Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Seks: gekanaliseerde liefde
titel : Seks: gekanaliseerde liefde
datum : 30 juni 2013
volledige onderwerp : Spreuken 05 : 15 - 17
Download deze preek.

Preek over Spr.5,15-17 (Den Ham, 30-6-13)

Ps.128:1,2
L Hoogl.4,12-5,1
Lied 295:1,2,3
L Spr.5,15-23
T Spr.5,15-17
Gez.179a
Ps.85:3,4 (na collecte)

Gemeente van de Here Jezus,

“Muziek is gekanaliseerde emotie”. Een uitspraak van mijn orgelleraar, Johan G. Koers. Het gaat er dus om dat je de emotie achter de noten laat horen. Zolang je die niet aangeboord heb, klinkt er dus eigenlijk geen muziek. Zelfs als het technisch razend knap is wat je doet. Het is minder erg dat er zo nu en dan een noot onder de toonbank vliegt dan dat je een gelikte uitvoering geeft die je toehoorders niet raakt. Het kan dus best zijn dat je wat moet overdrijven om gevoel in je spel te leggen. Als mijn orgelleraar bezieling in mijn spel miste, brulde hij daarom soms dwars door de muziek heen: “Kwak het eruit!” Als ik uitgespeeld was, zijn hij dan wel: “Je snapt wel dat dat een gevaarlijke uitspraak is, hè?” Dat snapte ik inderdaad wel, want het was een uitspraak van Feike Asma. Die liet zich soms zo door zijn emoties meeslepen, dat hij erin verdronk. Zo moest het dus ook weer niet. Je gevoel moet wel door het filter van je verstand heen. Anders weet je niet meer wat je doet, als je zit te spelen. Alleen als je heel bewust hier een kleine versnelling en daar een kleine vertraging aanbrengt, zal de muziek je toehoorders echt raken. Zij gaan op het puntje van hun stoel zitten, als je een muzikale spanning weet op te bouwen die zich precies op het juist moment ontlaadt.

Ondertussen denk je misschien: Maar deze preek zou toch gaan over seks voor het huwelijk? Inderdaad. Daarom nu meteen het thema voor deze preek maar: “Seksualiteit is gekanaliseerde liefde”. Ook die heerlijke gave van de seksualiteit komt pas tot zijn recht als je je weet te beheersen. Je moet je niet laten meeslepen door je verlangens, maar je verstand blijven gebruiken. Dan zul je er pas echt van kunnen genieten.

Als seksualiteit gekanaliseerde liefde is, moeten we er eerst maar eens bij stilstaan wat dat nou is, liefde. Daar zijn natuurlijk boeken over volgeschreven, die ik niet lang niet allemaal gelezen heb. Maar in christelijke boeken kom je vaak tegen dat het Grieks twee woorden voor liefde kent: eros en agapè. Het woord eros herken je misschien wel. Want daar zijn onze woorden ‘erotisch’ en ‘erotiek’ van afgeleid. In christelijke boeken wordt vaak wat zuinigjes geschreven over de erotische liefde. Zelfs in het grote theologische woordenboek bij het nieuwe testament vind je er een nogal negatieve omschrijving van. Eros, dat is de hartstochtelijke liefde, die de ander begeert voor zichzélf. Daartegenover staat agapè, want dat is schenkende liefde, die de ánder ten goede komt.
Ik betwijfel of in het Grieks eros wel zo’n negatieve en agapè wel zo’n positieve klank heeft. Eros slaat inderdaad op de hartstochtelijke liefde. Maar of dat dus betekent dat je de ander begeert voor jezelf? Zelfs als die kant eraan zit, is dat dan negatief? In het stukje dat we gelezen hebben uit het boek Hooglied verlangt een jongen hartstochtelijk naar zijn meisje. In dat stukje blijft dat verlangen nog wat verborgen achter de woorden. Maar er staan in Hooglied ook stukjes waarin dat verlangen onomwonden uitgesproken wordt:

Wat ben je mooi, wat ben je bekoorlijk,
liefde en verrukking, dat ben jij.
Als een palm is je gestalte,
je borsten zijn als druiventrossen.
Ik dacht: Laat ik die palm beklimmen,
ik wil zijn trossen plukken.

