Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > De waarheid is zacht
titel : De waarheid is zacht
datum : 9 augustus 2015
volledige onderwerp : Zondag 43
Download deze preek.

Preek over HC zondag 43 (Den Ham, 9-8-15)

Ps.107:8,9,13
L Spr.12,14-23
L Ef.4,17-32
Ps.17:1-3
T HC zondag 43
Gez.179a
Ps.119:28-30 (na collecte)

Gemeente van de Here Jezus,

“‘De waarheid is hard’, zei de man en sloeg zijn vrouw met de Bijbel op het hoofd’, zegt een Fries spreekwoord. Het is helaas één van de vele Friese spreekwoorden die nogal vrouwonvriendelijk zijn. Toch zit er iets in dat het waard is om langer over na te denken. Want waarom vinden mensen de waarheid dan hard? En waarom vinden ze vooral de bijbelse waarheid hard?
Eerst maar eens over de eerste helft van dat spreekwoord: “De waarheid is hard”. Dat is ook in het Nederlands een uitdrukking. Als je die woorden even op je in laat werken, zijn ze best wel vreemd. Want zou niet juist de leugen hard moeten zijn en de waarheid zacht? Toch doen zich blijkbaar veel situaties voor waarin we het gevoel hebben dat het precies andersom is. Denk eens aan alles wat er de laatste jaren tijd over de Amerikaanse komiek Bill Cosby aan het licht gekomen is. Veel mensen hadden dat allemaal liever niet geweten. Want wat niet weet, wat niet deert. Een tweede spreekwoord. Maar dat tweede spreekwoord zegt eigenlijk hetzelfde als het eerste: dat waarheid soms meer pijn doet dan de leugen.
Ik heb in boek in de kast staan met de titel ‘Waarheid en leugen aan het ziekbed’. Een boek dat geschreven is in een tijd waarin artsen meenden dat ze hun patiënten een dienst bewezen door hun niet te vertellen hoe ziek ze waren. Die tijd is in Nederland gelukkig voor voorbij. Toch is dat boek nog steeds actueel. Want het gaat niet zozeer over dokters, als wel over christenen die aan het ziekbed de waarheid moeten spreken. Durf je wel met iemand die ernstig ziek is te praten over de enige troost in leven en sterven? Of ben je bang dat de zieke van wie je houdt daar maar onrustig van wordt?
Ik heb in Roemenië eens mogen spreken op een ouderlingenconferentie over pastoraat rond het sterven. De eerste reactie die ik uit de zaal kreeg was: “Maar hoe weet u dat iemand in uw gemeente ernstig ziek is?” Ik was verbaasd. Van de familie natuurlijk. Maar dat was dus in Roemenië het probleem. Want daar probeerde de familie juist om het gesprek over de dood te vermijden. Een predikant vertelde dat hij eens in een gebed woorden uit het gebed van koning Hizkia aanhaalde, toen die te horen gekregen had dat hij moest sterven. Op het hetzelfde moment stampte de vrouw de vrouw des huizes, die volgens die predikant zeker 150 kilo woog, hem hard op zijn voet. Want van zo’n gebed werd haar man niet beter. Dat taboe op de dood leidde er toe dat die predikant met de mensen die hij moest begraven bijna nooit gepraat had over het loslaten van die aardse leven en het vastgrijpen van het eeuwige leven.
Zo extreem is het in Nederland gelukkig niet. Toch kun je je best afvragen hoeveel wij eraan toekomen met elkaar te praten over de waarheid die Jezus Christus in eigen persoon is. Ik geloof dat de apostel Paulus het daar over heeft, als hij schrijft in zijn brief aan de Efeziërs: “Leg de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar”. Die woorden betekenen onder meer dat je moet ophouden je gesprekken te vullen met dingen die nergens over gaan. Want je gesprekken krijgen pas inhoud door Jezus Christus, die de weg, de waarheid en het leven is (Joh.14,6).

