Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Het feest op de bergen
titel : Het feest op de bergen
datum : 6 september 2015
volledige onderwerp : Jozua 08 : 30 - 35
Download deze preek.

Preek over Joz.8,30-35 (Den Ham, 6-9-15)

Votum en groet
NLB 859
Gebed
L Deut.10,12-11,32 (Els Timmerman)
Gez.171:1,2
T Joz.8,30-35
Gez.176b (10 geboden)
Dankzegging en voorbede
Collecte
Ps.125:1,2,4
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

Twee steden liggen er inmiddels in puin: Jericho en Ai. Op het oog is er weinig verschil tussen die beide puinhopen. Misschien is de ene puinhoop wat groter dan de andere. Maar verder? Tot je beseft dat bij elke puinhoop een steenhoop hoort. Bij de puinhoop van Jericho hoort de steenhoop aan de oever van de Jordaan en bij de puinhoop van Ai hoort de steenhoop in het dal Achor. De eerste steenhoop herinnert eraan dat God de poort van het beloofde land heeft opengezet. Maar de tweede steenhoop herinnert eraan dat mensen de poort van het beloofde weer gesloten hebben. Ze stellen je voor de keuze. Wil je Gods naam groot maken of je eigen eer zoeken? Wil je Gods koninkrijk uitroepen of je eigen wereld bouwen? Wil je Gods wil doen of je eigen verlangens volgen?
Daarom is het niet vreemd dat op het verhaal van de twee steenhopen het verhaal van de twee bergen volgt: de berg Ebal, die staat voor vloek, en de berg Gerizim, die staat voor zegen. Beide bergen liggen al weer wat verder op de route. Je mag dan ook aannemen dat er op de weg naar het hart van het beloofde land nog heel wat gebeurd is. Misschien maken we in het volgende hoofdstuk zelfs wel een stap terug in de tijd. Toch hoort het verhaal over het feest dat gevierd werd tussen Ebal en Gerizim hier en nergens anders. Want wonen in het beloofde land zál ook een feest zijn. Of je moet al de vergissing maken dat het leven pas een feest is als je op eigen benen staat. Dan droogt het land onder je voeten uit en breekt het werk je bij de handen af. Je dacht dat je vrij was. Maar je bleek eenzaam te zijn.
Maar waarom zou je die fatale vergissing maken? Want wie bij God woont heeft het goed. Hij laaft je met zijn overvloed, een stroom van louter vreugden (Ps.36:2). [ppt] Kijk maar eens naar de tafelschikking, eet van het menu en luister naar de feestrede van het feest op de bergen.

