Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Jezus' reis naar Betlehem
titel : Jezus' reis naar Betlehem
datum : 24 december 2015
volledige onderwerp : Lucas 02 : 3 - 5
Download deze preek.

Preek over Lc.2,3-5 (Den Ham, 24-12-15)

Votum en groet
LB 138
Gebed
L Jes.9,1-6
Een kind is ons geboren (Sela)
L Luc.2,1-5
Ps.2:1,4
L Luc.2,6-14
LB 135
L Luc.2,15-20
Mary did you know (combo)
T Luc.2,3-5
Gez.86
Dankzegging en voorbede
Collecte
NLB 498:1,3,4
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

Een paar maand geleden is Sem geboren. Zijn vader en moeder waren uit Syrië gevlucht in de hoop een veilige plek in West-Europa te vinden voor hun kindje ter wereld kwam. Maar ze strandden op een station in de Hongaarse hoofdstad Boedapest. Toen de bevalling inzette, smeekte Sem vaders om een ambulance die zijn vrouw naar een ziekenhuis kon brengen. Maar die mocht volgens de overheid niet komen. Dus werd Sem in de buitenlucht geboren tussen duizenden mensen die geen kant op konden. Ze wikkelden hem in aluminiumfolie en legden hem in de armen van zijn moeder, omdat er voor hen geen plaats was in Hongarije.
Natuurlijk ligt het ook aan de woorden die ik net gebruikte dat de geboorte van de kleine Sem en de kleine Jezus ineens wel erg op elkaar lijken. Er zijn ook verschillen. Want Jezus was geen kind van vluchtelingen. Jozef en Maria gingen niet van Nazaret in Galilea naar Betlehem in Judea omdat het niet langer veilig was in hun eigen woonplaats, maar om zich in de stad van David te laten inschrijven. Die inschrijving was van een heel andere aard dan de registratie van asielzoekers. Want asielzoekers moeten zich laten registreren om als een echte vluchteling te boek te kunnen staan. Maar Jozef liet zich registeren om als een zoon van David te boek te staan. Daarom wilde hij zich ook niet in Nazaret laten inschrijven, maar maakte hij met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was, de reis naar Betlehem. Want daar lagen zijn wortels. Daar lagen ook de wortels van het kindje dat geboren zou worden.
Maar doen die verschillen tussen Jezus en Sem er wel echt toe? Want beiden zijn zij het slachtoffer van de wereldpolitiek. Als keizer Augustus in het verre Rome besluit dat alle inwoners van zijn rijk geregistreerd moeten worden, dan hebben die inwoners maar te gaan. Of ze daarvoor een korte of een lange reis moeten maken, het zal de keizer een zorg zijn. Terwijl Syrië verscheurd wordt door een burgeroorlog, kunnen de machtigen van deze wereld het er maar niet over eens kunnen worden aan wiens kant ze zich moeten scharen: aan de kant van president Assad, aan de kant van het Vrije Syrische Leger, aan de kant van de Koerden of stiekem misschien zelfs wel aan de kant van IS. Ondertussen wordt de burgerbevolking van alle kanten gebombardeerd. Maar als ze een veilig heenkomen zoeken in Nederland, stuiten ze op steeds meer achterdocht. Natuurlijk, echte vluchtelingen moeten geholpen worden. Maar liever niet in mijn achtertuin.
Kerst is het feest van licht in de duisternis en vrede op aarde. Het koninkrijk van God maakt zijn intocht in deze wereld. Maar waar breekt het licht van dat koninkrijk dan door? Waar wordt de vrede van dat koninkrijk zichtbaar? Als je die beide baby’s naast elkaar ziet liggen, Jezus en Sem, zou je zeggen dat er nog steeds niets nieuws onder de zon is. Nog steeds worden zwakke mensen opgejaagd door sterke mensen. Nog steeds is er voor arme mensen geen plaats bij rijke mensen. Terwijl Jezus toch degene was door wie alles anders zou worden. Zijn moeder had er tijdens haar zwangerschap nog van gezongen:

Heersers stoot hij van hun troon
en wie gering is geeft hij aanzien.
Wie honger heeft overlaadt hij met gaven,
maar rijken stuurt hij weg met lege handen (Lc.1,52.53).

Maar de machtigen zal het recht van de zwakken nog steeds een zorg zijn. En de gastvrijheid van de Nederlanders onderscheidt zich nog steeds niet gunstig van de gastvrijheid van de inwoners van Betlehem. Nederland is vol. Even vol als Betlehem, dat voor een hoogzwangere vrouw geen ruimte wilde maken. Het kindje dat ze baart legt ze in een voerbak voor de beesten, omdat er voor hen geen plaats was in het gastenverblijf.

