Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Gelukkig met een trouwkaart
titel : Gelukkig met een trouwkaart
datum : 8 oktober 2017
volledige onderwerp : Openbaring 19 : 9
Download deze preek.

Preek over Opb.19,9 (Den Ham, 8-10-17)

Votum en groet
Ps.95:1,2,3
10 geboden
Opw.462 (Aan uw voeten, Heer)
Gebed
Doopsformulier 3
Ps.105:5 (na dopen Tess Lamberink)
L Opb.18,21-19,8
Opw.599 (Komt tot de Vader)
T Opb.19,9
Preek
Opw.623 (Laat het huis gevuld zijn)
Dankzegging en voorbede
Collecte
Gez.70
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

“Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van zijn lam zijn uitgenodigd”. Als je dat woord hoort, moet je vast denken aan de gelijkenis die de Here Jezus eens verteld heeft over de uitnodigingen voor het feest. In die gelijkenis nodigt iemand tal van mensen uit voor een feestmaal. Maar als het zover is, laten de genodigden zich allemaal verontschuldigden. De een heeft een akker gekocht die hij moet bekijken, de ander heeft vijf span ossen gekocht die hij moet keuren, weer een ander is net getrouwd.
Als het feestmaal uit de gelijkenis slaat op het feest dat losbarst bij de komst van Gods koninkrijk, dan is de reactie van de genodigden hoogst merkwaardig. Wie slaat de uitnodiging voor dat feest nu af? Toch gebeurt dat in het echt blijkbaar wel. Je kunt misschien zelfs wel argumenten bedenken waarom je de uitnodiging voor Gods koninkrijk nog even laat liggen. Maar hoe sterk zijn die argumenten, als in de praktijk van jouw leven God nooit voorgaat? Daar wil Jezus je over na laten denken als Hij zijn gelijkenis vertelt. Natuurlijk is het absurd om de uitnodiging voor het feest in Gods nieuwe wereld af te slaan. Maar zou het ondertussen kunnen zijn dat jij zelf bezig bent om die absurde keuze te maken?
Niet alleen de reactie van de genodigden uit de gelijkenis is merkwaardig, ook de reactie van de Heer uit de gelijkenis is merkwaardig. Want hij gelast het feest niet af, maar laat het doorgaan. Als de mensen die hij kent niet willen komen, nodigt hij in hun plaats mensen uit die hij niet kent. “Ga vlug de stad in en breng uit de straten en stegen de armen en kreupelen en blinden en verlamden hierheen”. Als er daarna nog steeds plaatsen aan tafel vrij zijn, zegt hij: “Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad en nodig iedereen met klem uit, want mijn huis moet vol zijn”. Misschien vind je die reactie van die heer helemaal wel niet zo merkwaardig. Want die heer is immers God zelf? Voor je gevoel past die reactie juist precies bij God. Want zijn liefde gáát ook uit naar iedereen. In het bijzonder naar de armen en de zieken en de zwakken en de verdrukten. Toch zit er in de reactie van de heer ook iets dat je waarschijnlijk wat minder bij God vindt passen. Want die heer uit de gelijkenis zegt toch met zoveel woorden tegen die mensen uit de eerste ronde: “Opgestaan, plaats vergaan. Voor jou een ander”. Maar kun je je voorstellen dat God zoiets tegen jou zegt? Niet voor niets zingen we nog altijd met zekere regelmaat bij de doop:

God zal zijn waarheid nimmer krenken,
maar eeuwig zijn verbond gedenken.
Wat Hij beloofd heeft, blijft van kracht
tot in het duizendste geslacht (Ps.105:5).

Zet Jezus daar in zijn gelijkenis van de uitnodigingen voor het feest dan een vraagteken bij?

