Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Defragmenteer mijn hart
titel : Defragmenteer mijn hart
datum : 4 september 2011
volledige onderwerp : Psalmen 086 : 11c
Download deze preek.

Preek over Ps.86,11c (Den Ham / Koekange, 4-9-11)

Ps.86:2,4 (v.m.)
Gez.156
L Ps.86
Ps.27:3,4
T Ps.86,11c (NBG-51: “verenig mijn hart om uw naam te vrezen”)
Ps.119:28-30
Ps.86:4,5 (n.m.)
Gez.70 (na collecte)

Gemeente van de Here Jezus,

Na de vakantie zit ik altijd een beetje in spanning als ik mijn computer voor de eerste keer weer opstart. Een paar jaar geleden crashte hij namelijk meteen. Gelukkig startte hij dit jaar keurig op. Maar ik vond hem wel wat traag. Hij leek er soms erg lang over na te moeten denken of hij mijn commando’s wel op wilde volgen. Vandaar dat ik de bekende trucs maar eens op hem losgelaten heb, om hem weer wat sneller te maken.
Eén van de dingen die je dan kunt doen is je harde schijf defragmenteren. [ppt] Het geheugen van een computer ziet er na een paar jaar namelijk uit als een legpuzzel. Hier is dit stukje opgeslagen, daar wordt dat brokje bewaard. Hij weet zelf de weg nog wel in al die fragmentjes, maar het gaat hem steeds meer tijd en energie kosten om ze allemaal weer bij elkaar te sprokkelen. Vandaar dat het goed is hem een beetje te helpen, door een defragmentieprogrammaatje op zijn geheugen los te laten. Dat brengt weer orde in de chaos aan. Dit hoort bij dat, zus hoort bij zo. Na een nachtje puzzelen schijnt de harde schijf van mijn computer er nu weer uit te zien als een opgeruimd bureau.
Eigenlijk gaat het daar ook over in de tekst die ik voor de preek uitgekozen heb. Alleen bidt de dichter van Psalm 86 niet of God zijn harde schijf wil defragmenteren, maar zijn hart. “Verenig mijn hart om uw naam te vrezen”. Blijkbaar is de dichter tot de ontdekking gekomen dat het van dat laatste veel te weinig komt. Ontzag voor Gods naam, dat zit wel ergens, maar hij kan er niet goed meer bij. Hier ligt een stukje, daar zit een brokje, in dit hoekje ligt wat verborgen, in dat gaatje zit wat verstopt. Maar zelfs als hij erin zou slagen al die fragmentjes op te sporen, dan nog zouden al fragmentje bij elkaar hem niet gevoel geven dat hij echt iets met God had. Zoals het eten van 35 gram broodkruimels niet dezelfde voldoening geeft als het eten van één plak brood. Duizenden broodkruimels laten zich al niet verenigen tot één boterham. Hoe kun je je geloof in God dan ooit beleven, als dat geloof totaal versnipperd is geraakt? Hoe krijg je al die fragmentje weer bij elkaar? Hoe zullen vele kleintjes weer één grote maken?
Daarom bidt de dichter van Psalm 86 of God dat wil doen: “Verenigt Ú mijn hart, zodat ik weer echt ontzag krijg voor uw naam”. Het is een gebed aan Hem die als enige je hart kent, of Hij het met zijn Geest wil defragmenteren. Zo vat ik het gebed van Psalm 86 vers 11c samen: [ppt]

