Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Menselijke leer en goddelijke troost
titel : Menselijke leer en goddelijke troost
datum : 15 mei 2011
volledige onderwerp : Zondag 01
Download deze preek.

Preek over HC zondag 1 (Den Ham, 15-5-11)

Ps.94:8,9
L Job 15
Ps.62:2,3
T HC zondag 1
Lied 454:1,3
Lied 440:1,4
Gez.145 (na collecte)

Gemeente van de Here Jezus,

We beginnen vandaag opnieuw met de behandeling van de leer van Gods woord. Al vanouds werd die leer ondergebracht in vier blokken: [ppt] geloofsbelijdenis, wet, gebed en sacramenten. Je kunt die vier hoofdstukken van de christelijke leer gewoon achter elkaar bespreken, maar de Heidelbergse Catechismus wil ook het verband tussen die vier hoofdstukken duidelijk maken. Daarom heeft hij een nieuwe indeling gemaakt van drie hoofdstukken: ellende, verlossing en dankbaarheid, waarin die vier blokken worden ondergebracht. Dat ziet er dan zo uit [ppt]: onder het kopje ‘ellende’ wordt de wet besproken, onder het kopje ‘verlossing’ de geloofsbelijdenis en de sacramenten, en onder het kopje ‘dankbaarheid’ opnieuw de wet en het gebed.
[Het zou interessant zijn u eens te vragen waarom de wet niet in het hoofdstuk over de verlossing behandeld wordt. Voor iemand die jaren onderwijs in de Catechismus gehad heeft, op catechisatie en in middagdiensten, moet dat niet zo’n moeilijk vraag zijn. (Waarom wordt de wet in de Catechismus niet in het hoofdstuk over de verlossing behandeld? Omdat dat zou betekenen dat je jezelf moest verlossen door je aan Gods wet te houden.) Nu zou je over de vraag welke plaats de wet dan wél in het christelijk geloof heeft, al boeken vol kunnen schrijven. Uit het feit dat in sommige kerken de wet niet meer voorgelezen wordt kun je de conclusie trekken dat men blijkbaar van mening is dat de wet geen plaats meer heeft in het christelijk geloof. Daar ben ik het dan hartgrondig mee oneens. Blijft echter de vraag of de Catechismus terecht de wet èn in het hoofdstuk over de ellende èn in het hoofdstuk over de dankbaarheid behandelt. Want je zou ook kunnen zeggen dat je je ellende niet door de confrontatie met de wet van God, maar door de ontmoeting met het kruis van Christus leert kennen. Dat zou betekenen dat de kennis van onze ellende niet vóór, maar ná de kennis van onze verlossing komt. Niet alleen voor de opzet van de leer, maar ook voor de opzet van de liturgie heeft dat grote gevolgen hebben. Want kan de lezing van de tien geboden dan nog wel gebruikt worden als opstap voor de schuldbelijdenis?
Zo kun je je van alle vier onderdelen van de christelijke leer afvragen: waarom wordt dit onderdeel door de Catechismus nu hier behandeld en niet daar. Zelf vraag ik me bijvoorbeeld af waarom de sacramenten in het hoofdstuk over de verlossing behandeld worden en niet in het hoofdstuk over de dankbaarheid behandeld worden. Ik weet het antwoord daarop wel: omdat de sacramenten door de catechismus gezien worden als genademiddelen. God schenkt ons zijn genade in doop en avondmaal. Maar het was toch ook mogelijk geweest om te zeggen dat wij Gods genade vieren door de sacramenten te gebruiken. Zeker voor het avondmaal gaat dat op: wij verkondigen de dood van de Heer, totdat Hij komt (1Kor.11,26). Dat laat al zien dat de drieslag ellende – verlossing – dankbaarheid ook zijn beperkingen heeft. De wet is niet het enige onderdeel van de christelijke leer die in meer dan één hoofdstuk behandeld kan worden. Maar zodra je dat zou gaan doen, kun je je afvragen of je niet beter naar een andere indeling kunt zoeken.
Dat is echter een heel lastige opgave. Want ook al is de drieslag ellende – verlossing – dankbaarheid niet de enig mogelijke indeling, als je probeert een andere indeling te maken zul je weer tegen andere bezwaren oplopen. Eerlijk gezegd weet ik zelf niet hoe ik het beter zou kunnen doen dan de Catechismus. Nu hoef ik de Catechismus ook niet te verbeteren. Toch zou ik de leer van het oude en nieuwe testament wel eens op een nieuwe manier met u willen behandelen. [ppt] Dat zou ook mogelijkheden bieden om stil te staan bij onderwerpen die in de Catechismus niet of nauwelijks behandeld worden: het gezag van de Bijbel of de leer van de uitverkiezing. Het eerste onderwerp wordt in de Nederlandse Geloofsbelijdenis uitvoerig behandeld en aan het tweede onderwerp is zelfs een heel belijdenisgeschrift gewijd: de Dordtse Leerregels. Zonder van de waarde van de drieslag ellende – verlossing – dankbaarheid iets af te willen doen, zou ik de leer van Gods woord de komende tijd met u eens willen behandelen aan de hand van de trefwoorden: kennen – eren – volgen. God, hoe kunnen we Hem kennen, hoe kunnen we hem eren, hoe kunnen we Hem volgen. Maar het kan best zijn dat ik met deze alternatieve drieslag ook niet uitkom. Daar moeten we samen maar achter zien te komen. Ondertussen zal de behandeling van de Catechismus in de middagdiensten waarin ik niet voorga gewoon doorgaan.]

