Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > 'Het lichaam onderscheiden'
titel : 'Het lichaam onderscheiden'
datum : 9 september 2012
volledige onderwerp : 1 Korintiërs 11 : 29
Download deze preek.

Preek over 1Kor.11,29 (Den Ham, 9-9-12 (gaande viering HA)

Ps.16:1,3
Ps.119:22
L 1Kor.11,17-34
T 1Kor.11,29
Lied 364 (melodie: Lied 177)
Formulier V
Ps.26:4,5,6 (na Geloofsbelijdenis, vóór Opwekking/Viering)
Lied 456:3 (na dankzegging en voorbede)
Ps.111:1,2,3 (na collecte)

Gemeente van de Here Jezus,

“Want wie eet en drink, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt”. Veel mensen kunnen de woorden van onze tekst wel dromen, omdat die tot voor kort bij elke avondmaalsviering werden aangehaald werd in het avondmaalsformulier. Maar juist daardoor gaan ze bij veel mensen het ene oor in en het andere oor uit. Want wat betekent dat nu, ‘het lichaam onderscheiden’?
Het scheelt dat de Nieuwe Bijbelvertaling een omschrijving geeft van die woorden: “want wie eet en drinkt, maar niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn veroordeling af over zichzelf”. ‘Het lichaam onderscheiden’ is dan: ‘beseffen dat het om het lichaam van de Heer gaat’. Dat is best een goede omschrijving. Als je avondmaal viert, besef dan wel: het gaat om het lichaam van de Heer.
De vraag blijft echter hoe het dan bij het avondmaal gaat om het lichaam van de Heer. Moet je beseffen dat dat brood niet zomaar brood is, maar het lichaam van Christus? Moet je geloven dat de wijn niet zomaar wijn is, maar het bloed van Christus? Zo is onze tekst wel uit gelegd. Maar velen van u zullen ondertussen denken: dat zullen dan wel roomse uitleggers zijn. Inderdaad, dat zijn roomse uitleggers. Zij geloven dat het brood in het echte lichaam van Christus en de wijn in het echte bloed van Christus veranderd is. Maar dat geloven gereformeerden niet. Brood blijft brood en wijn blijft wijn. De vraag is dan alleen wel: hoe kun je door brood te eten dat niet Christus’ echte lichaam is en wijn te drinken die niet Christus’ echte bloed is je bezondigen aan het lichaam en het bloed van de Heer zelf? Dat is volgens Paulus toch het gevolg, als je avondmaal viert zonder te beseffen dat om het lichaam van de Heer gaat. Dan maak je je schuldig tegenover het lichaam en het bloed van de Heer, staat er in vers 27. Hebben de rooms-katholieken dan toch niet gelijk als ze zeggen dat je je aan gewoon brood en gewone wijn niet kunt bezondigen; dat je alleen schuldig kunt staan tegen het lichaam en bloed van de Heer, als dat brood en die wijn ook echt het lichaam en het bloed van de Heer zijn?
Nee. Ik geloof niet dat Paulus dat bedoelt. ‘Het lichaam onderscheiden’ betekent niet dat je beseft dat dat brood en die wijn meer zijn dan brood en wijn, nl. Jezus zelf. Dat blijkt als we het bijbelgedeelte waarin die woorden staan eens wat beter gaan lezen. Want wat is voor Paulus de aanleiding om te zeggen dat de Korintiërs moeten leren het lichaam te onderscheiden? Dat lezen we in de verzen 20 en 21: “U komt (helemaal) niet samen om de maaltijd van de Heer te vieren. Van wat u hebt meegebracht eet u alleen zelf, zodat de een honger heeft en de ander dronken is”. Het ging in die tijd bij de avondmaalsviering dus wat anders toe dan vandaag. Het avondmaal vond plaats binnen het kader van een liefdemaaltijd. Gemeenteleden die zelf genoeg te eten hadden namen naar zo'n maaltijd voedsel mee, om dat te delen met leden die gebrek leden. Maar waarschijnlijk waren die liefdemaaltijden zo’n succes, dat er steeds meer eten en drinken meegenomen moest worden om ervoor te zorgen dat iedereen genoeg kreeg. Op een gegeven moment vonden degenen die voor eten en drinken konden zorgen, dat de grens bereikt was. Zij weigerden nog langer iedereen die maar aanschoof van eten en drinken te voorzien. Misschien hadden ze daarin niet alleen praktisch, maar ook principieel wel een punt. Want zou iedereen die aanschoof wel komen om het lichaam en bloed van Christus te ontvangen? Zouden veel mensen niet komen om gewoon brood en wijn te ontvangen? Maar het gevolg was wel dat de één bij wijze van spreken aan de avondmaalstafels zat te verhongeren, terwijl de ander zich bij wijze van spreken zat te bedrinken. De armen dachten: “stelletje patsers”, en de rijken dachten: “stelletje schooiers”. Denk je eens in dat in zo’n sfeer van wantrouwen het brood gebroken wordt dat ons één maakt met het lichaam van Christus en de beker rondgedeeld wordt die ons één maakt met het bloed van Christus! Inderdaad, deze onwaardige vertoning had weinig tot niets meer met de maaltijd van de Heer te maken.

