Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Op weg gaan met je hand aan je oor
titel : Op weg gaan met je hand aan je oor
datum : 24 oktober 2010
volledige onderwerp : Zondag 33
Download deze preek.

Preek over HC 33 (Den Ham, 24-10-10)

Gez.158
L Joh.4,1-14
Ps.68:7,9 (berijming Liedboek)
T HC zondag 33
L NGB art.24 (eerste twee alinea’s)
Ps.84:3-6
Ps.103:2,9 (na apostolische geloofsbelijdenis)
Gez.173:1,4 (na collecte)

Gemeente van de Here Jezus,

In de zomer van 1988 ben ik voor het eerste met vrienden op vakantie geweest. We kochten een oude Opel Ascona en reden daarmee in drie dagen naar Griekenland. Op een camping van waaruit we de oudheidkundige trekpleisters Epidaurus en Mycene konden bezoeken raakte onze auto licht beschadigd. Het maakte niet uit waar we onze tent op zouden zetten, want er stond nog helemaal niemand. Dus reed één van ons dwars over het campingterrein naar een plekje onder de bomen. Hij zag nauwelijks waar hij reed, omdat het vergeelde gras bijna een halve meter hoog stond. Ineens schuurde de auto over iets heen. Mijn reisgenoot gaf wat meer gas en met een luid gekraak schoot de auto weer los. Maar achter de auto ontstond een fontein, waarvan het water enkele meters omhoog spoot. Het bleek dat er vroeger op die plaats een kraan gestaan had. Die was allang afgesloten met een klein loden pijpje. Maar nu dat pijpje eraf gereden was, spoot het water er weer uit. De eigenaar van de camping haalde snel de druk van het water en dichtte het gat af met een stop. Daarmee was het probleem opgelost en konden wij alsnog onze tent opzetten.
Maar stel je voor dat dat gat niet zo makkelijk gedicht had kunnen worden. Dan was misschien wel gebeurd waar Jesaja van droomde: “De woestijn zal zich verheugen, de dorre vlakte vrolijk zijn, de wildernis zal jubelen en bloeien, als een lelie welig bloeien, jubelen en juichen van vreugde. De woestijn tooit zich met de luister van de Libanon, met de schoonheid van de Karmel en de Saron” (Jes.35,1.2). Houdt dat beeld maar voor ogen, broeders en zusters, bij deze preek over de ware bekering. Want bekering is volgens de Catechismus niet zozeer een moment, als wel een proces waardoor je leven tot bloei komt.
De beide kenmerken die de Catechismus van dat proces geeft: droefheid en blijdschap, mag je dus niet na elkaar plaatsen. Anders zou de ware bekering tussen die beide momenten geplaatst moeten worden. Dan zou droefheid over jezelf aan de bekering voorafgaan en blijdschap over God uit de bekering voortkomen. Maar zo is het dus niet. Droefheid is net zo goed een vrucht van de ware bekering als blijdschap dat is. Droefheid over jezelf brengt je immers terug Christus. Van Hem word je blij, als je van jezelf alleen maar verdrietig wordt. Daarom groeit een christen niet van Christus af, maar naar Christus toe. Want alleen bij Hem bloeit jouw leven op.
In deze preek wil ik de beide keerzijden van de ware bekering niet verder uitwerken. Ik heb dat de vorige keer bij de behandeling van zondag 33 uitvoering gedaan. In plaats daarvan wil ik vandaag stilstaan bij de manier waarop de Nederlandse Geloofsbelijdenis het proces van de ware bekering beschrijft: “Wij geloven dat het ware geloof, in de mens verwekt door het horen van het Woord van God en door de werking van de Heilige Geest, hem opnieuw geboren doet worden en hem tot een nieuwe mens maakt. Dit ware geloof doet hem leven in een nieuw leven en bevrijdt hem van de slavernij van de zonde”.
Ik zou de preek over deze opening van artikel 24 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis kunnen samenvatten met het rijmpje: [ppt]