Eerst dus over de tafelschikking. [ppt] Misschien weet je zo snel even niet meer wat dat ook maar weer was. De kinderen hebben er vast nog nooit van gehoord. Maar je komt het nog wel eens tegen bij een bruiloft. Dan staan er kaartjes op de tafels waarop staat waar iedereen moet zitten. Je moet dus even het kaartje opzoeken waar jouw naam op staat om te weten wat jouw plek is tijdens de maaltijd.
Zo was er ook voor het feest bij de berg Ebal en de berg Gerizim een tafelschikking. Want “de ene helft van het volk keek uit op de Gerizim en de andere helft van het volk keek uit op de Ebal, zoals Mozes, de dienaar van de Heer had opgedragen”. Als je in het boek Deuteronomium opzoekt hoe de opdracht die Mozes gegeven had precies luidde, kom je erachter dat al precies was uitgewerkt welke stam op welke berg moest plaatsnemen. Want in Deuteronomium 27 staat: “Wanneer u de Jordaan bent overgestoken, moeten de stammen Simeon, Levi, Juda, Issachar, Jozef en Benjamin zich op de Gerizim opstellen en daar de zegen uitspreken. Op de Ebal moeten zich de stammen Ruben, Gad, Aser, Zebulon, Dan en Naftali opstellen om de vloek uit te spreken”.
Dat zal een indrukwekkend gezicht schouwspel geweest zijn. De hellingen van de Ebal en de Gerizim leken wel op de tribunes van een groot stadion. Tienduizenden fans waarvan de ene helft de thuisploeg de overwinning toewenste en de andere helft de tegenstander de nederlaag toewenste. Riep de stadionspeaker: “Gezegend!”, dan schreeuwden Simeon, Levi, Juda, Isschar, Jozef en Benjamin: “Amen!” Riep de stadionspeaker: “Vervloekt!”, dan schreeuwden Ruben, Gad, Aser, Zebulon, Dan en Naftali: “Amen!”
Toch zien we zo de belangrijkste plek in het stadion over het hoofd. Want dat is natuurlijk niet de tribune, maar het veld. Daar, in de vlakte tussen de bergen, stond de ark. Of beter gezegd: daar stonden de Levitische priesters die de ark droegen. Maar de ark zelf was niet te zien. Bij het afbreken van de tabernakel moest het gordijn dat het heilige der heiligen afscheidde van het heilige namelijk over de ark gelegd worden. Over dat gordijn moest weer een kleed van zwart leer gelegd worden en over dat kleed van zwart leer weer een kleed van blauwe stof. Dan pas mochten de draagstokken in de ringen gestoken worden (Num.4,5.6). Niemand kreeg de ark dus te zien, zelfs de priesters die haar droegen niet.
Een vreemde vertoning? Zeker, maar door haar vreemdheid wel een ontroerende vertoning. Want die afgedekte ark bepaalt je bij de manier waarop God in ons midden wil zijn. Niet in zijn verpletterende heerlijkheid, maar in zijn ontwapenende nederigheid. Niet in de gestalte van God, maar in de gestalte van een mens (Flp.2,6.7). Zo is Hij bij ons gekomen in Jezus Christus. De apostel Paulus schrijft daarover in één van zijn brieven: “En als mensen verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis” (Flp.2,8). Die bedekte ark op het laagste punt tussen de mensen is daar al een voorteken van. God draagt zijn volk door in de diepte onder zijn volk af te dalen. Hoe afgrijselijk donker het daar is, weet alleen Jezus. Het licht gaat uit als Hij aan ons lot wordt overgelaten. Maar ook al hoeven wij niet te zien wat er onder dat blauwe kleed zit, God heeft het zijn kinderen wel verteld: een kist waarin de wet van God wordt bewaard en waarop het bloed van een stier en een bok wordt gedruppeld. Jezus belichaamt zowel de wet als het bloed. Want Hij was gehoorzaam – tot in de dood.
Daarom kan het volk straks ook zonder angst “amen” zeggen, niet alleen op de zegenwoorden, maar ook op de vloekwoorden van de wet. Want God is geen God die graag straft, maar een God die graag vergeeft. Hij maakt het zelf mogelijk dat zondige mensen mogen verkeren in zijn nabijheid. Zelf gaat Hij midden onder zijn mensen staan met zijn vrede en met zijn leven.

[ppt] Maar ook al vindt het feest bij de Ebal en de Gerizim plaats rond een ark in ruste, het volk dat het feest viert is bepaald niet in ruste. Het zit niet stil te luisteren naar een preek, maar brengt offers: brandoffers en vredeoffers. Let op: geen reinigingsoffers dus. Het gaat hier niet om offers uit de rubriek verlossing, maar uit de rubriek dankbaarheid.
Die waren er dus ook, die moeten er dus ook zijn. Het is bepaald niet zo dat in het christelijk geloof alleen Christus een offer brengt. Niet voor niets er in de Heidelbergse Catechismus dat Christus Zichzelf voor ons geofferd heeft, opdat wij onszelf aan Christus offeren als een offer van dankbaarheid (v&a 43). Heel ons leven moet dus een offer van dankbaarheid zijn. Wat dat ook mag betekenen, het kan in elk geval niet betekenen dat zo’n offer van dankbaarheid je niets kost. Want offers die je niets kosten zijn geen offers, maar een fooi.
Ook de Israëlieten boden met de brandoffer die ze brachten zichzelf aan de Here aan. Heel mooi is dat onder woorden gebracht in de berijming van Psalm 66:

Brandoffers wil ik U bereiden
en zoete geuren op doen gaan.
Ik wil U heel mijn leven wijden:
aanvaard het, neem mijn offer aan (Ps.66:5).

