Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Mooie preek, dominee!
titel : Mooie preek, dominee!
datum : 16 februari 2014
volledige onderwerp : Marcus 06 : 20
Download deze preek.

Preek over Mrc.6,20 (Den Ham, 16-2-14)

Votum en zegengroet
Ps.71:1,2,9
Schuldbelijdenis
Lied 329 (Gebed om opening van het woord)
L Mrc.6,6b-30
Kindmoment (door Els Timmerman)
T Mrc.6,20
Ps.17:2,3,4
L 1Joh.2,3-5
NLB 310
Dankzegging en voorbeden
Collecte
Ps.34:6,7,8
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

Horrorfilms, ik heb er niks mee sinds ik als kind nachtmerries gehad heb van zo’n film. Maar mensen die die ervaring niet gehad hebben, kunnen van horror zelfs genieten. Blijkbaar hebben ze de behoefte om van tijd tot tijd eens lekker te griezelen. Als de rillingen over je rug lopen, geeft dat blijkbaar een aangename sensatie.
Het bijbelverhaal over de dood van Johannes de Doper is ook wel eens gelezen als een horrorverhaal. Door de schrijver Oscar Wilde bijvoorbeeld. Hij heeft een toneelstuk geschreven waarin de dochter van koningin Herodias de hoofdrol vervult. De componist Richard Strauss heeft daar weer een opera van gemaakt. Ook al is de muziek wonderschoon, ik zou een uitvoering van die opera niet willen meemaken. Zelfs niet als het bijbelverhaal op de voet gevolgd werd. Want dan is het nog steeds een orgie van wellust en geweld. Moet je je daar in mee willen laten slepen?
Toch staat dit gruwelijke verhaal wel in de Bijbel. Ik kan me best voorstellen dat de zusters die proberen de kinderen bij de kerkdienst te betrekken zich hardop afvroegen of je kinderen wel met dit verhaal kunt confronteren. Maar kun je de volwassenen in de kerk er dan wel mee confronteren? Hebben die inmiddels genoeg eelt op de ziel om naar deze horrorfilm te kunnen kijken zonder er slapeloze nachten van te krijgen?
Toch zette die vraag me wel op een spoor. Want stel dat dit verhaal daar nu net over ging: eelt op de ziel hebben. Eelt waardoor niet alleen niet de onthoofding van Johannes de Doper je niet meer raakt, maar ook de kruisiging van Jezus Christus je niet meer raakt. Marcus begint immers over de dood van Johannes de Doper als de naam van Jezus Christus ook tot het paleis van Herodes gaat doordringen. Herodes heeft geen nachtmerries overgehouden aan de dood van Johannes de Doper. Maar als hij hoort welke verhalen er over Jezus Christus de ronde doen, is het voor hem of Johannes de Doper alsnog in zijn slaapkamer komt rondspoken. “Het is Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan”, zegt hij bij zichzelf. Die woorden van Herodes zijn voor Marcus de aanleiding om het verhaal over Johannes’ dood alsnog te vertellen. Verhaaltechnisch gaat het hier dus om een flashback. Bij een verfilming zouden de kleuren wat bleker worden. Daaraan kun je zien dat het gaat om een verhaal dat speelt in het verleden. De confrontatie met Jezus maakt de dood van Johannes dus weer actueel.
Ja, voor Herodes misschien. Maar voor ons ook? Waarom moeten wij alsnog het verhaal over de dood van Johannes de Doper horen? Het antwoord op die vraag wordt wel in de directe context van het verhaal over de dood van Johannes de Doper gezocht. Aan dat verhaal gaat immers de uitzending van de twaalf leerlingen vooraf en op dat verhaal volgt immers de terugkeer van de twaalf leerlingen. Maar wat betekent het dat het verhaal over de dood van Johannes de Doper in dat kader staat? Het verhaal over de uitzending van de twaalf leerlingen lijkt een succesverhaal. Want “ze gingen op weg en maakten het goede nieuws bekend om de mensen tot inkeer te brengen, en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen”, schrijft Marcus. Laat hij met zijn verhaal over de onthoofding van Johannes de Doper dan de keerzijde van het succes zien? Moeten wij niet menen dat het koninkrijk van God al is aangebroken, omdat het kwaad wel teruggedrongen, maar niet verslagen is?
