Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > De schone en de slome slaapsters
titel : De schone en de slome slaapsters
datum : 15 november 2015
volledige onderwerp : Matteüs 25 : 1 - 13
Download deze preek.

Preek over Mt.25,1-13 (Den Ham, 6-12-15)

Aansteken kaarsen
Gez.173:1,2
Votum en groet
Ps.80:1,3,8,10
Tien geboden
Opw.697
Gebed
L Mat.24,36-51 (Bianca Poelstra)
Opw.595
T Mat.25,1-13
LB 63
Gebed
Collecte
Opw.770
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

“Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip de Heer komt”. Als ik die woorden hoor, moet ik weer denken aan Jan. Hij had schoon genoeg van die reiger die ‘s nachts de goudvissen uit zijn vijver viste. Jan vond het reigeralarm uit. Rondom de vijver plaatste hij overal bewegingssensoren. Die reiger hoefde maar aan de rand van de vijver neer te strijken, of er zou een sirene afgaan. ’s Nachts ging inderdaad al snel het alarm af. Maar toen Jan uit zijn slaapkamerraam naar de vijver keer, bleek er een kat door zijn tuin te zwerven. Jan zette het alarm weer aan en ging weer slapen. Maar het duurde maar even of daar ging het alarm weer af. Jan kijken: weer een kat. Zo ging het de hele nacht door. Steeds weer katten, nooit die reiger. Toen Jan de volgende morgen gebroken uit zijn bed kwam, heeft hij zijn reigeralarm maar afgebroken. Ook als dat zou betekenen dat die reiger de volgende nacht alsnog zijn kans greep.
Zo kan het je ook vergaan als je wacht op Jezus. Als Hij komt, moet je wel klaarstaan. Maar wie maar klaar staat te staan, komt verder nergens meer aan toe. Dat is niet vol te houden. Voorzichtig pak je toch de dingen weer op die waren blijven liggen, toen je op wacht stond. In het begin nog wat schrikkerig. Want stel dat Jezus net terugkomt als jij met je gedachten net ergens anders zit. Maar als Jezus maar lang genoeg wegblijft, ga je toch maar weer over tot de orde van de dag. Je hoort zo nu en dan een preek dat je wel klaar moet staan, maar dat sla je maar ergens in je achterhoofd op. Want de hele tijd op wacht staan, dat gaat gewoon niet. Je kunt ook te waakzaam zijn. Net als Jan.
Veel mensen weten dat ze waakzaam moeten zijn, zonder te weten hoe dat moet. Als jij ook zo iemand bent, kan de gelijkenis van de vijf wijze en de vijf dwaze meisjes je uit de kramp helpen. Het is een verhaal dat ontspanning geeft aan mensen die meteen een schuldgevoel krijgen als ze weer horen dat ze wel waakzaam moeten zijn.
Een verhaal dat ontspanning geeft? Misschien vind je dat maar vreemd. Vooral als je al meegedacht hebt over de tekst voor de preek. Het is een heel bekend verhaal. Maar als je het eens goed doorleest, ook wel een wat hard verhaal. Dat die vijf dwaze meisjes voor een dichte deur kwamen, bijvoorbeeld. Dat zou zelfs op een Nederlandse bruiloft niet gebeuren. Stel je voor dat je vriendinnen met hun auto in de file terechtkomen. Dan zeg je toch niet, als ze te laat aankomen: “Ik ken jullie werkelijk niet?” Natuurlijk kun je achteraf zeggen dat ze eerder van huis hadden moeten gaan; dat ze even op vanAnaarBeter.nl hadden moeten kijken, om erachter te komen dat er onderweg werkzaamheden waren. Maar op het moment dat ze er eindelijk zijn, denk je daar toch niet aan? Je zegt juist: “Blij dat jullie er eindelijk zijn. We maakten ons al ongerust”.
Nog zoiets: die vijf wijze meisjes. Zijn dat eigenlijk wel leuke meisjes? Want ze willen van hun olie geen druppel afstaan aan hun vriendinnen. “Nee hoor, straks is er nog te weinig voor ons en jullie samen. Zoek liever een verkoper en koop zelf olie”. Is dat nou christelijk? Dat je alleen aan jezelf denkt en niks voor een ander over hebt? En dat moeten wijze meisjes zijn? Nee, een ontspannend verhaal zou je niet noemen, als je wat beter leest.
Toch zit er wel degelijk iets bevrijdends in dit verhaal waar je net zo goed vaak overheen leest. Ik bedoel wat er staat in vers 5: “Omdat de bruidegom op zich liet wachten, werden ze allemaal slaperig en dommelden ze in”. Allemaal. Dus niet alleen die vijf dwaze, maar ook die vijf wijze meisjes. Terwijl die vijf wijze meisjes toch een voorbeeld van waakzaamheid zijn. Dat is tenminste de conclusie die Jezus trekt uit deze gelijkenis: “Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip de Heer komt”. Waakzaam zijn betekent dus niet dat je altijd wakker moet blijven. Alsof je geen oog meer dicht zou kunnen doen, als je uitkijkt naar Jezus. Nee, alle tien meisjes begonnen te knikkebollen en sukkelden in slaap. Blijkbaar is daar niks mis mee.