Inderdaad begeert die jongen die dat meisje voor zichzelf. Maar is daar wat mis mee? Als zij helemaal niet wil hij de palmboom beklimt en zijn trossen plukt, dan wel. Dan vergrijpt hij zich aan haar. (Dat kan ín het huwelijk trouwens net zo goed gebeuren als vóór het huwelijk. Seks is nog niet goed omdat ze binnen het huwelijk plaatsvindt.) Maar het meisje uit Hooglied wil de trossen van haar palmboom maar al te graag door die jongen laten plukken. Ze geniet ervan als hij haar borsten streelt en haar tepels kust. Het doet haar goed dat hij haar begeert voor zichzelf. Ze voelt zich mooi en begeerlijk. Ze is kostbaar in zijn ogen.
Tussen eros en agapè hoeft helemaal geen tegenstelling te bestaan. Alsof eros alleen maar slecht is en agapè alleen maar goed. Misschien kun je wel zeggen dat eros zonder agapè niet goed is. Dan is er slechts hartstocht, geen liefde. Maar dan moet je ook zeggen dat agapè zonder eros niet goed is. Want dan dien je de ander wel, maar je hebt hem niet lief. Als je elkaar echt liefhebt, komt niet alleen de ander tot zijn recht, maar kom je ook zelf tot je recht. Dan maakt liefde gelukkig. Niet alleen de ander, maar ook jezelf.

Nog sterker dan in Hooglied 4 wordt dat uitgesproken in Spreuken 5:

Moge je bron gezegend zijn,
moge de liefde van je jeugd je vreugde geven.
Ze is zo lieflijk als een hinde, bekoorlijk als een ree.
Ze laat je altijd van haar borsten drinken,
je kunt je eindeloos verzinken in haar liefde.

Spreuken 5 en Hooglied 4 lijken op elkaar. Ook in het beeldgebruik. Want beide bijbelgedeelten draaien om het woord ‘bron’. Wat daarmee bedoeld wordt? Op het eerste gezicht lijkt het meisje zelf die bron te zijn. Want de jongen zingt:

Je bent een bron omringd door tuinen,
een put met helder water,
een bergbeek van de Libanon.

Maar je kunt dat beeld pas begrijpen als je eerst gelezen hebt dat het meisje een gesloten tuin is met een verzegeld bron. Dat betekent in elk geval dat niet iedereen die tuin mag binnengaan om uit die bron te drinken. Zij bepaalt wie er bij haar naar binnen mag. Zij bepaalt wie er van haar mag drinken. Als ik het zo zeg voelt je wel aan dat het beeld van de gesloten tuin met een verzegelde bron een erotische lading heeft. Het antwoord van het meisje op het lied van de jongen heeft dus diezelfde lading:

Ontwaak, noordenwind! Kom, zuidenwind!
Waai door mijn hof,
laat zijn balsems geuren.
Mijn lief moet in zijn hof komen,
laat hij daar zijn zoete vruchten proeven.

“Ontwaak, noordenwind! Kom, zuidenwind!”, die woorden ken je misschien uit een gezang: “Noordenwind, o wil ontwaken, zuidenwind doorwaai de hof” (Gez.102:5) In dat gezang wordt met de noorden- en de zuidenwind de Heilige Geest bedoeld. Maar of dat in Hooglied 4 ook zo is? Want het meisje roept de noorden- en de zuidenwind op omdat die het klimaat moeten scheppen waarin zij die jongen en die jongen haar kan beminnen. Niet de natte westenwind, maar de koele noordenwind. Niet de hete oostenwind, maar de warme zuidenwind. Dan is haar tuin op zijn mooist. Dan ruiken haar bloemen het zoetst. Want haar lief moet in zijn hof komen, om zijn zoete vruchten te proeven.
Ze laat hem dus binnen, ze laat hem dus drinken. Hij antwoordt dan ook:

Hier ben ik in mijn hof,
zusje, bruid van mij.
Ik pluk mijn mirre en mijn balsem,
ik eet mijn honing uit mijn honingraat,
ik drink mijn melk en mijn wijn.

Er is wel eens gezegd dat de jongen en het meisje uit Hooglied geen gemeenschap met elkaar hebben. Maar dat waag ik te betwijfelen. Want de jongen plukt zijn mirre en zijn balsem, hij eet zijn honing uit zijn honingraat, hij drinkt zijn melk en zijn wijn. Hij streelt haar overal, hij kust haar overal, hij proeft haar overal. En zie, het was zeer goed.
Zet Spreuken 5 daar nu toch een klein vraagtekentje bij? Want daar lezen we immers:

Drink water uit je eigen bekken,
ga naar de stromen van je eigen bron.
Je wilt toch niet dat ze de vrije loop krijgen
en de pleinen overstromen?
Ze zijn van jou, van jou alleen,
laat niemand anders ervan drinken.