Ook al komen we zo een eind in de goede richting, we zijn er nog niet helemaal. Want Marcus beschrijft de onthoofding van Johannes niet als de keerzijde van de genezing van veel zieken. Het verhaal over de onthoofding van Johannes wordt immers verteld in de vorm van een flashback. De genezing van zieken en de onthoofding van Johannes vinden dus niet tegelijkertijd plaats. Johannes was al terechtgesteld vóór de leerlingen uitgezonden werden om het goede nieuws bekend te maken. Niet de dood van Johannes en de uitzending van de twaalf leerlingen vonden tegelijkertijd plaats, maar Herodes’ herinnering aan de dood van Johannes en de uitzending van de twaalf leerlingen vonden tegelijkertijd plaats. Hun succes roept bij Herodes herinneringen wakker aan zijn eigen nederlaag.
Zijn eigen nederlaag? Je zou toch zeggen dat Herodes een overwinning behaald had toen hij zich eindelijk van die onheilsprofeet van een Johannes ontdaan had. “U mag niet trouwen met de broer van uw vrouw”. Waar bemoeide die misselijke moraalridder zich mee? Gelukkig was hij van dat gezeur af, sinds hij Johannes een kopje kleiner had gemaakt. Merkwaardig genoeg beleefde Herodes de dood van Johannes alleen helemaal niet als een overwinning. Zijn vrouw Herodias misschien wel, maar hij niet. Want wat schrijft Marcus? “Herodias had het op Johannes gemunt en wilde hem uit de weg ruimen, maar ze kreeg er de kans niet toe, want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd had, bleef hij hem toch graag horen”. Zijn vrouw had hem er alleen ingeluisd toen hij in een dronken bui aan zijn stiefdochtertje beloofd had dat hij haar alles zou geven wat ze vroeg, al was het de helft van zijn koninkrijk. Tot zijn ontsteltenis had het meisje hem gevraagd om het hoofd van Johannes de Doper. Maar ook al had haar moeder haar dat ingefluisterd, haar stiefvader kon niet meer terug. Zo verloor Johannes zijn hoofd, omdat Herodes zijn gezicht niet wilde verliezen. Maar om nu te zeggen dat hij daar trots op was? Nee. Want ook al was hij altijd onzeker geworden van de preken van Johannes, hij hoorde ze graag.

Die woorden vinden we alleen bij Marcus. Voor zover ik na kan gaan, heb ik er twee een preek over gehoord. Een jaar of vijfentwintig jaar geleden een preek van prof. Douma in Kampen en een jaar of tien geleden een preek tijdens een Evensong in de kathedraal van Wells, een stadje in Zuidwest-Engeland. Van beide preken kan ik me niets herinneren, behalve dat ze diepe indruk op me gemaakt hebben. Maar met dat ik deze woorden opschreef, begon ik te denken: Hebben die beide preken op mij dan niet hetzelfde effect gehad als de preken van Johannes de Doper op koning Herodes? Want indruk hebben ze wel gemaakt, maar of ze ook bekering bewerkt hebben? Ik zou het niet kunnen zeggen.
Zit ik dan niet op dezelfde manier naar zo’n preek te luisteren als anderen naar een horrorfilm zitten te kijken? Je krijgt er kippenvel van. Op een bepaalde manier is dat nog wel aangenaam ook. Het laat in elk geval zien dat je geraakt wordt. Dat is toch ook het minste dat je van een preek mag verwachten. Een preek die je ene oor in- en je ander oor uitgaat zonder dat er tussen je oren iets blijft haken stelt je teleur. Zoals een horrorfilm waar je zelfs niet even van schrikt niet aan zijn doel beantwoordt. Toch… Misschien kun je van zo’n film zeggen dat hij aan zijn doel beantwoordt als je er even van geschrokken bent. Maar dat is het dan ook. Verder hoef je er gelukkig niks mee. Maar dat ligt bij een preek toch anders. Of niet?
