Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > De lange adem van de Geest
titel : De lange adem van de Geest
datum : 27 augustus 2017
volledige onderwerp : Galaten 6 : 10
Download deze preek.

Preek over Gal.6,10 (Den Ham, 27-8-17)

Votum en groet
LB 213:1,2,4
10 geboden
Ps.24:2,3 (NB)
Gebed
Doopformulier 3
Opw.599 (na dopen Micha Hofsink)
L Micha 6,1-8
LB 905:1,3,4
L Gal.6,6-10
T Gal.6,10
LB 992A
Dankzegging en voorbede
Collecte
Psalm 112:3,4,5
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

“Dit is de eerste dag van de rest van mijn leven”. Het is een leus die in de jaren ’70 nogal populair was. John Denver had een lied geschreven met die titel en velen voelde zich erdoor aangesproken. Je kon die woorden nogal eens aantreffen op de muren van een kraakpand. Het was een slogan die aansloot bij de idealen van de flowerpower-beweging.
“Dit is de eerste dag van de rest van je leven”, op het eerste gehoor lijkt het een open deur. Elke nieuwe dag is immers de eerste van de rest van je leven? Maar dan voel je niet aan dat die open deur wel degelijk stimulerend bedoeld is. Als dit de eerste dag is van de rest van je leven, stel de dingen die je graag wilt doen dan niet uit. Want je leeft niet in de toekomst, je leeft nu.
Het is een gedachte die weer helemaal in is, sinds mindfulness populair geworden is. Leer jezelf om in het nu te leven. Dus niet haastig eten omdat je daarna weer weg moet. Want dan zit je met je hoofd al in de toekomst. Geef aandacht aan wat er nu – heel letterlijk – op je bordje ligt.

“Laten we dus in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten”. Misschien komt dat woord van Paulus heel anders op je over dan die flowerpower-kreet. Want “dit is de eerste dag van de rest van je leven” wekt de indruk dat je nog alle tijd hebt. Terwijl Paulus’ woorden je het gevoel geven dat je nog maar weinig tijd hebt: “Laten we in de tijd die ons nog rest…”
Nu zegt hij dat ook wel, maar dan in een andere brief: “Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dat er maar weinig tijd rest. Laat daarom ieder die een vrouw heeft zo leven dat het hem niet in beslag neemt, ieder die verdriet heeft zo dat hij er niet door wordt beheerst, ieder die vreugde voelt zo dat hij er niet in opgaat, ieder die bezit verwerft alsof het niet zijn eigendom is, ieder die in deze wereld leeft alsof ze voor hem niet meer van belang is. Want de wereld die wij kennen gaat ten onder” (1Kor.7,29-31). Toch is de toon van het woord dat we vandaag overdenken wat anders. Je zou het misschien beter kunnen weergeven met: “Laten we het goede doen, zolang we de tijd hebben”, of: “zolang we de kans krijgen”. Daarmee zegt hij nog steeds niet dat je alle tijd van de wereld hebt. Maar zelfs als het zo zou zijn dat je nog maar weinig tijd hebt, je hebt nog steeds de kans om het goede te doen.
Die aanmoediging heeft me wel verrast. Ik had van Paulus eerder verwacht dat hij zou zeggen: Bereid je voor op de komst van Jezus, nu je daarvoor de tijd nog hebt. Richt je leven in voor de ontmoeting met Hem, nu je daarvoor de kans nog krijgt. Want Jezus zelf heeft gezegd: “Als je mij belijdt voor de mensen, zal ik jou belijden voor mijn Vader. Maar als je je voor mij schaamt, zal ik mij voor jou schamen, wanneer ik kom” (Mt.10,32; Mc.8,38). Stel je keuze voor Jezus dus niet uit. Nu het nieuwe seizoen bijna weer aanbreekt, lijkt dat een veel passender oproep. Zeker als je het doen van belijdenis tot nu toe nog wat voor je uitgeschoven hebt. Passender dan: “Doe goed, zolang je de tijd hebt”.
“Laten we het goede doen”. Dat klinkt bijna als een oproep om maar zoveel goede dingen te doen voor het niet meer kan. Alsof Jezus je bij zijn komst zal vragen om een Verklaring omtrent gedrag. Dat juist Paulus die indruk wekt. Terwijl hij toch degene is die ons af wil leren om te vertrouwen op je eigen goede daden. Je moet geloven in Jezus alleen. Juist in zijn brief aan de Galaten heeft hij daarop toch gehamerd?
Inderdaad. We moeten niet doen alsof Paulus je zou oproepen om maar gewoon het goede te doen, zolang je niet weet hoe je tegenover Jezus staat. Als we even terugbladeren in zijn brief aan de Galaten, lezen we aan het begin van hoofdstuk 3: “Hebt u de heilige Geest ontvangen door de wet na te leven of door de geloven in het woord van de gekruisigde Christus?” Het antwoord op die vraag mag duidelijk zijn. De Galaten hebben de Heilige Geest niet verdiend door maar zoveel mogelijk goede daden te doen. Ze hebben de Geest juist ontvangen door niet langer op zichzelf, maar op Jezus te vertrouwen.
Daarom roept Paulus ook verbijsterd uit: “Bent u zo dwaas? U bent begonnen met de Geest! Gaat u nu verder met het vlees?” Blijkbaar dachten de Galaten: Jezus heeft zoveel goeds voor ons gedaan, nu moeten wij ook eens wat goeds doen voor Jezus. Maar Paulus zegt in hoofdstuk 5: Moet je eens kijken waar het toe leidt, als jullie ook eens even wat goeds zullen doen: vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit. Dat is geen vrucht van de Geest. Dat zijn werken van het vlees. Christenen die eens even zullen laten zien hoe goed ze zijn, maken er voor de wereld juist een beschamende vertoning van.
Daarmee is meteen duidelijk waarom we volgens Paulus “vooral voor onze geloofsgenoten” het goede moeten doen. Omdat het volkomen ongeloofwaardig is als christenen proberen een goede beurt bij de mensen te maken als ze elkaar de tent uitvechten. Paulus bedoelt dus allerminst zoiets als ‘eigen volk eerst’. Als hij zegt dat we zolang we de kans krijgen het goede moeten doen voor iedereen, dan bedoelt hij ook voor iedereen. Wel waarschuwt ons niet minder dan de Galaten dat je niet vol enthousiasme met de liefde van Christus naar buiten kunt gaan, als je ondertussen je eigen broers en zusters in de kou staan.

