Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Als Wasti van nee en Maria van ja zegt (advent)
titel : Als Wasti van nee en Maria van ja zegt (advent)
datum : 10 december 2017
volledige onderwerp : Ester 01 : 12
Download deze preek.

Preek over Est.1,12 & Lc.1,38 (Den Ham, 10-12-17)

Votum en groet
Opw.539
10 geboden
Ps.24:3-5 NB
Gebed
L Est.1
LB 152:1,3,5,9
L Luc.1,26-38
T Est.1,12 + Luc.1,38
Preek
Opw.798
Dankzegging en voorbede
Collecte (tijdens collecte Opw.809)
LB 939
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

[ppt] “Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen”.
Dit woord van de engel Gabriël wordt vaak in de adventstijd gelezen. Het bepaalt ons niet alleen bij de geboorte van Jezus, maar ook bij de komst van zijn koninkrijk. Naar het openbaar worden van dat koninkrijk zien we nog altijd met verlangen uit. Want hoeveel er door de komst van Gods Zoon naar de aarde ook veranderd mag zijn in onze verhouding met God en onze verhouding met elkaar, veel – té veel – is bij het oude gebleven. We kunnen dat aanwijzen in de wereld om ons heen, maar net zo goed opmerken in ons eigen leven. We zijn te sterk verbonden met de wereld om ons heen om het verschil te kunnen maken. Ook in ons leven verdwijnt de liefde voor God en voor onze medemens achter door de liefde voor onszelf. Ook in ons hart is de macht van de zonde nog niet gebroken. Wat moet er nog veel veranderen, niet alleen in de wereld, maar ook in onszelf. Maar alle dingen zúllen nieuw woorden, sinds Maria zwanger geworden is en een Zoon gebaard heeft. Alles wordt anders, sinds God mens werd. [ppt]

Maar Ester, wat heeft die met de komst van Gods nieuwe wereld te maken? Je zou zeggen: niets. Zij hoort bij de Joden die zichzelf uitgerangeerd hebben. Toen er een einde kwam aan de Babylonische ballingschap, keerde haar familie niet terug naar het beloofde land. Het deerde hun blijkbaar niet dat de Here weer in Jeruzalem woonde, terwijl zij nog in Susa woonden. Nu zou je kunnen tegenwerpen dat je God toch net zo goed in Susa als in Jeruzalem kunt dienen. Maar dat lijkt mij net zo kort door de bocht als dat je niet naar de kerk hoeft te gaan om te kunnen geloven. Want wat doet die mening ertoe als God zelf je oproept om met zijn gemeente samen te komen, zijn woord te horen, zijn maaltijd te vieren, zijn naam aan te roepen en zijn lof te zingen? Maar zelfs als het in theorie waar zou zijn dat je God net zo goed in Susa als in Jeruzalem kunt dienen, is dat dan ook in de praktijk waar? Ik zie daar bij Ester en haar oom Mordechai nog niets van. Ze doen er juist alles aan om hun identiteit voor iedereen verborgen te houden. Als Ester wordt uitgekozen als mogelijke opvolger van koningin Wasti, drukt Mordechai haar op het hart niet bekend te maken uit welk volk of welke familie ze stamt (2,10). Ze ondergaat dan ook gewillig de schoonheidsbehandelingen die haar voorgeschreven worden (2,9.12). Een heel verschil met Daniël en zijn vrienden, die zich ook in de vreemde wilden houden aan de voorschriften die God in zijn wet gegeven had (Dan.1,8). Nee, als je in het boek Ester begint te lezen, bekruipt je het gevoel dat de afstand wel groot geworden is, niet alleen tussen Ester en de tempel, maar ook tussen Ester en de God van de tempel.
Toch hebben we dan te snel geoordeeld. Want al is de afstand tussen Jeruzalem en Susa groot, Jeruzalem maakt wel deel uit van een rijk waarvan Susa de hoofdstad is. Vanuit die hoofdstad zal er een bevel uitgaan vanwege koning Ahasveros dat alle Joden in het hele rijk uitgeroeid moeten worden. Dan gaat het om een gebied dat de volgende moderne staten omvat: [ppt] Pakistan, Afghanistan, Turkmenistan, Iran, Azerbeidzjan, Georgië, Turkije, Irak, Syrië, Libanon, Jordanië, Egypte, en ook Israël. Toch zal Ester het instrument in de hand van God zijn om het kwaad dat men tegen zijn volk in de zin had ten goede te keren (vgl. Gen.50,20).
Ester, van wie ik geneigd was wat schamper op te merken dat haar enige verdienste was dat ze de missverkiezing in het Perzische rijk gewonnen had. Ik kan wel vinden dat Ester op die missverkiezing niets te zoeken had, maar God had er blijkbaar wel wat te zoeken: een Joodse koningin voor het Perzische rijk. Het bijbelse verhaal over Ester leert me in elk geval om met andere ogen naar het wereldgebeuren te kijken. Want stel je eens voor dat God het nog steeds niet moeten hebben van de Ahasverossen, maar van de Esters van onze dagen. Niet van Donald, maar van Melania Trump. Als dat eens waar mocht zijn! [ppt]

