Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > De HERE een gruwel
titel : De HERE een gruwel
datum : 29 november 2018
volledige onderwerp : Zondag 41
Download deze preek.

Preek over HC zondag 41 ((Den Ham, 11-2-18; Den Ham, 29-11-18, bezinningsavond van de 3 kerken over homoseksualiteit)

Votum en groet
Gez.152
Gebed
L Lev.20,8-27
Ps.14
T HC zondag 41
Gez.179b
Dankzegging en voorbede
Collecte
Ps.19:3,6
Zegen


Zusters en broeders,

We hebben zonet een gedeelte uit Leviticus 20 gelezen. Waar ging dat stuk nu over? Wat is u ervan bijgebleven? Als ik uw antwoorden op die vraag zou moeten samenvatten, zou ik waarschijnlijk toekunnen met de woorden ‘verboden seks’. Wie regelmatig leest in de Bijbel in Gewone Taal, zal die typering herkennen. ‘Verboden seks’, dat is de vertaling die de BGT gebruikt als er in andere vertalingen zoiets als ‘ontucht’ staat. Voor dat stuk uit Leviticus 20 is dat in elk geval een doeltreffende vertaling. Want in dat stuk worden allerlei vormen van seksualiteit verboden.
Eén van die vormen van verboden seks is homoseksualiteit. We lazen in vers 13 ([ppt]: “Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad. Beiden moeten ter dood gebracht worden en hebben hun dood aan zichzelf te wijten”. Misschien is vooral dit vers bij u blijven hangen. Want hier staat het dan toch maar dat homoseksualiteit door God verboden is. Inderdaad is dit een van de beide teksten die altijd weer aangehaald worden in discussies over de vraag of er in de gemeente van Christus plaats is voor mensen die een relatie hebben met iemand van hetzelfde geslacht. De andere tekst staat twee hoofdstukken eerder, in Leviticus 18 vers 22: “Je mag het bed niet delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk”. Beide teksten horen bij elkaar. In de eerste tekst vaardigt de Here een verbod uit: een man mag geen seks hebben met een man, en in de tweede tekst stelt hij de straf vast voor de overtreders van dat gebod: beide mannen moeten ter dood gebracht worden.
Bij mij is vooral het woord blijven hangen waarmee homoseksualiteit getypeerd wordt: ‘gruweldaad’. Waarom is nu uitgerekend homoseksualiteit een gruwel? Omdat geslachtsverkeer tussen mensen van hetzelfde geslacht pervers of tegennatuurlijk zou zijn? Ik kwam er al snel achter dat alle zonden die in Leviticus 20 genoemd worden onder die ene noemer van gruweldaad gebracht kunnen worden. Dat bleek toen ik eens de Bijbel eens ging doorzoeken met het trefwoord ‘gruwel’. In het boek Deuteronomium wordt dat woord ook gebruikt voor andere seksuele zonden. Bijvoorbeeld als een man hertrouwt met de vrouw van wie hij gescheiden is, als zij in de tussentijd een relatie met een andere man gehad heeft. “De HEER verafschuwt zulke dingen”, staat er in Deuteronomium 24. De Herziene Statenvertaling zegt dan: “Dat is voor het aangezicht van de HEERE een gruwel”. Maar in het boek Deuteronomium worden ook zonden die niets met verboden seks te maken hebben een gruwel genoemd. Zo lezen we in Deuteronomium 14 vers 3: [ppt] “U mag niets eten dat door de HEER wordt verafschuwd”. Die vertaling lijkt me overigens dubieus. Want dat zou betekenen dat de Here een afschuw had van het werk van zijn eigen handen. Ik houd het met de Herziene Statenvertaling dan ook op: “U mag niets eten wat een gruwel is”. Voor wie? Niet voor God, maar voor Israël. In Leviticus 11 staat namelijk van die onreine dieren: “Je mag er niet van eten en moet ze als weerzinwekkend beschouwen”. Of om de Herziene Statenvertaling weer aan te halen: ze zijn “voor ú iets afschuwelijks’.
Misschien schiet u nu weer te binnen dat Leviticus 20 niet alleen ging over verboden seks. Aan het slot van het hoofdstuk stond immers ook nog: “Jullie moeten onderscheid maken tussen reine dieren en onreine, tussen onreine vogels en reine, opdat je je keel niet verontreinigt met lopende dieren, vogels of kruipende dieren die ik voor jullie onderscheiden heb als onrein”. Meteen daarop volgde er nog een andere verbod: “Een man of een vrouw die geesten of schimmen van doden laat spreken, moet ter dood worden gebracht”. Maar in Deuteronomium 18 staat weer: [ppt] “Er mag bij u geen plaats zijn voor mensen die hun zoon of dochter als offer verbranden, en evenmin voor waarzeggers, wolkenschouwers, wichelaars, tovenaars, bezweerders, en voor hen die geesten raadplegen of doden oproepen. Want de HEER verafschuwt mensen die zulke dingen doen”. De Herziene Statenvertaling zegt dan weer: “Iedereen die zulke dingen doet, is een gruwel voor de HEERE”.
De conclusie van dit onderzoekje mag zijn dat niet alleen homoseksualiteit een gruweldaad is, maar alle zonden die in Leviticus 20 vers 7 tot 27 genoemd worden gruweldaden zijn. Dat moet op zijn minst voorzichtig maken om jezelf te profileren als bijbelgetrouwe gemeente door een streng homobeleid. Ik heb meegemaakt dat een beroepingscommissie eigenlijk maar twee dingen van me wilde weten. Niet alleen of ik genoeg tegen de vrouw in het ambt was, maar ook of ik genoeg tegen homoseksuelen in de kerk was. Ik vroeg of ze dan zoveel homostellen in de gemeente hadden. Het antwoord was ontluisterend. Nee, ze kenden geen homo’s in de gemeente. Als die er al waren, maakten ze wel dat ze wegkwamen vóór er problemen met de kerk ontstonden. Op mijn vraag of van mij verwacht werd dat ik de kerk zuiver hield door de homo’s de kerkdeur uit te werken, heb ik geen antwoord gekregen. Ook niet op de vraag waarom ze me niet vroegen naar seksuele zonden die bij hen waarschijnlijk wél voorkwamen: samenwonen, overspel, hertrouwen na echtscheiding.
Sinds die tijd gruw ik van dit soort rechtzinnigheid. Nu zijn er misschien mensen die daar geen boodschap aan hebben. Dat is dan terecht, want u zit hier niet om te horen wat mij een gruwel is, maar wat de Here een gruwel is. Mag ik u dan een woord uit het bijbelboek Spreuken voorlezen? [ppt]

