Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Een vraag van Judas
titel : Een vraag van Judas
datum : 3 mei 2020
volledige onderwerp : Johannes 22 : 9
Download deze preek.

Overdenking van Joh.14,22 (Den Ham, 3-5-2020, internetdienst)

Votum en groet
GK 63:1,2,3 (O God, mijn God, ik zoek uw hand)
Gebed
L Joh.14,15-31
LB 653:1,5,7 (U kennen, uit en tot U leven)
Kindmoment (door Gerdieneke Alfing)
T Joh.14,22
Overdenking
LB 311 (Wij kiezen voor de vrijheid)
Dankzegging en voorbede, uitlopend op….
GK 180a (Onze Vader)
Collectemoment (muziek: Ubi caritas – Maurice Duruflé)
LB 655 (Zing voor de Heer een nieuw gezang)
Zegen

Broeders en zusters, oud en jong,

“Waarom zult u zich wel aan ons, maar niet aan de wereld bekendmaken?”. Wie stelt die vraag aan Jezus? Judas, maar niet Judas Iskariot. Zou die vraag anders op je overgekomen zijn, als dat er niet bijgestaan had? Als je bij het begin was begonnen te lezen, had je wel kunnen weten dat Judas Iskariot die vraag niet gesteld had. Want die was in het vorige hoofdstuk al vertrokken om Jezus te verraden (13,27-30). Maar nu je ergens middenin begint te lezen, is het toch wel fijn dat er even bij gezegd wordt dat het niet de verrader was die Jezus die vraag stelde. Want zijn vraag houdt ook jou misschien ook wel eens bezig. Dan denk je: Waarom duurt het zo lang voor Gods nieuwe wereld eindelijk aanbreekt, als Jezus de beslissende slag toch al gewonnen heeft?
In deze tijd vieren we dat we het vijfenzeventig haar geleden is dat Nederland bevrijd. Maar de beslissing was een jaar eerder al gevallen: bij de invasie in Normandië op D-day. Toen de geallieerden voet aan de grond gekregen hadden op het vasteland van Europa, moest de overwinning op de Duitsers wel volgen op V-Day. Zo zou je Jezus’ opstanding uit de dood kunnen vergelijken met D-day. Nu moet Gods nieuwe wereld er wel komen op V-day. Daar kun je op wachten.
Maar ondertussen wachten we al heel lang. En stiekem denk je misschien wel eens: Zou Jezus de macht van het kwaad wel echt overwonnen hebben? Was Hij wel echt de beloofde Messias? Of hebben wij ons vergist? Die gedachten had Judas Iskariot ook gehad. Toen Hij begreep dat het nog een hele tijd zou duren voor Gods nieuwe wereld aan zou breken, voelde hij zich bedrogen. In zijn teleurstelling en zijn boosheid heeft Hij Jezus aan zijn vijanden verraden. Maar in het gezelschap van die verrader wil je niet graag zijn. Daarom is het hele geruststelling dat zulke vragen ook leefden bij hen die Jezus trouw bleven. Bij een andere Judas bijvoorbeeld, die geen verrader werd, maar toch ook niet begreep waarom Jezus zich alleen zou laten zien aan gelovigen en niet aan ongelovigen. “Waarom zult u zich wel aan ons, maar niet aan de wereld bekendmaken?’
Met ‘de wereld’ bedoelt Judas hier niet ‘alle mensen op aarde’. Het woord ‘wereld’ heeft in het evangelie van Johannes meestal een negatieve klank. Het staat voor een wereld die in vijandschap met God leeft. Je zou Judas’ vraag dus ook kunnen lezen als: “Waarom laat u zich wel aan uw vrienden, maar niet aan uw vijanden zien?” Ja, waarom eigenlijk niet? Want stel je voor dat Jezus op die eerste dag van de week niet alleen aan de elf leerlingen verschenen was, die de deuren afgesloten hadden, omdat ze bang waren voor de Joden (Joh,20,19-23), maar ook verschenen was aan de hogepriesters en oudsten, die het gerucht de wereld in brachten dat het graf leeg was omdat Jezus’ leerlingen zijn lichaam uit het graf gestolen hadden (Mt.28,11-15). Ja, stel je voor…
Maar als ik probeer het me voor te stellen, kom ik er toch niet goed uit. Want wat zou het doel van die verschijning aan de Joodse raad dan zijn? De religieuze leiders ervan overtuigen dat zijn lichaam niet was gestolen door zijn leerlingen, omdat Hij echt was opgestaan? Maar dat wisten ze allang. De soldaten die hun vergadering binnengevallen waren, hadden immers verteld wat er bij dat graf van Jezus gebeurd was: de aarde die hevig begint te beven, een sneeuwwitte engel die als een bliksem uit de hemel schiet, de steen wegrolt en erop gaat zitten (Mat.28,2). Niks geen leerlingen die het lichaam van hun meester komen stelen. Maar ook al wisten ze dat Jezus opgestaan moest zijn, ze wilden het gewoon niet weten. Al konden ze Hem dan niet in een graf stoppen, ze konden Hem misschien wel in de doofpot stoppen. Moest Jezus aan hen verschijnen om hen duidelijk te maken dat dat absurd was? Dat wisten ze toch zelf wel? Maar ze wilden het niet weten.
Nu ik er goed over nadenk, kan ik me eigenlijk niks voorstellen bij een verschijning van de opgestane Heer aan degenen die Hem haten. Ik kan me wel voorstellen wat ik zou doen als ik in die Joodse raad mocht verschijnen. Hoewel, vroeger zou ik ze misschien de huid vol gescholden hebben om hun botte ongeloof. Maar nu, ik weet het niet. Want wat heeft het voor zin? Wat moet Jezus in de kring van hen die niet in Hem willen geloven? Hen tot overgave aan Hem dwingen? Dat is niet zijn stijl. Hen voor eeuwig buiten Gods nieuwe wereld zetten? Zover is Hij nog niet.

