Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Boer zoekt trouw
titel : Boer zoekt trouw
datum : 16 januari 2011
volledige onderwerp : Zondag 41
Download deze preek.

Preek over HC zondag 41 (Den Ham, 16-1-11)

Ps.26:2,3,6
Gez.148 (na dopen Tim Nathan Plaggenmars)
L Mat.19,1-12
Ps.57:1,2
T HC zondag 41
Lied 435:2,5
Ps.117 (na apostolische geloofsbelijdenis)
Gez.160 (na collecte)

Gemeente van de Here Jezus,

“Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen”. Zo reageren de leerlingen op Jezus’ onderwijs over het huwelijk. Ze ervaren het blijkbaar als demotiverend. Als het zo ligt als U zegt, dan kun je er maar beter niet aan beginnen.
Nu kunnen we natuurlijk meteen afvliegen op wát Jezus dan gezegd heeft, maar het lijkt me beter om eerst even bij stil te staan bij de reactie die zijn woorden oproepen bij zijn leerlingen: dat je er moedeloos van zou worden. Is dat niet vreemd? Jezus is toch de man die gezegd heeft: “Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht” (Mat.11,28-30)? Maar zijn leerlingen vinden zijn juk maar hard en zijn last zwaar.
Je kunt dan ook voorspellen wat de reactie zal zijn als zij na Jezus’ hemelvaart op weg gaan, om alle volken tot leerlingen van Jezus maken door hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat Jezus hun opgedragen heeft (Mat.20,19.20). Zullen die leerlingen uit alle volken niet net zo reageren op hun onderwijs, als zij zelf reageerden op Jezus’ onderwijs? Want de regels van de kerk over het huwelijk, zijn die niet hard en zwaar? Je kunt daarop zo reageren als Jezus’ eerste leerlingen: “Als het in de kerk zo ligt, kun je de band van het huwelijk maar beter niet aangaan”, maar een andere reactie is ook mogelijk: “Als het in de kerk zo ligt, kun je de band met de kerk maar beter verbreken”.
Zo denken veel mensen vandaag de dag in elk geval wel over het huwelijk. Sommigen zeggen: “Als je elkaar werkelijk trouw zou moeten blijven tot de dood je scheidt, kun je beter eerst gaan samenwonen”. Anderen zeggen: “Dat je elkaar trouw zou moeten blijven tot de dood je scheidt, dat is slechts de mening van de kerk. Maar die mening leg ik naast me neer. Want hoe kun je nou een belofte doen voor je hele verdere leven? Dat kun je toch helemaal niet overzien? Als ik al ga trouwen, dan onder het motto: ‘We zien wel waar het schip strandt’. Meer kan ik niet beloven, meer ga ik dus ook niet beloven”.
Die beide meningen klinken door in een fragmentje uit het razend populaire tv-programma ‘Boer zoekt vrouw’, dat ik u wil laten zien. Hoewel het in dit geval gaat om ‘Boerin zoekt man’. Boerin Annemarie doet een kennismakingsspel met Johannes, Harrie en Adriaan. Ze is benieuwd hoe haar mannen denken over trouwen of samenwonen. Kijk zelf maar. [filmpje] Het is duidelijk dat Annemarie, als het wat wordt met één van de drie, eerst wil gaan samenwonen en dan eventueel pas trouwen. Want als je gelijk gaat trouwen, “dan heb je alle ongemakken ook van elkaar. Trouwen, dan zit je gelijk… Dat is toch iets officieels. Dat doet je niet zomaar effe”. Dat laatste heeft Annemarie gelijk in: trouwen, dat doet je niet zomaar effe. Maar waarom doe je dat niet zomaar effe? “Dan heb je alle ongemakken ook van elkaar. Dan zit je gelijk…” Dan zit je gelijk… wat? Volgens mij bedoelt Annemarie: Dan zit je gelijk aan elkaar vast.
Ik liet dit filmpje niet zien met de bedoeling dat u zou denken: “Foei, foei, die Annemarie”. Want Annemarie zegt precies hetzelfde als de grondleggers van de kerk van Christus: “Als het zo met de verhouding tussen een man en een vrouw gesteld is, kun je maar beter niet trouwen”. Ze bevindt zich dus in goed gezelschap. Misschien zelfs wel in jouw gezelschap. Zegt zij hardop wat jij ook denkt: “Trouwen, dat doe je niet zomaar effe?” Dat is dan een goede gedachte.