Zes dingen haat de HEER,
zeven dingen zijn hem een gruwel:
ogen die hooghartig kijken en een tong die liegt,
handen die onschuldig bloed vergieten
en een hart dat op het kwade zint,
voeten die zich naar de misdaad reppen
en getuigen die bedriegen, altijd liegen,
en zij die stoken tussen broers.

Ik leg de vinger even bij de eerste en de laatste gruwel. [ppt] Ogen die hooghartig kijken zijn de Here een gruwel. Vergis ik me dan als ik zeg dat gereformeerde ogen die homo’s de kerk uitkijken de Here een gruwel zijn? Ook zij die stoken tussen broers zijn de Here een gruwel. Vergis is me dan als ik zeg dat de manier waarop in kerkelijke gemeenten broeders en zusters de gereformeerde maat genomen wordt de Here een gruwel is?
Ik denk het niet, als ik zie hoe de apostel Paulus zich in zijn brief aan Titus aansluit bij de Spreukendichter, als hij het heeft over mensen die onrust stoken in de gemeente van Christus. Begin dit jaar heb ik eens gepreekt over Titus 1 vers 15: [ppt] “Voor wie rein zijn, is alles rein; maar voor wie bezoedeld en ongelovig zijn, is niets rein, want zowel hun verstand als hun geweten is bezoedeld”. Dan volgt er nog een vers: “Ze belijden dat ze God kennen, maar hun daden weerspreken dat. Weerzinwekkend zijn ze, onwillig en niet in staat tot ook maar iets goeds”.
Weerzinwekkend. Dat is me nogal een oordeel over mensen die zich juist verre willen houden van alles wat volgens de wet van Mozes gruwelijk is, zoals het eten van paling. Maar toen ik ging kijken welk Grieks woord Paulus hier gebruikt voor ‘weerzinwekkend’, ontdekte ik dat hij dat woord uit Leviticus 20 vers 13 gebruikt: “Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad”. Stel je eens voor dat je je verzet tegen het gedogen van zonden die volgens de Bijbel weerzinwekkend zijn en dan in diezelfde Bijbel moet lezen dat niet die homo, maar dat jij weerzinwekkend bent met je stoere standpunten. Dan pas voel je aan hoe hard de apostel Paulus hier echt oordeelt.