Toen vroeg Judas, niet Judas Iskariot, aan Jezus: “Waarom zult u zich wel aan ons, maar niet aan de wereld bekendmaken?” Jezus antwoordde: “Wanneer iemand mij liefheeft, zal hij zich houden aan wat ik zeg”. Het lijkt of Jezus helemaal geen antwoord geeft; of hij nog maar eens herhaalt wat hij in andere woorden net ook al gezegd had. Toch is het wel degelijk een antwoord. Want blijkbaar kan Jezus Zich niet bekendmaken aan een wereld die Hem niet liefheeft.
Als ik dat zo zeg, hoor ik mezelf al denken: Kan Jezus dat niet of wil Jezus dat niet? Meteen baal ik van dat stemmetje in mijn hoofd, want wat dat stemmetje zegt is niet eerlijk. Alsof Jezus zich best aan iedereen bekend zou kunnen maken, als Hij maar zou willen. Dan is het dus aan Jezus’ onwil te danken dat veel mensen niet in Hem geloven. Maar hoe zou Hij Zich dan aan die mensen bekend moeten maken? Als Hij er een reclamebureau bij in zou schakelen, zou Hij vrijwel zeker het advies krijgen om dat kruis waaraan Hij gehangen heeft thuis te laten. Want dat ziet er niet uit. Toch wordt bij dat kruis pas echt zichtbaar dat Hij tot het bittere einde gedreven werd door liefde. Omdat Hij van je hield, droeg Hij Gods oordeel over jouw zonden. In jouw plaats ging Hij de duisternis in waarin geen licht meer schijnt, omdat er geen God meer is. Maar als Hij jou niet kan voor zich kan winnen met zijn liefde, waar moet Hij het dan mee doen?
Ik denk dat er een heleboel mensen zijn die meer zitten te wachten op een Jezus die hun problemen oplost dan op een Jezus die hun zonden draagt. Dat zou in deze coronacrisis wel eens helemaal zo kunnen zijn. Laten we wel wezen, we snakken er allemaal naar dat het leven weer normaal wordt: elkaar niet langer op afstand hoeven te houden, onze familie en onze vrienden weer op kunnen zoeken, weer gewoon naar school of het werk kunnen gaan. Als Jezus dat zou kunnen regelen, dan zou de hele wereld met Hem weglopen. Zou het? Of zou Hij als dank voor bewezen diensten juist heel snel vergeten worden? Want als alles weer normaal is, hebben we Hem niet meer nodig.
“Wanneer iemand mij liefheeft, zal hij zich houden aan wat ik zeg”. Het is toch echt een antwoord op de vraag van Judas, waarom Jezus zich niet aan de wereld bekendmaakte. Want alleen als je gevoel hebt voor de liefde waarmee Jezus zich aan het kruis voor jou gegeven heeft, kun je Hem kennen. Alleen waar mensen zijn liefde beantwoorden met hun liefde, kan een ontmoeting met Jezus plaatsvinden.