Dat er in Spreuken 5 een waarschuwend vingertje wordt opgestoken is duidelijk. Maar waar waarschuwt die vader zijn zoon nu precies voor? Dat hij niet te ver moet gaan? Inderdaad. Maar wanneer gaat hij te ver? Niet als hij zijn vrouw bemint, maar als hij zijn vrouw niet bemint. Dat kan hij doen door te gaan dwalen bij een ander en zich aan haar de borsten neer te vlijen. Toch is Spreuken 5 meer dan een waarschuwing tegen overspel. Want de spits van die waarschuwing is niet: doe het niet met een andere vrouw, maar: doe het wel met je eigen vrouw.
Dat wordt nog duidelijker als je de Groot Nieuws Bijbel erbij pakt. Daar staat in vers 19 en 20: “Drink je dronken aan haar borsten, dwaal rond in haar liefde. Waarom, mijn zoon, dan dwalen met die andere vrouw, je vlijen aan haar borsten?” Dan valt ineens op dat die vader twee keer het woord ‘dwalen’ gebruikt. Je moet niet afdwalen naar een andere vrouw, maar ronddwalen in de liefde van je eigen vrouw. Die vader zwakt de hartstocht van zijn zoon dus niet af, maar wakkert de hartstocht van zijn zoon juist aan. Die mag dan wel gemeenschap met zijn vrouw gehad hebben, maar is hij wel eens in de liefde van zijn vrouw verdwaald? Zijn zoon wekt blijkbaar de indruk dat hij de liefde van zijn vrouw zo zoetjes aan wel kent. Maar zijn vader is wijzer. Dat bestaat niet! Van de borsten van je vrouw blijf je drinken. In de liefde van je vrouw blijf je ronddwalen.
Zou de apostel Paulus dat bedoelen, als hij ergens van het de twee-eenheid van man en vrouw zegt: “Dit mysterie is groot” (Ef.5,32)? Ik denk het wel. Waarom zou hij het anders betrekken op de twee-eenheid van Christus en zijn kerk? Van dat mysterie zegt hij dat het alle kennis te boven gaat. Als je met alle heiligen ronddwaalt in de liefde van Christus, blijkt ze steeds weer hoger, langer, breder, dieper te zijn, tot je volstroomt met Gods volkomenheid (Ef.3,18.19). Hoe zou de apostel de gemeenschap van Christus en zijn kerk kunnen vergelijken met de gemeenschap van man en vrouw, als de seksualiteit allang geen geheimen meer voor hem had?
Elkaar beminnen is een kunst die je moet leren. Het is een misverstand te menen dat mensen van zichzelf wel weten hoe dat moet. Wanneer jongen mensen in de kerk niet meer leren dan dat het voor het huwelijk niet mag, schiet die kerk dan ook ernstig tekort. Nu is de kerk ook niet de meest aangewezen plaats om seksuele voorlichting te geven. Dat is nog altijd het gezin. Ik zou de vaders dan ook willen vragen: Herken je jezelf in die vader uit Spreuken 5, die zijn zoon apart neemt om met hem te delen dat je blijft drinken aan de borsten van je vrouw en dat je blijft ronddwalen in de liefde van je vrouw? Die vader kan dat volgens mij alleen zeggen omdat hij het zelf ook zo beleeft. Ja, als je goed leest ontdek je dat hij ook de verlangens van zijn vrouw is gaan ontdekken. Hoe kan hij anders zeggen:

Drink toch van je eigen bron,
haal het water uit je eigen put.
Anders stroomt het weg
over straten en pleinen.

Ik vind daar zoveel wijsheid en zoveel mededogen in zitten. Zijn zoon zou waarschijnlijk moord en brand schreeuwen, als zijn vrouw haar verlangens door een ander liet vervullen. Maar zijn vader begrijpt zijn schoondochter. Want hij zegt tegen zijn zoon: “Blijkbaar heb jij je dorst niet bij je eigen bron gestild. Blijkbaar vond jij het niet meer nodig je emmer in je eigen put te laten zinken. Waarom nou toch? Ze is toch van jou, van jou alleen? Laat een ander er dan toch niet van drinken. Of ben je al op haar uitgekeken? Hoe kan dat nou? Ze is toch zo lieflijk als een hinde, zo bekoorlijk als een ree? Drink je dan dronken aan haar borsten en dwaal rond in haar liefde. Als je niet weet hoe dat moet, vraag haar dan zelf eens wat ze fijn vindt. Of schaam je je daarvoor? Durf je niet toe te geven dat je niet zo’n goede minnaar bent?”
Veel jonge mensen die alleen meegekregen hebben dat het voor het huwelijk niet mocht, raakten teleurgesteld toen het in het huwelijk wel mocht. Misschien is het u zo ook wel vergaan. Dan valt het niet mee voor een vader om zijn zoon en voor een moeder om haar dochter in te wijden in de geheimen van de seksualiteit. Want het huwelijksformulier spreekt wel over ‘het kostbare geschenk van de seksualiteit’, maar je ervaart het zelf allang niet meer als een kostbaar geschenk van God. Zo spannend als het Hooglied is je liefdesleven in elk geval allang niet meer. Als het ooit al zo spannend geweest is.
Ik zeg dus niet alleen tegen jongeren die nog niet getrouwd zijn, maar ook tegen ouderen die al wel getrouwd zijn dat ze zich niet moeten laten meeslepen door hun verlangens, maar hun verstand moeten gebruiken. Want als seksualiteit gekanaliseerde liefde is, komt ze je niet aanwaaien. Liefde heeft een bedding nodig waarin ze kan stromen. Die bedding moet je graven, die bedding moet je onderhouden. Daar heb je niet alleen gevoel, maar ook verstand voor nodig. Wat dat betreft laten het spel van de liefde en het spelen van muziek zich goed met elkaar vergelijken. Je komt er niet met alleen emotie, je hebt ook verstand nodig. Je komt er niet met alleen hartstocht, je hebt ook techniek nodig. Orgelspel dat drijft op emotie slaat dood. Seksualiteit die drijft op hartstocht wordt plat.