Ondertussen hebben we een gedeelte uit het boek Ester gelezen waarin zij zelf nog niet voorkomt. Je zou kunnen zeggen dat de enige functie hoofdstuk 1 is dat daarin de weg voor Ester gebaand wordt. Er moet wel verteld worden over Wasti, omdat anders onbegrijpelijk blijft hoe een Joods meisje koningin van Perzië kan zijn. Kort samengevat komt het hierop neer dat koningin Wasti weigerde te komen toen koning Ahasveros haar graag wilde showen aan een zaal vol dronken mannen. [ppt]
De Korte Verklaring der Heilige Schrift zegt daarvan: “Deze weigering is volkomen begrijpelijk. Als vrouw van eer verkoos Vasthi niet voor de ogen van een heel en half beschonken tafelgezelschap te pronk gezet te worden”. Ik neem aan dat iedereen hier het daar wel mee eens is. Maar dat is in de gereformeerde traditie wel anders geweest. In de Deux-Aes-Bijbel, de voorloper van de Statenvertaling, worden Wasti en Ester tegenover elkaar gezet. Wasti wordt getypeerd als hoogmoedig en weerspannig, terwijl Ester bescheiden en onderdanig is. Blijkbaar vonden gereformeerden vierhonderdvijftig jaar geleden dat Wasti’s houding in strijd was met het woord van de apostel Paulus: “Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here” (Ef.5,22, NBG-51). Nog steeds zijn er gereformeerden die geen goed woord over hebben voor Wasti’s ongehoorzaamheid aan het gebod van haar man. Op de website oudesporen.nl vond ik een verklaring waarin zelfs gezegd wordt: “Wij zullen niet ver mis zijn als we in deze Wasti de afvallige christelijke kerk ontdekken, die haar heerlijke roeping heeft verzaakt en straks uit de mond van de Heer zal worden gespuwd en aan het oordeel wordt overgeleverd”.
Waarom ik dit bizarre kijkje in de geschiedenis van de uitleg van het boek Ester geef? Omdat er nogal eens beweerd wordt: “Vroeger lazen we gewoon wat er stond, maar tegenwoordig wordt Gods woord God zo uitgelegd dat het precies het tegenovergestelde betekent van wat er staat”. Maar dat is dus niet waar. De uitleg die vroeger gegeven werd aan de rol van koningin Wasti laat juist zien dat ook toen gelovigen hun eigen vooroordelen door de Bijbel bevestigd zagen. Het verschil met vroeger is alleen dat we ons er tegenwoordig wat beter van bewust zijn dat je niet te snel moet denken dat je wel begrijpt wat er in de Bijbel staat. Want je neemt jezelf mee als je de Bijbel leest en loopt daardoor het risico dat je niet God, maar jezelf in de Bijbel terugvindt.
Dat risico lopen wij net zo goed als onze gereformeerde voorouders. Terwijl zij negatief oordeelden over Wasti, omdat ze niet onderdanig was aan haar man, zijn wij geneigd om juist positief over Wasti te oordelen, omdat zij niet onderdanig was aan haar man. [ppt] Tegen de achtergrond van de dit jaar losgebarsten #MeToo-discussie wordt Wasti, voor we er erg in hebben, ineens een rolmodel. Zij staat op tegen een cultuur waarin het normaal is dat mannen aan je zitten. Ze moeten van je af blijven met hun zweterige handen en met hun begerige ogen. Neem een voorbeeld aan Wasti. Als zij alleen koningin kon blijven door de rol van lustobject te spelen bedankte ze voor de eer. Doe hetzelfde, als vreemden je betasten op de dansvloer en als je vriendje je uitdaagt om je uit te kleden voor de camera. Zeg met Wasti ‘nee’!
Maar staat dat er allemaal wel? Nee, dat staat er natuurlijk niet. Toch mogen wij het verhaal over koningin Wasti wel zo lezen. Ik denk zelfs dat wij dit verhaal in de wereld van verhaal vandaag zo móéten lezen. Niet omdat het in de ene tijd compleet iets anders kan betekenen dan in de andere tijd dat betekent. Want ook vijfhonderd jaar geleden betekende het verhaal over de weigering van Wasti niet dat zij haar roeping verzaakt had. Want ook al was Wasti honderd keer geroepen tot het ambt van koningin, op dit moment was het haar taak om voor die roeping te bedanken. Door dat te doen verzette zij zich niet tegen God, maar werkte zij met Hem mee. Met haar ‘nee’ schiep zij ruimte voor degene die God had uitgekozen om zijn volk te verlossen. [ppt]