“Leg over een ander geen vals getuigenis af”, luidt het negende gebod. Vaak wordt dat gebod uitgelegd als dat je niet mag liegen. Nu, dat heeft er zeker mee te maken. Maar de eerste betekenis is toch anders. Dat blijkt als je wat preciezer naar de woorden van het negende gebod gaat kijken. Het gaat me dan om deze woorden: “Leg over een ander geen vals getuigenis af”.
Een getuigenis leg je allereerst af in de rechtszaal. De Here verbiedt dan ook in het negende gebod dat je je naaste met een valse aanklacht probeert te beschadigen. Zo wordt dit gebod ook uitgelegd in Deuteronomium 19 vers 16 tot 19. Daar lezen we: “Als een getuige tracht een ander ten val te brengen door een leugenachtige verklaring over hem af te leggen, dan moeten de twee partijen in het geding samen voor de HEER verschijnen, voor de priesters en de rechters die op dat moment in functie zijn. De rechters moeten de zaak zorgvuldig onderzoeken. Als blijkt dat de getuige heeft gelogen en een vals getuigenis heeft afgelegd, dan moet u hem de straf opleggen die hij de ander had toebedacht. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren”.
Een goed voorbeeld van zonde tegen het negende gebod is wat koningin Izebel doet, als Nabot zijn wijngaard niet aan koning Achab wil verkopen. Dan chartert ze twee valse getuigen, die Nabot aanklagen met de woorden: “Nabot heeft zich schuldig gemaakt aan godslastering en majesteitsschennis”. Omdat een aanklacht rechtsgeldig is als er twee getuigen zijn (Dt.19,15), wordt Nabot de stad uitgesleept en gestenigd, waarna Achab de wijngaard van Nabot in bezit kan nemen (1Kon.21,1-16).
Maar niet alleen in de rechtszaal kun je je naaste met je woorden kapot maken. Je kunt je zelfs afvragen of dit gebod zich wel beperkt tot woorden. Want als je een ander nu eens niet kapot maakt met woorden, maar met beelden? Heel bekend is de zaak rond Amanda Todd geworden. Een Canadees meisje dat zelfmoord gepleegd heeft nadat iemand dreigde naaktfoto’s van haar op internet te zetten. Maar ook in Nederland was er dit jaar een zaak rond een meisje dat wilde weten wie er een seksfilmpje van haar op YouTube gezet had. Je zou kunnen zeggen: “Maar die foto’s of dat filmpje lieten toch de waarheid zien? Ze hébben zich toch voor de webcam uitgekleed of voor de camera seksuele handelingen verricht?” Toch zullen er weinig mensen zijn die zeggen dat degenen die zulke foto’s of filmpjes publiceren de waarheid dienen. Want met die zogenaamde waarheid maken ze een medemens kapot.