Zondag 1 gaat echter niet in de eerste plaats over de enige indeling, maar over de enige troost. Dat is als zodanig al een hele troost. Want daarmee zegt de Catechismus zelf al dat elke opzet van de leer van Gods woord mislukt is, als het bestuderen van die leer je niet troost. Waarschijnlijk is het beroemde vraag en antwoord 1 van de Catechismus niet van Caspar Olevianus en Zacharias Ursinus, maar van de vorst die opdracht gegeven had tot het schrijven van een Catechismus: Frederik III van de Palts, een klein staatje in Duitsland, waarvan Heidelberg de hoofdstad was. Blijkbaar was hij nog niet helemaal tevreden met het leerboekje dat die twee theologen opgesteld hadden. Want het ging hem er niet om zijn onderdanen kennis bij te brengen, maar troost. Wat heb je eraan te weten hoe groot je zonden en ellende zijn, hoe je van al je zonden en ellende verlost wordt en hoe je God voor die verlossing dankbaar moet zijn, als die wetenschap je niet troost? Mijn mensen hoeven niet geleerd te worden, ze moeten getroost worden. Als jullie dat er niet in zetten, dan doe ik het zelf. Wat is je enige troost in leven en sterven? Dat ik in leven en sterven het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus.[ppt]
Stelt u zich eens voor dat u één van de onderdanen van Frederik III was. U krijgt een gratis exemplaar van die splinternieuwe Heidelbergse Catechismus cadeau en slaat nieuwsgierig de eerste bladzijde op: [ppt] Wat is uw enige troost in leven en sterven? Is dat ook voor u de vraag waar u graag antwoord op zou krijgen? [ppt Misschien spreekt u de vraag waarmee de roomse schoolcatechismus vroeger begon u wel veel meer aan: “Waartoe zijn wij op aarde?” Het antwoord op die vraag luidde overigens: [ppt] “Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn”. Dat antwoord spreekt me best wel aan. Je bent geschapen om gelukkig te zijn en dat geluk vind je door je Schepper te dienen. Maar ook als dat antwoord u wat minder aanspreekt, de vraag waar het een antwoord op is, is toch wel een goede vraag: “Waartoe zijn wij op aarde?” Daarmee is de zinvraag gesteld. Wat is de zin van mijn bestaan? Wat doe ik hier? Waar is het allemaal goed voor? Die vraag zal ieder zich wel eens stellen. Sommigen omdat ze de zin niet inzien van hun moeitevolle leven. Anderen omdat ze de zin niet inzien van hun moeiteloze leventje. Toch hoor ik Frederik III al in zijn baard mompelen: [ppt] “Zou het je troosten als je de zin van je bestaan wel inzag? Kun je weer blij zijn als je weet waarom jou dit of dat nu moest overkomen? Stel dat je weet wat God er mee wilde, ben je er dan wel gelukkig mee? Stel dat je begrijpt welke rol God jou heeft toegedacht in deze wereld, heb je dan ook zin om die rol te spelen? Of word je toch liever getroost, als je de zin van je leven nog steeds niet begrijpt?
Als je even doordenkt op die vraag naar je enige troost in leven en sterven blijkt dat de Heidelbergse Catechismus wat dieper doorvraagt dan de roomse schoolcatechismus. Troost is meer dan zin. Wat zou het mooi zijn als er troost was, ook als er geen zin is. En volgens de Heidelbergse Catechismus is die troost er. Kinderen moesten dat bij voorbaat al leren: Ook ik kan me ergens aan vastgrijpen, als ik de wereld niet begrijp, de dingen niet begrijp, de mensen niet begrijp, mezelf niet begrijp. Want er is troost voor mensen die er niets van begrijpen.
Troost. Dat is dus meer dan zin. [ppt] Het is zelfs meer dan rust. Veel mensen zullen zeggen dat ze rust vinden bij hun geloof in God. Ik heb het in elk geval oude en jonge mensen horen zeggen. “Als ik bid, word ik weer rustig. Ik kan het loslaten. Ik voel dat God bij me is”. Een bekend opwekkingslied bezingt die ervaring zo:

Heer ik kom tot U;
neem mijn hart, verander mij,
als ik U ontmoet
vind ik rust bij U.
Want Heer ik heb ontdekt,
dat als ik aan Uw voeten ben,
trots en twijfel wijken
voor de kracht van uw liefde (Opw.488).