Ik bespeur bij mezelf een zekere wrevel over wat ik toch nu toe in deze preek heb gezegd. Misschien hebt u dat ook wel. Want moet het nu zelfs vanavond nog gaan over politiek? Mag het nu gaan over het kindje in de kribbe zonder dat de eeuwige spanning in het Midden-Oosten weer om de hoek komt kijken? Mogen we even het station van Boedapest en het gemeentehuis van Geldermalsen achter ons laten om alleen even in Betlehem te zijn? Gewoon met de herders luisteren naar engelen, die zingen van eer voor God in de hoogste hemel en van vrede op aarde voor alle mensen die Hij liefheeft? Gewoon met de herders kijken naar een kindje dat in een doek gewikkeld in een kribbe ligt?
En toch kan dat zo niet. Toch mag dat zo niet. Want het kerstevangelie zelf plaatst de geboorte van Jezus middenin de wereldpolitiek. Velen van ons kunnen de openingswoorden van het kerstevangelie wel dromen: “En het geschiedde in die dagen, dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus, dat het gehele rijk moest worden ingeschreven”. Je kunt de geboorte van koning Jezus in Betlehem dus niet los zien van het bevel van keizer Augustus in Rome. Als hij zijn hele rijk in beweging brengt, moeten Jozef en Maria wel meebewegen.

Je zou dat bevel van keizer Augustus kunnen vergelijken met het decreet van keizer Napoleon tot het instellen van de burgerlijke stand. Vanaf 1811 moesten ook in Nederland alle burgers ingeschreven staan bij de gemeente waarin ze woonden. Een decreet dat op weinig verzet gestuit is. Sommigen namen het zo weinig serieus dat ze zich met een gekke achternaam lieten inschrijven. In Israël zullen de meeste mensen ook niet wakker gelegen hebben van dat bevel van keizer Augustus. Pas toen Quirinius een jaar of twaalf later de gegevens van de burgerlijke stand ging gebruiken voor het heffen van belastingen en het oproepen van jongens voor de militaire dienst, brak er een opstand uit (vgl. Hnd.5,27). Maar het decreet van Augustus dat alle inwoners van zijn rijk zich moesten laten inschrijven was op zichzelf gewoon een vorm van modern bestuur. Zelfs de kerkorde schrijft voor dat de kerkenraad zorg moet dragen voor een goede registratie van wie tot de gemeente behoren (art. C42.1).
Maar al kunnen wij dat bevel van keizer Augustus dus best begrijpen, het is toch goed om er eens kritisch naar te kijken. Want hoe nuttig persoonsregistratie ook mag zijn, het brengt personen terug tot een aantal onpersoonlijke kenmerken als naam, geboortedatum, geboorteplaats, Burgerservicenummer. Maar bestaat daarin dan je identiteit? Waarom staat er wel op een identiteitskaart in welke plaats je geboren bent, maar niet aan welke school je je opleiding genoten hebt? Dan zou de beslissing of je wel of niet in Nederland mag blijven heel anders uitvallen. Ik kan me dan ook best voorstellen dat mensen die graag aan een nieuw leven willen beginnen, hun paspoort weggooien. Want moet je afkomst dan je toekomst bepalen?
Jezus zou altijd Jezus van Nazaret blijven. Als Hij onderricht geeft in de synagoge van Nazaret, nemen de mensen met wie Hij is opgegroeid aanstoot aan Hem. “Hij is toch de zoon van de timmerman? Maria is toch zijn moeder, en Jakobus en Josef en Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? En wonen zijn zusters niet allemaal bij ons? Waar heeft hij dat alles dan vandaan?” (Mt.13,55.56). Voor de meesten van zijn tijdgenoten is Hij nooit Jezus van Betlehem, de zoon van David geworden, maar altijd Jezus van Nazaret, de zoon van Jozef gebleven.
Je kunt je dan ook afvragen wat Jozef ermee gewonnen heeft dat hij naar Betlehem ging, om zich daar te laten inschrijven met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. Ook als het hem gelukt is zich als afstammeling van David te laten inschrijven, is er voor hem, voor zijn verloofde en voor haar kind nog steeds geen plaats in het gastenverblijf. Lucas zwijgt er maar over waar ze uiteindelijk wel terecht kunnen. Maar de voerbak die uiteindelijk moet dienen als wieg voor de lang verwachte Zoon van David wijst op een weinig vorstelijk onderkomen. Een paardenstal bij de herberg? Een schaapskooi in een grot? Het is in elk geval een onderkomen dat de redder, de Messias, de Heer die er geboren werd onwaardig is.