Defragmenteer mijn hart

Laat ik u en jou meteen de vraag stellen of je dit verlangen herkent. Zeg je bij jezelf: “Ja, als ik God één ding zou mogen vragen, dan zou dat mijn wens zijn: dat Hij mijn hart verenigt tot het ontzag voor zijn naam”? Het zou me niet verbazen als u daar niet meteen op gekomen was.
Misschien komt dat daarvan dat ik de tekst voor de preek aanhaal in de oude vertaling. “Verenig mijn hart om uw naam te vrezen”? Wat moet je je daar bij voorstellen? Dat hebben de vertalers van de Nieuwe Bijbelvertaling blijkbaar ook gedacht, dus hebben ze een wat ander beeld gebruikt: [ppt] “Vervul mijn hart met ontzag voor uw naam”. Daaruit spreekt een verlangen dat je in veel liederen terugvindt. Niet alleen in opwekkingsliederen, maar ook in gezangen uit ons kerkboek. De canon “Jezus vol liefde”, bijvoorbeeld. Daarin staan de woorden: “Kom met uw kracht, o Heer, en vul ons tot uw eer” (Gez.164). Misschien houd je wel net zoveel van dat gezang als ik. Toch vraag ik me af waarom we er soms zo naar kunnen verlangen dat Gods Geest ons hart vervult. Want is ons hart dan zo leeg?
Zo voelt het misschien wel eens. Niet omdat je helemaal nergens wat bij voelt. Er zijn een heleboel dingen waar je wat bij voelt. Van sommige dingen word je echt blij en van andere dingen word je echt niet blij. Maar juist bij je geloof in God zou je meer gevoel willen hebben. Van je band met Hem zou je blij moeten worden. Maar ondertussen is dat vaak niet zo. Je gelooft misschien wel dat Gods liefde er vóór jou is, maar je zou graag ervaren dat Gods liefde ook ín jou is. Dan zou je eindelijk ook eens niet blij worden van dingen waarvan je wel weet dat ze eigenlijk niet goed zijn. Je maakt je niet zo druk om dingen die God zonde noemt, als je je eerlijk gezegd niet zo druk maakt om God zelf. Als je ervan baalt hoe slap je soms bent, kun je soms van harte meezingen: “Kom met uw krácht, o Heer, en vúl ons tot uw eer”.
En toch denk ik dat onder je verlangen om vervuld te worden met de Heilige Geest nog iets anders schuilgaat. Want is het probleem dat de Geest nog niet krachtig genoeg in je hart werkt? Of is het probleem dat het niet helpt dat de Geest nog krachtiger in je hart gaat werken, zolang dat hart zelf niet veranderd wordt? Laat ik het met een beeld proberen duidelijk te maken. [ppt] Je kunt geen pannenkoeken bakken in een poffertjespan. Want hoeveel beslag je er ook in doet, er komen altijd weer van die ellendig kleine pannenkoekjes uit. Zo zitten er in jouw hart misschien ook wel heel veel kuiltjes. Maar zelfs als God al die kuiltjes zou vullen met zijn liefde, zul je die liefde nooit echt kunnen ondergaan. Alle momenten waarop je Gods liefde even kon ervaren blijven momenten waarop je Gods liefde even kon ervaren. Het blijven veel kleine ervaringen die maar niet één grote ervaring worden. Want er zijn zoveel dingen die je hart hebben. Zoveel, dat uiteindelijk niets echt je hart heeft. Wat raakt je nou echt? Waar ga je nou echt voor? Maar als je tot je eigen schande moet erkennen dat ook het geloof in God één van de vele dingen die je niet echt raken en waar je niet echt voor gaat, helpt het dan als God eens op een heel nieuwe manier bij je binnenkomt? Zou Hij je dan wel raken? Zou je dan wel voor Hem gaan?