Ook ik heb gedacht: Heeft een mens niet vooral daar behoefte aan: aan rust, meer dan aan troost? De kerkvader Augustinus zei al: “Wie zal het mij geven tot rust te komen in U? Wie zal het mij geven dat U in mijn hart komt en het dronken voert, zodat ik al mijn kwaad vergeet en U omarm, mijn enig goed?” (Conf.1.5.5). Die woorden drukken een verlangen uit dat ik erg herken: alles vergeten en alleen God nog kennen, wat moet dat heerlijk zijn.
Is rust dus niet meer dan troost? Misschien wel, maar misschien toch ook niet. Misschien wel, omdat troost niet altijd tot rust leidt. Zelfs als je de enige troost in leven en sterven, waar de Catechismus van spreekt, kent, ben je niet altijd rustig. Terwijl je dat zo graag zou zijn. Je weet wel wat je het eigendom van je trouwe Heiland Jezus Christus bent, maar je wordt er niet altijd blij van. Want dat lege gevoel blijft: je pijn, je verdriet, je gemis, je eenzaamheid.
Toch zeg ik dat troost meer is dan rust. In elk geval in dit leven. Ik denk niet dat we in het leven na dit leven nog troost nodig hebben. Want de Bijbel zegt dat er dan geen dood meer zal zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat de eerste dingen zijn voorbijgegaan (Opb.21,4). Maar de eerste dingen zijn nu nog niet voorbijgegaan. Wij zitten er nog middenin. [ppt] In dit rusteloze leven is de eeuwige rust ons nog niet gegeven. Het blijft bij rustmomenten. Maar ook al is de eeuwige rust ons nog niet gegeven, de enige troost is ons al wel gegeven: ik ben ook nu al het eigendom van mijn trouwe Heiland Jezus Christus, die met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost heeft. Wij kunnen niet altijd rust vinden bij dood, rouw, jammerklacht en pijn. Wie overal vrede mee heeft, die zegt bij alles wat hem of haar overkomt: “Het is goed zo”. Maar het is helemaal niet goed zo. Veel dingen die we doen zijn niet goed en veel dingen die ons aangedaan worden zijn niet goed. Maar ook al als we dingen doen die niet goed zijn, zijn we van Christus. Ook als ons dingen aangedaan worden die niet goed zijn, zijn we van Christus.
Schiet dat nou op? Wel degelijk! Want u bent van Christus, maar Christus is van God, zegt de Bijbel ergens (1Kor.3,21). Ik zou het ook zo kunnen zeggen: [ppt] U hoort bij Christus en Christus hoort bij God. Dus hoor je bij Christus, dan hoor je bij God. Dat is een duizelingwekkend Bijbelwoord. Want wie kan van zichzelf zeggen dat Hij bij God hoort? Je gedraagt je vaak meer als een tegenstander, dan als een medestander van God. Als je al ergens bij hoort, dan bij misschien bij een volk of een cultuur, bij een ras of een sekse, bij familie of vrienden, of anders in elk geval nog bij jezelf. Maar je hoort niet bij God: de Koning der koningen en de Heer der heren, die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont, die geen mens gezien heeft of zien kan (1Tim.6,16). En toch zegt de Catechismus dat je wel degelijk hoort bij Hem die leven heeft en leven geeft. Want je hoort bij Hem die zijn Zoon is en jouw Redder. Als dat zo is, dan is dat niet een hele troost, maar dan is het inderdaad de enige troost. Jij, die er maar zo even bent, omdat je er een eeuwigheid niet geweest bent en er een eeuwigheid niet meer zult zijn, mag horen bij Hem die is en die was en die komt.
Hoe kom je daarbij dat jij hoort bij Hem die leven is en leven geeft? Mag een mens dat zomaar zeggen? Nee, dat mag een mens niet zomaar zeggen. Je mag het alleen om Christus’ wil zeggen. Want Hij heeft ons niet met goud of zilver, maar met zijn kostbaar bloed van al onze zonden vrijgekocht en uit de macht van de duivel verlost. Hij zei: “Ook al moet Ik er alles voor geven wat Ik heb, jij ben van Mij”. Dat spreekt de Catechismus maar na, als hij zegt dat mijn enige troost is dat ik van Jezus ben. [ppt] Ik ben van Hem die bij God vandaan gekomen is en weer naar God teruggekeerd is. Ik hoor bij Hem die aan mijn kant staat. Ik hoor bij Hem die aan Gods kant staat. Er zijn misschien een heleboel dingen waar, maar dit het enige dat waar is en blijft. Daarom is het ook het enige waarmee ik niet alleen kan leven, maar ook sterven. Ik hoor bij Christus en Christus hoort bij God.

