Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Steek af naar de diepte
titel : Steek af naar de diepte
datum : 5 februari 2012
volledige onderwerp : Lucas 05 : 08
Download deze preek.

Preek over Lc.5,8 (Den Ham, 5-2-12)

Ps.66:2,4
Lied 7:1,2,4
L Lc.4,31-5,11
Ps.69:1,5
T Lc.5,8
Gez.115
Gez.110:1,3,4 (na collecte)

Gemeente van de Here Jezus,

[ppt] “Ga van mij weg, Heer, want ik ben een zondig mens”. Die woorden van Petrus hebben we het langst over gediscussieerd, toen we het verhaal van de wonderlijke visvangst op catechisatie alvast met elkaar doorlazen. Het viel jullie meteen op dat Petrus zich zondig voelt, als Jezus bij hem aan boord gekomen is. Dat ís ook opvallend. Want je zou verwachten dat Petrus juist dolgelukkig was, toen zijn netten zo vol zaten met vis, dat ze dreigden te scheuren. Maar in plaats daarvan is Petrus diep ongelukkig. Zo ongelukkig, dat hij pas weer gelukkig kan zijn, als Jezus uit zijn leven verdwijnt. Hoe kan dat nou?
[ppt] Volgens één van jullie kwam dat daarvan dat Petrus zich schaamde over zijn eigen twijfels. Hij had immers tegen Jezus gezegd: “Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als u het zegt, zal ik de netten uitwerpen”. Bleek daar niet uit dat hij er diep in zijn hart niets van geloofde dat hij nu ineens wel vis zou vangen? Goed, hij zet het net wel opnieuw uit. Maar dan wel onder het motto: “Baat het niet, dan schaadt het niet”. Want hij verwacht er niks van.
Maar een ander uit de groep was het daar totaal niet mee eens. Dat Petrus zijn netten nog een keer uitzet, dat spreekt juist een groot vertrouwen in Jezus uit. Ook al zijn ze de hele nacht in de weer geweest zonder iets te vangen, als Jezus het zegt, zet hij zijn netten meteen weer uit. Zo staat het er toch ook: “Als u het zegt, zal ik de netten uitwerpen”. Petrus gelooft Jezus dus op zijn woord. Geen spoor van twijfel. Als Petrus daarna toch zegt: “Ga weg van mij, want ik ben een zondig mens”, is dat dan ook niet omdat hij zich schaamt over zijn eigen ongeloof. Maar wat staat er meteen daarna? “Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden”. Dat is dus de reden dat Petrus zegt: “Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens”. [ppt] Hij voelt zich te klein om bij Jezus te mogen zijn. Jezus’ macht is zo groot, dat hij er gewoon bang van wordt. Het is net of hij een wereld is binnengegaan waarin niets meer normaal is. Dat is zo bedreigend voor Petrus, dat hij maar liever alles bij het oude laat. Nu weet ik tenminste waar ik aan toe ben. Maar bij Jezus weet je dat nooit. Waar kom ik in terecht, als ik Jezus in mijn leven toelaat? Het vliegt Petrus allemaal zo aan, dat hij alleen maar weet uit te roepen: “Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens”.
Dat was dus meteen het huiswerk dat ik van jullie opkreeg. Wie heeft er nu gelijk? “Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens”, roept Petrus dat nu omdat hij zich schaamde over zijn eigen ongeloof of roept hij dat omdat hij bang was voor Jezus’ macht? Voelt Petrus zich te slecht of voelt Petrus zich te klein?
Het verbaasde me niets dat de boeken waarin dit verhaal uitgelegd wordt me niet echt verder hielpen. Want het ene boek geeft de één gelijk: Petrus voelde zich zo slecht, en het andere boek geeft de ander gelijk: Petrus voelde zich zo klein. Uiteraard zijn er ook boeken waarin zowel de één als de ander een beetje gelijk krijgt. Het is allebei: Petrus voelde zich èn slecht èn klein. Hoe komen we daar nu uit?