Heb ik nu ondertussen gezegd dat het verbod op homoseksualiteit uit Leviticus 20 niet meer geldt, zoals het verbod op het eten van paling uit Leviticus 20 niet meer geldt? Nee, dat heb ik niet gezegd. Dat zou wat al te makkelijk zijn. Want met die redenering zou je ook kunnen zeggen dat het verbod op overspel of op incest uit Leviticus 20 niet meer geldt. Ik kan me niet voorstellen dat een zinnig mens dat zou durven beweren. Daarom moeten we eerst preciezer kijken naar wat er wel en niet in Leviticus 20 staat vóór we iets kunnen zeggen over de betekenis van de verboden die daar staan voor nu.
Het eerste dat mij dan opvalt is dat het verbod op homoseksualiteit genoemd wordt tussen twee verboden op seksuele omgang met familieleden. Vóór het vers over homoseksualiteit staat namelijk: [ppt] “Wanneer iemand het bed deelt met zijn schoondochter, moeten zij beiden ter dood gebracht worden. Ze hebben zich pervers gedragen en hebben hun dood aan zichzelf te wijten”, en na het vers over homoseksualiteit: “Wie met een vrouw trouwt en ook met haar moeder, begaat een schanddaad. Hij en beide vrouwen moeten worden verbrand, want dergelijke schanddaden mogen bij jullie niet voorkomen”. Dat laatste voorbeeld komt ons tamelijk bizar voor. Toch komt het nog steeds wel voor. Een bekende Nederlandse componist heeft een overspelige relatie gehad met de vrouw van zijn leermeester, een nog bekendere Nederlandse componist. Jaren later is hij getrouwd met de dochter van zijn leermeester. Hoe bizar dat ook op u over mag komen, u kunt zich misschien wel voorstellen dat zoiets kan gebeuren als je teveel bij een ander over de vloer komt.
Dat is bijna automatisch het geval als meerdere generaties onder een en hetzelfde dak wonen, zoals ook in deze streek nog niet zo lang geleden gebruikelijk was. Daarover gaat het in dat verbod op seksuele omgang tussen een schoonvader en zijn schoondochter. Ik las in een commentaar op dat vers deze woorden: “Het moet toch vertrouwd zijn dat een zoon met zijn vrouw bij zijn vader inwoont”. Toch heeft God dat verbod gegeven omdat het blijkbaar niet altijd vertrouwd was dat een zoon met zijn vrouw bij zijn vader inwoonde.
Nu vraag ik mij het volgende af. Als tussen twee vormen van verboden seks tussen familieleden een verbod om homoseksualiteit staat, gaat het dan ineens over heel wat anders of gaat het dan nog steeds over hetzelfde? Het lijkt mij het meest voor de hand liggen dat het dan nog steeds over hetzelfde gaat. Niet over een twee vrijgezelle mannen of twee vrouwen die verliefd worden op elkaar, maar over een man die niet van de jongens op zijn erf af kan blijven. Ik heb drie argumenten voor deze uitleg.
In de eerste plaats wordt er alleen gesproken over mannen die het bed delen met een man als met een vrouw. Er wordt niet gesproken over vrouwen die het bed delen met een vrouw als met een man. Nu is het argumentum e silentio – je beroepen op wat er niet staat – in zijn algemeenheid een zwak argument. Maar dat is hier niet het geval. Want twee verzen verderop wordt er een verbod uitgesproken op seks met dieren: niet alleen voor een man die de geslachtsdaad bedrijft met een dier, maar ook voor een vrouw die een dier uitlokt met haar te paren. Zou het in Leviticus 20 vers 13 dus niet alleen gaan over seks tussen twee mannen, maar ook over seks tussen twee vrouwen, dan had het er wel bijgestaan.