Maar wat zit er achter die gedachte? Schrik je soms terug voor dingen die je niet zomaar effe doet? Wat is dat? Wil je je niet teveel binden? Ben je bang dat je vrijheid op een of andere manier in de verdrukking komt? Stel dat dat zo is, vind je dan eigenlijk dat je door te trouwen een deel van je vrijheid inlevert? Wat voor beeld heb je dan van het huwelijk? Jezus haalt een woord van zijn Vader aan, waarin Die zegt: “Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, de die twee zullen één woorden; ze zijn dan niet langer twee, maar één”. Waarom schrikt je dat af? Wil je niet één worden met je vrouw of je man? Hangt er natuurlijk vanaf wat daarmee bedoeld wordt. Maar als dat nou betekent dat je niet langer twee bent, maar één geworden bent? Dat zegt Jezus toch. Komt de ander dan te dichtbij? Wil je wel samenwonen, maar niet trouwen, omdat je niet één wilt worden? Wil je toch op de een of andere manier je zelfstandigheid behouden? Wil je maar tot op zekere hoogte één worden? Wil je wel één worden, maar tegelijk twee blijven?
Toch is dat precies wat Jezus’ leerlingen bedoelden, toen ze zeiden: “Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen”. Want wat had Jezus gedaan? Hij had de ontsnappingsclausule uit het huwelijkscontract geschrapt. Mozes had weliswaar toegestaan dat een man zijn vrouw een scheidingsbrief overhandigde om haar daarmee te verstoten, maar dat is niet vanaf het begin zo geweest. Daarom wilde Jezus terug naar hoe het van het begin wél was geweest. Als zijn Vader het huwelijk zó bedoeld had, dan moesten zijn kinderen het huwelijk ook zó in ere houden: zonder de mogelijk het nog terug te kunnen draaien. Of er moet al sprake zijn van “een ongeoorloofde verbintenis”. D.w.z.: als die twee al niet meer één lichaam zijn, omdat één van beiden een lichamelijke verbintenis met een derde is aangegaan.
Let goed op: Jezus zegt dit niet om toch nog een ontsnappingsclausule in het huwelijkscontract op te nemen. Zo zijn zijn woorden wel vaak opgevat. Overspel zou dan een grond voor echtscheiding zijn. Dat spreken over echtscheidingsgronden had echter tot gevolg dat de indruk gewekt werd dat Jezus in sommige gevallen echtscheiding wel goed zou vinden. Alleen moet er dan wel sprake zijn van overspel. Om problemen met de kerk te voorkomen, moet je dus kunnen aantonen dat het gedrag van je partner op zijn minst veel van overspel weg heeft. Je zou het daardoor bijna gaan betreuren als je veel van je partner kunt zeggen, maar niet dat hij of zij vreemdgaat. Want dan zou je mogen scheiden. Maar nu blijf je aan hem of haar vastzitten. Op die manier laat je Jezus het tegenovergestelde zeggen van wat Hij bedoelt. Want de spits van Jezus’ woorden is niet dat echtscheiding soms goed is, maar dat echtscheiding altijd een kwaad is. Bij overspel is dat kwaad echter al geschied: die twee zijn niet één, maar drie geworden. Jezus zegt dus niet dat je dan mag scheiden, maar dat je dan al in feite al gescheiden bent. Wie dat ‘goed’ noemt, heeft van zijn woorden niets begrepen.
Jezus maakt van het huwelijk niet een gevangenis door de scheidingsbrief bij het oud papier te doen, voor Jezus’ leerlingen wordt het huwelijk een gevangenis als Jezus de scheidingsbrief bij het oud papier doet. “Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen”. Dan zeggen ze het nog netjes, want wat ze bedoelen is: “Dan heb je dus levenslang!” Inderdaad, dan heb je levenslang. Maar wat is daar nou zou erg aan? Waarom begint Annemarie te stotteren van: “dan zit je gelijk… (aan elkaar vast)”? Waarom wil je niet aan de ander vast zitten? Waarom wil je wel – heel romantisch – over de drempel van de voordeur gedragen worden, maar alleen als de achterdeur op een kier blijft staan?
Jezus antwoordt: “Omdat u harteloos en koppig bent”. Vroeger stond er: “met het oog op de hardheid uwer harten”. Daar kon je nog alle kanten mee op. Daarom is het goed dat dat met de Nieuwe Vertaling niet meer kan. Als het huwelijk zoals God het bedoeld heeft jou aan een gevangenis doet denken, bewijst dat juist hoe harteloos en koppig je bent. Je hebt blijkbaar geen enkel gevoel bij wat God met het huwelijk voor ogen stond. Harteloos ben je. Je wilt blijkbaar geen enkel gevoel hebben bij wat God met het huwelijk voor ogen stond. Koppig ben je.