[ppt] Een ander uit de groep zette me op een spoor dat wel eens naar een oplossing zou kunnen leiden. Zij probeerde zich eens in Petrus te verplaatsen. Wat zou ik gedaan hebben, als ik zonder Jezus aan boord niks gevangen had en met Jezus aan boord zoveel gevangen had dat mijn boot bijna zonk? Zou ik me dan heel zondig gevoeld hebben of zou ik dan heel bang geworden zijn? Het aardige was dat deze derde catechisant aangaf dat ze helemaal niet wist hoe ze zich dan zou voelen. Zij verbaasde zich er vooral over dat Petrus meteen op zijn knieën voor Jezus neerviel. [ppt] Zij zou dat waarschijnlijk niet gedaan hebben. “Meteen voor Jezus op de knieën vallen, dat past wel bij Petrus. Dat was ook een heel spontane man. Deed altijd meteen wat zijn hart hem ingaf. Flapte er ook wel eens dingen uit waar hij later spijt van kreeg. Maar zo zit ik niet in elkaar. [ppt] Ik zou zoiets wonderlijks eerst eens rustig moeten verwerken. Ik bedoel: Als je zoiets meemaakt, sta je toch perplex? Ik zou echt niet meteen weten, wat ik hier nu van moest vinden. Ik zou me nog eens achter m’n oren krabben, stil m’n netten uitspoelen en thuis een hele tijd dom voor me uitstaren. Ik zou er nog eens rustig een nachtje over willen slapen. Maar of daar veel van terechtkomt als je zoiets wonderlijks meegemaakt hebt? Waarschijnlijk zou ik de volgende dag weer naar m’n bootje teruggaan. Het zo mooi zijn als Jezus daar dan ook nog was. Maar ja, die was natuurlijk al weer verder”. Op dat punt gekomen kon ik het niet laten toch een vraag te stellen. “Jij had dus niet net als Petrus je boot op het land getrokken hebben, alles achter gelaten hebben en Jezus gevolgd zijn?” Nee, waarschijnlijk niet. “Dan was je Hem dus wel misgelopen”. Ja, waarschijnlijk wel.

Ik denk dat er meer mensen zo gereageerd zouden hebben, als deze laatste deelnemer aan het gesprek op catechisatie. Je bent gewoon niet zo impulsief als Petrus. Je zegt niet meteen wat je denkt. Je doet niet meteen wat je hart je ingeeft. Je hebt gewoon meer tijd nodig. Misschien praat je er heel voorzichtig eens over met iemand die je vertrouwt. Maar misschien ook wel niet. Want wie zou je geloven als je vertelde over wat je meegemaakt hebt, als je zelfs nauwelijks kunt geloven wat je meegemaakt hebt? Zou je je verhaal over wat je met Jezus meegemaakt hebt maar niet liever voor je houden, omdat je je er eigenlijk voor schaamt? Natuurlijk is het mooi om een bijzondere gebeurtenis met een ander te delen. Maar zo bijzonder? Je bent er zelf al verlegen mee. Waarom zou je een ander er dan mee in verlegenheid brengen? [ppt] Deze gebeurtenis past gewoon niet bij het leven zoals je het kent. Het zet het leven zoals je het kent juist totaal op z’n kop. Waar kom je uit als je hierin meegaat? Wat staat je te wachten als je Jezus volgt? Als dit het begin is, waar is dan het einde? Is een leven waarin de netten soms ook leeg zijn hebt niet beter te hanteren dan een leven waarin de netten zo vol zijn? Zoveel goedheid, wie kan dat aan?

