Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Tegen spaarders en hamsteraars
titel : Tegen spaarders en hamsteraars
datum : 24 december 2015
volledige onderwerp : 2 KorintiŽrs 08 : 14b,15
Download deze preek.

Preek over 2Kor.8,14b.15 (Den Ham, 21-620, bevestiging diakenen / internetdienst)

Votum en groet
GK 112:1,2 (God zij geloofd en hoog geprezen)
Gebed
L 2Kor.8,1-15
Overdenking van 2Kor.8,14b.15:
Zo is er evenwicht, zoals ook geschreven staat:
‘Hij die meer had, had niet te veel; hij die minder had, had niet te weinig.’
GK 112:3,4,5 (Wel hem, die geeft te allen tijde)
Formulier om ouderlingen diakenen te bevestigen
• Inleiding / Onderwijs (overslaan: Over ouderlingen)
• LB 344 (Wij geloven één voor één)
• Bevestiging / Zegen
• DNP 134 (Kom, trouwe dienaars van de Heer)
• Opdracht (Overslaan: Aan de ouderlingen)
• Gebed, uitlopend op
• LB 1006 (Onze Vader in de hemel)
Collectemoment
GK 229 (Wij zingen God ter ere)
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

In een kerkdienst waarin 2 diakenen bevestigd worden, lijkt het logisch om te preken over Preken over 2 Korintiërs 8. In dat hoofdstuk gaat het immers over een collecte voor Jeruzalem en diakenen zijn mensen die in de kerk de collecte verzorgen. Toch legde ik dat verband pas toen mijn gedachten voor deze preek zich al zo’n beetje gevormd hadden. Ik was veel meer geboeid door het principe dat achter die collecte voor Jeruzalem ligt. Paulus wijst dat principe aan met behulp van een bijbeltekst: ‘Hij die meer had, had niet te veel; hij die minder had, had niet te weinig’. Hij lijkt daarmee te bedoelen dat de gemeente in Korinte te veel heeft en de gemeente in Jeruzalem te weinig. Als Korinte met Jeruzalem deelt is er weer evenwicht.
Nu, Paulus vindt inderdaad dat er evenwicht moet zijn. Maar is dat er, als Korinte met Jeruzalem deelt? Begin je een vers eerder te lezen, dan lijkt hij te willen zeggen dat er pas evenwicht is als niet alleen Korinte met Jeruzalem deelt, maar ook Jeruzalem met Korinte deelt. Want de apostel schrijft: ‘Er moet evenwicht zijn. Op dit moment lenigt u met uw overvloed de nood van de heiligen in Jeruzalem, zodat zij later met hun overvloed uw nood kunnen lenigen’. Dat wekt de indruk dat er pas evenwicht is, als Jeruzalem wat voor Korinte terug kan doen. Alsof die collecte aan Jeruzalem geen gift maar een lening is, die Jeruzalem wel terug moet betalen. Zo werkt het in de Europese Unie wel. Tenminste, als het aan Nederland ligt. Maar zo werkt dat in het koninkrijk van God toch niet? Jezus zegt zegt tenminste: “Leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten” (Lc.6,35 .
Nu is er in de Nieuwe Bijbelvertaling een woordje toegevoegd dat bij Paulus ontbreekt: ‘Op dit moment lenigt u met uw overvloed de nood van de heiligen in Jeruzalem, zodat zij láter met hun overvloed uw nood kunnen lenigen’. Dat woordje ‘later’ staat er niet. Maar dat maakt het alleen maar raadselachtiger. Maar met welke overvloed moet de gemeente in Jeruzalem dan nu de gemeente in Korinte helpen? De gemeente in Jeruzalem was toch straatarm, door vervolging en door hongersnood? Blijkbaar is de oplossing van dat raadsel te vinden in de bijbeltekst die Paulus aanhaalt: ‘Hij die meer had, had niet te veel; hij die minder had, had niet te weinig’.

