Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Door ont-moeting tot ontmoeting
titel : Door ont-moeting tot ontmoeting
datum : 25 augustus 2019
volledige onderwerp : Zondag 38
Download deze preek.

Preek over HC zondag 38 (Den Ham, 25-8-19)

Votum en groet
GK 163 (Dit huis, een herberg onderweg)
Gebed
L Ex.31,12-18
Ps.103:1,5 (Zegen, mijn ziel, de grote naam des Heren)
T HC zondag 38
LB 966:1,3,4 (Het heil des hemels werd ons deel)
Apostolische geloofsbelijdenis
LB 217:5 (Aan U ons loflied: glorie aan de Vader)
Dankzegging en voorbede
Collecte
DNP 92:1,4,5 (Goed is het U te danken)
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

Onlangs heb ik een boek van de filosoof Friedrich Nietzsche gelezen. Die heeft onder christenen niet zo’n goede naam. In een van zijn boeken komt een personage voor die roept dat God dood is. Ook is hij de bedenker van de Übermensch, een kreet waar de nazi’s mee aan de haal gegaan zijn. Nietzsches eerste boek heet ‘De geboorte van de tragedie’. Het gaat over de klassieke Griekse tragedies en trekt vanuit de cultuur van het oude Griekenland lijnen door naar de beschaving van zijn eigen dagen. Zo schrijft hij: “Christendom was van het begin af aan in diepste essentie een uit verveling geboren weerzin van het leven tegen het leven, die zich slechts vermomde in (…) de schone schijn van het geloof in een ‘ander’ of ‘beter’ leven”. De rustdag verraadt volgens Nietzsche “een verlangen naar het niets, naar het einde, naar rust als voorbereiding op de ‘sabbat der sabbatten’”. Die sabbat is volgens hem een symptoom “van een zeer ernstige ziekte”: levensmoeheid.
Je kunt zo’n uithaal makkelijk afdoen als een opeenstapeling van misverstanden. Toch denk ik dat dat wel misverstanden zijn die ook onder christenen kunnen leven. Want ook al is de typering van het christendom als een uit verveling geboren weerzin tegen het leven wel erg massief, als Nietzsche dat uitlegt aan de hand van het sabbatsgebod, herken je er misschien ook wel wat van. Als juist de dag van de Heer een vervelende dag is, is dan niet het hele geloof in die Heer een vervelende zaak? Als die sabbat ook nog eens een voorproefje moet zijn van de eeuwige sabbat, betekent dat dan niet dat de verveling die je een dag in de week voelt, je een goed idee geeft van de eeuwige verveling waarheen je op weg bent? Is één dag verplicht nietsdoen een voorteken van een eeuwig nietsdoen?
Toch is Nietzsches schreeuw van weerzin tegen het christelijk geloof alleen waar als God zelf – Vader, Zoon en Geest – geen rol speelt in je leven van elke dag, en de leegte van die ene dag niet wordt gevuld met zijn aanwezigheid. Zulk christendom bestaat wel, hoe absurd dat misschien ook klinkt. Want wat blijft er van het christendom over als God zelf er geen rol meer in speelt? Toch wel iets: normen en waarden. Maar als die normen en waarden een eigen leven gaan leiden, los van de God die ze je voorhoudt, wordt het christendom een vorm van moralisme. Een edele vorm van moralisme misschien, maar nog steeds een vorm van moralisme. Dat is het christendom dat Nietzsche kende. Dat is niet de schuld van Nietzsche, maar van het christendom van zijn dagen.
Die vorm van christendom is helaas nog niet uitgestorven. Dan zijn christenen vooral fatsoenlijke mensen. Wat fatsoenlijk is, daarover verschillen rechtse en linkse christenen van mening. Want voor rechts heeft fatsoen vooral te maken met rechtvaardigheid en voor links vooral met barmhartigheid. Beiden zeggen: Fatsoen moet je doen. Maar in het christelijk geloof draait het niet om wat jij allemaal wel moet doen en niet mag doen, maar om wat God allemaal wel doet en wat God allemaal niet doet. Daarom zingen we straks als amenlied op de preek een lied bij de leer dat we niet gered worden door wat wij voor God doen, maar door het geloof in wat God voor ons doet. Zou ik daar nu niets over zeggen, dan zou je je misschien afvragen wat een lied over rechtvaardiging door geloof alleen te maken mag hebben met het gebod de sabbat in ere te houden als een heilige dag. Maar ik hoop dat je begrijpt dat God je het werk uit handen neemt omdat Hij je stil wil zetten bij zijn werk.
Heel sterk komt dat naar voren in het vierde gebod zoals het door Mozes herhaald is toen Israël op het punt stond het beloofde land binnen te gaan. Daarin schrijft God een dag rust voor, niet alleen voor de Israëlieten, maar ook voor de vreemdeling die bij hen in de stad woonden. “Want uw slaaf en slavin moeten evengoed rusten als u. Bedenkt dat u zelf slaaf was in Egypte, totdat de HEER, uw God, u met sterke hand en opgeheven arm bevrijdde. Daarom heeft hij u opgedragen de sabbat te houden” (Deut.5,14b.15). Oftewel: Door één dag de handen eens niet uit de mouwen te steken, word je bepaald bij God die zijn mouwen voor jou opgestroopt heeft.
In de versie van de tien geboden die het vaakst in de kerk voorgelezen wordt, verwijst God niet naar de uittocht uit Egypte, maar naar de schepping uit niets. Waarom één dag rusten van je werken? Omdat de HEER in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt heeft en de zee met alles wat er leefde, maar op de zevende dag rustte (Ex.20,11). Over dat rusten van God valt heel veel te zeggen, maar in elk geval dit: Op die dag neemt God geen afstand van het werk van zijn handen, maar vult Hij het werk van zijn handen met zijn tegenwoordigheid. Na zes dagen hard werken even de boel de boel laten, dat was niet wat God deed, dat is wat wij mogen doen. Maar dan om te ontdekken dat God niet een dag vrijaf genomen heeft, maar juist tijd voor ons vrijmaakt. Na zes dagen werken in de schepping, mogen we eén dag rusten bij de Schepper.
Maar dat betekent allerminst dat wij ons uit de zichtbare wereld terugtrekken in de onzichtbare wer3ld, zoals Nietzsche meende. Nee, op de rustdag wordt de wereld weer wat ze is: schepping! Ze hangt niet van toevalligheden aan elkaar, maar is een geschenk. Maar je hebt de tijd niet om het goede in het leven te ervaren als een geschenk dat God je gunt. Sinds de zondeval is dat alleen maar erger geworden. In een wereld onder de vloek is de rustdag een zegen. Je mag op adem komen bij de God die trouw blijft als jij ontrouw geworden bent. Dan blijkt het toch niet waar te zijn dat je aan jezelf bent overgelaten. God zorgt voor je en geeft je de ruimte daar onbezorgd van te genieten.
Dan kan op heel verschillend manieren. Als Jakoba en ik het hebben over ‘echt zondags eten’, bedoelt zij een sobere maaltijd en ik een uitbundige maaltijd. Beide vormen bepalen je bij God. God die ruimte schept waarin je je kunt richten op Hem, de Gever van al het goede. Bij Jakoba thuis werd je meer bepaald bij het eerste en bij ons thuis meer bij het tweede. Voor beide vormen is nog steeds iets te zeggen. Als je gewend bent aan een leven in overvloed, is het goed een dag van soberheid in te lassen, om jezelf erbij te bepalen dat je helemaal niet in staat bent jezelf van het nodige te voorzien. Als God niet voor je zorgde, bleef je nergens. Maar het kan ook zijn dat er in de week nauwelijks tijd is om samen te eten. Wat is het dan een feest als God je de ruimte geeft om samen te genieten van zijn goede gaven.