Soms bekruipt me het gevoel dat de kerkdienst een spel is. Een spel waarin meedoen belangrijker is dan winnen. Zolang de dominee maar zegt waar het op staat en de gemeente maar hoort waar het op staat, is iedereen tevreden. Onvrede ontstaat er pas als de dominee niet zegt wat hij zou moeten zeggen en de gemeente niet hoort wat zij zou moeten horen. Ik weet wel zeker dat veel mensen ongerust werden als ik de lezing van de wet achterwege zou laten. Maar waarom? Omdat die wet wel voorgelezen moeten worden? Ik zou zeggen: omdat die wet wel nageleefd moet worden. Als zij een plaats krijgt in de zondagse eredienst, dan omdat zij haar plaats moet hebben in de doordeweekse eredienst. Wat heeft het echter voor zin die wet voor te lezen als niemand berouw krijgt over zijn oude leven? Wat heeft het voor zin die wet voor te lezen als niemand zich geroepen voelt tot het leiden van een nieuw leven?
Wat de lezing van de wet vaak niet doet, doet de verkondiging van het evangelie soms wel. Je voelt je aangesproken. De ene keer word je daar rustig van, de andere keer word je daar onrustig van. In beide gevallen voelt dat goed. Tenminste, als het niet het woord van de dominee, maar het woord van God is dat je rustig of onrustig maakt. Want de meningen van een dominee, daar heb je – terecht – geen boodschap aan. Maar als je voelt dat in zijn woorden de stem van God klinkt, kun je zijn woorden natuurlijk niet voor kennisgeving aannemen om weer over te gaan tot de orde van de dag.
Herodias heeft in de woorden van Johannes de Doper de stem van God niet gehoord. Voor haar was Johannes slechts een vlieg die doodgeslagen moest worden omdat hij haar hinderlijk om het hoofd zoemde. Maar voor haar man lag dat anders. Ook voor hem was Johannes een vlieg die hem hinderlijk om het hoofd zoemde. Maar voor hem was dat juist een reden Johannes in bescherming te nemen. Want wat hinderde hem nu zo in Johannes? Op de een of andere manier voelde Herodes aan dat niet zozeer de persoon van Johannes hem hinderde, als wel het koninkrijk dat hij vertegenwoordigde. Wat kwam dat koninkrijk in de prediking van Johannes dichtbij. “Heersers stoot hij van de troon en wie gering is geeft hij aanzien” (Lc.1,52), had een jonge vrouw gezongen, toen zijn vader nog op de troon zat. Die had geprobeerd het tij te keren door in Betlehem alle kinderen van twee jaar en jonger om te brengen (Mt.2,16). Maar dat had het alleen maar erger gemaakt. Alsof je een oliebrand probeert te blussen met water. Dan grijpen de vlammen alleen maar verder om zich heen. Het leek wel of het koninkrijk dat Johannes aankondigde niet door de dood de wereld uitgeholpen kon worden, omdat het juist door de dood de wereld binnenkwam. Van zo’n koninkrijk kun je het niet winnen. Daarom probeerde Herodes het ook maar niet. Aan zo’n koninkrijk kun je je alleen maar gewonnen geven. Toch durfde Herodes dat ook weer niet. Want dan moest hij meer opgeven dan de vrouw met wie hij volgens Johannes niet had mogen trouwen. Dat kon hij niet.