Maar zo’n belofte van toewijding kostte een boer die rundvee hield dus wel een stier uit zijn eigen veestapel. Zelfs voor onze boeren, die soms meer dan honderd koeien hebben, zou dat nog een heel offer zijn. Voor een boer uit het oude Israël moet het dus helemaal een rib uit zijn lijf geweest zijn. De boeren die een offer op de berg Ebal brachten moesten hun bedrijf zelfs nog helemaal opbouwen. Ze bezaten nog geen vierkante centimeter van het beloofde land. Want het land moest eerst helemaal veroverd zijn, voor het verdeeld mocht worden.
Toch brachten ze graag offers van het vee dat ze al wel hadden. Niet alleen brandoffers, maar ook vredeoffers. Het belangrijkste verschil tussen die beide offers is dat een brandoffer verbrand werd en een vredeoffer gebraden werd. Je kon er dus zelf van eten. Maar niet in je eentje. Het werd een vredeoffer genoemd omdat je het vlees moest delen met je broeders en zusters. Wie een stier kon offeren moest delen met wie een schap of een geit kon offeren. En wie een schaap of een geit kon offeren moest delen met wie een stier kon offeren.
Laat het beeld dat de Bijbel met een paar woorden oproept van de feestvreugde op de bergen eens tot u doordringen, broeders en zusters. Misschien schaam je je dan wel een beetje. Want je realiseert je dat je zelf eigenlijk alleen offers brengt van de tijd, de energie en het geld dat je over hebt. Je moet je eigen leven eerst op orde hebben vóór je durft te investeren in je relatie met God of je relatie met je medemens. Wat is dat eigenlijk een angstige manier van leven. Alsof je pas kunt ervaren dat het leven met God goed is, als je het zelf eerst goed voor elkaar hebt. Dan volgt welzijn op welvaart, rust op drukte, vreugde op plezier. Als je daar wel wat van herkent, laat de feestvreugde op de bergen je dan aan mogen steken. Want daar volgt het leven met God niet op het goede leven, maar is het leven met God het goede leven.

[ppt] Feest op de bergen. Meervoud dus. Niet alleen op de berg Gerizim, maar ook op de berg Ebal. Misschien verbaast je dat. Want denk je eens in dat je zelf bij de stam Ruben, Gad, Aser, Zebulon, Dan of Naftali hoorde. Dan moest je dus “amen” zeggen op alle vervloekingen uit de wet van God. Ook wij zingen “amen”, op de groet aan het begin van de kerkdienst en de zegen aan het einde van de kerkdienst. Als je dat bewust doet, voel je dat dat meer betekent dan je het er wel mee eens kunt zijn. Je trekt die groet en die zegen als het ware naar je toe: hier op aan. Maar je gaat toch niet zeggen dat de vloek werkelijkheid mag worden in jouw leven?
Als je nog niet zo zeker weet of je wel zin hebt om je aan Gods geboden te houden, dan niet nee. Maar als je daar nu wel eens zin in hebt? Als je nu eens niets liever wilt dan gaan voor een leven dat God vreugde geeft en breken met een leven dat God verdriet doet? Het klassieke avondmaalsformulier zegt dat dat zo is bij mensen die van God houden: “Dankzij de heilige Geest hebben we van harte berouw over onze slechtheid en willen we graag tegen ons ongeloof strijden en volgens alle geboden van God leven. Wanneer onze daden in strijd zijn met onze wil, mogen we er toch zeker van zijn dat God ons in genade aanneemt. We zijn van harte welkom aan de tafel van onze Heer om te genieten van dit hemelse eten en drinken”. Welk hemelse eten en drinken? Het brood en de wijn die ons een nieuw leven beloven, bevrijd van zonde en schuld.
Als je dat brood en die wijn tot je neemt, zeg je dus niet alleen “ja” tegen dat nieuwe leven, maar ook “nee” tegen je oude leven. De dienst van volgende week is dus net zo interactief als de dienst op de Ebal en de Gerizim. Interactief, dat wil niet zeggen dat jij er ook wat van mag zeggen, maar dat jij er ook wat mee wilt doen. Gods vrijgevigheid mag zichtbaar worden in jouw vrijgevigheid, Gods gastvrijheid in jouw gastvrijheid, Gods trouw in jouw trouw, Gods nederigheid in jouw nederigheid.

Dan zal het volmaakte komen
als wij zingend voor Hem staan.
Als wij Christus' weg van liefde
en van lijden zijn gegaan. Amen.