1. Moet je horen: (auditief)
2. je wordt herboren (recreatief)
3. tot een leven naar voren (progressief)

[ppt] “Zo is dan het geloof uit het horen”, stond ergens in de oude Bijbelvertaling (Rom.10,17). Dat woord is zo’n eigen leven gaan leiden, dat velen het niet zullen betreuren dat de Nieuwe Bijbelvertaling er iets heel anders van maakt: “Dus door te luisteren komt men tot geloof”. Die nieuwe vertaling heeft veel voor. Want luisteren is meer dan horen. Dat blijkt meteen als je even verder leest. Heeft Israël het dan niet gehoord? Jawel, maar ze hebben niet geluisterd. Het feit dat je het gehoord hebt, betekent dus nog niet dat je ook ge-hoor-zaam bent.
Maar is het geloof daarmee niet uit het gehoor? Het wordt wel eens gezegd. Vroeger konden de meeste mensen het woord van God alleen maar horen. Maar tegenwoordig kunnen de meeste mensen het ook lezen. Het woord van God komt daardoor niet meer alleen door de oorpoort, maar ook door de oogpoort onze levens binnen. Je kunt daar maar beter rekening mee houden, zeker nu de mens van vandaag veel meer visueel dan auditief ingesteld is. “Wij leven in een beeldcultuur”, zegt men dan. Het minste dat je kunt doen is dan ook stomme woorden met sprekende beelden te ondersteunen. Want onderzoek heeft aangetoond dat die woorden dan niet alleen veel beter bij je binnenkomen, maar je ook veel beter bijblijven.
Nu, als dat allemaal onzin was, hadden niet zoveel kerkenraden, waaronder de onze, besloten tot de aanschaf van een beamer. Toch, is daarmee niet stilzwijgend een vraagteken gezet bij de stelling dat het geloof uit het horen is? Is dat niet in strijd met de gereformeerde belijdenis, die nog altijd zegt in artikel 24 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: [ppt]“Wij geloven dat het ware geloof, in de mens verwekt door het horen van het Woord van God en door de werking van de Heilige Geest, hem opnieuw geboren doet worden en hem tot een nieuwe mens maakt”?
Toch niet. Want zelf als iemand diep in zijn hart getroffen wordt, niet door een hoorbaar woord, maar door een zichtbaar beeld, dan nog wordt hij getroffen door de woorden waarmee dat beeld hem stilzwijgend aanspreekt. Volksverhalen waarin een beeld van Jezus of van Maria ineens begon te spreken zijn dan ook geen onzin. Als de Catechismus in zondag 35 stomme beelden tegenover de levende verkondiging van Gods woord zet, sluit dat allerminst uit dat niet alle beelden stom zijn en niet alle verkondiging van Gods woord levend is. Beelden zijn niet per definitie stom en preken niet per definitie levend. Dat zijn ze pas als ze tot de verbeelding spreken. Ze moeten spreken van een geheim dat niet in woorden of in beelden uit te drukken is. Anders gezegd: ze moeten ruimte laten voor de Heilige Geest die het onzegbare kan zeggen en het onzichtbare kan laten zien. Niet voor niets zegt de gereformeerde belijdenis immers dat het ware geloof, [ppt] dat je opnieuw geboren doet worden en je tot een nieuwe mens maakt, verwekt wordt door het horen van het Woord van God en door de werking van de Heilige Geest”. Om een nieuw mens te worden, moet je dus leren tussen de regels door te horen. Je moet je oefenen in het horen naar wat de Geest tegen de gemeenten zegt (Opb.2,7.11,17.29; 3,6.13.22).
Nu terug naar dat beeld – jawel – van die gesprongen waterleiding. De Here Jezus riep het bij me op, toen ik Hem tegen die Samaritaanse vrouw hoorde zeggen: “Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft”. Het geheim zit uiteraard in die beide woordjes: “in hem”. Drie hoofdstukken verderop zal Jezus er wat meer woorden aan wijden: “Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien” (7,38). [ppt] “Bij U is de bron van levend water”, staat er op de preekstoel [hier] in Den Ham. Een treffend opschrift voor een preekstoel in een kerk die ‘de Fontein’ heet. Maar wie is die fontein? De dominee die op die kansel staat? Natuurlijk niet. Niet voor niets is dat woordje “U” met een hoofdletter geschreven. Gód is de bron van levend water. Zo wordt Hij op meerdere plekken in het oude testament genoemd (Ps.36,10; Jer.2,13; 17,13). In het nieuwe testament blijkt dat levende water bij Jezus van Nazaret te ontspringen. Die “U”waar de preekstoel van Den Ham van getuigt, ook als er niemand op staat, is dus God de Vader, zoals Hij Zich openbaart in God de Zoon. Want “het eeuwige leven, dat is dat zij U kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus”, bidt Jezus zelf tegen het einde van het evangelie naar Johannes. Maar in hoofdstuk 4 gaat Hij nog verder: Als je in Hem gelooft, maakt Hij je zelf tot een fontein. [ppt] Wij zeggen niet alleen tegen Hem: “Bij U (met een hoofdletter) is de bron van levend water”, Hij zegt ook tegen ons: “Bij u (met een kleine letter) is de bron van levend water”.
