Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Nu heeft het oude leven afgedaan!
titel : Nu heeft het oude leven afgedaan!
datum : 17 april 2011
volledige onderwerp : Zondag 51
Download deze preek.

Preek over HC zondag 51 (Den Ham, 17-4-11)

Ps.65:1,2
L 1 Joh.1,1-2,11
Gez.154:1,2,3
T HC zondag 51
Gez.179b
Ps.103:1,3,4 (na collecte)

Gemeente van de Here Jezus,

[ppt] “Vergeef ons onze schulden”. Van alle beden van het Onzevader zal deze vijfde bede in elk gebed wel terugkeren. Zelfs als het accent in ons gebed ligt op dankzegging voor het goede dat we gekregen hebben of op voorbede voor mensen die getroffen zijn door het kwade, dan nog zullen we ons gebed niet snel afsluiten zonder gevraagd te hebben om de vergeving van onze zonden om Jezus’ wil. Het gebed om vergeving van schuld hoort voor ons gevoel bij het normale christelijke leven. [ppt]
Dat is dan terecht. Want zo heeft Jezus het ons zelf geleerd. Het Onzevader mag model staan voor de gebeden die wij tot God opzenden. Nu zou je best de vraag kunnen stellen waarom het gebed om de heiliging van Gods naam, de komst van zijn koninkrijk en het volbrengen van zijn wil veel minder tot het normale christelijke leven zijn gaan behoren. Zitten wij met Gods naam, Gods rijk en Gods wil misschien minder omhoog dan met onze eigen zonden? Maar het zou, denk ik, niet goed zijn in deze preek vooral op die vraag in te gaan. Want vanmiddag gaat het niet over de eerste, de tweede en de derde bede, maar over de vijfde bede van het Onzevader.
Juist omdat het voor de meesten van ons vanzelf spreekt om in elk geval om vergeving te vragen, is de verleiding echter groot om je in een preek over de vijfde bede dan maar te concentreren op de tweede zin van die bede: “Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was”. Want met die bijzin hebben we het over het algemeen een stuk moeilijk dan met de hoofdzin. Kun je niet om vergeving vragen, zolang je zelf nog geen vergeving geschonken hebt aan iemand die tegen jou gezondigd heeft? Maar wat als die ander nooit laat blijken dat hij berouw heeft om wat hij je heeft aangedaan? Moet je hem dan toch maar vergeven? En als dat je het nou echt niet op kunt brengen, omdat je daarvoor teveel pijn geleden hebt? Mag je God dan niet meer bidden om de vergeving van je eigen zonden? Zak je dan alleen maar verder weg in een moeras van schuld?
Toch zou een preek die op die vraagt inzoomt meer gaan over het gebod om te vergeven dan over het gebed om vergeving. Terwijl de vijfde bede geen gebod, maar een gebed is. [ppt] Zoals wij elke dag moeten bidden om het brood dat we nodig hebben, zo moeten we ook elke dag bidden om de vergeving die we nodig hebben. Zeker, die vergeving moeten we ook met anderen willen delen, zoals we ons dagelijks brood met anderen moet willen delen. Terecht besluit de Catechismus zijn uitleg van de vijfde bede dan ook met de woorden dat we als bewijs van Gods genade in onszelf opmerken dat we het vaste voornemen hebben onze naaste van harte te vergeven. Maar even terecht is het dat dat slot een bijzin is bij de hoofdzin: “Wil ons, arme zondaren, om het bloed van Christus geen van onze misdaden toerekenen en ook niet de slechtheid die altijd nog in ons is”. Want we bidden de vijfde bede niet omdat we het zo goed doen in de omgang met onze naasten, maar we bidden de vijfde bede omdat we het helemaal niet zo goed doen in de omgang met onze naasten.