[ppt] Het is opvallend dat de dichter van Psalm 86 eigenlijk heel weinig van God vraagt. Als hij ziek is, vraagt hij niet of de Here hem beter wil maken. Als hij honger heeft, vraagt hij niet of de Here hem eten wil geven. Als hij onderdrukt wordt, vraagt hij niet of de Here de dictator wil verdrijven. Eigenlijk wordt uit Psalm 86 helemaal niet duidelijk wat precies het probleem is. Nu staat er in vers 14: “God, een opstandige bende komt op mij af, met geweld bedreigen zij mijn leven, zij houden u niet voor ogen”. Dat lijkt toch aan duidelijkheid niets te wensen over te laten. Het probleem is alleen dat bijna precies diezelfde woorden ook gebruikt worden in een andere Psalm, Psalm 54 vers 5 om precies te zijn: [ppt] “Vreemden vallen mij aan, zij staan mij met geweld naar het leven, zij houden God niet voor ogen”. Het lijkt erop dat de dichter van Psalm 86 die woorden uit Psalm 54 dus erg herkenbaar vond. Hij kon zijn nood niet beter onder woorden brengen dat met de woorden van David, toen die achterna gezeten werd door Saul. Maar dat geldt niet alleen voor zijn nood, maar ook voor de redding uit die nood. Neem alleen die eerste beide regels van vers 11: “Wijs mij uw weg, HEER, laat mij wandelen op het pad van uw waarheid”. Die lijken toch als twee druppels water op een gebed uit Psalm 25: [ppt] “HEER, leer mij uw paden te gaan, wijs mij de weg van uw waarheid”. Er zijn Bijbeluitleggers die zoveel overeenkomsten met andere Psalmen weten aan te wijzen, dat er van Psalm 86 niets overblijft. Knip- en plakwerk van een onoriginele geest. Nou ja, behalve dat woord dan dat de tekst voor deze preek geworden is. Dat is weer zo origineel, dat er wel een schrijffout in het spel zal zijn.
Maar zou het misschien ook zo kunnen zijn dat deze dichter zijn nood niet beter onder woorden wist te brengen dan met de woorden van David? En dat hij de redding waarop hij hoopte ook niet beter onder woorden wist te brengen dan met de woorden van David? Is deze psalm dus niet origineel? Misschien niet. Maar is deze Psalm dus ook niet echt? Echt wel! Ik heb Psalm 86 in elk geval nooit ervaren als een verzameling clichés. Integendeel. Ik kan me zelfs nog wel een situatie herinneren dat ik deze Psalm met iemand gelezen heb, omdat die precies onder woorden bracht hoe zij zich voelde en waar zij op hoopte. Ook al kwam er op deze vrouw helemaal geen opstandige bende af van mensen die haar leven met geweld bedreigden omdat ze God niet voor ogen hielden. Misschien raakte die Psalm ons beiden wel zo, omdat de dichter in zijn nood greep naar woorden die hij uit het woord van God geleerd had. Het kon zijn nood en zijn hoop niet beter onder woorden brengen dan met die oude woorden. Want die gingen over hem. David, dat was hij. Davids God, dat was zijn God.
Misschien is Psalm 86 zelf wel de beste illustratie bij die woorden van onze tekst: “verenig mij hart om uw naam te vrezen”. Want al die oude Bijbelwoorden die overal en nergens op zijn harde schijf stonden vielen ineens op hun plaats. Al die losse fragmentjes sloten zich aaneen tot een heel persoonlijk lied. Alleen aan Psalm 86 zelf kun je al zien wat er gebeurt als God je hart verenigt. [ppt] Hij hoeft geen woorden tegen je te zeggen die je nog niet kent. Het is al heel wat als de woorden die je allang kent ineens gaan spreken.
Betekent dat dus dat wij niet hoeven te zoeken naar nieuwe woorden of naar nieuwe vormen om weer ontzag voor God te krijgen? Natuurlijk niet. Niet voor niets staan er ook Psalmen in de Bijbel waarin wel gebeden wordt om genezing, om voeding, om vergelding. Dat de dichter van Psalm 86 dat niet doet, betekent dus niet dat wij dat ook niet hoeven doen. Maar zijn Psalm bepaalt ons wel bij wat anders, namelijk: [ppt] Wat heb je aan genezing, aan voeding, aan vergelding als het je niet die dichter bij de Here brengt? Daarom vraagt de dichter van Psalm 86 niet eens of de Here de mensen of de dingen die Hem plagen weg wil nemen. Hij vraagt slechts:

Toon uw hulp mij door een teken,
dat mijn vijanden verbleken,
als zij zien dat Gij het zijt,
die mij troost en mij bevrijd.

Het is hem genoeg als zijn vijanden mogen merken dat hij bij God zijn hulp en troost gevonden heeft. Als dat op de een of andere manier maar aan hem te zien is, dan mag het probleem waar hij mee worstelt zelfs blijven bestaan. Want het heeft zijn glans verloren. [ppt]
“Verenig mijn hart tot ontzag voor wie U bent”. Dat is een gebed om concentratie. Als wij één ding nodig hebben, dan dat wel: concentratie. [ppt] Wij hebben een hart nodig dat zich niet richt op het vele, maar op de Ene. Dat gaan steeds meer mensen steeds moeilijker vinden. Want er komen zoveel dingen op ons af die onze aandacht opvragen. Vooral jonge mensen hebben daar last van. Maar het feit dat ik zeg dat ze daar lást van hebben laat misschien al zien dat ik niet meer bij die jonge mensen hoor. Want je ervaart het zelf misschien helemaal niet als een last dat je met een paar muisklikken toegang hebt tot een wereld aan contacten, meningen, beelden, geluiden. Je wereld is gewoon veel groter dan de wereld van je ouders en je grootouders. Je wordt uitgedaagd om over veel meer dingen na te denken dan vorige generaties. Dat kan je blik toch alleen maar verruimen? Dat is ook zo. De tijd dat je wereld zo groot was als het dorp waarin je woonde is voorbij. De wereld is zelf een dorp geworden. Jullie weten veel beter wat er in de wereld te koop is dan ik. Sterker nog, je hebt ook de mogelijkheden om te kopen wat er in de wereld te koop is. Niet alles natuurlijk, maar toch. Dingen waar je grootouders niet eens van konden dromen, kunnen voor jou werkelijkheid worden. Je kunt een opleiding volgen voor beroepen die vroeger niet eens bestonden en je kunt de sleur van het dagelijks leven doorbreken met vakanties en met hobby’s die nog niet zolang geleden voorbehouden waren aan die paar mensen die geld hadden.
Middenin dat scala aan dromen en mogelijkheden staat de kerk, die als het erop aankomt niets anders te koop heeft dan Jezus Christus, de gekruisigde (1Kor.2,2). [ppt] Hoe kan die kerk ooit meer worden dan één van de vele aanbieders die je tegenkomt, als de Here zelf je hart niet concentreert op Hem? Daar kan ik Hem om vragen, daar kunnen de ouderlingen je om vragen, daar kunnen je ouders Hem om vragen. Maar ik zou zo graag willen dat jullie Hem daar zelf om vroegen: “Verenig mijn hart tot ontzag voor uw naam”. Die woorden hoef je niet eens te gebruiken. Denk maar aan dat beeld van het defragmenteren van een harde schijf. Begrijp je dat er zoiets ook met je hart moet gebeuren? Het moet een eenheid zijn. Het moet een richting hebben. Het moet één richting hebben. Dan is het dienen van de Here niet langer één van de vele dingen die je doet, maar de drijfveer achter alles wat je doet.
[ppt] Ik zeg nu wel dat vooral jonge mensen last hebben van de gefragmenteerde wereld waarin we leven, maar het zou best eens kunnen zijn dat jullie ouders daar nog veel meer last van hebben. Want zij zijn opgegroeid in een wereld die nog iets overzichtelijks had. Mijn vader heeft me wel eens verteld hoe hij zich kon herinneren dat de wegen van zijn geboortedorp verhard werden. Voor die tijd waren er bijna alleen maar zandpaden. Toen was de wereld pas echt klein. Er was geen elektronische snelweg, omdat er geen elektriciteit was. Er waren bijna geen gewone snelwegen, omdat er bijna geen auto’s waren. Die wereld is totaal opengegooid en veel mensen weten nog steeds niet goed hoe ze weg in die wereld moeten vinden.
Het kan best zijn, dat u zich daar niet eens van bewust bent, broeders en zusters. U makt zich misschien wel eens zorgen over de wereld waarin uw kinderen opgroeien, maar staat er niet bij stil dat u misschien wel veel grotere veranderingen hebt doorgemaakt dan zij. U bent er gewoon in meegegroeid. Alleen in de kerk gaat het soms wringen. Bij sommigen van u omdat die kerk voor uw gevoel veel te veel mee verandert. U vindt het niet vreemd om met de auto naar de kerk te komen, maar ervaart wel een gevoel van vervreemding als in die kerk een beamer wordt gebruikt. Maar bij anderen van u gaat het wringen omdat de kerk voor uw gevoel veel te weinig mee verandert. U krijgt het niet meer bij elkaar dat u in de auto naar lofprijzingsliederen luistert, maar eenmaal in de kerk Psalmen moet zingen waarvan u de taal en de muziek steeds minder verstaat.
Toch denk ik dat een discussie over veranderingen in de kerk aan de oppervlakte blijft als we niet toekomen aan de vraag of ons hart wel veranderd is. Dat is een vraag die in onze kerken niet zo vaak gesteld wordt: Bent u wel bekeerd? Ook al zijn er goede redenen voor om voorzichtig te zijn met die vraag, er zijn even goede redenen om haar nu wel te stellen. Want als u niet bekeerd bent, kunt u het evangelie van Jezus Christus niet verstaan (1Kor.2,14). Want dat evangelie spreekt niet de taal van de wereld van nu, ook niet de taal van de wereld van vroeger, maar de taal van het koninkrijk van de hemel. Naar dat koninkrijk heeft God ons in de dood en opstanding van zijn Zoon Jezus Christus. Zo zegt zijn woord het ergens: [ppt] “Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon” (Kol.1,13). Wat maak je je druk over veranderingen, als je in die verandering niet deelt? Ik moet u eerlijk zeggen dat die discussies mij steeds meer gaan vervelen, omdat ik er niets in beluister van wat ik in Psalm 86 al wel beluister.
Wonderlijk is dat. Want de dichter van die Psalm kan Jezus Christus niet gekend hebben. Toch blijkt Hij de Vader van Jezus Christus al wel te kennen. Want ik hoor hem zeggen in: “Wees mij genadig, Heer, heel de dag roep ik tot u, verblijd het hart van uw dienaar, naar u verlang ik, Heer. Want U, Heer, bent goed en tot vergeving bereid, uw trouw is groot voor ieder die u aanroept”. En: “U, Heer, mijn God, zal ik loven met heel mijn hart, uw naam voor eeuwig prijzen. Want u toont mij uw grote trouw, u verlost mij uit de diepte van het dodenrijk”. Omdat God zijn eigen Zoon gegeven heeft om ons te verlossen van onze zonden en van onze dood, had de dichter van Psalm 86 nog veel meer gelijk dan hij zelf kon vermoeden, toen hij God prees met de woorden: “Geen god is u gelijk, Heer, uw daden zijn zonder weerga”. Wat klinkt er in die woorden al een ontzag voor Gods naam door. Toch bidt de dichter of God hem dat ontzag wil blijven schenken: “verenig mijn hart tot ontzag voor uw naam”.
Broeders en zusters, maak u dit gebed toch eigen. Jongens en meisjes, laat dit gebed toch jullie gebed zijn. [ppt HA] Defragmenteer mijn hart, zodat ik één brok ontzag voor U word.

Amen.