Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Gereformeerd? Ja, graag! (1)
titel : Gereformeerd? Ja, graag! (1)
datum : 11 januari 2015
volledige onderwerp : Zondag 24
Download deze preek.

Preek over NGB art.23 (Den Ham, 11-1-15, Gereformeerd? Ja, graag! I 1)

Ps.32:1,3
Avondmaalsformulier IV
Gez.179b
L Rom.3,19-26
Gez.91
T NGB art. 23
NLB 911:1-4
Ps.71:8,9,12,14 (na collecte)

Gemeente van de Here Jezus,

Gereformeerd? Ja, Graag! Is dat een titel waarvan je op ’t puntje van je stoel gaat zitten?
Sommigen misschien wel. Zo’n serie preken is hard nodig. Want er ontstaan zoveel verschillen binnen onze kerken. Wat verbindt al die kerken nog? Hebben we als vrijgemaakt-gereformeerde kerken nog wel een eigen gezicht? Staan we samen nog ergens voor? Of zijn we los van elkaar op zoek naar iets dat aanslaat? Misschien is het wel tekenend dat onze laatste synode het hele nieuwe liedboek heeft vrijgegeven. Ook al staan er aan de ene kant liederen in die zo vrijzinnig als wat zijn en aan de andere kant liederen die zo evangelisch als wat zijn. Elke kerk moet maar uitzoeken wat ’t beste bij hem past. Maar betekent dat niet dat de ene kerk zich net zo goed bij de PKN zou kunnen aansluiten en de andere kerk net zo goed een evangelische gemeente kon worden? Hebben we dan als kerkverband nog wel bestaansrecht? Zijn de scheuringen die er in het verleden geweest zijn dan allemaal voor niets geweest? Dat kan toch niet? Er is toch een afscheiding, een doleantie, een vrijmaking geweest, omdat we gereformeerd wilden blijven?
Anderen boeit dat niet zo. Niet omdat het hun niks uitmaakt wat er in de kerk geleerd wordt. Maar dat dat per se gereformeerd moet zijn, daar kunnen ze zich niet meer zo druk om maken. Zolang je maar in Jezus gelooft. Dan doet de rest er niet zo toe. Natuurlijk, een verschil van mening over kinderdoop of geloofsdoop gaat wel ergens over. Maar ook als je het daar nog niet over eens bent, kun je toch best samen christen zijn. Uiteindelijk gaat het daarom: dat je Christus volgt. Dan zou het best eens zo kunnen zijn dat mensen die de gereformeerde leer niet hebben, daar meer van maken dan mensen die zweren bij de HC, NGB en DL. Vroeger zeiden ze wel eens: Niet de leer, maar de Heer. Dat gaat misschien wat te snel. Maar je moet wel kunnen zeggen: niet de leer, maar het leven. Want christen kun je niet in theorie zijn, maar moet je in de praktijk zijn.

Bij beide reacties kan ik me wel iets voorstellen. Toch voel ik me bij beide reacties niet echt thuis.
Met de eerste groep wil ik opkomen voor de rijkdom van de gereformeerde leer. Maar waar bestaat die in? Zijn er niet een heleboel dingen gereformeerd genoemd dat het helemaal niet zijn? Voor veel mensen is een voorspelbare kerkdienst gereformeerd. Toch geloof ik dat het kernwoord van gereformeerd zijn ‘genade’ is. Als iets niet voorspelbaar is, dan genade wel. Ik geloof niet dat mensen die in de kerk niet voor verrassingen willen komen te staan zich met recht gereformeerd noemen. Het is niet erg dat veel vanzelfsprekendheden verdwijnen. Als de drie sola’s dan maar weer onder het stof vandaan komen: sola gratia, sola fide en sola scriptura. […]
Ik vraag me alleen af of dat wel zo is bij mensen die zich niet meer zo druk maken om dat woord ‘gereformeerd’. Je kunt wel zeggen dat je niet in theorie, maar in de praktijk christen moet zijn, maar ondertussen wek je daarmee de indruk dat je christen bent door wat jij doet: Christus volgen. Wat jij doet voor Christus, maakt jou tot christen. Terwijl het omgekeerd is: Wat Christus doet voor jou, maakt je tot christen. Christen zijn is geen prestatie, maar een geschenk.