Maar dat maakt meteen duidelijk dat het nog niet zo makkelijk is om te omschrijven wat er nu met ‘waarheid’ bedoeld wordt. Onder invloed van de natuurwetenschappen hebben veel mensen een nogal formeel waarheidsbegrip. Wie de waarheid wil spreken, moet zich aan de feiten houden. Maar ondertussen zijn die feiten erg kaal.
Vergelijk het met het verschil tussen een foto en een schilderij . Van een foto zou je kunnen zeggen dat die zich beperkt tot de feiten. Maar is een foto dus echter dan een schilderij? Of spreekt juist een schilderij meer de waarheid dan een foto, omdat een schilderij probeert weer te geven wat je niet kunt zien met het oog, maar wel met het hart? Feit is dat het wezen van de dingen door een schilder of een beeldhouwer vaak veel beter getroffen wordt dan door een fotograaf. Je kunt je daarom afvragen of het wel terecht is om kunstwerken die niet weergeven wat je met het oog kunt zien ‘abstract’ te noemen. Want ‘abstract’ betekent zoveel als ‘losgemaakt van de werkelijkheid’. Dan zijn foto’s vaak abstracter dan schilderijen. Want de emotie die de werkelijkheid bij je opriep toen je dacht: “Hier moet ik een foto van maken”, vind je op die foto niet meer terug. Spreekt zo’n foto dan nog wel de waarheid?
In het negende gebod gaat het niet over waarheid van de foto, maar over de waarheid van het schilderij. Het gaat niet om wat ‘op zich’ waar is, maar om wat in de relatie tot je naaste waar is. Is wat je tegen hem wilt zeggen heilzaam? Wordt hij er beter van? Als Paulus schrijft: “Leg de leugen af en spreek waarheid tegen elkaar”, dan legt hij even verderop zelf uit dat dat dus betekent: “Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goed doen aan wie ze hoort”. De Bijbel in Gewone Taal geeft die woorden zó weer: “Zeg geen slechte, negatieve dingen over mensen. Maar zeg, als het nodig is, dingen die het geloof van anderen sterker maken. Zeg iets dat mensen goeddoet”.
Ik betwijfel of opbouwende woorden spreken altijd betekent dat je dingen moet zeggen die het geloof van anderen sterker maken. Dat kan het zeker betekenen. Vooral als die ander zulke woorden nodig heeft. “Zeg, als het nodig is, dingen die het geloof van anderen sterker maken”. Dat betekent niet dat je zulke dingen moet zeggen als jij dat nodig vindt, maar als de ander dat nodig heeft. Je blijft in gebreke als je iemand die het moeilijk heeft eigenlijk alleen maar probeert wat afleiding te bieden door te praten wat er in jouw zichtbare wereldje allemaal gebeurd is. Want wat hij echt nodig heeft is een woord dat hem over die zichtbare wereld heen zicht geeft op God. Tenminste, dat gevoel heb je. Vraag die ander dan of dat gevoel juist is. Dan ontstaat er misschien ruimte om dingen te zeggen die veel meer waar zijn dan alles wat je tot nu toe verteld had.
Maar opbouwende woorden spreken hoeft niet altijd te betekenen dat je met de ander praat over God. Het kan een ander al goeddoen als je hem of haar eens een complimentje maakt. Ik vermoed dat bijna iedereen dat wel met me eens is, maar dat sommigen tegelijkertijd denken: “Moeten dat soort dingen nu in de preek gezegd worden? Zou het daarin niet moeten gaan over wat de Bijbel In Gewone Taal zegt: dingen zeggen die de ander sterker maken in zijn geloof?” Dan is mijn antwoord: Ik zou willen dat u gelijk had. Maar de ervaring leert dat we in de kerk aan het spreken van gewoon een vriendelijk woord vaak maar overslaan. Alsof dat te gewoon is om geestelijk niveau te hebben.
Ik heb tot en met vorig jaar vrij veel geschreven in allerlei bladen. Daar hoorde ik bijna nooit wat op terug. Behalve als iemand het er niet mee eens was. Als ik van bepaalde collega’s een mail kreeg wist ik bij voorbaat al dat ze het weer ergens niet mee eens waren. Terwijl er aanleidingen genoeg waren om ook eens een woord van waardering te schrijven. Het geeft mij te denken dat in de ingezonden-rubriek van de Volkskrant veel vaker iemand schrijft dat hij of zij blij was met een bepaald artikel dan in het Nederlands Dagblad. Want zulke positieve ingezondens hebben meer van de stijl van het koninkrijk van de hemel dan die negatieve.
De apostel Paulus brengt die stijl onder woorden in zijn beroemde lofzang op de liefde in 1 Korintiërs 13. Daarin zegt hij van de liefde: “Ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid” (1Kor.13,6). Daar zullen veel mensen die hun mond alleen maar opendoen als ze kritiek op een ander hebben het vast mee eens zijn. Want juist omdat ze hun vreugde vinden in de waarheid, zijn ze bedroefd dat de waarheid door de ander geweld wordt aangedaan. Toch bedoelt de apostel wat anders. Wie de ander liefheeft is niet blij als hij onrecht ziet bij de ander, maar als hij waarheid ziet bij de ander. Je verheugt je als je bij de ander iets opmerkt dat goed is, mooi is, waar is. Liever dan het kwade meet je het goede bij de ander breed uit. Dat betekent niet dat je je ogen hoeft te sluiten voor wat niet goed is bij de ander. Het betekent wel dat je ogen moet open moet houden voor wat wél goed is bij de ander. Want als je de ander liefhebt, wil je dat juist zien en benoemen.

Je mag zelfs verwachten bij de ander mooie en goede dingen te ontdekken, als die ander met jou deelt in de genade van het nieuwe leven (1Pt.3,7). Paulus schreef immers in Efeziërs 4: “Leg de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen”. Als je met elkaar spreekt, dan niet alsof je nog bij elkaar moet komen. Want je hoort allang bij elkaar. Christus heeft jullie beiden een plek gegeven in zijn lichaam, waarin de een hand of voet en de ander oog of oor mag zijn.
Als ik Balkbrug preek, [zoals vanmorgen,] kom ik altijd langs de W.I.C. De Werkelijkheid Is Christus, betekent dat. Het is een opvangcentrum voor mannen die om wat voor reden ook een veilige plek nodig hebben. Elke keer dat ik daar langskom, treft die naam me. Want blijkbaar vinden de mensen die dat centrum runnen dat de werkelijkheid van hun gasten niet bepaald wordt door hun problemen, maar door Christus. Hij heeft met zijn dood en opstanding een nieuwe werkelijkheid geschapen waarin ook zij mogen leven. Als wij ook eens zo naar onszelf, naar elkaar, naar de mensen, naar de wereld konden kijken…
Ja, zo moeten we kijken, want de apostel Johannes schrijft in zijn eerste brief: Het gebod om elkaar lief te hebben is al een oud gebod. “Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijk in Jezus’ leven én in uw leven” (1Joh.2,8).

Amen.