“Laten we daarom in de tijd die ons nog rest voor iedereen het goede doen”. Maar die tijd die ons nog rest is dus geen lege tijd voor mensen die hun leven bij Jezus Christus gevonden hebben. Het is een tijd die gevuld is met de Geest van Jezus Christus. Hij is het die tussen de tijden van hemelvaart en wederkomst zijn volgelingen bezielt met zijn mentaliteit. Als Paulus ons oproept om in die tijd voor iedereen het goede te doen, bedoelt dan ook: “Laat Jezus met zijn Geest door jou dan het goede doen voor iedereen”. Niet beginnen met de Geest en verdergaan met het vlees. Maar beginnen met de Geest en eindigen met de Geest.
Maar hoe kun je aan die oproep gehoor geven, als de Geest het toch moet doen? Vlak voor de tekst voor deze preek zegt Paulus dat je daarvoor moet zaaien, niet op de akker van het vlees, maar op de akker van de Geest. Als je wat langer over dat beeld nadenkt, voel je wel aan dat alleen de Geest op die akker zijn vrucht kan laten groeien. Toch is je eerste reactie misschien: Maar ondertussen moet ik het stiekem toch zelf doen, want ik moet op die akker van de Geest zaaien.
Maar dan zit je jezelf in de weg met je gereformeerde geredeneer. Want neem nou Jeroen en Linda, die net Micha hebben laten dopen. Zo moeilijk is het toch niet om uit te leggen wat zaaien op de akker van de Geest voor hen betekent? Zij kunnen Micha het geloof in Jezus niet geven. Maar zij kunnen hem wel leren bidden voor het eten en voor het slapen gaan. Ze kunnen hem ook vertellen over de Here Jezus, uit boekjes met korte verhaaltjes en mooie plaatjes. Dat is een voorbeeld van zaaien op de akker van de Geest.
Liever een voorbeeld uit het ‘gewone’ leven? Als er één akker is waarop de vruchten van het vlees welig tieren, dan het verkeer wel. Je rijdt van Ommen naar Hoogeveen. Over bijna het hele stuk loopt een doorgetrokken streep. Je mag er dus niet inhalen. Maar wat zou het, als die streept groen is? Je mag er dus 100 rijden. Maar dan moeten de andere weggebruikers dat natuurlijk wel doen. Zul je altijd zien dat er weer een caravan voor je zit, die nog geen 80 rijdt. Of zo’n koelwagen, waar je niet eens omheen kunt kijken. Je zit je op te vreten en gaat toch maar een eindje over die doorgetrokken streep heen. Eén keer, twee keer en dan komt er pas in de verte een tegenligger aan. Je geeft een straal gas en denkt terwijl je die koelwagen inhaalt: “Je zou zo’n slak toch van de weg moeten kunnen schieten”. Maar zou dat stukje autoweg misschien ook een akker van de Geest kunnen zijn, waarop jij de gelegenheid krijgt te oefenen in geduld en in zelfbeheersing: twee kenmerken van de vrucht van de Geest? Wat geldt voor de omgang met medeweggebruikers, geldt ook voor de omgang met je buren of je collega’s. Laat je dan niet heel veel kansen liggen, door dingen te zeggen of te doen waar de Geest niks mee kan?
De vrucht van de Geest is en blijft de vrucht van de Géést. U kent de negen kenmerken van die vrucht hoop ik nog: liefde, vreugde, vrede / geduld, vriendelijkheid, goedheid / geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Het zijn woorden waar geen greintje kwaad in zit. Maar het zijn ook woorden waar geen greintje ambitie in zit. Misschien spreken ze je daarom niet echt aan, als je nadenkt over wat je zult doen met de tijd die voor je ligt. Je zou misschien liever tijd vrijmaken voor een project waar je gericht aan kunt werken. Dat kost energie, maar geeft ook een boost. Maar waarvoor dan? Om op de ingeslagen weg voort te gaan? Dat is wel het doel als we in de kerk gedurende veertig dagen intensief werken aan ons geloof. Maar werkt het ook zo? Of is zo’n project eigenlijk zo’n toren waar de Here Jezus het eens over had. “Als de bouwer het fundament gelegd heeft maar de bouw niet kan voltooien, zal iedereen die dat ziet hem uitlachen en zeggen: ‘Die man begon te bouwen, maar het karwei afmaken kon hij niet’” (Lc.14,28-30).
De negen kenmerken van de vrucht van de Geest klinken weinig ambitieus. Dat is niks nieuws, voor wie een beetje thuis is in de Bijbel. Micha’s naamgenoot zei al in profetieën: “Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God” (Micha 6,8). Hij zegt dat tegen mensen die alles wel voor God willen doen, maar ondertussen zichzelf tot wanhoop drijven: “Kan ik hem gunstig stemmen met duizenden rammen, met olie, stromend in tienduizend beken? Moet ik mijn oudste kind geven voor wat ik heb misdaan, de vrucht van mijn schoot voor mijn zondig leven?” Dan zegt Micha dat het probleem helemaal niet is dat God de lat veel te hoog legt, maar eerder dat Hij de lat veel te laag legt: recht doen, trouw zijn, bescheiden je weg door het leven gaan aan Gods hand. Het zijn doelen die ons veel te nederig zijn. Maar ondertussen zijn het wel doelen die je alleen kunt halen als je over een lange adem beschikt. Paulus wijst daarop als hij zegt: “Laten we het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is”. Je wordt al moe als je het hoort. Liever kort maar hevig gaan voor een hoog doel, dan lang maar rustig gaan voor een laag doel. Want een lange adem, wie beschikt daarover?
De Geest! Hij is die lange adem in eigen persoon. Daarom kan Paulus in zijn conclusie ook zo’n optimistische toon aanslaan: “Laten we dus, zolang we de tijd hebben, voor iedereen het goede doen”. Want voor mensen die door het geloof met Jezus Christus verbonden zijn betekent “zolang we de tijd hebben” hetzelfde als “zolang we de Geest hebben”. Hoe lang? “Alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld (Mt.28,10).