[ppt] Hoort de bede om vergeving van onze zonden dan bij het normale christelijke leven, omdat de zonde zelf bij het normale christelijke leven hoort? Misschien bent u wel geneigd die vraag met ‘ja’ te beantwoorden. Want het is toch ook zo dat we nu eenmaal zondig zijn? Dat zegt de Catechismus zelf. We doen niet alleen zonden, maar zijn ook zondig. Dat we zonden doen komt juist van de slechtheid die nog altijd in ons is. En dat blijft ook zo. Want moet zelfs een grootheid in het koninkrijk van God als de apostel Paulus niet erkennen: “Ik besef dat in mij, in mijn vlees, het goede niet aanwezig is. Ik wil het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik. Wie zal mij, ongelukkig mens, verlossen van dit lichaam dat beheerst wordt door de dood?” (Rom.7, 18.19.24, NBV/NBG-51) Naar aanleiding van deze woorden zeggen de Dordtse Leerregels: [ppt] “Degenen die God naar zijn voornemen roept tot gemeenschap met zijn Zoon, onze Here Jezus Christus, en door de Heilige Geest opnieuw geboren doet worden, verlost Hij wel van de tirannie en slavernij van de zonde. Maar hij verlost hen in dit leven niet helemaal van het vlees en het lichaam der zonde” (DL V 1).
Als je die woorden even snel leest, dan lijkt er te staan wat je al dacht: dat wij in dit leven nu eenmaal zondig zijn en blijven. Het kan best zijn dat die gedachte je ingegeven is door het beroemd-beruchte vraag en antwoord 114 van de Catechismus: [ppt] dat zelfs de allerheiligsten in dit leven niet meer dan een klein begin hebben van de gehoorzaamheid die God van je vraagt. Veel gereformeerden kunnen dat zinnetje wel dromen. Volgens een boekje dat we tegenwoordig in groep 2 van de catechisaties gebruiken is het blijkbaar ook de bedoeling dat onze kinderen dat zinnetje in elk geval kunnen blijven dromen. Want de rest van het antwoord staat maar niet meer afgedrukt. Stond er dan nog meer? Wel degelijk! Want het hele antwoord luidde zo: [ppt] Zelfs de allerheiligsten hebben in dit leven niet meer dan een klein begin van deze gehoorzaamheid, maar wel zo, dat zij met een ernstig voornemen niet slechts naar sommige, maar naar alle geboden van God beginnen te leven”.
Die geest ademt ook dat woord uit de Dordtse Leerregels. “Hij verlost ons in dit leven niet helemaal van het vlees en het lichaam der zonde”, dat is wel even wat anders dan: ‘Het is niks en het wordt voorlopig ook niks’. Want er staat niet dat God ons in dit leven helemaal niet verlost van onze zondige aard. Het is juist omgekeerd: Hij verlost ons niet helemaal van onze zondige aard. Als ik dat zo nazeg, gaat me meteen een liedje door het hoofd zingen dat kinderen vaak tijdens een schoolreisje zingen: [ppt]“We zijn er bijna, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal, helemaal”. Want wat hield dat kleine begin bij die allerheiligsten volgens de Catechismus ook maar weer in? Dat ze niet slechts naar sommige, maar naar alle geboden van God beginnen te leven. Het is maar wat je klein noemt. Vergeleken met waar we naartoe gaan is het misschien een klein begin, maar vergeleken met waar we vandaan komen is het op zijn minst een goed begin.
Volgens de Dordtse Leerregels is er in het leven van iemand die door de Heilige Geest opnieuw geboren is, wel degelijk echt iets veranderd. Want ook al verlost God ons in dit leven niet helemaal van het vlees en het lichaam van de zonde, [ppt] Hij verlost ons wel van de tirannie en de slavernij van de zonde. De Dordtse Leerregels verwijzen daarvoor naar Johannes 8 vers 34 en Romeinen 6 vers 17. In dat woord uit Johannes zegt de Here Jezus: “Waarachtig, ik verzeker u, iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde. Nu blijft een slaaf niet voor eeuwig in het huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig. [ppt] Dus wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn”. En in dat woord uit Romeinen zegt de apostel Paulus: “God zij gedankt: u was slaven van de zonde, maar nu gehoorzaamt u van ganser harte de leer waaraan u zich hebt toevertrouwd, en bevrijd van de zonde hebt u zich in dienst gesteld van de gerechtigheid. Toen u nog slaven van de zonde was, was u niet geboden aan de gerechtigheid. Wat hebt u daarmee geoogst? Dingen waarvoor u zich nu schaart, want ze leiden tot de dood. Maar nu, [ppt] bevrijd van de zonde en in dienst van God, oogst u toewijding aan hem en zelfs het eeuwige leven”.
Het is dan ook diep treurig dat niet alleen buitenstaanders, maar ook binnenstaanders van de gereformeerde leer niet meer onthouden hebben dan dat de allerheiligsten in dit leven slechts een klein begin van gehoorzaamheid hebben, omdat ze van Paulus niet meer onthouden hebben dan dat ook hij zich maar een ellendig mens voelde. Want ook al hoort de bede om vergeving van zonde bij het normale christelijke leven, [ppt de zonde zelf hoort niet bij het normale christelijke leven. Wie meent dat dat wel zo is, die moet niet evangelisch worden, maar die moet eindelijk gereformeerd worden. Maar ondertussen zou het best eens kunnen zijn dat je evangelisch moet worden om nog gereformeerd te kunnen blijven. Want het enthousiasme van mensen die zich bevrijd voelen van hun verslaving aan de zonde dooft uit, als er steeds weer op de rem getrapt wordt met: “Hoho, niet zo enthousiast. Want het wordt in dit leven nooit meer dan een klein begin”. Ik vraag me wel eens af of mensen die meteen over dat kleine begin beginnen, dat kleine begin zelf wel hebben. Want als je toch zelf met een ernstig voornemen niet naar sommige, maar naar alle geboden van God begint te leven, dan wuif je dat toch niet weg met: “Och, eigenlijk is er ook nog niet zoveel bij me veranderd”?
Maar stel dat dat waar is, dat je zegt dat je echt wel gelooft, maar dat erdoor dat geloof nog niet zoveel bij je veranderd is – ik zeg stel, want volgens de gereformeerde belijdenis kan dat dus helemaal niet. Om uit het derde van de drie formulieren van eenheid, de Nederlandse Geloofsbelijdenis alleen de openingszin van artikel 24 aan te halen: [ppt] “Wij geloven dat dit ware geloof, in de mens verwekt door het horen van het woord van God en door de werking van de Heilige Geest, hem opnieuw geboren doet worden en hem tot een nieuwe mens maakt. Dit ware geloof doet hem leven in een nieuw leven en bevrijdt hem uit de slavernij van de zonde”. Maar goed, stel dat je zegt dat je echt wel gelooft, maar dat er door dat geloof nog niet zoveel bij je veranderd is – hoe kun je dan bidden: “Vergeef ons onze schulden?” Dat kun je toch alleen bidden, als je je zonden zelf ook betreurt? Waarom zou je God om vergeving van je zonden vragen, als je zelf vindt dat die zonden er nu eenmaal bij horen? [ppt]
Nee, broeders en zusters, die zonden horen er niet langer bij. Niet als je gelooft dat je oude mens met Christus begraven is en je nieuwe mens met Christus is opgestaan.