Nu zegt de Here Jezus dat gelukkig niet tegen zijn leerlingen, maar tegen de Farizeeën. Maar laten we niet te vroeg juichen. Want waarom waren die Farizeeën meteen over het huwelijk begonnen, toen Jezus Judea binnenkwam? Omdat ze wisten dat Jezus Zich niet populair zou maken, wanneer Hij Zich daarover zou uitspreken. In Galilea had Hij immers al verklaard: “Er werd gezegd: ‘Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief meegeven’. En ik zeg jullie: ieder die zij vrouw verstoot, drijft haar tot overspel – tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbinding; en ook wie trouwt met een verstoten vrouw, pleegt overspel” (Mat.5,31.32). Als Hij dat in Judea zou herhalen, zou het snel gebeurd zijn met zijn populariteit. En verdraaid, ze krijgen meteen gelijk. Want hoe reageren zijn eigen leerlingen? “Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen”. Zij blijken dus al net zo harteloos en koppig te zijn als de Farizeeën. Ja, dat harde oordeel treft ook jou, als je diep in je hart ook zo denkt. Dan ben je zelf al net zo afgestompt. Je hebt geen gevoel meer voor hoe het vanaf het begin geweest is. Je hebt geen antenne meer voor hoe God het in het begin bedoeld heeft. Je zit op een heel andere golflengte dan Hij. Je voelt Hem blijkbaar niet meer aan.
Maar ook al heeft God het in het begin anders bedoeld, wij leven toch niet meer in het begin? Jezus doet net alsof we nog in het paradijs leven, als Hij die woorden uit Genesis 2 aanhaalt: “Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden; ze zijn dan niet langer twee maar één”. Dan had Mozes het toch beter begrepen. Hij wist dat de praktijk weerbarstig was en stond daarom maar toe dat een man zijn vrouw met een scheidingsbrief wegstuurde. Als het niet zo gaat als het moet, moet het maar zoals het gaat.
Nu, dat zegt Jezus inderdaad niet. Is Hij dus maar een wereldvreemde idealist: iemand die niet weet hoe het in de wereld werkt? Als je dat denkt, weet je dan wel wie Hij is? Hij spreekt hier spreekt als de Zoon van zijn Vader: de Schepper van hemel en aarde. In plaats van Hem wereldvreemd te noemen, kun je je beter afvragen of je zelf niet vervreemd bent van de wereld die God geschapen heeft. Ja, of je niet vervreemd bent van de mens die Hij geschapen heeft. Vertoon je het beeld van God nog, als zijn trouw je vreemd is? Laat voor even eens de gedachte toe dat die vreemde God jou nog steeds trouw is. Denk je eens in dat Hij het vreemd vindt dat jij niet zo trouw wilt zijn aan de man of vrouw die Hij je gegeven heeft als Hij is aan jou. Stel je eens voor dat God niet zo afgestompt is als jij, omdat het woord ‘scheidingbrief’ in zijn woordenboek niet voorkomt Jes.50,1). Daarom is zijn Woord juist mens geworden is (Joh.1,14). Jezus spreekt maar niet van de trouw die er in het begin geweest is, maar is de trouw die er aan het begin van de geschiedenis geweest is, in het midden van de geschiedenis is en aan het eind van de geschiedenis zal zijn. Als die trouw ons vreemd is, dan zal Hij zorgen dat die trouw ons weer eigen wordt. Hij komt ons die trouw weer brengen. Opdat wij niet zouden zeggen: “Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen”, maar: “Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter wel trouwen”. Want midden in de wildernis is het huwelijk blijkbaar nog steeds bedoeld als een stukje paradijs op aarde. Iets om aan vast te houden, zoals God eraan vasthoudt. Iets om jezelf voor jezelf aan te geven, zoals God zich eraan geeft Iets om voor te vechten, zoals God ervoor vecht.. Iets om jezelf voor weg te cijferen, zoals God Zich ervoor wegcijfert. Iets om aan te lijden, zoals God eraan lijdt.