Toch zit er op de een of andere manier verschil tussen die tien meisjes. Het zijn niet allemaal schone slaapsters. Vijf van hen zijn slome slaapsters. Waar kun je dat nou aan zien? Niet daaraan dat de lampjes van vijf meisjes nog branden, terwijl de lampjes van de andere vijf al uitgegaan zijn. Nee, de lampjes van alle tien meisjes staan op uitdoven. Reken maar niet dat die vijf wijze meisjes in hun slaap hun lampjes even bijgevuld hebben. Waarom mogen vijf meisjes dan naar binnen, terwijl ze net zo slaperig zijn als hun vriendinnen? Waarom mogen dan vijf meisjes niet naar binnen, terwijl er in hun lampjes net zo weinig vuur brandt als in die van hun vriendinnen? Het lijkt een beetje willekeurig, dat er vijf meegenomen worden en vijf achtergelaten worden.
We hebben ook uit het vorige hoofdstuk van Matteüs gelezen, over twee mannen die op het land aan het werk zijn, van wie de een meegenomen wordt en de ander achtergelaten, als Jezus komt. En van twee vrouwen die samen aan de molen draaien, van wie de een meegenomen wordt en de achter achtergelaten, als Jezus komt. Als er nu gestaan had: “Dan zullen er twee jongeren op hun kamer zitten. De een was aan het bidden, de ander aan het blowen. Die aan het bidden was werd meegenomen, die aan het blowen was er achtergelaten”. Dan kon je je nog steeds de vraag stellen hoe barmhartig dat is. Want is er dan geen vergeving voor je als je net iets verkeerds denkt, zegt of doet op het moment dat Jezus terugkomt? Maar ook al vind je het misschien onbarmhartig, er zit een elk geval iets van logica in dat de een wel en de ander niet wordt meegenomen. Maar Jezus heeft het over mensen die precies hetzelfde aan het doen zijn. In de gelijkenis van de wijze en dwaze meisjes liggen ze zelfs alle tien te slapen. Toch worden er van hen vijf meegenomen en vijf achtergelaten. Nou ja, zeg!
Toch gaat dat wat te snel. Want Jezus heeft het niet over tien meisjes die langs de kant van de weg liggen te slapen als de bruidegom voorbijkomt. Nee, midden in de nacht klinkt er ineens een luid geroep: “Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet!” Op dat moment blijkt dat van die tien slapende meisjes er vijf wijs zijn en vijf dwaas. Want vijf staan er op, vullen hun lamp bij en gaan op weg om de bruidegom binnen te halen. Maar die andere vijf kunnen nog niet op weg gaan. Want zij hebben geen olie om het vuur in hun lampjes weer op te laten vlammen. Maar met een uitgedoofde lamp kun je een bruidegom toch niet tegemoet gaan? Ze roepen de andere vijf meisjes na, die al een heel eind op weg zijn: “Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan uit”. Maar die horen eerst niks. Want ze zingen: “We zullen opstaan en met Hem meegaan, straks als Jezus terugkomt”. Ze proberen het nog eens: “Olie! Geef ons toch olie!” Het gezang valt even weg. Een van de vriendinnen roept terug: “Koop zelf maar olie, bij de verkoper”, maar dan zijn ze al over de heuvel verdwenen. Heel in de verte hoor je ze nog zingen: “… als Jezus komt”. Ze konden zichzelf wel voor de kop slaan. Ze hadden alleen maar klaar hoeven staan op het moment dat de bruidegom eraan kwam. Maar dat stonden ze niet. Terwijl ze wisten dat het wel even kon duren voor het zover was. Als ze alleen een kruikje met reserveolie bij zich hadden gehad, was er niets aan de hand geweest. Maar dat hadden ze niet. Wat stom. Wat stom. Wat stom.
De vraag aan jullie, en aan u allemaal is, is dus of je dat kruikje olie bij je hebt. Anders gaat het zoals in Matteüs 24 is aangekondigd: Dan zullen er twee in de kerk zitten, van wie de een wordt meegenomen en de ander achtergelaten.
Jaren geleden ben ik eens met drie vrienden op vakantie naar Griekenland geweest. Dat wil zeggen: met twee vrienden en een broer van een van die vrienden. Die broer woonde niet in Kampen, dus die moesten we ’s morgens heel vroeg nog ophalen. Hij woonde buitenaf, dus we lieten de claxon loeien toen we voor zijn huis stonden. Maar er gebeurde niks. We belden maar aan en eindelijk verscheen Luit in zijn onderbroek bij de deur. “Kom erin, dan pak ik intussen mijn tas even in”. Ik begreep daar helemaal niets van. Maar voor mij was het ook de eerste keer dat ik zo’n verre reis ging maken. Dus ik had mijn tas de vorige dag al ingepakt. Toen de wekker ging, kon ik dan ook meteen op weg. Eerlijkheidshalve moet ik er wel bij zeggen dat de vergelijking van die broer met de vijf domme meisjes niet helemaal opgaat. Want hij zette zijn weekendtas midden in de kamer, liep alle kasten bij langs, pakte wat hij nodig had en smeet het in zijn tas. Eén minuut later zat hij in de auto. Tijdens die vijf, zes weken bleek dat hij helemaal niets vergeten had. Toen ik dacht: “Heb jij eigenlijk wel zin in deze vakantie? Want je heb je er helemaal nog niet mee bezig gehouden”, vergiste ik me dus. Toch is dat wel de vraag die Jezus met zijn gelijkenis bij je op wil roepen: “Heb jij eigenlijk wel zin in die bruiloft?” Want als het zover is, ben je er helemaal niet klaar voor.