Misschien was dat ook wel zo. Want hoe verder je op de ingeslagen weg voortgegaan bent, hoe moeilijker het wordt om op je schreden terug te keren. Als ik daarover nadenk, krijg ik medelijden met Herodes. Want waarom zou ik een vraagteken plaatsen bij de woorden van de evangelist Marcus dat Herodes Johannes graag hoorde? Blijkbaar riepen Johannes’ woorden een oprecht verlangen naar het koninkrijk van de hemel op bij de vorst van een koninkrijk op aarde. Tegelijk besefte die vorst van een koninkrijk op aarde dat hij dat koninkrijk van de hemel niet binnen kon gaan. Niet zo. Daarvoor zou hij berouw moeten hebben van zijn oude leven. Maar dat had hij niet. Daarvoor zou hij een begin moeten maken met een nieuw leven. Maar daar kon hij zich nog niet toe zetten. Herodes durfde geen nee te zeggen, Herodes durfde geen ja te zeggen. Maar zolang hij Johannes tegen zijn vrouw in bescherming kon nemen, hoefde hij toch ook geen nee of ja te zeggen? Zolang kon hij volstaan met luisteren. Want eerlijk is eerlijk, hij hoorde hem graag.
Maar medelijden hebben met Herodes, is dat wel eerlijk? Want heb ik geen medelijden met mezelf als ik medelijden heb met Herodes? Laat die vraag ook eens in u of in jou omgaan. Maak je jezelf net als Herodes wijs dat je nog niet hoeft te kiezen, zolang je het evangelie graag hoort? Dat evangelie laat je toch ook niet koud? Je kent momenten dat het je echt wel raakt. “Ja, zo is het!” “Ja, zo moet het!” Je kunt dat gevoel niet vasthouden. Maar daarom kom je toch ook elke week weer in de kerk? Je wilt je juist graag laten bemoedigen. Je wilt je juist graag laten aanmoedigen. Want eerlijk is eerlijk, een goede preek mag je graag horen. Dominee hoeft er niet omheen te draaien. Laat hij maar zeggen waar het op staat.
Toch leidden die goede preken van Johannes niet tot de bekering van Herodes. Want hij bleef net zo lang een hoorder van het woord van God tot hij geen dader meer van het woord van God kon worden. Misschien kan ik het ook zo zeggen: hij had zolang gezeten dat hij niet meer kon staan; hij had zolang geluisterd dat hij niet meer kon spreken; hij had zolang gedacht dat hij niet meer kon doen. Maar vergeten is hij Johannes niet. Want toen hij hoorde van Jezus, dacht hij aan Johannes.
Een paar jaar later zal hij Jezus zelfs ontmoeten, als Pilatus hoort dat die koning van de joden uit Galilea komt. Maar Herodes is er blij mee als Pilatus Jezus op zijn bordje schuift. Want hij wil Hem al heel lang ontmoeten omdat hij veel over hem gehoord heeft. Maar als Herodes hoopt dat hij de goede gesprekken die hij met Johannes had met Jezus weer kan voortzetten, komt hij bedrogen uit. Want Jezus is niet in voor een goed gesprek. Herodes kan geen stom woord uit Hem krijgen, ook al doet hij nog zo zijn best. “Jezus antwoordde hem niet één keer”, schrijft Lucas in zijn evangelie (Lc.23,8.9). Hij had hem niets te zeggen. Hij had hem niets meer te zeggen.

“De apostelen kwamen weer terug bij Jezus en vertelden hem over alles wat ze gedaan hadden en wat ze de mensen onderwezen hadden”. Met die woorden verlaat Marcus het zijspoor van Herodes, om weer terug te keren tot het hoofdspoor van Jezus. Want Marcus wil ons niet op het zijspoor van Herodes, maar op het hoofdspoor van Jezus hebben. Maar het kan wel zijn dat u of jij de wissel nog om moet zetten om het spoor van Herodes te verlaten en het spoor van Jezus te volgen. Doe dan dat. Want Jezus’ koninkrijk komt. Niet ondanks het feit dat Hij gestorven is, maar dankzij het feit dat Hij gestorven is.

Amen.