
LB 248
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

[ppt] Twee mannen zijn begonnen aan hun voettocht. Een heel grote afstand hoeven ze niet af te leggen: Emmaüs ligt een kleine twaalf kilometer van Jeruzalem. In twee of drie uur moet je er wel kunnen komen. Tijd genoeg voor een goed gesprek. Want gaan er ooit twee samen op weg, zonder een woord met elkaar te wisselen? Zo’n wandeling doe je toch niet met een volslagen vreemde? Je kent elkaar toch ergens van? Er is toch iets dat je bindt?
Maar deze twee mannen lopen zwijgend naast elkaar. Als je hun lichaamstaal beluistert, krijg je de indruk dat er toch wel iets is dat hen bindt. Hun schouders hangen, hun voeten sloffen. Ze maken een ontgoochelde indruk. Alsof datgene wat hen verbond hun ontvallen is. Wat hebben ze nog te bepraten, nu Hij er niet meer is? Toch wel iets. “Weet je nog, hoe Hij de lijkbaar aanraakte en alleen maar tegen die jongen die uitgedragen werd hoefde te zeggen: ‘Jongeman, ik zeg je: sta op!’? Als er iemand het woord van God sprak, dan Hij wel. Hij sprak en die jongen was er weer, Hij gebood en die jongen stond er weer (vgl. Ps.33,9). Maar elke herinnering die ze zo ophaalden, deed pijn. Want de man van wie zij gehoopt hadden dat Hij het was die Israël zou bevrijden, was eergisteren smadelijk aan zijn einde gekomen, toen hun leiders Hem hadden laten kruisigen.
Zo ging die beiden tezamen. Twee mensen die elkaar ontmoet hadden bij Jezus, maar nu alleen elkaar nog hadden. [ppt]