Dat water was bij die Samaritaanse vrouw nog niet gaan stromen, toen Jezus die woorden tot haar richtte. Want ze antwoordde: “Geef mij dat water, heer, dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten”. Je zou kunnen zeggen dat ze op dat moment het ware geloof nog niet had, waarvan onze belijdenis zegt dat het je opnieuw geboren doet worden en je tot een nieuwe mens maakt. Jezus boort de bron van levend water bij haar aan, door haar een ogenschijnlijk eenvoudige opdracht te geven: “Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug”. Pas als ze aan die opdracht gehoor gegeven heeft, – niet door haar man bij Jezus te brengen, want degene met wie ze nu samenleeft is haar man helemaal niet, maar – door ieder die ze maar tegenkomt bij Jezus te brengen, blijkt dat ze inderdaad ze zelf een bron van levend water geworden is. Via haar komt Jezus tot de inwoners van Sichar en via haar komen de inwoners van Sichar tot Jezus.
Volg de weg van dat levende water eens. [ppt] Het heeft een middelpuntvliedende kracht, van de put naar de stad, want het overspoelt de stad, zodra die vrouw op weg gaat. Het heeft een middelpuntzoekende kracht, van de stad naar de put, want het spoelt terug in de put, zodra de inwoners van de stad met die vrouw op weg gaan. Wat een kracht komt er vrij, als Jezus het verlossende woord spreekt: “Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug”. Wat een kracht komt er vrij als die Samaritaanse vrouw gehoor geeft aan het verlossende woord: “Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug”.
De Dordtse Leerregels zeggen van het wonder van de wedergeboorte dat het niet minder krachtig is dan Gods werk bij de schepping of de opwekking van doden. “Daardoor worden allen bij wie God op deze bewonderenswaardige wijze in het hart werkt, volstrekt zeker en met kracht wedergeboren en gaan zijn metterdaad geloven. En wanneer de wil vernieuwd is, wordt hij niet alleen door God geleid en bewogen, maar door God in beweging gebracht, werkt hij ook zelf” (DL III/IV 12). In de Dordtse Leerregels wordt het woord ‘wedergeboorte’ dus gebruikt voor het moment waarop onze wil vernieuwd wordt. Maar bij dat begin blijft het niet. Want “wanneer de wil vernieuwd is, wordt hij niet alleen door God geleid en bewogen, maar door God in beweging gebracht, werkt hij ook zelf”. Dat proces wordt vervolgens weer in de Nederlandse Geloofsbelijdenis beschreven: je gaat zo opleven, dat je je verslaving aan de zonde kwijtraakt.
Kijk maar eens naar die Samaritaanse vrouw: haar verslaving aan mannen maakt plaats voor een verslaving aan die Ene: Jezus van Nazaret. Zijn woord klaagt haar aan en spreekt haar tegelijkertijd vrij. [ppt] Dat woord, dat haar kan breken en maken, zal voortaan haar leven bepalen. Zo laat het verhaal van de Samaritaanse vrouw zien dat zowel de oude als de nieuwe vertaling van de beroemd-beruchte uit Romeinen 10 hun recht hebben. “Het geloof is uit het horen, en het horen (is weer) door het woord van Christus”. Dat laatste zinnetje vinden we in de Nieuwe Bijbelvertaling niet terug. Daar staat slechts: “en wat men hoort is de verkondiging van Christus”. Maar Paulus bedoelt wel degelijk dat niet alleen het geloof, maar ook het gehoor een gave is. Zoals staat in Psalm 40: “Nee, ú hebt mijn oren voor u geopend en nu kan ik zeggen: ‘Hier ben ik, over mij is in de boekrol geschreven’. Uw wil te doen, mijn God, verlang ik, diep in mijn koester ik uw wet” (Ps.40,7-9). Maar dan krijgt de nieuwe vertaling van Romeinen 10 vers 17 toch ook gelijk: “Dus door te luisteren komt men tot geloof”.