Welke maatregelen zou u nemen, broeders en zusters, om aan deze wantoestand een einde te maken? Waarschijnlijk zouden velen van u het jammer vinden om die liefdemaaltijden helemaal maar af te schaffen. Want samen eten geeft toch wel echt een band. Als er in mijn vorige gemeente iemand gedoopt werd die zich van de islam tot Jezus Christus bekeerd had, richtte diegene na afloop van de dienst altijd een feestmaal aan voor de hele gemeente. Maar ook in gemeenten die weinig tot geen leden van allochtone afkomst hebben, zie je steeds meer dat er samen gegeten wordt. Het zou toch prachtig zijn als je tijdens zo’n maaltijd het avondmaal kon vieren? Daar zou het avondmaal zelf ook van opknappen. Misschien dat het dan eens echt een feestmaal zou worden. Want je moet wel erg je best doen om van het eten van het brood en het drinken uit de beker in een feestelijke stemming te komen.
Toch raadt de apostel Paulus de gemeente van Korinte aan om het avondmaal en de liefdemaaltijd uit elkaar te halen. Want hij schrijft: “Wie honger heeft, kan beter thuis eten”. Je zou kunnen denken dat Paulus dat aan de armen schrijft. Alsof hij zou bedoelen dat je voor eten en drinken niet bij de kerk moet zijn. Maar dat is dan een misverstand. Want eerder schreef hij: “Hebt u soms geen eigen huis waar u kunt eten en drinken? Of veracht u de gemeente van God en wilt u de armen onder u vernederen?” Het is duidelijk dat hier niet de armen, maar de rijken de wind van voren krijgen. Zij vernederen de armen door niet met hen te willen delen.
Je kunt dus niet zeggen dat Paulus de liefdemaaltijden maar afgeschaft heeft. Dat blijkt ook als hij tegen het eind van hoofdstuk 11 schrijft: “Daarom, broeders en zusters, wees gastvrij voor elkaar wanneer u samenkomt voor de maaltijden”. Het is dus bepaald niet zo dat het ideaal van de eerste gemeente in Jeruzalem bij Paulus achter de horizon verdwijnt. Alsof je niet langer het gewone brood met elkaar hoeft te delen, maar alleen nog het avondmaalsbrood. Ik zou het nog wel sterker kunnen zeggen. Volgens de gereformeerde belijdenis is het tweede kenmerk van de ware kerk de zuivere bediening van de sacramenten. Om de viering van het avondmaal zuiver te houden, laten we dan ook geen mensen tot de avondmaalstafel toe die in zonde leven en zich daar niet van willen bekeren. Maar het avondmaal wordt echt niet zuiver bediend als we niet alleen een wacht bij de avondmaalstafel hebben staan, maar ook bij de keukentafel. Want in het hoofdstuk over de heiligheid van het avondmaal staat net zo goed dat we gastvrij voor elkaar moeten zijn, wanneer we onze gewone maaltijden gebruiken. Als de Heer met ons wil delen aan zijn tafel, laten we dan ook met elkaar delen aan onze tafels. Laat er aan die tafels ook plaats zijn voor hen die eenzaam zijn. Laat er van die tafels ook overblijven voor hen die hongerig zijn.
Maar ook al heeft Paulus de heiligheid van het avondmaal dus niet veiliggesteld door het liefdemaal maar af te schaffen, hij wil die beide maaltijden wel uit elkaar houden. Daarmee heb ik het woord gebruikt dat Paulus in onze tekst gebruikt voor ‘het lichaam ‘onderscheiden’. Want in het Grieks staat er een woord dat letterlijk zoiets betekent als ‘uit elkaar houden’. Het is erg handig dat we die uitdrukking in het Nederlands ook gewoon hebben. Als dingen te ingewikkeld worden, kun je ook in het Nederlands zeggen: “Dat kan ik allemaal niet meer uit elkaar houden, hoor”. Zo was ook het avondmaal in Korinte te ingewikkeld te worden. Wat Paulus voorstelt is dat de maaltijd van de Heer weer uit het verband van de maaltijden van de gemeente gewikkeld werd. Om de maaltijd van de Heer en de maaltijden van de gemeente weer uit elkaar te kunnen houden, moesten ze uit elkaar gehaald worden. Zo ontstond er weer ruimte voor waar het bij het avondmaal om gaat: het lichaam van de Heer dat voor ons gegeven is.

