Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > God = liefde (over de Drie-eenheid)
titel : God = liefde (over de Drie-eenheid)
datum : 7 november 2010
volledige onderwerp : Zondag 08
Download deze preek.

Preek over HC zondag 8 (G’kerk, 23-8-’98/Niezijl, 30-8-’98; Leek, 13-2-00; Leens, 30-9-01; Grootegast, 23-6-02: GZR, 22-2-04; De Lier, 5-2-06; Balkbrug, 7-11-10; opnieuw bewerkt voor Den Ham, 21-9-11)

Ps.103:3,5,9
L 1Kor.2,1-12
Lied 95
T HC zondag 8
Ps.118:1,8
Ps.118:10 (na apostolische geloofsbelijdenis)
Gez.141 (na collecte)


Gemeente van Jezus Christus,

Misschien kunt u zich nog iets herinneren van de preek over de zondagen 5&6 van de HC, die ik hier twee geleden gehouden heb. In die zondagen belijden we dat onze Middelaar en Verlosser, Jezus Christus, echt God en echt mens is. En dat Hij, om onze Middelaar en Verlosser te kunnen zijn, ook echt God en echt mens moest zijn. De Catechismus probeert ook inzichtelijk te maken waarom Jezus Christus echt God en echt mens moest zijn. Hij moest echt mens zijn, omdat Gods recht eist dat de menselijke natuur die gezondigd heeft ook voor de zonde betaalt. Wij zeggen tegenwoordig: De vervuiler betaalt. Maar Hij moest ook echt God zijn om uit kracht van zijn godheid de last van Gods toorn aan zijn menselijke natuur te kunnen dragen. Daarmee zegt de Catechismus dus eigenlijk dat je echt God moet zijn om nog echt mens te kunnen zijn.
Maar hoe kan dat nou samengaan? Als je probeert dat mysterie na te denken, kom je uit bij een soort bezweringsformules waar je je niks meer bij kunt voorstellen: Jezus Christus is één Persoon in twee naturen. Leg zo’n formule eens voor aan een buitenkerkelijke. Hij zou denken dat onze Heiland een gespleten persoonlijkheid was; dat Hij leed aan M.P.S.: een meervoudig persoonlijkheidssyndroom. Die kritiek kun je alleen maar pareren met nog spitsvondiger theologische onderscheidingen. Zo van: Zeker, de twee naturen in Christus zijn inderdaad niet vermengd en niet veranderd. Maar tegelijk zo verenigd in de ene Persoon van Christus, dat ze toch niet gedeeld en niet gescheiden zijn. Zo is het misverstand weer bezworen, door het concilie van Chalcedon uit het jaar 451. Maar betekent dit allemaal nog iets?
Nu zijn we twee zondagen verder, bij zondag 8, en lopen we nu niet tegen precies hetzelfde op, als we belijden dat onze God een drie-enig God is? Eén Wezen, drie personen. Vader, Zoon en Heilige Geest, alle drie God, en toch niet drie Goden, maar één God. Vader, Zoon en Heilige Geest, alle drie God, dus niet alle drie voor één derde God. Moeten we dan niet opnieuw zeggen: Daar is geen touw aan vast te knopen? Betrekkelijk kort achter elkaar krijgen we van de kant van de Catechismus de indruk dat geloven een soort hogere wiskunde is. Eerst al: Jezus Christus, één persoon in twee naturen, en nu weer: God, één Wezen in drie Personen. Moet dat nu allemaal zo ingewikkeld? Goed, ‘t zal allemaal wel waar zijn, maar kan niet beter de theologie zich daar maar mee bezig houden? Moet nu werkelijk de gemeente hiermee vermoeid worden?
Nou, blijkbaar wel. De geloofsbelijdenis van Athanasius zegt tenminste: Al wie behouden wil worden, moet voor alles het algemeen geloof vasthouden. En wat is dan dat algemeen geloof? Dat wij de ene God in de Drieheid en de Drieheid in de Eenheid vereren. Je redding staat en valt dus met je geloof in God als de Drie-enige.