We hebben met elkaar een hoofdstuk uit het boek Job gelezen. Er stonden woorden in waarmee één van Jobs vrienden hem wilde troosten, nadat Job van de ene op de andere dag alles kwijtgeraakt was. Maar Job antwoordt in het volgende hoofdstuk: “Dit soort dingen heb ik zal zo vaak gehoord, niets dan ellende brengt mij jullie troost. Een eindeloze stroom van lege woorden! Wat drijft jou ertoe zo tegen mij te spreken?” Je zou dan ook zeggen: Als je het wilt hebben over de enige troost in leven en sterven, lees dan niet Job 15. Want dat is slechts een eindeloze stroom lege woorden. Toch stond er in dat hoofdstuk een woord dat me trof. Want in vers 15 zegt vriend Elifaz tegen Job: [ppt] “Is Gods troost je niet genoeg, zijn milde woorden je te min?”
Je kunt je van die vraag afmaken door te zeggen: “Moet je horen wie het zegt. Iemand voor wie Job aan het eind van een boek een offer moest brengen, omdat hij, anders dan Job, God met zijn woorden geen recht gedaan had (Job 42,7). Moet ik nadenken over de woorden van iemand wiens vrome woorden misplaatst bleken te zijn?” Toch wel. Want het blijft een goede vraag: “Is Gods troost je niet genoeg, zijn milde woorden je te min?” Het probleem was alleen dat vriend Elifaz meende dat zijn troost ook Gods troost was. Terwijl uit zijn woorden blijkt dat Elifaz zelf geen troost vond bij God, maar bij wat hij altijd geleerd had. [ppt] Want hij zegt: “Dit is wat wijze mannen zeggen, wat door hun voorouders onthuld is, aan wie als enigen het land gegeven werd, vóór er vreemdelingen onder hen verkeerden”. Je kunt dat soort geluiden ook hier en nu nog wel eens horen. De vrede in ons land wordt bedreigd door de buitenlanders. De rust in de kerk wordt verstoord door de import. Maar echte troost heeft Elifaz niet te bieden. Want hoeveel goeds, waars en moois er ook verborgen mag liggen in wat je van je voorgeslacht overgeleverd hebt gekregen, uiteindelijk kan alleen God zelf troosten. Wat een wijsheid spreekt er dan uit onze Catechismus, als die zijn overzicht van de ware leer laat voorafgaan door de belijdenis van de enige troost. Want de leer blijft menselijk, maar de troost is goddelijk.
Toch mogen mensen van die goddelijke troost getuigen. [ppt] Want Gods troost niet met lege woorden. Zijn woord is vlees en bloed geworden in Jezus Christus (Joh.1,14). Je hoeft je troost niet te vinden in woorden, ook niet als ze waar zijn, maar bij Hem die alle troost in eigen persoon is. Zelfs als je troosteloos bent, heb je nog wel een Trooster: je trouwe Heiland Jezus Christus. Ook voor jou is Hij de dood ingegaan. Ook jou is Hij naar het leven voorgegaan. Hij zegt tegen je aan: “Jij hoort bij mij en ik hoor bij God. Als God van Mij houdt, dan ook van jou. Als God Mij aanneemt, dan ook jou. Want wij horen bij elkaar voor eeuwig en altijd”. Nu dat woord geklonken heeft, mag ik u toch wel degelijk de vraag stellen die Elifaz Job stelde: “Is Gods troost je niet genoeg, zijn milde woorden je te min?”
Van veel dingen blijft de zin ons nog onduidelijk. Bij veel dingen kunnen we nog geen rust vinden. Maar ook dan hoor je bij Christus, ook dan hoor je bij God. Om Christus’ wil sta jij aan Gods kant, om Christus’ wil staat God aan jouw kant. Laat die troost je dan niet te min, maar genoeg zijn. Want het is je énige troost in leven en sterven.

Amen.