Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Hemelvaart en liturgie
titel : Hemelvaart en liturgie
datum : 16 november 2014
volledige onderwerp : Zondag 18
Download deze preek.

Preek over HC zondag 18 (Den Ham, 16-11-14)

Ps.110:1-4
L Kol.2,6-3,4
Lied 205:1-4
T HC zondag 18
Gez.179a
Gez.68 (na collecte)

Gemeente van de Here Jezus,

Hebt u de landing van de komeetverkenner Philae gevolgd? [ppt] Meer dan tien jaar heeft hij door de ruimte gereisd voor hij op de plaats van bestemming aankwam: een brok steen dat met een duizelingwekkend vaart door het heelal raast. Het schijnt dat Philae niet helemaal op de goede plek is neergekomen. Hij staat teveel in de schaduw. Daardoor vangen zijn zonnepanelen te weinig licht op om zijn accu’s op te kunnen laden. Het is dus nog afwachten hoeveel informatie hij naar de aarde kan zenden over de samenstelling van het hemellichaam waarop hij geland is. Maar dat mensen erin geslaagd zijn een toestel te laten landen op een komeet die een half miljard kilometer van de aarde verwijderd is, is op zichzelf al een verbluffende prestatie.
Toch kreeg ik het er ook koud van. Want wat zweeft de aarde dan door een onmetelijk grote ruimte. Geen lege ruimte. Want er zweeft meer door de ruimte dan de aarde alleen. Maar het zijn allemaal stofjes in het zonlicht. Mensen zijn niet meer dan de bewoners van zo’n stofje. Mij schoot een gedicht te binnen dat eindigde met de regels:

Geweken zijn het lokken en het dreigen,
En ook het laatst bezit gaat eenmaal heen;
Daarna is er geen vallen meer of stijgen [ppt]
Maar immer ’t koel besef te zijn alleen
In ’t harde licht en ’t onverbid’lijk zwijgen
Van een heelal, waaruit zijn God verdween.

Is dat niet de uitkomst van al het onderzoek in de ruimte: dat wij alleen zijn in een onmetelijk groot heelal, waarin voor God geen plaats meer is?

Het lijkt bijna onwerkelijk om na het nieuws over landing op een komeet ver weg in de ruimte in de kerk over de hemelvaart van Jezus Christus te beginnen. Wat belijd je daarmee?, vraagt de Catechismus. En hij geeft zelf het antwoord: “Dat Christus voor de ogen van zijn discipelen van de aarde naar de hemel is opgenomen en daar ons ten goede is, totdat Hij terugkomt om te oordelen de levenden en de doden”. De Catechismus laat het bij dezelfde sobere aanduiding als het verhaal dat de Bijbel over de hemelvaart vertelt. Maar dat woord ‘opgenomen’ lijkt toch te slaan op een beweging naar boven. Is de hemel dan boven? Die indruk krijg je wel als het bijbelverhaal over de hemelvaart zegt dat Hij werd opgenomen in een wolk. Maar kan zo’n verhaal nog wel, als we weten van de onmetelijke ruimte die er boven de wolken gaapt? De Catechismus zegt dat Christus ons ‘daar’ ten goede is. Maar waar is ‘daar’ ergens? Ver voorbij de komeet P67 waar Philae op geland is? Kun je dan niet beter zeggen dat Christus is opgelost in het niets?
Maar juist daar protesteert de Catechismus tegen. Als Christus opgelost zou zijn in het niets, zou Hij niet bij ons zijn tot aan de voleinding van de wereld, zoals Hij beloofd had. Volgens de evangelist Matteüs is die belofte het laatste dat Jezus hier op aarde gezegd heeft: “Houd dit voor ogen: [ppt] ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld” (Mt.28,20). Matteüs sluit zijn evangelie er zelfs mee af. Bij hem volgt er niet een verhaal waarin Jezus van de aarde naar de hemel gaat. Daarmee heeft Matteüs de hemelvaart niet ontkend. Hij wil juist zeggen dat Jezus door zijn hemelvaart bij ons blijft. Door van de aarde naar de hemel te gaan, komt Jezus nog dichter bij ons. Zijn band met ons wordt er niet losser, maar vaster door.
Dat betekent in elk geval dat Jezus’ hemelvaart geen ruimtevaart was. Anders zou hij niet bij ons kunnen blijven door van ons heen te gaan. Misschien moet je zeggen dat zo’n komeetverkenner langs de buitenkant van de dingen blijft scheren, [ppt] terwijl Jezus tot de binnenkant van de dingen doordringt. Hij is daar waar de lijnen samenkomen. Daar waar alles samenhang en zin krijgt. Juist die samenhang en die zin kunnen wetenschappers niet ontdekken in de zichtbare werkelijkheid. Ze lijken wat dat betreft op de mannen van Sodom, die de ingang van het huis van Lot niet konden vinden, omdat ze blindheid geslagen waren (Gen.19,11). Mensen kunnen slechts de schepping aftasten, maar kunnen hun hand niet op de Schepper leggen. Terwijl Hij onze oorsprong en ons doel is. [ppt]