[ppt] “Gaan er ooit twee samen op weg zonder elkaar ontmoet te hebben?” Het woord van de profeet Amos, dat wij op deze laatste avond van het jaar overdenken, lijkt een open deur. Als twee mensen samen op weg gaan, hebben ze elkaar per definitie ontmoet. Hoewel, ontmoet… [ppt] In de laatste trein die op een doordeweekse dag nog rijdt, hebben die paar passagiers de zitplaatsen voor het uitkiezen. Dan blijkt dat ze er helemaal geen behoefte aan hebben elkaar te ontmoeten, want ze gaan zo ver mogelijk bij elkaar vandaan zitten. Maar afgezien daarvan heeft Amos natuurlijk gelijk. Als twee mensen met elkaar oplopen of -fietsen, [ppt] moeten ze elkaar eerst ontmoet hebben. Misschien blijft het bij die ene ontmoeting en zullen hun wegen elkaar in de toekomst niet weer kruisen. Toch valt de levensweg van de een even samen met de levensweg van de ander. Dat kleine stukje leven dat je gedeeld hebt met iemand die je niet kende, kan ondertussen een kostbare herinnering blijven. Want iemand echt ontmoeten, als is het maar voor even, blijft iets bijzonders.
Als Amos het heeft over een ontmoeting die ertoe leidt dat twee mensen samen verder gaan, denk je als eerste aan een huwelijk. In ons midden is dit jaar één stel getrouwd, maar hebben veel meer stellen hun zoveel-jarig huwelijksjubileum gevierd. Voor hen is de vraag die Amos stelt geen vraag: Of je samen op weg kunt gaan zonder elkaar ontmoet te hebben? Natuurlijk niet! In die ander ontmoette je juist die ene met wie je je leven voortaan wilde delen. Wat een blijdschap als je onderweg steeds meer naar elkaar toegegroeid bent. Maar het kan ook anders. “Gaan er ooit twee samen op weg zonder elkaar ontmoet te hebben?” Ook al lijkt Amos ervanuit te gaan dat iedereen dan antwoordt: “Natuurlijk niet”, jij kunt dat misschien wel niet, en dat doet pijn. Zijn wij dan op weg gegaan zonder elkaar ontmoet te hebben? Zijn wij vreemden voor elkaar geworden of zijn we misschien vreemden voor elkaar gebleven?
Amos’ vraag bepaalt ons bij de weg die we in het afgelopen jaar gegaan zijn en bij degenen met wie we die weg gedeeld hebben. We kunnen daar persoonlijk over nadenken, maar we kunnen er ook als gemeente over nadenken. Want gaan er ooit twee samen op weg naar het koninkrijk van God zonder elkaar ontmoet te hebben? Het antwoord op díe vraag zou al helemaal moeten zijn: “Natuurlijk niet!” Want hoe zouden mensen die hetzelfde geheim met elkaar mogen delen vreemden voor elkaar kunnen zijn? Toch gebeurt dat wel. Sommigen komen wel in de kerk, maar niet de gemeente. Anderen komen wel in de gemeente, maar niet in de kerk. Weer anderen komen in beiden niet meer. Waarom? Omdat ze hun broeders en zusters nooit echt ontmoet hebben? Of was het juist de ontmoeting met broeders en zusters die ervoor zorgde dat ze niet langer bij hen wilden horen?
Hoe belangrijk die vragen ook mogen zijn, nog belangrijker is de vraag of je God dan wel ontmoet hebt. Maar die vraag is niet alleen belangrijk voor wie afgehaakt zijn, maar voor ons allemaal. Is de weg die wij het afgelopen jaar gegaan zijn een weg met God geweest? Gaan we met Hem op weg het nieuwe jaar in, omdat we Hem in het oude jaar ontmoet hebben? Of is God die medereiziger met wie je in dezelfde coupé kon zitten zonder dat je Hem hoefde te vragen: “Is die plaats naast U nog vrij?” [ppt]
Als Amos vraagt: “Gaan er ooit twee samen op weg zonder elkaar ontmoet te hebben?”, dan ligt het voor de hand dat een van die twee God is. Maar wie is die tweede: Israël? In zijn profetieën spreekt Amos inderdaad het tienstammenrijk Israël aan, hoewel hij zelf afkomstig was uit het tweestammenrijk Juda. Van harte welkom, zolang hij maar verkondigde dat de God van Juda en Jeruzalem ook de God van Israël en Samaria was. Maar of hij dat wel deed?
Je zou de vraag die hij stelt kunnen opvatten als bemoediging voor Israël. Die twee die samen hun weg gaan, zijn dat niet God en Israël? Maar als dat echt zo is, waar blijkt dan uit? Als Israël daarop moest antwoorden, zou het waarschijnlijk zeggen: “Moet je kijken hoe goed het met ons gaat. We zijn weer een politieke en economische macht om rekening mee te houden”. Daar zou geen woord aan gelogen zijn. Want inderdaad, onder koning Jerobeam II was Israël weer een factor van betekenis in de toenmalige wereld geworden. Dat kon toch alleen maar betekenen dat God met hen was?