[ppt] Ondertussen heb ik de tweede uitleg die op catechisatie aan de tekst voor de preek gegeven werd meer gelijk gegeven dan de eerste. Als Petrus zegt: “Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens”, dan is dat niet zozeer omdat hij zich zo slecht voelde, als wel omdat hij zich zo klein voelde. Ik sluit niet uit dat Petrus zich ook wel wat schaamde over zijn twijfel. Want voordat hij zijn netten opnieuw uitzette, moest hij nog wel even kwijt dat ze zich de hele nacht al ingespannen hadden, zonder iets gevangen te hebben. Het is net of hij zich toch een houding wil geven, voordat hij het advies van Jezus opvolgt. Maar hij gehoorzaamt wel. Blijkbaar heeft hij wel zoveel vertrouwen in Jezus dat het niet in hem opkomt om te zeggen: “Sorry, meester, maar we hebben ons de hele nacht al ingespannen en niets gevangen. Dus bij klaarlichte dag de netten nog eens uitzetten, dat is zonde van de tijd en de energie. Alle respect voor wat u net allemaal tegen de mensen zei. U zult beter weten hoe het in het koninkrijk van God toegaat dan ik. Maar vissen, daar hebt U geen verstand van. Doet U dus uw ding, dan doe ik mijn ding”. Nee, Petrus laat Jezus niet alleen toe in zijn boot, maar hij laat Hem ook toe in zijn leven.
Ook al weet Petrus niet precies wat hij daarvan moet verwachten, hij heeft geen reden om er niets van te verwachten. Petrus had immers al met eigen ogen gezien dat Jezus sprak met een ongekend gezag. [ppt] Misschien was hij er bij, toen Jezus in de synagoge van Kafarnaüm met een kort bevel een man genas die bezeten was door een onreine geest. Want na het verlaten van de synagoge ging Jezus naar het huis van Simon. Het zou me niet verbazen als Petrus hem zelf uitgenodigd had. Want staat er: “Simons schoonmoeder had hoge koorts en ze vroegen Jezus om haar te helpen”. Maar ook als Petrus die sabbat thuisgebleven was, was hij er wel bij, toen Jezus zijn schoonmoeder genas. “Jezus boog zich over haar heen en sprak de koorts bestraffend toe. Die verliet haar, en meteen begon ze voor hen te zorgen”. Ja, het wonder dat in de synagoge gebeurd was, herhaalde zich bij Petrus op de stoep. Ook daar dreef hij veel demonen uit, die schreeuwden: “Jij bent de Zoon van God!” Hoe vreemd het bevel dat Petrus nu zelf van Jezus kreeg ook was, zou hij het niet gehoorzamen?

Het was wel een wat geheimzinnig bevel. Dat kan u en jullie duidelijk worden, als ik het voorlees in de Statenvertaling: “Steek af naar de diepte en zet je netten uit om te vangen”. Vrijwel alle vertalingen voegen wat woordjes toe om de zin wat beter te laten lopen: “Vaar naar diep water en gooi je netten uit om vis te vangen”. Die woordjes ‘water’ en ‘vis’ staan er in het Grieks niet. Nu zal Petrus Jezus’ opdracht vast zo opgevat hebben. Want hij vaart inderdaad naar diep water en gooit zijn netten uit om vis te vangen. Toch is het goed om die woordjes ‘water’ en ‘vis’ nog even tussen haakjes te zetten. “Vaar naar de diepte”. Er zijn ook binnenvaartschepen die die naam dragen. Alleen staat het er dan meestal in het Latijn: “Duc in altum”. [ppt] Misschien hebt u wel eens een schip met die naam gezien. Let er anders maar eens op als u langs een kade wandelt of staat te wachten bij een brug of een sluis. Als ik schipper was, zou ik geen mooiere naam voor mij schip weten dan deze naam. Maar dan betekent het ineens veel meer dan het voor Petrus betekende. Het is een belijdenis geworden. Met Jezus aan boord durf ik naar de diepte af te steken. Maar dat is niet alleen voor christelijke schippers een mooie belijdenis. Het zou de lijfspreuk van alle christenen mogen zijn. Ben je als christen een kustvaarder, die dicht genoeg bij de wal blijft om nog herkenningspunten te kunnen zien: daar die vuurtoren, daar dat baken, daar die duinen, daar dat eiland? Of durf je de vaste wal te verlaten en koers te varen die je niet kunt overzien?
Petrus kwam er pas achter wat Jezus bedoelde met zijn bevel: “Vaar naar de diepte”, toen er zo’n enorme school vissen in zijn netten zwom, dat die dreigden te scheuren. Zelfs de boot van Jakobus en Johannes dreigde zinken, toen ze Petrus te hulp schoten om de vangst te bergen. Netten die scheuren, boten die zinken, dat gebeurt er als Jezus in je leven komt. [ppt] De evangelist Johannes zegt het zo: “Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt” (1,17). Een betere typering van wat Petrus hier overkomt, kan ik niet geven. Hij wordt hier ineens overstelpt met een overvloed waar hij bang van wordt. Jezus doet hier veel meer dan het kwaad van een slechte vangst goedmaken. De oplossing is vele malen groter dan het probleem. Of zijn Petrus’ problemen veel groter dan hijzelf doorheeft? Zijn de problemen waar wij mee worstelen maar een topje van de ijsberg? Gaat er onder de dingen waar wij mee zitten een diepte van falen, van schuld, van vervreemding, van eenzaamheid schuil? Wil Jezus je daarom veel meer geven dan je zelf nodig denkt te hebben?
Kunt u zich voorstellen, dat Petrus, als hem zoiets overkomt, niet meer weet te zeggen dan: “Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens”? [ppt] Ineens voel je dat Jezus zoveel meer met jouw leven wil dan je zelf met je leven wilt. Maar trek je dat wel? Ben je niet veel te zwak om je in dit krachtenveld te bewegen? Ben je niet veel te slecht om zoveel goedheid te kunnen verdragen? Petrus’ net dreigde te scheuren. Maar in feite stond hij zelf op springen. Ik heb teveel haat in mijzelf om zoveel liefde te kunnen uitstaan. Mijn ogen zijn teveel aan de schemer gewend om het te kunnen verdragen als U ineens het licht aandoet. Laat me liever alleen met mijn onvrede. Want uw vrede kan ik niet aan.