In het bijbelgedeelte dat we gelezen hebben schrijft Paulus: [ppt] “Streef naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God”. Paulus spreekt nog wel onbekommerd over ‘boven’. Maar ook bij hem is dat geen sterrenkundige aanduiding. Want dat Christus ‘boven’ is, betekent dat Hij zit aan de rechterhand van God.
De rechterhand van God is de hand waarmee God zijn machtige daden doet. Het roept al een bijzonder beeld op als we ons voorstellen dat Christus aan die rechterhand zit. Want dan zit Hij die de nederigheid zelf is naast Hem die de verhevenheid zelf is. Ja, Hij die een toonbeeld van liefde is, is één met Hem die een toonbeeld van macht is.
Maar de apostel gaat nog een stapje verder. Want Christus zit niet alleen aan de rechterhand van God. Hij is ook verborgen in God. Ja, Paulus zegt zelfs dat ons leven met Christus verborgen in God ligt. Over die woorden wil ik zo meer zeggen. Nu wil ik er slechts op wijzen dat Paulus zich steeds preciezer uitdrukt. Christus is boven, Hij zit aan de rechterhand van God, Hij is verborgen in God zelf. Dat betekent in elk geval dat Christus geen voorbijganger is. Zijn persoon zal nooit vervagen. Zijn werk zal nooit verdwijnen. Want alles wat Hij was en alles wat Hij deed zijn verborgen in God zelf. Daarmee kleurt Christus de oorsprong en de toekomst van alle dingen. In Hem is er voor alles en iedereen een nieuw begin. In Hem is er voor alles en iedereen een nieuwe toekomst. Alles draait om Jezus Christus, sinds Hij is opgevaren naar de hemel en zit aan de rechterhand van God.

[ppt] Richt je dus niet langer op wat voorbijgaat, maar richt je voortaan op Hem die blijft. Dat is de conclusie die Paulus voor ons leven trekt uit de heerlijkheid van Jezus Christus. Als Hij de werkelijkheid van alle dingen bepaalt, houd je dan niet langer bezig met dingen die allang achterhaald zijn. De apostel werkt dat vooral uit voor vormen van godsdienst die achterhaald zijn.
De Catechismus gaat daar nauwelijks op in. Ik zeg nauwelijks, omdat het derde vraag en antwoord van zondag 18 wel iets met godsdienstige vormen te maken heeft. Daarin wordt antwoord gegeven op de vraag of door de hemelvaart van Christus zijn twee naturen niet van elkaar gescheiden worden. Want als God kan Hij nog steeds bij ons zijn, maar als mens kan Hij dat niet. Mensen kunnen immers maar op één plek tegelijk zijn. Voor Christus is die plek de hemel sinds Hij voor de ogen van zijn discipelen van de aarde naar de hemel is opgenomen.
Ook al zegt dat Catechismus dat er niet bij, in dit vraag en antwoord wordt een discussie gevoerd tussen gereformeerden en lutheranen over het avondmaal. Kun je wel zeggen van het brood nog wel zeggen: “Dit is het lichaam van Christus”, als dat lichaam toch in de hemel is? Volgens de lutheranen kun je dat inderdaad nog steeds zo zeggen, omdat Jezus’ menselijke natuur sinds zijn hemelvaart mag delen in Gods alomtegenwoordigheid. Daardoor kan Hij bij het avondmaal lichamelijk aanwezig zijn. Maar volgens de Catechismus is dat dus niet zo. Wel kunnen je zeggen dat wij bij de viering van het avondmaal deel krijgen aan Christus zelf. Maar dat komt door de werking van de Heilige Geest, die tegelijk in Christus en in ons woont (vgl. HC zondag 28, v&a 76).
Op de betekenis van Christus’ hemelvaart voor de viering van het avondmaal ga ik nu niet verder in, ik wil wel stilstaan bij de betekenis van Christus’ hemelvaart voor de liturgie in het algemeen. Want daar spreekt het nieuwe testament uitvoerig over. In de brief aan de Hebreeën wordt dat uitgewerkt voor de liturgie in de hemel en in de brief aan de Kolossenzen wordt dat uitgewerkt voor de liturgie hier op aarde.