Is dat niet een beetje overdreven? Is dat niet typisch zo’n christelijke onhebbelijkheid, of misschien moet ik wel zeggen: onchristelijke hebbelijkheid, om tegenover andere gelovigen zo hoog mogelijke drempels op te werpen? Door te beweren dat zij alleen behouden kunnen worden als zij instemmen met jouw specialiteit van het huis? Instemmen met de twaalf artikelen, dat zou toch genoeg moeten zijn? Waarom moet het geloof toch altijd zo moeilijk, zo theoretisch gemaakt worden?
Het gekke is echter, dat de Catechismus de leer van de Drie-eenheid aan de orde stelt, niet om het moeilijk te maken, maar om het makkelijk te maken, niet om het theoretisch te maken, maar om het persoonlijk te maken. Zondag 8 sluit immers aan bij zondag 7. En daar werd gevraagd en geantwoord: Wat moet een christen geloven? Antwoord: Alles wat ons in het Evangelie beloofd wordt. Daarvan geven de artikelen van ons algemeen en ontwijfelbaar christelijk geloof een samenvatting. En dan volgen de twaalf artikelen. Maar nu gaat de Catechismus die twaalf artikelen nog een keer samenvatten. Het kan blijkbaar nog korter en nog eenvoudiger. Als je heel kort en eenvoudig moet samenvatten wat je gelooft, dat kom je hier bij uit: bij de drie-enige God.
En als je zondag 8 ziet tegen de achtergrond van zondag 7, dan kun je zelfs zeggen: De leer van de Drie-eenheid, die is niet alleen kort en eenvoudig, die is ook persoonlijk. Wat moet ik geloven?, vroeg zondag 7. En het antwoord luidde: Alles wat ons in het Evangelie beloofd wordt. En wat wordt er dan in het Evangelie beloofd? De drie-enige God! In het geloof gaat het maar niet om schepping, verlossing, heiligmaking. In het geloof gaat het om God. Er worden ons in het evangelie maar geen dingen beloofd, God zélf wordt ons in het evangelie beloofd. En dan niet God voor een deel, nee, ons deel is de drie-enige God, God helemaal. Dat is het evangelie: God voor ons. God onze Vader, God onze Broeder, God onze Hartsvriendin, God boven ons, God met ons, God in ons.
Het zou voor u, broeders en zusters, een complete ramp zijn als ik de leer van de Drie-eenheid maar voor mijn studeerkamer zou bewaren. Als ik u, zogenaamd “praktisch”, niet zou “vermoeien” met die moeilijke Drie-eenheid, maar, zogenaamd “praktisch”, me zou beperken tot u te vertellen wat u in uw dagelijks leven allemaal aan het geloof moet doen. Dat zou voor u pas vermoeiend zijn. Want in het christelijk geloof gaat het niet om wat wij allemaal moeten doen, maar om God. De ene, hele, eeuwig rijke God die ónze God is. De Schepper van hemel en aarde die in zijn Zoon Jezus Christus in jouw huid gekropen is en door zijn Geest in jouw hart troont. En het is een zegen, dat de Catechismus, na in zondag 7 de apostolische geloofsbelijdenis geciteerd te hebben, niet meteen overgaat tot de behandeling van God de Vader en onze schepping, God de Zoon en onze verlossing en God de Heilige Geest en onze heiligmaking, maar dat de Catechismus ook stil wil staan bij de eenheid in die drieheid. Want in dat drievoudige werk van schepping, verlossing en heiligmaking hebben we te doen met de ene God, de hele God en de echte God. In de leer van de Drie-eenheid ontmoeten we de ene, de hele en de echte God. En die ene, die hele, die echte God is liefde, juist omdát Hij de drie-enige God is. Ik wil dat voor u nog wat verder uit werken, onder het volgende thema:

God is liefde, want Hij is drie-enig.

1. Liefde is echt God
2. Verlossing is echt God

1. “God is liefde”, zegt de apostel Johannes in zijn eerste brief. Dat is misschien wel het meest diepe woord dat er in de Bijbel over God te vinden is. Want met dit woord wordt Gods Wezen aangeduid. God = liefde. Er staat niet: God is lief. Dan zou Gods liefde slechts een aspect, een kant van God zijn. Een eigenschap, een karaktertrek. Naast andere eigenschappen, andere karaktertrekken. Zoals ook mensen meer eigenschappen, meer karaktertrekken hebben. En je kunt een mens nooit met één woord typeren. Maar God wel. Hij is maar niet lief, Hij is liefde. Hij is de liefde in eigen persoon.
De Joden hebben de christelijke belijdenis van God als de drie-enige altijd bestreden met een beroep op Dt.6,4: “Hoor Israël: de HERE is onze God, de HERE is één”. En dus niet drie. Maar dat is een hele oppervlakkige kritiek. Het woordje “één” in Dt.6 is meer dan het getal één: Er is maar één God. Dat staat er ook. Er is maar één God: de HERE, en Hij is de enige. Maar “de HERE is één”, dat betekent ook: Hij is een eenheid, zijn Wezen is harmonie, gemeenschap, eenheid. De leer van de Drie-eenheid ligt al in dat door de Joden zo graag geciteerde woord besloten. De HERE is één, maar dat betekent niet: De HERE is eenzaam, Hij is alleen. Hij leeft juist van eeuwigheid, al van voor de grondlegging der wereld, al van voor de schepping van de mens, in een gemeenschap van liefde. De Vader heeft de Zoon lief en de Zoon heeft de Vader lief. Ze beminnen elkaar van eeuwigheid tot eeuwigheid door de Heilige Geest, die van beiden en tot beiden uitgaat. Dat is liefde: Je helemaal overleveren aan de ander, je hoogste vreugde vinden in het leven voor de ander, helemaal opgaan in elkaar, genieten van elkaar, van de liefde die je geeft en ontvangt. Zo is God liefde, liefde zijn lust en zijn leven. Zijn Wezen is liefde. Hij bestaat als Drie-enige in liefde.
Dat het daar in Deuteronomium 6 vers 4 om gaat, blijkt als er in het volgende vers staat: “Heb daarom de HEER lief met heel uw hart, heel uw ziel en heel uw kracht”. Ook wij moeten één zijn in liefde. Want we moeten Hem met álles wat in ons is líefhebben. Wij moeten één in liefde zijn voor een God die één in liefde is.
De leer van de Drie-eenheid is dus niet een ingewikkeld maken van de eenvoudige belijdenis van de eenvoudigheid van God, dat de HERE één is. In de leer van de Drie-eenheid leren we juist God kennen als een God die wezenlijk liefde is. Zijn eenheid bestaat in zijn liefde. Hij is één, want Hij is liefde. Hij is één, want Hij is drie.
In artikel 9 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis worden, naast valse christenen die de leer van de drie-eenheid loochenen, ook de joden genoemd. Dat is geen uiting van antisemitisme, maar daaruit spreekt echte liefde voor God. De kerk kan het niet hebben als God onrecht aangedaan wordt. Dat gebeurt als je van de leer van de drie-eenheid een christelijke extraatje maakt, dat je kunt weglaten zonder dat je godsbeeld er wezenlijk anders van wordt. Maar in de leer van de Drie-eenheid spreken we niet uit wat God nog meer is, maar Wie God ten diepste is: liefde. In de leer van de Drie-eenheid gaat het over Gods hart. Een hart dat al van liefde klopte toen wij nog vijanden waren, toen wij nog geen vijanden waren, ja zelfs toen wij er nog niet waren. Maar de Joden snijden Gods hart uit zijn Wezen, en houden de formele belijdenis over dat er maar één God is. Dat is een belijdenis waaraan het wezenlijke ontbreekt: de liefde. Daarom schaart NGB art.9 de Joden ook op één lijn met de “Mohammedanen”, de moslims. Want de HERE, Jahwe, is geen Allah, die wel “de barmhartige” genoemd wordt, maar dat niet wezenlijk kan zijn. Allah is slechts het vergoddelijkte noodlot, de almachtige rechter.
Moslims ontkennen het eeuwige Zoonschap van Christus, omdat God volgens hen, om een Zoon te kunnen hebben, getrouwd zou moeten zijn. En zij bespotten christenen, die volgens hen geloven in een God die gemeenschap heeft gehad met een meisje. Ik heb ‘t een moslim wel eens schunniger horen zeggen. Wat is dat, behalve godslasterlijk, ook ontstellend bekrompen. Niet alleen in de onderwaardering van de seksualiteit die hier uit spreekt, maar vooral: Wat is dat een bekrompen denken over Gods wezenlijke vruchtbaarheid, en zijn wezenlijke creativiteit. De Vader heeft de Zoon uit Zichzelf voortgebracht van eeuwigheid, zó, dat er geen tijd was dat Hij er niet was. En de Geest gaat van eeuwigheid uit van de Vader en de Zoon.
Hoe wij ons dat moeten voorstellen, dat gaat ons begrip te boven. Maar het roept in elk geval het beeld op van een God die wezenlijk dynamisch is, een God die wezenlijk in beweging is, een God die vanuit Zichzelf van eeuwigheid zijn Zoon heeft voortgebracht, een God wiens Geest van eeuwigheid de diepten van God doorzoekt, zoals Paulus dat noemt in 1 Korintiërs 2. Een God die Zichzelf doorzoekt, die niet op Zichzelf uitgekeken raakt, een God die Zich over Zichzelf blijft verbazen, een God die Zich in Zichzelf verlustigt, omdat Hij Vader en Zoon is, die door de Geest steeds weer naar elkaar uitgaan. Een God wiens Wezen omgang, beweging, creativiteit, liefde is.
God heeft de wereld en de mens niet geschapen uit verveling, omdat Hij voor de schepping, een slapend, slaapverwekkend bestaan zou leiden. Hij is naar zijn Wezen immers geen saaie God. Hij heeft veeleer de wereld en de mens geschapen omdat Hij een God is die overloopt van creativiteit en liefde. Hij wilde anderen doen delen in zijn liefde en zijn schoonheid. Hij wilde mensen brengen tot verrukking: Wat hebben wij een gave God! Niet pas met de verlossing, al in de schepping bewees Hij wezenlijk een God van omgang, een God van liefde te zijn. Liefde, omdat Zichzelf niet voor Zichzelf wilde houden, maar Zichzelf wilde meedelen, hoewel Hij aan Zichzelf genoeg had.
Er wordt wel gezegd: Heel die belijdenis van God die van Zichzelf, in Zichzelf, uit Zichzelf en tot Zichzelf liefde is, is die eigenlijk niet overbodig? Wat moeten wij met een God in Zichzelf? Wordt God niet pas relevant en interessant voor ons zodra Hij uit Zichzelf treedt, en ons verlost van zonde en dood? Wat nut ons God in Zichzelf en op Zichzelf? Je zou toch zeggen: Niks. Maar dat is niet waar! Liefde is echt God, en daarom is ook onze verlossing echt God.