Maar waar is dat lichaam van de Heer dan tijdens de viering van het avondmaal? Toch niet op de avondmaalstafel. Niet voor niets zegt het klassieke avondmaalformulier: “Om met het echte brood uit de hemel, Christus zelf, gevoed te worden moeten we niet alleen naar dit brood en deze wijn kijken. We moeten juist omhoog kijken, onze blik richten op Jezus Christus, die aan de rechterhand van zijn Vader in de hemel voor ons pleit”. Is dat niet een afknapper? Om het lichaam van de Heer te kunnen onderscheiden, moeten we de maaltijd van de Heer en de maaltijden van de gemeente van elkaar losmaken. Maar wat blijft er dan over? Een rest van wat eens een complete maaltijd: een klein stukje brood en een klein slokje wijk. En zelfs dat beetje brood en dat beetje wijn zijn het lichaam en bloed van de Heer niet. Het is net of je een ui afpelt. Als je maar lang genoeg doorpelt, blijkt er in het hart van die ui een gat te zitten. Blijf je zo ook bij de viering van het avondmaal niet met lege handen zitten?
Dat kan. Want in welke vorm wij het avondmaal ook vieren, we zullen altijd het lichaam van de Heer van die vorm moeten onderscheiden. Reken maar dat de Korintiërs het avondmaal eerst maar een kale viering vonden, toen het geen echte maaltijd meer was. Maar om weer te beseffen dat het om het lichaam van de Heer ging, was het nodig om de maaltijd van de Heer en de maaltijden van de gemeente uit elkaar te halen. Zo kan het ook best zijn dat sommigen van u het gevoel hebben dat ze niet echt avondmaal vieren, als ze niet aan een tafel kunnen zitten. Maar als het vieren van het avondmaal en het zitten aan een tafel voor u onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, dan moeten ze juist uit elkaar gehaald worden. Want het gaat niet om die tafel, maar om het lichaam van de Heer. Mensen die met minachting spreken over een viering zoals we die vanmorgen houden, laten daarmee alleen maar zien dat zij het lichaam van de Heer nog niet kunnen onderscheiden. Maar mensen die het avondmaal anders maar een dooie boel vinden, bezondigen zich net zo goed aan het lichaam en het bloed van de Heer. Want zij beseffen blijkbaar nog steeds niet dat het in die dooie boel gaat om het lichaam van hun Heer.
Maar als je ernaar verlangt in die kale tekenen van brood en wijn je Heer zelf te ontmoeten, blijf je niet met lege handen zitten of staan. Want in die dode tekenen verschijnt de levende Heer zelf aan je. Het is of de alle afstand in ruimte en tijd tussen jou en Hem ineens wegvalt. Je ziet Hem voor je, zoals Hij voor jou aan het kruis hing. Je ziet Hem voor je, zoals Hij voor jou uit het graf opstond. Je ziet Hem voor je, zoals Hij voor jou naar de Vader ging. Daar gaat het om in het avondmaal: dat je Hem weer voor je ziet. In het avondmaal komen we tot de kern: Hij voor mij en ik voor Hem. Alles wat het zicht beneemt op wie Hij voor mij is en wie ik voor Hem ben, moet wijken. Het moet wijken in de liturgie. Het moet wijken in het leven. Bij het avondmaal doen we het met niet meer dan een klein stukje brood en een klein slokje wijn, omdat het vensters zijn op wat echt nodig hebben: Jezus zelf. Met Hem kunnen we toe. Niet alleen ’s zondag, maar ook door de week. Hij laat Zich even zien, opdat we Hem ook nog voor ons zien als ons leven hier op aarde zijn loop weer herneemt. Dat is ‘het lichaam onderscheiden’: Hem voor je zien in een wereld waaruit Hij verdwenen lijkt. Omdat je Hem herkend hebt in brood dat gewoon brood was.

Amen.