Maar juist daar lijkt Amos een vraagteken bij te willen zetten. [ppt] Hij begon zo mooi. Alle buurlanden kregen een veeg uit de pan: “Dit zegt de HEER: Misdaad op misdaad heeft Damascus begaan. Daarom zal ik mijn vonnis niet herroepen. Misdaad op misdaad heeft Gaza begaan. Daarom zal ik mijn vonnis niet herroepen. Misdaad op misdaad heeft Tyrus begaan. Daarom zal ik mijn vonnis niet herroepen. Misdaad op misdaad heeft Edom begaan. Daarom zal ik mijn vonnis niet herroepen. Misdaad op misdaad heeft Ammon begaan. Daarom zal ik mijn vonnis niet herroepen. Misdaad op misdaad heeft Moab begaan. Daarom zal ik mijn vonnis niet herroepen. Misdaad op misdaad heeft Juda begaan. Daarom zal ik mijn vonnis niet herroepen” (1,3-2,5). Als Amos het daar nu bij gelaten had, had hij op luid applaus kunnen rekenen. Maar hij ging verder: “Misdaad op misdaad heeft Israël begaan. Daarom zal ik mijn vonnis niet herroepen” (2,6a). Daarmee ging hij voor Israël te ver. Hoe haalde hij het in zijn hoofd om het volk van God op één hoop met alle andere volken te gooien? Als het nu slecht met Israël ging, dan zou je nog kunnen zeggen dat ze blijkbaar Gods toorn opgewekt hadden. Maar nu het zo goed met hen ging was er geen enkele aanleiding te denken dat ze zich zouden moeten bekeren van hun zonden.
Luister dan nog eens naar de vraag die Amos stelt in onze tekst: “Gaan er ooit twee samen op weg zonder elkaar ontmoet te hebben?” Je eerste antwoord is: Natuurlijk niet. Maar zou het ondertussen zo kunnen zijn dat God en Israël met elkaar op weg zijn zonder een woord met elkaar te wisselen? [ppt] Als je met elkaar optrekt praat je toch met elkaar en luister je toch naar elkaar? “Luister dan naar mij als ik je in de naam van de HEER zeg dat die welvaart van jullie is gebaseerd op onrecht. Jullie verkopen de rechtvaardigen voor zilver en de armen voor een paar sandalen. Je bent eropuit de zwakken in het stof te laten kruipen en de machtelozen opzij te dringen” (2,6b.7a).
Maar dat wilde Israël niet horen. Amos werd zelfs tot ongewenst vreemdeling verklaard. “Ziener, verdwijn! Ga naar Juda en verdien daar je brood, ga daar maar profeteren. Hier in Betel mag je niet langer profeteren, want dit is het heiligdom van de koning, de tempel van het koninkrijk” (7,12.13). Blijkbaar stelde Israël zich het verbond tussen God en zijn volk voor als een huwelijk waarin vooral niet met elkaar gepraat moet worden. Maar kan dat als je echt van elkaar houdt? [ppt]
De beelden die Amos vervolgens gebruikt om dat duidelijk te maken dat God het woord neemt omdat Hij van zijn volk houdt, komen op ons weinig liefdevol over. Want hij vergelijkt de stem van God met de brul van een leeuw die prooi heeft en met het geluid van een net dat dichtklapt. Maar het punt van vergelijking is dat die geluiden Israël nog wel wat zeggen. Horen ze een leeuw brullen, dan betekent dat dat hij een prooidier gegrepen heeft. Horen ze een net dichtklappen, dan betekent dat dat er een vogel gevangen is. Maar horen ze de stem van God klinken, dan betekent dat… niets.
Hoe absurd dat is, maakt de profeet duidelijk in het volgende vers. [ppt] Kun je je voorstellen dat de sirene klinkt en niemand bang wordt? Kun je je voorstellen dat er kwaad in de stad is en de HEER niets doet? In onze bijbelvertaling klinkt de tweede helft van dat vers wat anders: “Geschiedt er ooit onheil in een stad zonder toedoen van de HEER?” Maar die vertaling past niet goed in het verband. Het ligt meer in de rede dat Amos de reactie van mensen op een sirene en de reactie van God op het kwaad dat Hij bij mensen ziet met elkaar vergelijkt. Stel je voor dat niet op de eerste maandag van de maand om twaalf uur, maar op een ander moment het luchtalarm gaat. Dan maak je toch dat je binnenkomt, dat je ramen en deuren sluit en dat je probeert te weten te komen wat er aan de hand is? Zou God dan niets doen als Hij ziet dat het volk dat Hij had uitgekozen zichzelf te gronde richt? Juist omdat het zijn volk is, kan Hij niet zwijgen. De sirene heeft geklonken – wie zou er niet opschrikken? God, de HEER, heeft gesproken – wie zou er niet profeteren? [ppt]