“Laten we dus, zolang we de tijd hebben…” Hou zou jij die zin afmaken? Zou je ook zeggen: “Laat ik, zolang ik de tijd heb, voor iedereen het goede doen”? Spoort dat met jouw plannen voor het nieuwe seizoen? Misschien ga je beginnen met een nieuwe opleiding of een nieuwe baan. Een uitdaging waar je naar uitziet. Maar als je weer naar dezelfde school of hetzelfde werk moet, verheug je je misschien wel juist op de leuke dingen die je naast school of werk hoopt te doen. Ben je eindelijk toe aan je pensioen, dan ben je misschien helemaal geneigd om te zeggen: “Laat, nu ik de tijd heb, het grote genieten maar beginnen”.
Zijn dat dan allemaal plannen en verlangens die je opzij moet zetten omdat je het goede moet doen? Helemaal niet. Maar stel je eens voor dat over al die gewone en bijzondere dingen de adem van de Geest gaat. Dan groeit vrucht van de Geest dus net zo goed in de tijd van de baas en in de tijd voor jezelf. Als dat eens waar kon zijn! Maar het kan blijkbaar, als Paulus ons oproept óm in de tijd die ons nog rest voor iedereen het goede te doen, vooral voor onze geloofsgenoten.
Dat betekent dus niet dat we eerst maar eens het goede moeten doen voor onze geloofsgenoten en als er dan nog tijd rest misschien ook voor anderen. Maar ondertussen is de kring van geloofsgenoten wel de plaats waar Christus met zijn Geest wil wonen. Je zou jezelf dan ook tekortdoen als je de kans niet aangreep om met je broers en zusters het woord van Christus in je om te laten gaan. Voor wie nog niet meedoet aan een vorm van bijbelstudie is er nu de mogelijkheid je in te schrijven voor de gemeentebrede bijbelstudie. Eén keer in de maand: als je daar geen tijd voor hebt, heb je er dan wel zin in? Anders gezegd: laat je je in je keuzes dan niet leiden door je vlees?

Dit is de eerste dag van de rest van je leven. Dat is geen flowerpower. Het mag het motto zijn van ieder die verlangt naar de vrucht van de Geest: liefde, vreugde, vrede / geduld, vriendelijkheid, goedheid / geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Want dat zijn geen dingen die altijd nog eens moeten, maar geschenken van de Geest die nu al in je wil werken. Amen.