Nu toch ook een woord voor de jongeren. Want bij één van hen kwam de vraag die de aanleiding voor deze preek was vandaan. Ook jullie moeten je verstand gebruiken. Of dat dus betekent dat je niet door je verlangens moet laten meeslepen, maar tot je huwelijk moet wachten voor je met elkaar naar bed gaat?
Laat ik er dit van zeggen. Toen ik voor het eerst een stel op mijn studeerkamer kreeg dat moest trouwen omdat het meisje zwanger was, was ik verlegen met de situatie. Want werd van mij als dominee nu niet verwacht dat ik tegen dat stel zei dat ze gezondigd hadden? Toen ik het gesprek voorzichtig in die richting stuurde, wilde de jongen daar niets van weten. Hij voelde best iets van spijt. Want nu stond hun hele leven op de kop. Hij had het hun beiden gegund dat ze rustig naar hun trouwdag toe konden leven. Daar kwam nu niets van terecht en dat voelde niet goed. Zo had God het vast niet bedoeld. Maar zonde? Ze hadden elkaar bemind omdat ze zielsveel van elkaar hielden. Hij kon niet inzien wat daar zondig aan was. Ik kon het op dat moment ook niet meer en heb het er dus maar bij gelaten. In het kerkblaadje zocht ik een middenweg door zoiets te schrijven als: “Wat zonde dat zij hun huwelijk zo moesten beginnen”. Naar aanleiding van dat stukje in het kerkblaadje kwam er een vrouw bij me die me vertelde dat ze blij was dat ik het daar bij gelaten had. Want toen haar man en zij bij de dominee op huwelijksgesprek kwamen, had hij hen gevraagd of ze ook met elkaar naar bed geweest waren. Omdat ze dat niet konden ontkennen, hebben ze het maar toegegeven. Dat hebben ze geweten. Want de trouwpreek ging er vooral over dat er die dag twee grote zondaren trouwden. Zo werd haar trouwdag een rouwdag. Ze heeft het die dominee nooit vergeven.
Deze beide gesprekken hebben mij nog voorzichtiger gemaakt om seks voor het huwelijk een zonde te noemen. Seks voor het huwelijk kan wel degelijk een zonde zijn. Als meisjes niet meer weten dat ze een gesloten tuin zijn en jongens niet meer weten wat een verzegelde bron is. Ik ben bang dat steeds minder meisjes en jongens zich daar nog iets bij kunnen voorstellen. Dan wordt dat woord van die jongen uit het Hooglied een leugen: “Hier ben ik in mijn hof. Ik pluk mijn mirre en mijn balsem, ik eet mijn honing uit mijn honingraat, ik drink mijn melk en mijn wijn”. Want het is zijn hof, zijn mirre, zijn balsem, zijn honing, zijn honingraat, zijn melk en zijn wijn helemaal niet. Zo’n jongen fluistert een meisje vast een heleboel lieve woordjes in het oor, maar niet die woordjes die die jongen uit het Hooglied zijn meisje in het oor fluistert: “mijn zusje, mijn bruid”. Je noemt je meisje alleen je zusje als je je heel diep met haar verwant voelt. Je noemt je meisje alleen je bruid als je er heel diep naar verlangt met haar te mogen trouwen. Toch wordt er wat afgevreeën tussen jongens en meisjes die zich nog niet verwant met elkaar voelen en er nog niet aan moeten denken met elkaar te trouwen. Dat is eros zonder agapè. Dat is zonde.

Je kunt op internet een website vinden met de naam: ware liefde wacht. Ik zou zeggen, met die vader uit Spreuken: ware liefde blijft drinken van haar borsten, ware liefde blijft ronddwalen in haar liefde. Want ware liefde is een mysterie waar je niet slechts een verkeringstijd op moet wachten, maar zelfs een huwelijkstijd van moet blijven genieten. Amen.