God zorgt voor iedereen, maar Hij praat niet met iedereen. Misschien is dat wel de rode draad die door heel Amos’ boek heenloopt: [ppt] God zorgt voor iedereen, maar Hij praat niet met iedereen. Want je kunt wel denken dat God met je is omdat het zo goed met je gaat, maar wat zegt dat als het ook goed gaat met mensen met wie God geen verbond gesloten heeft? Jullie kunnen wel zeggen dat God jullie uit Egypte heeft weggeleid, maar zo ken ik er nog wel een paar, zegt Amos. Want God heeft ook de Filistijnen uit Kreta geleid en de Arameeërs uit Iran (9,7).
Jezus zal later zeggen: “Heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardige en onrechtvaardigen” (Mt.5,44.45). Want ben je wel een kind van God, als je van hem alleen kunt zeggen dat Hij als een Vader voor je zorgt? Als je echt een kind van Hem bent, dan praat je met Hem. Jij spreekt in de zekerheid dat je Vader naar je luistert. Hij spreekt in de zekerheid dat zijn kind naar Hem luistert.

Iemand dichtte eens: [ppt]

Dit ene weten wij en aan dit één
houden wij ons vast in de duistere uren:
er is een Woord, dat eeuwiglijk zal duren
en wie ’t verstaat, die is niet meer alleen (LB p. 1369).

Zo is het. Hoewel het best kan zijn dat pas als je dat woord gaat verstaan, je tot de ontdekking komt hoe alleen je eigenlijk altijd was. Het woord van God is best kritisch. Soms is dat fijn. Als het zegt dat God zal breken met het kwaad in deze wereld. Soms is dat minder fijn. Als het zegt dat jij moet breken met het kwaad in jouw leven. Maar in beide gevallen wil God iets tegen je zeggen omdat Hij van je houdt. Kun je dat van Hem hebben? Dat Hij niet alleen kritisch is op de dingen die jij slecht vindt, maar ook kritisch is op de dingen die jij goed vindt? [ppt]

“Misdaad op misdaad heeft mijn volk begaan. Daarom zal ik mijn vonnis niet herroepen”. God heeft zijn vonnis ook niet herroepen, maar het voltrokken… aan zijn eigen Zoon, Jezus Christus. Het blijft voor ons een mysterie hoe Gods oordeel en Gods vrijspraak samen kunnen gaan in Jezus’ dood aan het kruis. Maar wie zich niet in dat mysterie wil verdiepen, zal God nooit ontmoeten. Want Hij is heilige liefde. Heilig in zijn woede over de zonden die we doen, liefde in zijn vriendschap met de zondaars die we zijn.
Zo mochten we Hem in het afgelopen jaar ontmoeten, toen we aan de avondmaalstafel het lichaam en bloed van onze Heer Jezus Christus met elkaar mochten delen in brood en wijn. Als Jezus het brood breekt in het huis van die beide Emmaüsgangers, staat er: [ppt] “Nu werden hun ogen geopend en herkende ze Hem” (Lc.24,31a). Maar op dat moment begint het ook tot hen door te dringen dat Hij al met hen meeliep toen ze Hem nog niet herkend hadden. Wat reageerde Hij kritisch, toen ze Hem vertelden dat al hun hoop met Jezus’ dood aan het kruis vervlogen was. “Hebben jullie dan zo weinig verstand en zijn jullie zo traag van begrip dat jullie niet geloven in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?” Daarna verklaarde Hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de profeten (Lc.24,25-27). Maar hoe kritisch zijn woorden ook mochten zijn, ze klonken de beide Emmaüsgangers als muziek in de oren. Want terwijl ze naar Hem luisterden, kwam hun hoop weer tot leven. “Brandde ons hart niet toen hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?” (Lc.24,32), zullen ze straks zeggen.
[ppt] “Gaan er ooit twee samen op weg zonder elkaar ontmoet te hebben?” Lees je dat woord tegen de achtergrond van het verhaal van die beide Emmaüsgangers, dan valt er ook licht op het afgelopen jaar. Want op al onze wegen ging God met ons mee, om vergeving te schenken waar schuld was, om kracht te verlenen waar onmacht was, om troost te bieden waar verdriet was, om geloof te schenken waar twijfel was, om hoop te bieden waar wanhoop was, om liefde te geven waar bitterheid was. We hoefden er niet naar te raden wie het wel was die met ons optrok. Want God is geen zwijgende reisgenoot. Hij richt het woord tot jou door mensen die Hij daarvoor roept. Hij spreekt je aan door mensen die Hij op je pad stuurt. Zijn stem klinkt door in de stemmen van mensen. Zelfs in je eigen stem, als je zijn woord voorleest aan anderen of aan jezelf.
Ga dan op weg het nieuwe jaar in, samen met Hem die niet alleen voor je wil zorgen, maar ook met je wil praten. Want “gaan er ooit twee samen op weg zonder elkaar ontmoet te hebben?”

Amen.