Nu heeft het oude leven afgedaan!
Wij mogen aan de toekomst toebehoren,
want grote dingen heeft de Heer gedaan:
wij zijn als kinderen van God herboren.

Geen macht op aarde houdt hem in zijn macht
die werd begraven in de dood des Heren,
die opstond tot het leven in zijn kracht
om aan zijn hand een nieuwe weg te leren.

Water en geest verwekte door de doop
een nieuwe mens, die voortaan vrij mag leven.
Bevrijd van zonde en vervuld van hoop
mag hij zijn krachten aan het Godsrijk geven.

Lied 343 uit het liedboek voor de Kerken. Niet vrijgegeven voor gebruik in onze kerken, misschien omdat het niet geschreven is door een volgeling van Johannes Calvijn, maar door een volgeling van Menno Simons.
Toch beroert dit lied snaren in mijn gereformeerde hart. Zo mag ik in het leven staan, zo wil ik in het leven staan. Juist daarom doet het gebed dat Christus ons geleerd ook zo’n pijn. Niet alleen omdat je nog steeds vergeving moet schenken, maar ook omdat je nog steeds vergeving moet ontvangen. Daarom schreeuwt Paulus het ook uit: [ppt] “Ik, ellendig mens!” Juist omdat hij door de dood en de opstanding van Christus niet meer aan het verleden, maar aan de toekomst toebehoort. Als er toch iemand met een verleden was, dan Paulus wel. Als er toch iemand was, voor wie die woorden uit dat lied opgingen dan Paulus wel. Juist hij die, bevrijd van zonde en vervuld van hoop, zijn krachten mocht geven aan het koninkrijk van God, moest erkennen dat het slechts een klein begin was. Hij die gezonden was om uit te roepen dat er om Christus’ wil vergeving van zonde is, moest steeds weer naar zijn Zender terug om zelf om die vergeving te vragen. Je zou bijna zeggen: hoe groter dat kleine begin van gehoorzaamheid in je leven is, des te meer ga je verlangen naar de volmaakt die je nog steeds niet hebt.

Wat een troost dat Johannes dan schrijft in zijn eerste brief: [ppt] “Mocht een van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus de rechtvaardige. Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld”. Maar er gaat wel iets aan vooraf: [ppt] “Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt”. Want Christus is niet voor onze zonden gestorven, opdat wij maar arme zondaren zouden blijven. Of om Johannes weer het woord te geven: “God is licht, er is in hem geen spoor van duisternis. Als we zeggen dat we met hem verbonden zijn terwijl we onze weg in het duister gaan, liegen we en leven we niet volgens de waarheid. Maar gaan we onze weg in het licht, zoals hijzelf in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, zijn Zoon, ons van alle zonde”.

Amen.