Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Levende verkondiging en dood geloof
titel : Levende verkondiging en dood geloof
datum : 28 juli 2019
volledige onderwerp : Zondag 35
Download deze preek.

Preek over HC zondag 35 (Den Ham, 28-7-19)

Votum en groet
LB 317 (Grote God, Gij hebt het zwijgen) (tevens gebed om de opening van het woord)
L Eze.33,21-33
T HC zondag 35
Preek
GK 177 (Heer, U bent mijn leven)
Dankzegging en voorbede
Collecte
GK 115:1,2,6 (Niet ons, o Heer, maar uw naam geef de eer)
Zegen

Gemeente van de Here Jezus,

Meestal lees ik de tien geboden voor zoals ze in Exodus 20 of Deuteronomium 5 staan. Maar een enkele keer gebruik ik ter afwisseling een andere versie. Bijvoorbeeld een versie met de naam: 10 geboden – kort en krachtig. Daarin wordt het tweede geboden zó weergegeven: “Eer Mij niet op jouw manier, mijn manier geeft vrijheid”. Sommigen van u zullen die wel begrijpen waarom voor deze uitleg van het tweede gebod is gekozen. Want je hebt geleerd dat het in het tweede gebod gaat om eigenwillige godsdienst. Als je God dient op jouw manier, dan dien je God dus op een eigenwillige manier. Maar anderen vragen zich misschien af waar de afgodsbeelden uit het tweede gebod gebleven zijn. Want het tweede gebod zegt toch dat je geen godenbeelden mag maken.
Dan is het goed even uit te leggen wat de functie van die godenbeelden was. Hoe gek het misschien ook klinkt, godenbeelden werden gemaakt uit eerbied voor de godheid. Mensen waren bang voor de macht van hun god en probeerden grip op hem te krijgen. Daarvoor diende het beeld. Via het beeld probeerden ze de macht van hun god in goede banen te leiden. Daarom maakte het volk Israël in de woestijn ook een gouden kalf. Toen Mozes maar op de berg bleef, waren ze hun bemiddelaar kwijt. Met het gouden kalf probeerden ze het contact met God die op de top van de berg donderde en bliksemde te herstellen.
Ondertussen is het maken van zo’n beeld natuurlijk een vorm van manipulatie. Jij probeert God te krijgen, waar jij Hem wilt hebben. Maar zo wil God het niet. In het dienen van Hem gaat het erom dat God jij krijgt waar Hij jou wil hebben. Maar ik kan het ook korter en krachtiger zeggen: God moet niet aan jou hand lopen, jij moet aan Gods hand lopen. God moet niet naar jou luisteren, jij moet naar God luisteren.
Zo zegt de Catechismus het in vraag en antwoord 98: “God wil zijn christenen niet door stomme beelden, maar door de levende verkondiging van zijn woord onderwijzen”. Dat is een voortreffelijke uitleg van het tweede gebod. Vooral door de tegenstelling tussen stómme beelden en lévende verkondiging. Want het eerste is statisch en het tweede dynamisch. God zelf is in beweging. Hij beweegt zich in liefde naar zijn volk toe. Wij moeten die beweging niet tot staan brengen, door God op de een of andere manier vast te leggen, maar we moeten, door Hem in beweging gebracht, zelf gaan bewegen.
Toch vrees ik dat van antwoord 98 bij veel mensen niet meer is blijven hangen dan dat bij de roomsen de beelden centraal staan en bij ons de preken. Zo heeft een hele generatie dat meegekregen uit de catechisatiemethode ‘Ik geloof’. Want wat is het verschil tussen een roomse kerk en een gereformeerde kerk? Twee plaatjes lieten dat zien: [ppt]. Ik heb die methode zelf ook gebruikt, maar kreeg steeds meer het gevoel dat er iets heel belangrijks in die beide plaatsje miste. Maar wat dat nou precies was? Ineens zag ik het: Er staan geen mensen op die plaatjes. Nu zou je kunnen zeggen dat die plaatjes een kerkgebouw door de week laten zien. Voor het rechterplaatje klopt dat dan wel. Want een gereformeerde kerk is dan leeg, omdat de kerk niet open is. Maar voor een roomse kerk is wel open en mensen gaan er naartoe om er in alle rust te kunnen bidden.

Nu kun je met een beroep op het tweede gebod best verdedigen dat een gereformeerde kerk door de week dicht is. Want net zomin als je God kunt vangen in een beeld, kun je Hem vangen in een gebouw. Als je wilt bidden, hoef je daarom niet naar de kerk te gaan omdat God daar zou wonen. Hij is ook bij je thuis als je zijn woord leest en zijn naam aanroept.
Daar wil ik niet mee zeggen dat het dus fout is om de kerk ook door de week open te zetten. Want ook al kun je net zo goed thuis als in de kerk bidden, de kerk kan wel een plek zijn die meer uitnodigt om stil te worden voor God dan je eigen huis. Als je door de week een monumentale roomse kerk bezoekt, zie je dat veel mensen, vooral vrouwen, van die gelegenheid gebruik maken. Daarom klopt het ook niet dat het linker plaatje net zo leeg is als het rechterplaatje. Zoals het ook niet klopt dat de kerkbanken links er net zo uitzien als de kerkbanken rechts. Want de kerkbanken in een roomse kerk worden niet alleen gebruikt om te zitten, maar ook om te knielen. Verder zie ik op het linker plaatje geen kaarsjes branden. Terwijl die juist laten zien dat een roomse kerk inderdaad geen preekhuis, maar een gebedshuis is. Want zo’n brandend kaasje betekent dat Jezus’ gebed voor de mensen om wie je geeft doorgaat als jij de kerk weer verlaat.