Eerst over de liturgie in de hemel. Hoofdstuk 8 van de brief aan de Hebreeën opent met de zin: “Wij hebben een hogepriester die in de hemel heeft plaatsgenomen aan de rechterzijde van de troon van Gods majesteit en die de dienst vervult in het ware heiligdom”. Even stoppen. Want in het Grieks staat er: “de liturg van het ware heiligdom”. De predikant wordt bij ons ook wel eens de liturg genoemd, omdat hij voorgaat in de liturgie. Maar volgens de schrijver van de brief aan de Hebreeën klopt dat dus niet. Want wij hebben maar één liturg, en dat is hij “die de dienst verricht in het ware heiligdom, de tent die door de Heer en niet door mensenhanden is opgericht”. Dat is me inderdaad nogal een liturgische vernieuwing. Zelfs het woord ‘aardverschuiving’ is nog te zwak, omdat onder het nieuwe verbond de liturgie van de aarde naar de hemel is verschoven. [ppt]
Toch wordt er ook op aarde nog een liturgie uitgevoerd. Want in Hebreeën 8 vers 4 staat: “Op aarde zou Jezus geen priester kunnen zijn, want daar zijn al priesters die offergaven opdragen zoals de wet dat voorschrijft”. Uit dit vers krijg je de indruk dat de brief aan de Hebreeën geschreven is voor de verwoesting van de tempel in Jeruzalem. Nog steeds zijn daar priesters die offergaven opdragen zoals de wet dat voorschrijft. Maar die offers staan buiten de actualiteit. Want er is maar één offer actueel, en dat is het offer dat Christus eens en voor altijd gebracht heeft. Als wij God niet onder ogen kunnen komen, komt Christus God onder ogen. Hij komt voor ons op als wij ons misgaan en pleit ons vrij met het offer dat Hij al gebracht heeft. Het heeft daarom geen zin meer erediensten te houden die als doel hebben verzoening tussen God en mensen tot stand te brengen. Doe je dat toch, dan maak je van de kerk een schijnheiligdom. [ppt]

Dat punt werkt Paulus weer uit in zijn brief aan de Kolossenzen. Hij zet de boel meteen op scherp met de woorden: “Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities en zich richten op de machten van de wereld en niet op Christus”. Ik vermoed dat u het niet prettig gevonden zou hebben als Paulus dat niet geschreven had in een brief aan de gemeente in Kolosse, maar in een brief aan de gemeente in Den Ham. Ga er daarom maar vanuit dat de Kolossenzen het ook niet prettig vonden dat Paulus zoiets aan hen schreef. Maar waarom vond Paulus het dan toch nodig zoiets te zeggen? Omdat hij in de godsdienstigheid van de Kolossenzen iets zag dat kenmerkend is voor godsdienstigheid die je over de hele wereld vindt.
[ppt] Religie houdt namelijk altijd in dat mensen proberen een brug te slaan tussen de aarde en de hemel. Omdat dat het moeilijkste is dat een mens kan doen, komt het ontzettend precies. Religieuze voorschriften zijn over het algemeen ontzettend gedetailleerd. Je kunt daarbij denken aan rituele dansen waarbij elke beweging is vastgelegd in een script dat van generatie op generatie overgeleverd wordt. Maar je kunt ook denken aan voorschriften waarin precies uitgelegd wordt hoe je wel en niet moet leven. In dat geval wordt niet de eredienst, maar het leven een ritueel. Maar in beide gevallen is afwijking van het ritueel levensgevaarlijk. Je verstoort daarmee namelijk het wankele evenwicht tussen God en jou. Diepreligieuze mensen worden dan ook niet graag voor verrassingen geplaatst. Want daardoor komt hun vrede met God in gevaar.
In zijn brief aan de Kolossenzen richt Paulus zich tegen zulke vormen van religiositeit. Het zal zijn lezers pijn gedaan hebben te lezen dat Paulus schrijft dat wat zo eerbiedig lijkt ondertussen geen enkele waarde heeft en alleen dient tot eigen bevrediging. Hij bedoelt met die wel erg harde woorden dat de diepe vrede die religieuze mensen ervaren vrede is die ze zelf tot stand brengen.
Maar ik vermoed dat Paulus, als hij nu geleefd had, ook geschreven had over nieuwe vormen van religiositeit waarin het goddelijke juist ervaren wordt in het verrassende. God kun je alleen ervaren in alles wat afwijkt van de dagelijkse sleur. Een orde van dienst is dan per definitie een bedreiging voor het beleven van je geloof. [ppt] Want alleen wat spontaan is, is geestelijk. Hetzelfde geldt voor voorschriften over je manier van leven. Zulke voorschriften kweken mensen die niet echt zijn. Het gaat er juist om dat je je eigen weg met God ontdekt. Als iemand een doorleefde keuze maakt, heb je dan ook niet het recht er wat van te zeggen. Want keuzes zijn niet goed of slecht, maar echt of onecht.
Ook al lijken beide vormen van religiositeit lijnrecht tegenover elkaar te staan, ze hebben dezelfde wortel. Want in beide gevallen ben jij het die Gods nabijheid afdwingt. De één met orde, de ander met wanorde. De één met stilte, de ander met lawaai. De één met gehoorzaamheid, de ander met eigenzinnigheid.