De rustdag is door God bedoeld als een dag van ontmoeting. Ik gebruik dat woord ‘ontmoeting’ in twee betekenissen. In de eerste plaats met een streepje middenin: ont-moeting. Zoals ont-wapening betekent dat je de wapens neerlegt en ont-haasting dat je eens ophoudt met rennen en vliegen, zo betekent ont-moeting dat je je losmaakt van alles wat ook nog moet. Er moet een heleboel, maar vandaag niet. Vandaag moet er helemaal niets. Niets voor school, niets voor werk, geen dingen in huis en tuin die er nog liggen, geen sociale verplichtingen.
Maar dat ont-moeten is geen doel in zichzelf. Daarom nog God zelf in Exodus 31 de sabbat een teken. Het neerleggen van de dingen die allemaal nog moeten, bepaalt je bij God wiens liefde je niet hoeft te verdienen. Je hoeft je lege hand slechts op te houden om die te mogen ontvangen. Ik kan het ook anders zeggen: Ons werk raakt nooit af. Als het ene aan de kant is, ligt het andere alweer op ons te wachten. Maar in plaats van maar door te blijven werken tot we erbij neervallen, leggen we al die dingen waar we druk mee zijn aan de kant, om rust te vinden in het volbrachte werk van Christus. Zijn gehoorzaamheid aan Gods geboden was volmaakt. Maar die volmaakte gehoorzaamheid wordt jou toegerekend en geschonken. Of om de woorden uit Exodus 31 te gebruiken: de sabbat is het teken “dat ik, de HEER jullie geheiligd heb”. Die formulering is des te opvallender, als je de oude vertaling van het vierde gebod je nog herinnert: “Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt”. Je zou dus zeggen: dat is iets dat wíj moeten doen, één dag van de week apart zetten voor God. Maar door dat te doen worden we herinnerd aan God die ons voor zichzelf apart gezet heeft om zijn kinderen te mogen zijn. De ont-moeting van ons werk op aarde moet dus leiden tot de ontmoeting met onze Vader in de hemel. We treden in de tegenwoordigheid van Hem die ons dag aan dag draagt.
Maar wat komt er van dat doel van de rustdag terecht als je met veel pijn en moeite één of twee uurtjes vrij kunt maken om naar de kerk te gaan? Is de tijd die je dan overhoudt nog tijd die je op de een of andere manier herinnert aan God, je Schepper en Verlosser? Of is de zondag een dag die net zo vol en tegelijk net zo leeg is als de zaterdag? Het hoeft niet te verbazen dat als de leegte van de zondag niet gevuld wordt met de liefde van God, we die leegte gaan opvullen met ‘leuke dingen’. Een enkele keer kon ik vanuit mijn vorige woonplaats de kerk waar ik ’s middags moest voorgaan niet bereiken omdat de IKEA die zondag open was. Ook dat is een teken, maar dan van de verveling van mensen die niet meer in God geloven. Nietzsche meende dat het geloof in God de doodsteek was voor alle menselijke creativiteit. Maar volgens mij maakt ongeloof helemaal niet creatief. Op de meubelboulevard wandelen geen kunstenaars, maar consumenten.
Middenin een wereld waarin mensen hun begeerten najagen zonder ze ooit vervuld te zien, is Jezus opgestaan, om tot aan de voltooiing van deze wereld mensen toe te roepen: “Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik je rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zul je werkelijk rust vinden. Want mijn juk is zacht en mijn last is licht” (Mt.11,28-30).

Amen.