Ik zei net dat de vergelijking tussen die broer van mijn vriend met de vijf dwaze meisjes niet helemaal opging. Maar Jezus’ vergelijking van u, jou en mij met die tien meisjes gaat ook niet helemaal op. Want in Jezus’ verhaal ontbreekt de bruid. Ik heel oude vertalingen is ze soms ingevoegd. In de Latijnse Bijbel staat bijvoorbeeld dat die tien meisjes erop uittrokken, de bruidegom én de bruid tegemoet. Zo ging het inderdaad in de tijd dat Jezus zijn gelijkenis vertelde. Een bruidegom haalde zijn bruid op uit haar ouderlijk huis en bracht haar naar zijn eigen huis. Daar werd hij opgewacht door de feestgangers. Die hadden op de binnenplaats van het huis zitten wachten tot het bruidspaar eraan kwam. Dan rende ze naar buiten om bruidegom en bruid letterlijk in het zonnetje te zetten. Maar jij bent niet op weg naar het feest van een ánder. Jezus is juist gekomen omdat Hij jóu wilde hebben. Voor jou is Hij neergedaald uit de hemel en een mens als jij geworden. Voor jouw redding is Hij aan het kruis gestorven. Zoveel hield Hij van jou. Hoeveel hou jij van Hem?
Misschien zeg je: “Maar hoe kan ik houden van iemand die ik nog nooit gezien heb?” Toch is dat niet helemaal waar. Want als je geluisterd hebt naar alles wat er thuis, op school en in de kerk over Jezus verteld is, dan had je kunnen weten dat er niemand zoveel van je houdt als Hij. Je had Hem vóór je kunnen zien, zoals Hij in die kribbe lag, even kwetsbaar en afhankelijk als jij. Je had Hem vóór je kunnen zien, zoals Hij aan het kruis hing, om jou de angst en de eenzaamheid van de hel te besparen. Maar als je nu nog steeds eigenlijk niks met Hem hebt, zal dat ook niet gebeuren als er omgeroepen wordt: “Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet”. Dan voel je geen liefde. Alleen maar schaamte. Wat stom, wat stom, wat stom.
Het heeft geen zin om die jongen of dat meisjes met wie je op bijbelstudie zat dan na te roepen: “Geef mij wat van jouw liefde voor Jezus”. Want die ander kan niet voor jou van Jezus houden. Het heeft geen zin om dan nog gauw in de Bijbel te gaan lezen in de hoop dat je dan ineens wel wat voor Hem gaat voelen. Hoe zinloos dat is, merk je als je op de deur bonst en roept: “Heer, laat mij erin”. Want de Heer antwoordt: “Ik ken je werkelijk niet”. Zo is het toch ook? Als Jezus zegt: “Ik ken jou niet”, bedoelt Hij niet dat Hij niet weet wie je bent. Maar Hij en jij zijn nooit vertrouwd met elkaar geworden. Er is geen liefde tussen jullie ontstaan, zoals die er tussen de bruidegom en die vijf wijze meisjes wel gegroeid is. Zie ze eens rennen, hoor ze eens zingen: “We zullen opstaan en met Hem meegaan…”
Misschien hou je wel van Jezus, maar kun je je nog niet voorstellen dat je zo blij zult zijn als die vijf wijze meisjes. Want de Heer die terugkomt is niet alleen de bruidegom, maar ook de rechter. Zou jouw liefde voor Hem wel genoeg, zijn, als Hij komt om feest met jou te vieren? Toch denk ik dat je helemaal in vuur en vlam zult staan, als je Jezus, van wie je tot nu toe alleen gehoord had, ineens in het echt ziet. Hij is veel mooier dan je had kunnen dromen. Vergeleken met de liefde die je dan voelt is de liefde die je nu voelt inderdaad maar een beetje. Het is maar een klein kruikje met olie, geen tankwagen vol. Toch bevat dat kleine kruikje genoeg olie om Jezus tegemoet te rennen, als Hij eraan komt. In dat kruikje zit immers ook niet de olie van een olijfboom, maar de Geest van Jezus zelf.
Wacht dus maar rustig af. Want ook als je niet weet op welke dag en op welke tijd Hij komt, Hij komt, om jou voor altijd bij Zich te nemen.

Amen.