Maar tegen aanhangers van beide vormen van godsdienstigheid zegt Paulus: “[ppt] Als u dan met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God”. Vindt u die eerste woorden ook zo verbijsterend: “Als u dan met Christus uit de dood bent opgewekt…” Maar zo hecht is dus volgens het evangelie de band tussen Christus en jou. Wie bij Christus hoort, die heeft net als Hij de dood niet meer voor zich, maar achter zich. Je zou zeggen: “Word wakker, Paulus. Sinds Christus uit de dood is opgestaan, sterven de mensen nog net zo hard als voor die tijd. [ppt] Doe je open voor de werkelijkheid”.
Nu, daar riep Paulus ons dus nu net toe op. Want wat is de werkelijkheid dan? De werkelijkheid die door zo’n ruimtesonde in kaart gebracht wordt? Die geweldige ruimte die miljarden jaren wijd is en waarin jouw bestaan vrijwel geen plaats en vrijwel geen tijd inneemt? Nee, de werkelijkheid is dat God mensen die niet meer zijn dan een druppel in een emmer en stofje op een weegschaal (Jes.40,15) zo liefheeft, dat Hij deelt in hun sterfelijkheid om hen te laten delen in zijn eeuwigheid. God zoekt ons op in onze werkelijkheid en neemt ons mee naar zijn werkelijkheid. Onze zonden kunnen ons niet langer naar beneden halen, nu Christus eraan gestorven is. Ons leven kan ons niet langer tussen de vingers doorglippen, nu Christus het heeft opgeborgen in God zelf. Met Hem zijn wij al aan de overkant.
Daarom hoeven we ook geen brug meer te slaan naar de werkelijkheid van God. Alle pogingen die wij doen om zo’n brug te slaan zijn dan ook een ontkenning van Christus’ hemelvaart. Want God heeft ons samen met Christus uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen (Ef.2,6). De Bijbel in Gewone Taal zegt dat zo: “God heeft Christus laten opstaan uit de dood. En [ppt] wij zijn samen met Christus opgestaan, omdat we bij hem horen. Eigenlijk zijn we al bij hem in de hemel”. Eigenlijk. Dat betekent dus niet: eigenlijk niet, maar: eigenlijk wel. Zo is het al, ook al lijkt het nog niet zo.
Als je je daarop richt, kan je geloof een stootje hebben. Gods liefde staat en valt niet met het ritueel waarmee wij die liefde vieren. Nee, Gods liefde staat met Christus’ opstanding en hemelvaart. Wij hoeven die liefde ook niet werkelijk te maken met oude of nieuwe rituelen. Brood hoeft niet te veranderen in het lichaam van Christus en een kerkdienst hoeft niet te veranderen in een happening.

Misschien hebt u de landing van de komeetverkenner Philae niet gevolg. Als u de hemelvaart van Christus dan maar wel gevolgd hebt. Want waar Hij is, daar bent u: heel dicht bij Gods hart.

Amen.