Als je dat woord in de Bijbel op gaat zoeken, blijkt het te komen uit het verhaal over het brood uit de hemel, waarmee de Here zijn volk voedde tijdens hun reis door de woestijn. Als voor de eerste keer de aarde bedekt is met iets dat lijkt op rijp, geeft Mozes de Israëlieten de opdracht om zoveel te verzamelen als ze nodig denken te hebben. Iemand die een groot gezin te onderhouden heeft, raapt natuurlijk meer manna op dan iemand die alleen voor zichzelf hoeft te zorgen. Toch is het merkwaardige dat iedereen precies genoeg heeft. Als ze met de litermaat die ze toen gebruikten gaan meten hoeveel ze precies verzameld hebben, blijkt iemand die voor zes mensen moest inzamelen zes porties te hebben en iemand die alleen voor zichzelf hoefde in te zamelen één portie te hebben. Daarom staat er: ‘Zij die veel verzameld hadden, hadden niet meer dan een omer, en zij die weinig verzameld hadden, hadden niet minder’.
Maar wat mag dit wonderlijke verhaal te maken met de verhouding tussen Korinte en Jeruzalem? Wat moeten wij ermee, als wij rijk zijn en anderen arm? De boodschap zal vast zijn dat de rijken moeten geven aan de armen. Maar waar staat dat in dat verhaal over het manna? Daar hoefden de mensen de veel hadden helemaal niets te geven aan mensen die weinig hadden, want iedereen had genoeg.
Maar misschien moeten we doorlezen in het verhaal over het manna om te begrijpen wat Paulus bedoelt. Misschien weet u nog wel dat er mensen waren die hun portie voor de zekerheid toch maar niet opmaakten. Als dat manna er de volgende dag niet lag, hadden zij nog wat over. Wie zouden zulke mensen spaarders noemen. Maar de spaarders ontdekten de volgende dag dat het manna dat ze bewaard hadden vol wormen zat en stonk.
Op sabbat viel er geen manna. Daarom had Mozes de Israëlieten opgedragen om de dag voor de volgende een dubbele portie bij elkaar te zoeken. Maar er waren toch mensen die er op sabbat op uitrokken om te zien of er toch nog ergens manna was. Wij zouden zulke mensen hamsteraars noemen. Maar die hamsteraars troffen in de supermarkt alleen maar lege schappen aan.