Luisteren, wat dat betekent komt in de berijming van Psalm 40 zo mooi bij elkaar: [ppt] “Gij wilt, Heer, dat ik naar u hoor en zelf ontsluit Gij mij het oor: Gij hebt alleen gehoorzaamheid gevraagd” Dat is 1. Maar de berijming gaat meteen zo verder: “Mijn God, ik draag uw wetten, om op uw wil te letten, gedurig bij mij om”. Dat is 2. Die twee zijn tot één. Het is jammer dat het Nederlands daarvoor niet een woord heeft, dat beide kanten in zich draagt. [ppt] Het Fries heeft dat wel: “hearrich”. Zou je dat letterlijk in het Nederlands overzetten, dan kreeg je: “horig”. Dat klinkt in het Nederlands alleen nogal middeleeuws: alsof je de lijfeigene bent van een of ander heerschap. In het Fries heeft het woord “hearrich” die negatieve bijklank niet. Het betekent “gehoorzaam’, maar die gehoorzaamheid bestaat in het gehoor geven aan de stem van je Heer. Jezus’ maatschappij is een hoorschappij: je gaat op weg met je hand aan je oor. [ppt] Want alleen in de wisselwerking van doen en horen, horen en doen wordt je herboren tot die nieuwe mens die zich niet alleen bevrijdt weet, maar ook bevrijdt voelt van de slavernij van de zonde.
Ik las daarover bij een verklaarder van de Nederlandse Geloofsbelijdenis de hartstochtelijke woorden: “Hoe zou een mens die bevrijd is zich niet bevrijd voelen, en hoe zou hij ook maar kunnen nalaten vrij te leven? Nu (in Christus’ dood aan het kruis) het recht zijn vreselijke en heerlijke loop heeft gehad, nu Gods liefde en gerechtigheid dodend en levendmakend zijn geopenbaard, nu is de baan voor een waarachtig christelijk leven pas vrij geworden. Omdat het werk van Christus af is, is ook de rechtvaardiging zelf, de vergeving van de zonden en de vrede met God af en compleet vóór de werken. Er kan pas iets gedaan worden onder de belofte dat het God aangenaam is, omdat wijzelf door de vergeving God helemaal aangenaam zijn. [ppt] Er loopt geen rekening met de hemel, waarop iets bij- of afgeboekt moet worden. Als God vrede met ons heeft, dan is het vrede. De werken, die in die vrede gedaan worden, noemt God goed. En daarom zijn ze goed” (J. Koopmans).
Als je gelooft dat je bij God geen kwaad kunt doen, ga dan nu het goede doen. Zo zou je die hartstochtelijke woorden kunnen samenvatten. Het is niet alleen ongereformeerd, maar ook onchristelijk om bij jezelf te zeggen: “Daar is toch geen beginnen aan”. Want de fout is meteen al dat je dat bij jezelf zegt. Je moet helemaal niets meer bij jezelf zeggen. Je moet juist in alles naar Jezus horen. Niet jouw oordeel over jezelf, maar Jezus’ oordeel over jou moet je leiden bij alles wat je doet.
[ppt] Je moet het goede niet bewaren als die slaaf die één talent van zijn heer kreeg en één talent aan hem teruggaf, maar je moet het goede vermenigvuldigen als die slaaf die twee talent van zijn heer kreeg een vier talent aan hem teruggaf (Mat.25,14-30). Een christen kan dan ook nooit conservatief zijn, maar alleen maar progressief zijn. Hij leidt geen leven van regressie, achteruitgaan, maar van progressie, vooruitgang. Zoals de apostel Paulus dat beschreef in zijn brief aan de Filippenzen: “Ik houd vol in de hoop eens dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij (al) gegrepen heeft. Ik vergeet wat achter me licht en richt me op wat voor me ligt. Ik ga recht op mijn doel af. (Ezelsbruggetje: recht op het doel af, dat is de betekenis van de naam van die voetbalclub uit Limburg: Roda. Wat is dan het doel van een christen die van Roda is? Paulus vervolgt:) “de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus geroepen heeft. Hierop moeten wij ons allen als mensen die (om Christus’ wil) al volmaakt zijn richten. Mocht u er op enig punt anders over denken, dan zal God het u wel duidelijk maken. In ieder geval, laten we op de ingeslagen weg vóórtgaan” (Flp.3,12-16). Vroeger stond er: “in dat spoor dan ook verder”. Ten onrechte werd het accent daarbij meestal gelegd op: “in dát spoor dan ook verder”. Maar het accent ligt op: “in dat spoor dan ook vérder”.
[ppt] Laat de genade van uw Heer Jezus Christus dan nooit verstenen tot iets dat je hebt en houdt, maar laat zijn genade iets blijven dat je krijgt en krijgt. Anders krijgt je christelijke leven iets van de schoonheid van een bevroren fontein. Hebt u zoiets wel eens gezien? Ik zag er eens één in de vijver voor de Kleine Belties. Een prachtig gezicht. Net een ijssculptuur van een brandende kaars. Maar zo’n bevroren fontein, daaruit spuit geen water dat eeuwig leven geeft.
Geld moet rollen. Genade moet stromen.

Amen.