Het tweede argument dat het hier gaat over een man die niet van de jongens op zijn erf kan afblijven is dat het dezelfde situatie veronderstelt als seks met dieren: dat je je seksuele behoeften bevredigt met de mens of het dier in je directe omgeving.
Het derde argument ontleen ik niet aan de Bijbel, maar aan Calvijns uitleg ervan. Naar aanleiding van de woorden: “Beiden moeten ter dood gebracht worden”, zegt Calvijn: “Aan de straf wordt niet minder de knaap die zich liet gebruiken als de verkrachter onderworpen, omdat een dergelijke zonde op geen enkele manier geduld moet worden”. Calvijn denkt dus niet aan de homoseksuele relaties die wij kennen. Dat zou ook moeilijk kunnen, want zulke relaties kwamen in die tijd nog niet voor. Wat wel voorkwam was dat een getrouwde man er een schandknaap op na hield. Volgens Calvijn gaat het dus ook in Leviticus 20 daarover. Ik denk dat hij daar gelijk in heeft. Maar dit uitstapje in de geschiedenis van de uitleg laat wel zien dat je ermee op moet passen dat je bij het lezen van de Bijbel jouw vooroordelen bevestigd ziet worden.
Als je moeite hebt met relaties tussen twee mensen van hetzelfde geslacht, moet je je dus niet beroepen op Leviticus 20 vers 13. Daar doe je homostellen onrecht mee. Alsof hun liefde voor elkaar en hun trouw aan elkaar vergeleken zou moeten worden met de smeerlapperij die in Leviticus 20 veroordeeld wordt. Er bestaat smerigheid onder homo’s. Als ik op die parkeerplaats boven Ommen twee lege auto’s tegen de bosrand zie staan, huiver ik. Zoals ik ook huiver van de smeerlapperij waarmee hetero’s zich voor de computer verontreinigen. Beide soorten smeerlapperij vallen nog steeds onder het oordeel van Leviticus 20. Maar niet alle vormen van homoseksualiteit zijn per definitie smerig, zoals ook niet alle vormen van heteroseksualiteit per definitie zuiver zijn. Ik ken zelf in elk geval homostellen die in de liefdevolle manier waarop ze met elkaar omgaan heterostellen tot voorbeeld zouden kunnen zijn. Dat maakt verlegen en dat is als heel wat. Want het is beter maar te zwijgen, dan een oordeel te vellen dat niet zo bijbels is als je altijd dacht.
“Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen”, heeft de filosoof Wittgenstein eens gezegd. Dat lijkt mij ook voor de kerk een verstandig advies als het over homoseksualiteit gaat. Temeer omdat er genoeg dingen zijn waar de kerk op grond van Gods woord wél over kan spreken. Om slechts een voorbeeld te noemen, de Here zegt in Deuteronomium 25 vers 15: “U moet het doen met één gewicht en één maatkan die zuiver en geijkt is. Dan wordt u gezegend met een lang leven in het lang dat de HEER, uw God, u geven zal. [ppt] Want de HEER heeft een afschuw van iedereen die oneerlijk zaken doet”. Of om de Herziene Statenvertaling weer aan te halen: zo iemand “Is voor de HEERE, uw God, een gruwel”. We niet anderen de maat nemen, maar voor onszelf de laat hoog leggen. Dus eerlijk zijn, ook als je jezelf daarmee benadeeld.
Maar misschien is het belangrijkste al gezegd in die woorden waarmee we de schriftlezing openden: [ppt] “Houd je aan mijn bepalingen en leef ze na; ik ben de HEER, ik heilig jullie”. Wat zit daar een evangelie in. Een heilig leven is niet in de eerste plaats een opgave waar Gods ons voor plaatst, maar een gave die God ons schenkt. Hij trekt ons uit het moeras van onze zonden en wast ons schoon met het bloed van zijn Zoon Jezus Christus. Als je je leven aan die God wijdt, wil je niet dat Hij zich over je moet schamen, maar zich over je kan verheugen.

Amen.