Of is Jezus in die voerbak voor het vee juist op zijn plaats? Gaat Gods plan op die manier juist in vervulling? Eeuwen geleden had de profeet Jesaja gezegd dat er uit de stronk van Isaï een telg zou opschieten en een scheut van zijn wortels tot bloei zou komen (Jes.11,1). Als je niet weet dat de vader van koning David Isaï heette, zegt die profetie je niets. Maar als je dat wel weet dringt het tot je door dat er van dat koningshuis van David dus even veel overblijft als van een omgezaagde boom. Alleen de stomp staat er nog. Maar die stomp loop zal weer uitlopen. Op de plaats waar God een koning naar zijn hart gevonden had (1Sam.16,7) wordt een kindje geboren. Daar moet het geboren worden. Niet omdat Augustus dat zo beschikt had, maar omdat God dat zo beschikt had. In die omstandigheden moet het geboren worden. Niet omdat het door de inwoners van Betlehem afgewezen was, maar omdat het zelf dat plekje in die stal had uitgekozen als plaats om ter wereld te komen.
Ik besef dat u die laatste stap misschien niet meteen kunt volgen. Want geloven dat God het zo beschikt had dat de Messias in Betlehem geboren werd is één ding. Maar geloven dat dat kindje zelf die stal had uitgekozen om ter wereld te komen, dat gaat nog wel wat verder. Toch is dat het wonder van kerst. God is niet alleen de God die vanuit de hemel alles bestuurt, maar ook de God die op aarde alles draagt. In de woorden die ik als tekst voor de preek heb uitgekozen komt dat op een bijzondere manier aan het licht. Want als keizer Augustus het bevel geeft dat alle inwoners van het rijk zich moeten laten inschrijven, gaan niet alleen Jozef en Maria op reis, maar ook het kindje waarvan Maria zwanger is.
Het evangelie van Lucas is voor het grootste deel een reisverhaal. Al in hoofdstuk 9 gaat Jezus op weg naar Jeruzalem om zijn leven te geven als losgeld voor velen. Maar dat Hij daarvoor gekomen is, blijkt al voor zijn geboorte. Als keizer Augustus de hele wereld in beweging zet, bewegen niet alleen Jozef en Maria mee, maar beweegt ook het kindje in de schoot van Maria mee. De Heer is onze reisgenoot, zingen we in de paastijd, met een lied van Jaap Zijlstra, de dichter-dominee die in de afgelopen week overleed (LvK 73). Maar we mogen het al met kerst zingen. Want diep verborgen tussen allen die op weg gaan, gaat de Heer mee.
De heerschappij van de Here God is van een heel andere aard dan de heerschappij van keizer Augustus. Die doet zijn naam eer aan. Augustus betekent: de verhevene. Maar God is een koning die niet alleen troont in hoogheid en heiligheid, maar ook bij wie verslagen en gebroken zijn (Jes.57,15). Hij neemt niet alleen de verantwoordelijkheid op Zich voor zijn eigen goede besluiten, maar ook de verantwoordelijkheid voor onze foute besluiten. Hij gaat deel uitmaken van een wereld die op drift geraakt is. Onze tranen worden zijn tranen. Onze eenzaamheid wordt zijn eenzaamheid. Onze dood wordt zijn dood.
Ik weet niet of de ouders van Sem God zo kennen. Misschien is God voor hen alleen de verhevene, niet de nabije. Maar als dat zo is, hoop ik dat hun ogen alsnog voor Hem opengegaan zijn. In de overheid van het christelijke Hongarije zullen ze Hem niet herkend hebben. Misschien in een burger van het christelijke Hongarije die niet meer te bieden had dan een stuk zilverpapier voor Sem en een kop soep voor zijn ouders.

De evangelist Lucas was een reisgenoot van de apostel Paulus. Die bracht de boodschap van kerst in één van zijn brieven zó onder woorden: “Heb niet alleen uw eigen belang voor ogen, maar ook het belang van de ander. Laat u leiden door de mentaliteit van Jezus Christus. Hij was aan God gelijk. Maar hij vroeg niet om de hoogste macht en eer voor zichzelf. Nee, hij gaf zijn hemelse positie op en kwam op aarde, niet als een heerser, maar als een dienaar” (Flp.2,5-7).
Met zijn komst in de wereld heeft Jezus een weg geopend waarop allen die in Hem geloven Hem moeten volgen. Dan worden de mensen die we onderweg tegenkomen weer mensen. Geen gevallen die teruggebracht zijn tot een paar onpersoonlijke kenmerken: tollenaar, moslim, hoer, gelukszoeker, melaatse, buitenlander. Ze worden weer mensen, die kostbaar zijn in Gods ogen. Wijzen en verstandigen noemen dat naïef. Dat kan wel kloppen. Want naïef betekent: kinderlijk. Het is een manier van leven die een kind ons aangeleerd heeft: een kind in een kribbe.

Amen.