Op de een of andere manier moeten de Korintiërs dus geen voorbeeld nemen aan die spaarders en aan die hamsteraars. Maar ‘op de een of andere manier’, dat blijft wat vaag. Zou het misschien zo kunnen zijn dat de Korintiërs ook bij de dag moesten leven? Ze hoefden echt geen gebrek te leiden. Om dat misverstand af te snijden zegt Paulus meteen: ‘Het is niet de bedoeling dat u door anderen te helpen zelf in moeilijkheden komt’. Maar het is net zomin nodig om te gaan sparen of hamsteren voor het geval je later misschien wel in moeilijkheden komt. Want het enige wat je met zekerheid over de toekomst kunt zeggen is dat God er voor je zal zijn. Maar als je het daar niet op durft te laten komen, ga dan gerust sparen. Je loopt dan wél het risico dat de zekerheden die je zelf had ingebouwd voor het geval dát, bedorven zijn tegen de tijd dat je ze nodig hebt. Want je zekerheid lag in dingen die net zo vergankelijk zijn als jezelf. Je komt er niet ver mee.
Maar wat nu als het enige wat je met zekerheid over het héden kunt zeggen is dat God er voor je is? Zo lag de situatie voor de straatarme leden van de kerk in Jeruzalem. Maakt Paulus zich daar niet wat te makkelijk vanaf met het bijbeltekstje: ‘hij die minder had, had niet te weinig’? Want wat heb je eraan dat God met je is, als jij wél te weinig hebt? Of zou het misschien zo kunnen zijn dat Paulus erop rekent dat de Korintiërs niet te veel hebben, omdat ze van wat ze niet nodig hadden allang afstand gedaan hebben; en dat de Jeruzalemmers niet te weinig hebben, omdat wat ze wel nodig hebben allang voor hen klaarligt? Kan het zo zijn dat bij mensen die op God vertrouwen de een weet dat er genoeg is om te geven en de ander weet dat er genoeg is om te ontvangen?
Het moet zo zijn dat Paulus heel zeker weet dat God zelf ervoor zal zorgen dat wie meer heeft niet te veel heeft en wie minder heeft niet te weinig heeft. Want in het geloof ben je alleen verbonden met God, maar ook met elkaar. Korinte en Jeruzalem zijn communicerend vaten. [ppt] Wanneer het vloeistofpeil in het ene vat hoger staat dan het andere, ontstaat er als vanzelf een uitwisseling van vloeistof, waardoor het evenwicht hersteld wordt. Het grote vat blijft even groot en het kleine vat blijft even klein. Toch heeft hij die meer heeft niet te veel, en hij die minder heeft niet te weinig. Er is evenwicht.
Maar volgens Paulus gaat dat over en weer. Er is niet alleen een beweging van Korinte naar Jeruzalem, maar ook een beweging van Jeruzalem naar Korinte. Pas aan het eind van het volgende hoofdstuk legt hij uit hoe dat kan: ‘Uw bijdrage aan de collecte heft immers niet alleen het gebrek van de heiligen in Jeruzalem op, maar leidt er bovendien toe dat ze God uitbundig danken. Ze prijzen God omdat u er blijk van geeft gehoorzaam te zijn aan het evangelie van Christus, wat u bewijst door de ruimhartigheid waarmee u met hen en alle anderen wilt delen. In hun gebed voor u spreken ze hun verlangen naar u uit, omdat ze zien hoe overstelpend goed God voor u is geweest’. Als mensen door de Geest aan elkaar verbonden zijn, delen ze niet alleen hun materiële rijkdom, maar ook hun geestelijke rijkdom met elkaar. De Bijbel in Gewone Taal haalt die woorden uit het volgende hoofdstuk alvast naar voren, waardoor er ineens in de tekst voor de preek staat: ‘Jullie steunen de christenen in Jeruzalem die hulp nodig hebben. Maar zij geven jullie ook iets terug dat jullie nodig hebben: hun dank en hun gebed. Zo staat het ook in de heilige boeken: “Niemand had te veel en niemand had te weinig”’.

Diakenen zijn de mensen die ervoor zorgen dat de stroom van materiële en geestelijke gaven in beweging blijft, [ppt] zodat de een niet te veel en de ander niet te weinig heeft. Kun je het van je diaken hebben dat hij tegen je zegt dat je te veel hebt? Kun je het van je diaken hebben dat hij tegen je zegt dat je te weinig hebt? Wil je van hem of haar leren om te geven? Wil je van hem of haar leren om te ontvangen?
Paulus zegt dat er in de kerk van Christus evenwicht moet zijn. Maar die kerk is groter dan je plaatselijke gemeente. Want dat evenwicht moest er niet alleen zijn tussen de leden van de gemeente in Korinte, het moest er ook zijn tussen de gemeente in Korinte en de gemeente in Jeruzalem. Met een duur woord heet dat ‘werelddiaconaat’.
Die vorm van diaconaat is in onze kerken nog niet zo ontwikkeld. Er is veel gespaard voor het geval een gemeentelid in grote financiële moeite raakt. Maar daardoor gaat de kas van diaconie te veel lijken op manna dat bewaard wordt voor de dag van morgen. Laat dat manna liever vandaag al ten goede komen aan hen die die honger leiden. Mocht er daardoor te weinig overblijven om mensen uit onze eigen gemeente te helpen, vertrouw er dan maar op dat de Here er zelf wel voor zal zorgen dat je niet te weinig hebt als je minder hebt. Want in de gemeente van Christus trekt minder meer aan. Omdat de Geest niet alleen uitademt, maar ook inademt.

Amen.