2. Dat is het tweede. Liefde is echt God. Dus is ook onze verlossing echt God. Als God Zich openbaart in zijn Zoon Jezus Christus, onze Heiland, dan is Hij Zichzelf. Als God ons mensen uit onze ellende verlost, dan is dat maar geen noodmaatregel, geen bevlieging van God, geen wild idee, waar Hij, uit teleurstelling over de zwakheid van ons geloof, net zo makkelijk weer van af kan zien, geen bui, die ook zomaar weer kan óverdrijven. Nee, God verlost ons, omdat Hij zo is. Zijn verlossingswerk is niet van zijn Wezen te scheiden. Onze verlossing is in zijn Wezen verankerd. Grotere vastheid, grotere zekerheid kunnen wij niet hebben. Ons verlossen, dat wil Hij, dat kan Hij, dat heeft Hij en dat zal Hij, want zo is Hij.
“Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Want de Vader en ik zijn één” (Joh.14,9; 10,30), zei Jezus. Dat woord van haar Heiland neemt de ware kerk volstrekt serieus. Ze spreekt het ook na als ze Hem aan een kruis zien hangen. In de gekruisigde Christus ontmoeten we God. Ja, alléén in de gekruisigde Christus ontmoeten we God. Dat gaat niet alleen joden en moslims veel te ver, maar ook de Jehova’s getuigen. Nog niet zo lang geleden zijn ze een campagne begonnen, waarin ze met Jezus langs de deuren gingen. Zo wilden ze zich verweren tegen het verwijt van de kerk dat Jehova’s getuigen geen christenen zijn. Maar dat zijn ze ook niet, hoe hoog ze ook van Jezus opgeven: dat Hij al voor de grondlegging van de wereld door God geschapen zou zijn om ons te kunnen redden. Maar wie ontmoeten we dan in de gekruisigde? Wie is er met ons in onze schuld en in onze dood? Jezus? Nee, God! God blijft niet in de hemel, als Jezus geboren wordt en als Jezus gekruisigd wordt. Gód wordt mens. God zélf komt ons bevrijden. God Himself persoonlijk, in de Persoon van zijn Zoon.
Natuurlijk rijzen er dan ook vragen. Want als de Zoon van God geleden heeft, heeft dan God geleden? Ja, zegt de kerk. Maar als je verder gaat en vraagt: als God geleden heeft, heeft dan de Vader geleden, dan zegt de kerk: nee. Want dat we Gods wezen niet mogen delen, betekent niet dat we de drie goddelijke Personen mogen vermengen, zegt de belijdenis van Athanasius. Niet God de Vader, maar God de Zoon heeft voor ons geleden. Maar het is wel Gód de Zoon die voor ons geleden heeft. Hij is niet alleen de Middelaar tússen God en mensen, maar Hij is ook God mét de mensen.

Het troost en bemoedigt mij dat de apostel Paulus in het gelezen Bijbelgedeelte zegt: “de Geest doorgrondt alles, zelfs de diepten van God”. Welke diepten bedoelt de apostel dan? Dat “de Heer die deelt in Gods luister gekruisigd” is. Wie zien het, maar doorgronden het niet. Maar de Geest doorgrondt het wel en openbaart het ons: dat in de dwaasheid van het kruis Gods wijsheid aan het licht komt en in de zwakheid van het kruis God kracht. Hoe ongelooflijk het ons ook in de oren mag klinken: als Jezus aan het kruis hangt is God niet de grote Afwezige, maar de grote Aanwezige. Daar blijkt pas echt hoe wijs Hij is, daar blijkt pas echt hoe sterk Hij is. Het lijkt of de Geest daar zelf verbaasd over is. Steeds diept Hij meer vergeving uit Jezus’ veroordeling en meer leven uit Jezus’ dood op, om ze met ons te delen. De Geest laat je delen in zijn eigen vreugde. Opdat wij met hem zeggen: God leren kennen, dat is het heerlijkste wat er is. Want wat hebben wij een heerlijke God. Ja, die God kennen, dat is je leven. Want Jezus zegt: “Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus” (Joh.17,3).

Amen.