Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Schenkt de hemel regen uit zichzelf? (Biddag)
titel : Schenkt de hemel regen uit zichzelf? (Biddag)
datum : 8 maart 2017
volledige onderwerp : Jeremia 14 : 19-22 en 17:5-8
Download deze preek.

Overdenkingen bij Jer.14,1-16.19.22; 17,5-18 (Den Ham, biddag 2017)

Votum en groet
Ps.63:1,2
Gebed om verlichting met de Heilige Geest
L Jer.14,1-6
L Jer.14,19-22
Overdenking 1
Ps.107:10,11 (NB)
Gebed voor gewas en arbeid 1
L Jer.17,5-8
Overdenking 2
Gez.57
Gebed voor gewas en arbeid 2
Stil gebed
LB 1006
Collecte
LB 253
Zegen

1. Het is een aangrijpende tekening die de Here geeft van de gevolgen van de droogte die Juda teistert. In het begin lijkt er nog wat spot in te zitten, als Hij beschrijft hoe de rijken hun knechten de opdracht geven om water te halen. Het is net of de Here wil zeggen dat die rijken niets te bevelen hebben. Want of er wel water is, dat is aan Hem, de Here God. Maar ondertussen durven die knechten niet naar huis. Zijn ze bang dat zij er de schuld van krijgen dat hun kruiken leeg gebleven zijn? Het is of er nu mededogen in de woorden van de Here doorklinkt. Want wat kunnen die knechten eraan doen dat hun kruiken leeg blijven? Diezelfde vraag zweeft ook boven de woorden die erop volgen. Zoals die knechten zich schamen voor hun heer, zo schamen de akkers zich voor hun boer. Maar wat kan de aarde eraan doen dat er niets op haar wil groeien? Het grijpt ons aan te lezen over die hinde in het veld, die haar jong in de steek laat omdat ze het niet kan voeden. Of die wilde ezel, die naar adem staat te happen omdat er zelfs op de bergen geen stukje groen te vinden is (vgl. Job 39,8).
Maar als wij in de woorden van de Here een ondertoon van mededogen menen te horen, is het maar de vraag of dat terecht is. Lees je het hele hoofdstuk, dan klinkt de Here eerder meedogenloos. Hij wil Jeremia’s gebed niet langer horen. Zelfs de schuldbelijdenis die Jeremia namens het volk uitspreekt lijkt te laat te komen. Het volk zegt wel: “Brengen die nietige goden van andere volken soms regen, of schenkt de hemel buien uit zichzelf? U, de HEER, onze God, doet dat toch?” Maar het is of de Here antwoordt: “Als je dat dan zo goed weet, waarom bad je dan niet tot Me toen jullie knechten zich nog niet hoefden te schamen voor hun heer en jullie akkers zich nog niet hoefden te schamen voor hun boer? Of dachten de heren toen dat zij het over het water te zeggen hadden en dachten de boeren toen dat zij het gezag over hun akkers hadden?
Wij, die zo’n vijfentwintighonderd jaar later leven, overdenken de woorden van Jeremia als de akkers nog leeg zijn. Vanavond komen me in de kerk bij elkaar om te bidden of God onze akkers wil vullen met gewas. Maar geloven we nog wel dat Hij degene is die gaat over loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, eten en drinken (HC zondag 10)? Of is de schepping voor ons een machine geworden die moet doen wat wij willen? Niemand van ons zal dat zo zeggen. Maar of niemand van ons het dus ook zo beleeft?
Als de narcissen al weer voorzichtig uit de grond komen, kijk er dan eens goed naar en verwonder je. Want je kunt ze wel poten, maar niet laten opkomen. Het omgekeerde kunnen wij wel: ervoor zorgen dat ze niet opkomen. Als dat gebeurt, moet de aarde zich dan schamen voor ons of moeten wij ons schamen voor de aarde? God heeft ons het gezag over zijn schepping gegeven. Maar tegelijk hebben wij er niets over te zeggen.
Daarom bidden we vanavond met Jeremia mee: “Schenkt de hemel regen uit zichzelf? Brengt de aarde vrucht voort uit zichzelf? U, de HEER, onze God, doet dat toch? Wij vestigen onze hoop op u, want u hebt alles gemaakt”.

2. Dit tweede stukje uit de profetieën van Jeremia komt je misschien bekend voor. Want het lijkt als twee druppels water op Psalm 1, over de mens die vreugde vindt in de wet van de HEER en zich erin verdiept, dag en nacht.

Hij zal zijn als een boom
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei (Ps.1,3).

Die laatste woorden vinden we zo bij Jeremia niet. Toch maakt dat het beeld dat Jeremia oproept misschien nog wel mooier. Want als je op de Here vertrouwt, komt niet alleen wat je doet tot bloei, je komt ook en vooral zelf tot bloei.
Er is nog een verschil met Psalm 1. Want Jeremia tekent ook hoe het leven eruitziet van mensen die zich afkeren van de Here en zich afhankelijk maken van hun medemensen. Zo iemand is een struik in een dorre vlakte, die de komst van de regen niet opmerkt. Zo’n doornstruik is niet afhankelijk van de regen. Hij heeft geleerd te overleven met het hele kleine beetje water dat hij met zijn wortels wist aan te boren. Maar ondertussen staat hij in een steenwoestijn, in een verzilt en verlaten land.
Zoals een struik in de woestijn de regen niet opmerkt, zo merkt een boom aan het water de hitte niet op. Een opmerkelijk verschil. Wie op zichzelf vertrouwt leeft niet op door het goede dat over hem komt. Wie op de Here vertrouwt knapt niet af door het kwade dat over hem komt. Dat geeft te denken in deze verkiezingstijd waarin boze Nederlanders heil verwachten van de PVV, boze medelanders heil verwachten van DENK en boze ouderen heil verwachten van 50+. Maar wie is er nog dankbaar voor de zegeningen die God geeft zonder dat je erom gevraagd hebt?
Er zijn mensen die die zegeningen zelfs niet meer wíllen zien. Ook al zijn ze nog maar zevenenvijftig en nog geen vijfenzeventig, toch willen ze dood. Die wens is nog troostelozer dan het beeld dat Jeremia oproept van de mens die zich afgekeerd heeft van de Here. Het is of de doornstruik erachter gekomen is hoe onvruchtbaar zijn leven eigenlijk is. “Hak mij maar om”. Maar de man die zich opwerpt als premier van Nederland kan hem geen hoop geven. Nog niet. Zelfs Jeremia had niet kunnen verzinnen dat een wereld zonder hoop en zonder God (Ef.2,12) zo genadeloos kon worden. Mensen die geen genade van God meer willen ontvangen, kunnen blijkbaar ook geen genade meer geven aan mensen.
Die boom aan het water is veel kwetsbaarder dan die struik in de woestijn. Hij vindt zijn kracht niet in zichzelf, maar buiten zichzelf. Met die boom aan het water vergelijkt Jeremia de mensen die op de Here vertrouwen. Herken je je daarin? Zo zwak van jezelf, zo sterk in God? Zo dood van jezelf, zo levend in Christus?
Aan het begin van een nieuw seizoen bidden we de Here of Hij het werk van onze handen wil zegenen. Maar vruchtbaar is ons leven pas, niet als onze zaken bloeien, maar als onze levens bloeien. Voor het eerste moet je je uitputten. Voor het tweede mag je putten uit de bron van Gods genade.

Hij geeft je vrede, vergeving van zonden,
en zijn nabijheid die sterkt en die leidt:
kracht voor vandaag, blijde hoop voor de toekomst.
Hij geeft het leven tot in eeuwigheid.

Amen.