Ik had als thema boven deze preek gezet: Jezus, alleen voor intimi? Dat is een vraag. Maar het antwoord lijkt duidelijk: Ja, Jezus maakt zich alleen bekend aan een klein groepje liefhebbers. Toch is dat een misverstand. Want wie zegt dat het bij die intimi gaat om een klein groepje? Zo heeft Judas had wel bedoeld, toen hij zei: “Waarom zult u zich niet aan de wereld, maar wel aan ons bekend maken?” Het groepje dat Judas aanduidde met ‘ons’ was toen nog heel klein. Maar het was niet Jezus bedoeling dat dat zo zou blijven. Het was wél zijn bedoeling dat het een kring van intimi zou zijn. Een grote kring van intimi weliswaar, maar toch een kring van intimi.
Jezus gaat daarom niet mee in het onderscheid dat Judas maakt tussen de wereld en ons. De wereld, waaraan Jezus zich niet bekendmaakt, en ons, aan wie Jezus zich wel bekend maakt. Want Hij zegt slechts: “Wie mij liefheeft, zal zich houden aan wat ik zeg”. Daarmee zegt Jezus eigenlijk: “Ik zal mij bekendmaken aan iedereen die van mij houdt. Maak je geen zorgen, dat zullen er veel zijn. Maar kan ik mezelf ook aan jou bekend maken? Heb jij al tot je doorlaten dringen hoeveel ik van jou houd? Houd jij van mij, zoals ik van jou houd? Dan zal mijn Vader je liefhebben, en mijn Vader en ik zullen bij je komen en bij je wonen”.
Dat is een geweldige belofte, zeker in een tijd waarin wij niet naar Gods huis kunnen om Hem samen te ontmoeten. Want Vader en Zoon zullen bij jou komen en bij jou wonen. Heel je leven zal zich afspelen in de liefdevolle tegenwoordigheid van God zelf, als de liefde van Jezus wortel schiet in je hart. Dat is een onbeschrijfelijk gevoel. Maar dat niet alleen. Het moet ook vorm krijgen in daden die aan Jezus doen denken. Want Jezus zegt niet voor niks: “Wanneer iemand mij liefheeft, zal hij zich houden aan wat ik zeg”. Nu is bij Jezus wat Hij zegt en wat Hij doet hetzelfde. Als je je houdt aan wat Hij zegt, houd je je aan wat Hij doet. Dan gaat wat God goed vindt altijd boven wat mensen goed vinden en gaat wat je naaste helpt altijd voor wat jezelf helpt. Het is een leven dat beheerst wordt door Jezus’ liefde, een leven dat vooruitgrijpt op het koninkrijk dat komt.
Is daarmee de vraag van Judas helemaal beantwoord? Snap je nu waarom Jezus zich niet aan de wereld bekend maakt? Ik denk dat het eerder omgekeerd is: Als je de liefde van Jezus hebt leren, snap je toch niet dat er nog steeds mensen zijn die niet in Hem willen geloven? Want

Uw liefde is het hoogste goed
dat U, o Heer, mij hebt gegeven,
uw trouw is beter dan het leven,
U bent het die mij juichen doet

Met die Psalm begonnen we deze dienst. Met die Psalm beëindig ik mijn preek. En ik hoop dat de woorden van die Psalm u en jullie uit het hart gegrepen zijn.

Amen.