Maar afgezien daarvan, volgens mij is het onmogelijk om de essentie van een gereformeerde kerkdienst uit te beelden zonder dat er mensen op staan. Want God woont niet in een gebouw van dode stenen, maar in een gebouw van levende mensen. De gemeente van Jezus Christus is de tempel waar God met zijn woord en Geest wil wonen.
Maar zou het plaatje dan wel kloppen, als op de preekstoel een mannetje stond en die kerkbanken voor mensen zaten? [ppt] Dat is nog maar de vraag. Want dat plaatje zou ook prima passen bij het slot van Ezechiël 33 dat we met elkaar gelezen hebben. Daarin zei de Here: ‘Wat jou aangaat, mensenkind: je volksgenoten praten allemaal over jou, bij de stadsmuur en bij de deuren van hun huizen zeggen ze tegen elkaar: “Kom, laten we gaan luisteren naar wat de HEER ons te zeggen heeft!” Ze komen in grote groepen naar je toe en nemen tegenover je plaats, ze luisteren naar je woorden maar handelen er niet naar. Ze hebben hun mond vol van de liefde, maar ze denken alleen aan hun eigen voordeel. En jij bent voor hen niet meer dan een zanger van liefdesliedjes, iemand met een mooie stem, iemand die goed kan spelen: ze horen wel wat je zegt, maar ze handelen er niet naar’.
De Friese dichter Fedde Schurer heeft bij dit bijbelgedeelte een bijtend spotlied geschreven. Ik zou het u graag voorlezen, maar omdat de meesten van u daar weinig tot niets van zullen verstaan, vat ik zijn lied samen in één coupletje in het Nederlands:

Iedereen zegt: Wat preekt die man bijzonder.
Geloof het niet, men heeft je bij de poot.
Want wat je zegt, dat doet hun echt geen donder.
In de praktijk is hun geloof morsdood.

Nu zal de socialist Fedde Schurer dit bijbelgedeelte op rijm gezet hebben, omdat hij vond dat er in 2500 jaar niets veranderd was. Maar ook als vindt dat je de mensen in de kerk daarmee te veel over één kam scheert, blijft staan dat God toen wel zo generaliserend sprak over de mensen die onder het gehoor van Ezechiël zaten. Daarmee houdt Hij ook ons die nu naar de kerk gaan een spiegel voor.
De Catechismus zegt terecht dat God zijn christenen niet door stomme beelden, maar door de levende verkondiging van zijn woord wil laten wijzen. Maar dan moeten we ons door dat woord wel láten onderwijzen. Als Jezus de scharen onderwijst, verheft ineens een vrouw uit de menigte haar stem en roept Hem toe: “Gelukkig de schoot die u gedragen heeft en borsten waaraan u gedronken hebt!” Maar jezus reageert: “Gelukkiger zijn zij die naar het woord van God luisteren en ernaar leven” (Lc.11,27.28).
Is er dan wat mis mee als je blij naar huis gaat, omdat je een mooie preek gehoord hebt? Natuurlijk niet. Want door die mooie preek hebt je weer oog gekregen voor de schoonheid van Gods woord, de waarheid van Gods gebod en de heerlijkheid van God zelf. Zo’n preek heeft je dichter bij God gebracht en dat zal echt wel vrucht dragen in je leven, ook als je niet altijd aan kunt geven dat deze preek leidde tot die vrucht.
Maar hoe kan een preek mooi geweest zijn, als die preek je niet op de een of andere manier tot aanbidding van God en tot dienst aan je naaste heeft gebracht? Toch gaat het wel vaak zo, dat er van de schoonheid van Gods woord in de praktijk niet terug te zien is. Fedde Schurer laat in zijn lied de hoorders van Ezechiël zeggen:

Ik moest er vaker voor de ander wezen:
in naastenliefde ligt pas echt geluk.
Ook moest ik vaker in de Bijbel lezen.
’t Is jammer, maar het leven is zo druk.

Als er van de levende verkondiging van Gods woord niet meer terecht komt dan deze verzuchting, dan werkt die verkondiging net zoveel uit als die stomme beelden: niets. Meen dus niet dat je je aan het tweede gebod houdt als je elke zondig trouw naar preken luistert. Want je kunt ook in de kerk zitten, zoals je in de schouwburg zit: [ppt]. Mooi concert, prachtige voorstelling, maar daarna ga je weer over tot de orde van de dag. Je hebt God wel niet in een beeld opgesloten, maar je hebt Hem wel in een uurtje tijd opgesloten. Natuurlijk, God heeft een plek in je leven. Maar jij bepaalt hoe groot of hoe klein die plek mag zijn. Ook daar keert het tweede gebod zich tegen. Want het gaat in dat gebod om godsdienst die de beweging van Gods liefde tot staan brengt.
Het is haast onmogelijk dat een preek die wordt uitgesproken voor – zeg – honderd mensen tegelijk, in al die mensen hetzelfde uitwerkt. Maar als je tijdens de preek het gevoel krijgt: “Maar dit gaat over mij. De Here spreekt mij nu persoonlijk aan en ik moet daar wat mee”, doe er dan wat mee. Wacht niet tot er weer een nieuwe preek overheen komt waarin weer een ander persoonlijk wordt aangesproken en jij het er mee eens kunt zijn zonder dat je er meteen wat mee moet. Want dan doe je niet alleen jezelf te kort, maar ook God. Daarom:

Weg met die stomme beelden,
die maken God te klein.
Hij zal ons zelf vertellen,
wie Hij voor ons wil zijn (LB 311:2):

altijd meer dan je al wist, vaak ook meer dan je je wenste. Want God is altijd groter.

Amen.