Daarin lijkt Wasti op Maria. Zoals Wasti met haar ‘nee’ ruimte maakte voor de redding van Gods volk, zo maakte Maria met haar ‘ja’ ruimte voor de redding van Gods volk. Als de engel Gabriël tegen haar zegt: “De Heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God”, antwoordt Maria: “De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u gezegd hebt”.
Niemand is zó een instrument geweest in de hand van God als Maria. Zij mocht de Zoon van God in haar schoot ontvangen en dragen. En als Hij na negen maanden ter wereld komt, is Hij niet alleen de Zoon van God, maar ook de Zoon van Maria. Even echt God als zijn Vader, even echt mens als zijn moeder. Je kunt je er alleen maar over verwonderen dat het koninkrijk van God er blijkbaar alleen langs deze weg kon komen. Het mag niet alleen van boven komen, het moet ook van beneden groeien. Gods genade is dus niet iets dat ons ook wel vanuit de hemel geschonken kan worden, maar Iemand die op aarde met ons moet zijn.
Jezus is geboren uit de schoot van Maria, niet uit het geloof van Maria. Hij belichaamt Gods ‘ja’ aan mensen, niet Maria’s ‘ja’ aan God. Toch voltrekt de doorbraak van Gods rijk in deze wereld zich niet buiten Maria’s ‘ja’ om. Ze wórdt maar niet in dienst genomen, maar láát Zich ook in dienst nemen, als ze zegt: “De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u gezegd hebt”. In haar moederschap is Maria onnavolgbaar, maar in haar geloof niet. Daarin mag ze een voorbeeld zijn voor ons allemaal. Want ook al hoef je Jezus niet te ontvangen in je schoot, net als Maria, je mag Hem wel ontvangen in je hart, net als Maria.
In een bekend kerstlied staan de regels: “Maria was bereid / toen Gabriël haar groette / in ’t midden van de tijd” (LB 473:2). Maar in het Drentse Psalm- en Gezangboek klinken die regels zo: [ppt]

 
Maria zee van ja,
toen Gabriël heur anzee
de bosschup van genao.

“Maria zee van ja”. Ik vind dat ontroerend. Bijna net zo ontroerend als dat Wasti van nee zei. Hoeveel verschil er ook tussen die beide vrouwen mag bestaan, beiden hebben hun eigen plannen aan de kant gezet voor Gods plan, ook als dat tot gevolg had dat er lijden over hen kwam. Voor Maria, toen ze haar Zoon aan een kruis zag hangen alsof Hij een misdadiger was. Voor Wasti, toen ze in ongenade viel en aan de vrouwen van Perzië als een afschrikwekkend voorbeeld werd voorgehouden. Er werd zelfs in de wetten van Medië en Perzië – wetten die niet herroepen kunnen worden – vastgelegd dat iedere man thuis heer en meester moest zijn en dat hij de taal van zijn eigen volk moest spreken. Zou die wet nog steeds gelden, dan betekende dat dat er in de pastorie Fries gesproken moest worden, geen Nederlands en zeker geen Gronings. Maar gelukkig voor Jakoba geldt die wet niet meer. Maar het woord van God geldt nog wel. En daarin wordt de naam van Wasti tot aan de voltooiing van deze wereld met ere vermeld.
Niemand kan voorspellen waar het koninkrijk van Jezus Christus in deze wereld even te zien zal zijn. Maar ik weet wel dat het verschijnt waar mensen ‘nee’ durven zeggen tegen wat in de deze wereld normaal is en ‘ja’ durven zeggen tegen wat in deze wereld niet normaal is. Gods nieuwe wereld komt even aan het licht waar Wasti van nee zegt en Maria van ja.

Amen.