Vanmorgen wil ik met u en met jullie naar een bijbelgedeelte kijken waarin het ook gaat over de uitnodiging voor het feest dat losbarst als het koninkrijk van God werkelijkheid geworden is. Dat bijbelgedeelte is geen gelijkenis, maar een visioen. Misschien vind je dat niet echt opschieten. Want visoenen hebben hetzelfde probleem als gelijkenissen: Wat moet je letterlijk nemen en wat niet? Alleen lijkt dat probleem bij visioenen nog groter te zijn dan bij gelijkenissen. Want gelijkenissen nemen hun uitgangspunt in de zichtbare werkelijkheid die wij kennen. Maar visioenen gaan over de onzichtbare werkelijkheid die wij niet kennen. Neem nu dat stuk dat we gelezen hebben uit Openbaring 18 en 19. Als je het in de Bijbel opzoekt blijkt het het slot te zijn van een visioen dat al in hoofdstuk 17 begint. Maar als je daar begint te lezen, zie je een vrouw zitten op een rood beest met zeven koppen en tien horens. Zou het hier gaan om een hoofdstuk uit een fantasy boek of een scène uit een science fiction film, dan vond je het misschien nog wel spannend ook. Maar kom op, dit is de Bijbel!
Inderdaad. Ik heb het eerste deel van dit visioen dan ook niet overgeslagen omdat ik me ervoor zou schamen. Als God Zich er niet voor schaamt om ons te bemoedigen met visioenen die soms wel en soms niet tot onze verbeelding spreken, hoef ik niet met een boog om zulke visioenen heen te lopen. Toch heb ik me beperkt tot het tweede deel van dit visioen, om te voorkomen dat u door de bomen het bos niet meer ziet. Of beter gezegd: door het beest het Lam niet meer ziet. Want daar is het Johannes in het laatste bijbelboek om te doen. Hij hoeft ons het beest ook helemaal niet te laten zien, want dat is allang zichtbaar. Maar het Lam, dat is nog niet zichtbaar. Geen wonder ook, als het beest er met zijn grote lijf voorstaat. Desondanks mag Johannes al even door dat beest heen kijken om het Lam te zien staan.
In zijn boek laat Johannes ons even door zijn verrekijker meekijken. Maar als hij zijn kijker richt op de verste verte, krijgt hij niet iets te zien, maar iets te horen. Onze tekst is immers geen stukje video, maar een stukje audio: “Schrijf op: Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het lam zijn uitgenodigd”. Misschien vind je het nog wel jammer ook dat je op het hoogtepunt van dit visioen geen beelden te zien, maar woorden te horen krijgt. Misschien dacht Johannes dat zelf ook wel, want diezelfde stem vervolgt: “Wat God hier zegt, is betrouwbaar”. Johannes schrijft een heel boek vol met alles wat hij gezien heeft. Maar afgezien van de zeven brieven die hij aan het gezin van zijn boek gedicteerd krijgt, krijgt hij maar drie keer de opdracht om iets op te schrijven (14,13; 19,9; 21,5). Dit is de tweede keer dat dat gebeurt. Blijkbaar vinden we in dit woord dus een van de drie kernwoorden van het hele boek. Dit woord is zo belangrijk dat het opgeschreven moet worden. Niet alleen door Johannes, maar ook door ons. Je zou het bij wijze van spreken op zo’n geel memovelletje moeten schrijven en op het beeldscherm van je computer moeten plakken. Hoewel, “bij wijze van spreken”, misschien is dat helemaal niet zo’n gek idee. Want dan zou je oog, als je achter je computer zit, steeds op dit woord vallen: “Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het lam zijn uitgenodigd”.

“Denk erom”, zegt de stem, “wat God hier zegt is pas echt betrouwbaar”. Maar is het ook duidelijk? Ik vermoed dat het voor iemand die dit woord voor het eerst hoort geheimtaal is. ‘Het bruiloftsmaal van het lam’, de beide helften van die uitdrukking zijn wel duidelijk. Maar is de combinatie van die beide helften niet vreemd? Want er lijkt hier toch gezegd te worden dat er een feestmaal gehouden zal worden ter gelegenheid van het huwelijk van het Lam. Een lam dat gaat trouwen? Waar je bij een lam ook aan denkt, niet aan een bruiloft.
Maar waar denk je dan wel aan? Kinderen denken waarschijnlijk aan de lente. Als er weer lammetjes in de wei rondspringen, is de winter voorbij. Maar misschien vinden jullie lammetjes vooral wel heel lief. Ze zijn zo klein, zo onschuldig, zo zacht. Maar je weet ook wel dat er heel andere dieren zijn die niet zo klein, zo onschuldig, zo zacht zijn. Je moet er toch niet aan denken dat zo’n lammetje gegrepen wordt door een vos of door een wolf of door een leeuw?
Toch wordt de Here Jezus een lammetje genoemd. Misschien vind je dat ook nog wel passen bij de Here Jezus. Want als er iemand lief en onschuldig en zacht is, dan de Here Jezus wel. Maar als Hij alleen maar lief en onschuldig en zacht is, heb je dan wel wat aan Hem? Hoe kan een lam je nu helpen als je ziek bent of als je gepest wordt of als je vader en moeder niet meer van elkaar houden? Maar misschien denk je ook wel aan alle verschrikkelijke dingen die er in de wereld gebeuren: landen die elkaar bedreigen met een kernwapen, eilanden die vernield worden door een storm, huizen die platgebrand worden door het leger van je eigen land, mensen die vanuit een hotelraam neergeschoten worden als ze naar een concert luisteren. Wat kan een lam daar nou aan veranderen? Je zou zeggen: in een wereld waar zulke dingen gebeuren gaat een lam er als eerste aan.
Toch ziet Johannes in een van zijn visioenen dat Lam staan. Het ziet eruit alsof het geslacht is (5,6). Blijkbaar kun je zien dat dat Lam de keel is doorgesneden. Toch ligt het niet, maar het staat. Hoe kan dat? Want in de wereld die wij kennen kan een lam alleen maar slachtoffer zijn. Toch staat dit Lam rechtovereind. Met dat beeld mag Johannes mensen bemoedigen die het lijden aan het kwaad dat deze wereld beheerst. Want het slachtoffer leeft en het Lam heeft de toekomst.

“Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het lam zijn uitgenodigd”. Wie zijn die gelukkigen dan? Als je de visioenen van Johannes allemaal doorleest, krijg je het gevoel dat juist de mensen met wie het net zo ongelukkig afliep als met het Lam die gelukkigen zijn. Ook in het stukje dat we vanmorgen gelezen hebben worden zij genoemd. Hoofdstuk 18 eindigde immers met de woorden: “In deze stad vloeide het bloed van profeten en heiligen, van al degenen die op aarde geslacht werden”. Het zijn de mensen die dat Lam wilden volgen op zijn weg naar Gods nieuwe wereld. Ze bleven Hem trouw, ook als hun het mes op de keel gezet werd.
Die mensen stonden dus voor een keuze die wel wat dieper gaat dan trouw naar de kerk, naar catechisatie of naar bijbelstudie gaan. Misschien zeg je: “Gelukkig dat ik niet voor de keuze geplaatst wordt waar die mensen voor geplaatst werden”. Dat mag je wel zeggen. Maar vraag je dan ook af of er in de keuzes waar jij voor geplaatst wordt iets te zien is van het vertrouwen dat die mensen in dat weerloze Lam hadden. Kun je echt zeggen dat jij met heel je hart vertrouwt op in Jezus, die is gestorven en weer opgestaan? Blijkt in de kleine keuzes die jij moet maken dat je die grote keuze gemaakt hebt? Of zou het eerlijker zijn om te zeggen dat jij die grote keuze nog niet gemaakt hebt, zolang in de kleine keuzes die jij moet maken Jezus in de praktijk op de tweede plek staat?

“Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het Lam zijn uitgenodigd”. Let op dat er niet staat: “Gelukkig zullen zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het Lam zijn uitgenodigd”. Nee, je bent al een gelukkig mens als je achter Jezus aan op weg gaat naar Gods nieuwe wereld. Want je straalt dezelfde weerloze schoonheid uit als Hij. Luister maar mee met Johannes. “Toen hoorde ik iets als een stem van een grote menigte, van geweldige watermassa’s en van krachtige donderslagen zeggen: ‘Halleluja! De Heer, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap op zich genomen. Laten we blij zijn en jubelen, laten we hem de eer geven! Want de bruiloft van het lam is gekomen en zijn bruid staat klaar. Zij mag zich kleden in zuiver, stralend linnen.’ Want dit linnen staat voor al het goede dat gedaan is door de heiligen”. De trouwjurk van de bruid wordt dus geweven uit de goede daden die ze op weg naar de bruiloft gedaan heeft.
Wat zouden dat voor daden zijn? Het zijn in elk geval geen daden die getuigen van succes, van trots, van zelfvertrouwen. Want zo zien de kleren van de vrouw op het beest eruit. Dat mens “droeg purperen en scharlakenrode kleren en gouden sieraden, edelstenen en parels” (17,4). Zij draagt de naam Babylon. Een welvarende stad, als je hoofdstuk 18 zo leest. Maar God koopt er niks voor. Hij smijt haar in zee, Hij steekt haar in brand. Uit de hemel klinkt een stem als van een grote mensenmassa: “Halleluja! Haar rook stijgt op tot in eeuwigheid”. ‘Halleluja’. Openbaring 19 is het eerste hoofdstuk in het nieuwe testament waarin dat Hebreeuwse woord gebruikt wordt. Misschien zou jij dat woord eerder gebruiken als ons land “sterker uit de crisis is gekomen”. Maar hier wordt het gebruikt als God zo’n land naar het vuilstort brengt.
God zet niet alles wat mensen gedaan hebben bij het grofvuil. Het goede dat gedaan is door zijn heiligen haalt hij er tussenuit om er een trouwjurk van te weven voor de bruid van het Lam. Dan moet het wel om daden gaan die de stijl van het Lam hebben. Ze zijn gedaan door mensen die net als Hij niet geven om aanzien, om macht en om geld. Ze hebben God lief boven alles en hebben hun naaste lief als zichzelf.

De bruiloft van het Lam is een groot feest voor een kleine bruidegom en een kleine bruid. Ik hoor die bruidegom en die bruid al tegen God zeggen: “Niet te veel drukte, hoor”. Of Hij die wens wel in vervulling laat gaan? We wachten het maar af. Maar één ding is zeker: “Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het lam zijn uitgenodigd”.

Amen.