Dat laatste drukt Jezus uit met die raadselachtige woorden waarmee Hij besluit: “Sommigen zijn onvruchtbaar geboren, anderen zijn door mensen onvruchtbaar gemaakt, weer anderen hebben zichzelf onvruchtbaar gemaakt hebben met het oog op het koninkrijk van de hemel”. U merkt dat ik een paar woorden uit de Nieuwe Bijbelvertaling weglaat: “Sommigen trouwen niet want ze zijn onvruchtbaar geboren werden, anderen trouwen niet want ze zijn door mensen onvruchtbaar zijn gemaakt, weer anderen trouwen niet want ze hebben zichzelf onvruchtbaar gemaakt hebben met het oog op het koninkrijk van de hemel”. Hier wil de Nieuwe Bijbelvertaling wat teveel uitleggen. Want het gaat hier niet om mensen die om verschillende redenen niet trouwen, maar om mensen die om verschillende redenen onvruchtbaar zijn. Maar dat woord ‘onvruchtbaar’ laat ik wel staan. Want dat is precies wat Jezus hier bedoelt. De kerkvader Origenes, die leefde in de derde eeuw, heeft deze woorden letterlijk opgevat, en zichzelf ontmand. Hij heeft daar later blijkbaar spijt van gekregen, want in zijn commentaar op Matteüs schrijft hij, dat deze woorden beslist niet letterlijk opgevat mogen worden. Maar hoe dan wel?
Jezus gaat in dit raadselachtige woord in op de reactie van zijn leerlingen: “Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen”. Hij geeft ze geen gelijk: Inderdaad, met het oog op het koninkrijk kun je maar beter afzien van het huwelijk. Nee, Hij bedoelt precies het omgekeerde: sommigen hebben zich met het oog op het koninkrijk van de hemel onvruchtbaar gemaakt, niet door af te zien van het huwelijk, maar juist door te blijven kiezen voor hun huwelijk, hoe onvruchtbaar die weg ook in de ogen van mensen mag zijn.
Waarom zou je dat doen: blijven kiezen voor zo’n huwelijk? Een huwelijk waarin de verwachtingen die je had toen je ging trouwen niet uitkomen. Een huwelijk waarin je moet geven zonder dat je wat terugkrijgt. Een huwelijk waarin je moet nemen zonder dat je jezelf kwijt kunt. Een huwelijk waarin je jezelf nauwelijks kunt ontplooien, maar vooral moet wegcijferen. Waarom zou je dat doen? Jezus spreekt de hoop uit dat je dat zult doen “met het oog op het koninkrijk”. Dat wil zeggen: omdat je hoort bij de Koning van dat koninkrijk, die, “denkend aan de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, zich niet liet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en naam plaats aan de rechterzijde van de troon van God” (Hebr.12,2).
Blijven kiezen door een huwelijk dat in de ogen van de mensen onvruchtbaar blijft is dus niet hopeloos. Jezus zelf kon in elk geval kiezen voor een leven waarin hij Zichzelf niet kon ontplooien, omdat Hij dacht aan de vreugde die voor Hem in het verschiet lag. Betekent dat dat je pas weer echt blij kunt zijn, als je in de hemel bent? Nu, dat je pas echt blij kunt zijn als je bij je Heer bent, is waar. Maar daarvoor hoef je niet ongelukkig getrouwd te zijn. Ook als je wel gelukkig getrouwd bent, zul je pas echt blij zijn als je bij je Heer bent. Maar dat betekent niet dat je leven tot die tijd onvruchtbaar is. Jezus was tijdens zijn leven op aarde al Iemand om van te houden, juist omdat Hij niet zijn eigen geluk, maar dat van zijn naaste in het middelpunt zette. Jezus’ schoonheid blonk niet pas toen Hij plaatsnam aan Gods rechterhand, maar al toen Hij de gestalte van een slaaf aannam. Zijn schoonheid bestond juist in zijn nederigheid. “Laat hij zijn kruis dagelijks blijmoedig dragen in de navolging van Christus en in hem blijven met waar geloof, vaste hoop en vurige liefde”, baden we voorafgaand aan de doop van Nathan Plaggenmars. Daarmee vroegen we God of in zijn leven de schoonheid van Jezus zichtbaar mag worden.
De weg die Jezus ons wijst lijkt zo onvruchtbaar. Het ís ook een pijnlijke weg. Maar Jezus leert je die pijn niet uit de weg te gaan, maar te aanvaarden. Hij wil je leren te leven met het onvolkomene. Maar nog steeds om je leven tot bloei te brengen. Dan gaan er andere vruchten aan de wijnstok van je leven laten groeien dan je jezelf voorgesteld had: vruchten van de Geest, in plaats van vruchten van het vlees. Maar het zijn toch echt vruchten.
Jezus zegt: “Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt, snijdt Hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit Hij bij, opdat hij meer vrucht draagt” (Joh.15,1.2). Pardon? Zeg dat nog eens? Welke rank snoeit Hij bij? De rank die wél vrucht draagt. Opdat hij meer vrucht draagt.

Amen.