Herkent u daar iets van, broeders en zusters? Kun je je daar iets bij voorstellen, jongens en meisjes? En als u daar nou niets van herkent en je je daar niet bij voor kunt stellen, zou dat dan ook daarvan kunnen komen dat je nog teveel lijkt op die kustvaarder die zich slechts op bekend terrein durft te begeven? Mag Jezus wel een rol in jouw leven spelen, een belangrijke rol zelfs, maar moet Hij je leven niet over gaan nemen? Toch is dat het evangelie.
“Steek af naar de diepte en werp je net uit om mensen te redden”, het was Jezus’ eigen missie. Een missie die Hem dieper deed zinken dan wij ons voor kunnen stellen. Veel mensen weten wat eenzaamheid is, maar niemand weet het zo goed als Hij, sinds Hij door God en mensen verlaten aan een kruis hing. Ik zeg dat niet om daarmee te beweren dat uw eenzaamheid niets is vergeleken bij Hem. Ik zeg dat om daarmee te beweren dat Hij niet zijn eigen eenzaamheid, maar die van u en jou doorstond. Je bent van nature nog veel eenzamer dan je je voelt. Kijk maar eens naar Jezus: zo eenzaam was jij voor Hem, zo eenzaam werd Hij voor jou. Als dat evangelie ineens werkelijkheid voor je wordt, dan komt het gevoel over je dat Petrus overweldigde, toen zijn netten dreigden te scheuren en zijn boten dreigden te zinken. Ik wist dat ik vannacht gefaald had, maar dat het zo erg was? Ik wist dat Jezus liefde groot is, maar dat zij zo groot is?
“Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens”. Goedbeschouwd is het schokkend wat Petrus hier vraagt. Want hij gebruikt hetzelfde woord als Jezus, toen die tegen die in de synagoge van Kafarnaüm tegen die onreine geest zei: “Ga uit hem weg!”. Eigenlijk zegt Petrus dus: “Ga weg uit mij, Heer, want ik ben een zondig mens”. Het is net of Petrus zich een kasteel voelt dat op het punt staat ingenomen te worden. Maar hij durft zich gewoon niet aan deze Heer over te geven. Wat blijft er van me over, als Jezus de muren waar ik me achter verschuil omverhaalt? Zoveel ruimte, zoveel vrijheid, zoveel uitzicht, kan ik dat wel aan? Maar Jezus zegt alleen: [ppt] “Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen”.
Dat zegt Hij ook tegen u en tegen jou, als je terugschrikt voor een leven dat naar God en mensen toe openligt: “Wees niet bang”. Of je dan ook mensen zult vangen? Wie zal het zeggen? Maar één ding durf ik wel te zeggen: Met een angstig geloof zul je in elk geval geen mensen vangen. Het is de angst die in een lied uit het Liedboek treffend onder woorden is gebracht:

Gij maakt mij steeds mee vreemdeling.
Ontvreemdt Ge mij dan, ding voor ding,
al ’t oude en vertrouwde?
O blinde schrik –
mijn God, mag ik
niet eens mijzelf behouden? (Lied 484:2).

Als die angst je bij de keel grijpt, zeg dan tegen je Redder, niet: “Ga weg uit mij”, maar: “Blijf in mij, Heer, want ik ben een zondig mens”.

Amen.