Daar gaat het om in het eerste sola van de reformatie: sola gratia. Ik word gered door Gods genade alleen. De NGB brengt dat in art. 23 nog altijd op een indrukwekkende manier onder woorden: “Wij zijn om niet, anders gezegd, uit genade gerechtvaardigd door de verlossing in Christus. Daarom houden wij dit fundament altijd vast. Daarin geven wij alle eer aan God, terwijl wij onszelf vernederen en belijden wat voor mensen wij zijn, zonder ons ook maar enigszins op onszelf of op onze verdiensten te laten voorstaan. Wij steunen uitsluitend op de gehoorzaamheid van de gekruisigde Christus en rusten daarin”.
Kunt u zich in deze belijdenis nog vinden? Ik denk dat de meesten van u er met hun verstand wel mee instemmen. Toch steekt zo’n zin: “wij vernederen onszelf en belijden wat voor mensen we zijn”. En dat het is ook goed als dat steekt. Want van genade leven is al irritant, maar van genade alléén leven, dat is bloedirritant. Kom je dan nooit verder? Natuurlijk, je blijft afhankelijk van Gods genade, maar in die afhankelijkheid ga je toch ook goede dingen doen? Een heel leven met God laat toch ook zijn sporen in je leven achter?
In de tijd van de apostel Paulus waren het de joden bij wie dit soort vragen opkwamen. Het deed hun pijn bij Paulus te moeten lezen: Er is geen onderscheid tussen joden en heidenen. Want joden én heidenen hebben gezondigd, en joden én heidenen worden om niet, uit genade, verlost. […]
Dat is inderdaad schokkend. Ik voelde dat weer toen ik die woorden ‘om niet’ en ‘uit genade’ in de Bijbel in Gewone Taal las: “God wil mensen redden, zomaar, voor niets”. Zomaar, dat slaat op God. Voor niets, dat slaat op ons. Waarom wil God ons redden? Zomaar. Wat moeten wij daarvoor doen? Niets.
Hoe choquerend dat is, komt goed uit in de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard. […] Daarin zegt de Heer van de wijngaard: “Is uw oog boos, omdat ik goed ben? Ik wil deze laatste hetzelfde geven als u”. Deze laatste, dat is de man die pas zijn eerste wankele stapjes in de wijngaard gezet had, toen de werkdag er al weer op zat.
Er is geen onderscheid. God heeft er vreugde in om de eersten en de laatsten hetzelfde te geven. Maar wat wil Hij hun dan zo graag geven? Waar staat die schelling uit de gelijkenis voor? Toch voor zijn eigen Zoon. Omdat Hij ons zo graag het leven wilde geven, moest zijn Zoon sterven. Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren zou gaan, maar eeuwig leven hebben (Joh.3,16).
Hoe bekend die woorden ook mogen zijn, kunt u zich er ook maar iets bij voorstellen? God zond zijn Zoon dus niet uit toorn, maar uit liefde naar de wereld. Christus werd niet gedreven door Gods woede, maar door Gods vreugde. Snap je daar ook maar iets van? Dat God, als je het brood en uit de beker drinkt, tegen je zegt: “Ik wil jou hetzelfde geven als je buurman of buurvrouw? Pak aan, vergeving voor jou. Eet op, leven voor jou”?
Kun je ook maar één reden verzinnen, waarom Hij zijn Zoon wel aan jou en niet aan je buurman zou geven? Of omgekeerd Kun je ook maar één reden bedenken waarom Hij zijn Zoon wel voor je buurvrouw over zou hebben en niet voor jou?
Gek genoeg kunnen wij dat soort redenen wel verzinnen. Want ook al zijn we allemaal zondaren, als je ziet hoe sommige mensen leven, dan verdienen zij Gods liefde al helemáál niet. Of omgekeerd: We zijn allemaal christenen, maar als je kijkt naar sommigen van je medegelovigen, dan zeg je bij jezelf: Dat is toch wel een echte christen. Dat God vreugde aan hem beleeft, daar kan ik me nog wel iets bij voorstellen. Maar aan mij? Nee.
Toch zegt het evangelie, zoals het door de gereformeerde belijdenis nagesproken wordt: Waarom God zijn liefde niet alleen aan andere mensen schenkt, maar ook aan jou? Zomaar. Waar jij of die ander dat aan verdiend heeft? Nergens aan.

Dat heet grondeloze ontferming,
dat genade, rijk en vrij.
God schenkt redding en bescherming,
schenkt ze aan zondaars, schenkt ze aan mij (Gez.140:3).

Grondeloze ontferming. De ouderen zullen zich misschien herinneren dat ze vroeger zongen: Dat heet gadeloze ontferming. Eigenlijk betekent dat: weergaloze ontferming. Zo staat het ook in het Liedboek (Lied 451:3). Beide versies vullen elkaar aan. Grondeloos: zonder grond of reden: zomaar. En juist daarom weergaloos, zonder weerga, uniek, heerlijk.
Het treft mij telkens weer dat de gereformeerde belijdenis bijna verlegen lijkt met zoveel goedheid. Die verlegenheid is inderdaad typisch gereformeerd. Ik zou u allen willen toewensen dat u die verlegenheid nog kende of weer kende. Dat je gewoon niet over uit kunt dat God zo goed voor je is. Want als je naar jezelf kijkt…
Maar het is niet gereformeerd om dus maar naar jezelf te blijven kijken. Nee, je blijft kijken naar Christus, die alles wat God tegen jou zou kunnen hebben wegdraagt aan het kruis. [Joh.3,14.15 / Num.21,9] Dat kijken naar Jezus “bevrijdt je van vrees, ontzetting en verschikking en geeft je vrijmoedigheid om tot God te naderen, zonder te doen als onze eerste vader Adam, die zich bevend met vijgenbladeren wilde bedekken”, zegt de NGB. Zo kom je bij God: zo verlegen met jezelf, zo zeker van Gods liefde. Je hebt niets om je op te beroepen, alleen maar zonde. Je hebt alles om je op te beroepen: alleen maar Christus.
De negentiende-eeuwse prediker Kohlbrügge heeft die beide zinnen eens zo samengebracht: “Als Christus de zonden van velen heeft weggenomen, dan hoef ik slechts zonden te hebben om bij die velen te horen”. Dat is nu het evangelie van redding door genade alléén. Als je verlost wilt worden, moet je niet met je goede daden naar Christus toe, maar met je slechte daden. Want God heeft zijn Zoon nier naar de aarde gezonden om je goede daden te belonen, maar om je slechte daden te vergeven.
Een beroemde Engelse hymne zegt het zo:

Zoals ik ben, kom ik nabij,
met niets in handen dan dat Gij
mij riep en zelf U gaf voor mij –
o Lam van God, ik kom.

Zoals ik ben, ontvangt Gij mij,
reinigt, vergeeft omarmt Gij mij,
vervult, verlicht, verwarmt Gij mij –
o Lam van God, ik kom (NLB 377:1,4).

Ik kom. Daarover gaat het volgende week. Want je wordt gered door geloof alleen, als je je gered wordt door genade alleen.

Amen.