Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Echt mens, want echt God
titel : Echt mens, want echt God
datum : 10 januari 2010
volledige onderwerp : Zondag 06
Download deze preek.

Preek over HC zondag 6 (Den Ham, 10-1-10)

Ps.45:1,2,3
Gebed
Avondmaalsformulier 4
Apostolische geloofsbelijdenis I (t/m “… de maagd Maria”) / Gez.123:3 / Apostolische geloofsbelijdenis III
Lied 262:1 (na klaarmaken tafel)
L 1 Kor.1,18-2,9 / Lied 262:2 (aan tafel)
Lied 262:3 (na denkzegging)
T HC zondag 6
Lied 177:1,2,4,7
Ps.102:8,9, 10 (na collecte)

Gemeente van de Here Jezus,

Deze preek gaat over misschien wel de mooiste van de 52 zondagen van de Catechismus, want Hij gaat in op de vraag: Wie is Jezus? Ja, het feit dat de Catechismus in zondag 6 ingaat op die vraag maakt het tot zo’n mooie zondag. De Catechismus vindt het niet genoeg dat je weet wat je aan Jezus hebt. Je moet ook weten wie Jezus is. Tenminste, als je van Hem wilt houden. In de liefde is de vraag wat je hebt aan het kennen van de ander hebt totaal onbelangrijk. Daarom kan in de Bijbel het boek Hooglied ook niet gemist worden. Juist omdat het zo’n heerlijk nutteloos boek is.
Nu kan ik me voorstellen dat iemand zegt dat er nogal verschil zit tussen het Bijbelboek Hooglied en zondag 6 van de Heidelbergse Catechismus. Want Hooglied is poëzie en zondag 6 is theologie. Hooglied is zinnenprikkelend en zondag 6 geestdodend. Vooral de antwoorden op de vragen waarom de Middelaar echt mens en waarom de Middelaar tegelijk echt God moet zijn, ademen een totaal andere sfeer dan de antwoorden die de bruid geeft op de vraag van haar vriendinnen: “Wat heeft jouw lief meer dan een ander, mooiste van alle vrouwen?” (Hoogl.5,9)
Ja, dat is inderdaad wel een wat andere sfeer. Ik vergelijk zondag 6 dan ook niet met het Bijbelboek Hooglied omdat zondag 6 net zo erotisch zou zijn, maar omdat zondag 6 net zo nutteloos is. Je hebt er niks aan om te begrijpen wie Jezus is. En toch, hou je wel echt van Jezus als het je niet interesseert waarom hij nou echt mens en echt God moest zijn? Ook al stamelt de Catechismus uiteindelijk maar wat, als we alleen dat al van hem willen leren: stamelen om het wonder dat Jezus in eigen persoon is, dan zijn we al een heel eind.
Ik vat het evangelie van zondag 6 als volgt voor u samen: [ppt]



Onze Here Jezus Christus
Hij is
1. God in eigen persoon
2. De verlossing in eigen persoon
3. Het evangelie in eigen persoon

1. Misschien miste u net in de samenvatting die ik net gaf het feit dat Jezus echt mens is. De drie punten van de preek lijken parallel te lopen met vraag en antwoord 17, 18 en 19. Maar waar blijft vraag 16: Waarom moet de Middelaar een echt en rechtvaardig mens zijn? Waar blijft antwoord 16: dat Hij echt mens moet zijn omdat God gerechtigheid eist dat de menselijke natuur die gezondigd heeft ook voor de zonde betaalt, en dat hij rechtvaardig mens moet zijn omdat een mens die zelf zondaar is niet voor anderen kan betalen?
Nu, laat ik dat misverstand dan bij voorbaat proberen weg te nemen. Als ik zeg dat onze Here Jezus Christus in de eerste plaats God is, dan is dat niet omdat ik dat belangrijker zou vinden dan dat Hij mens zou zijn. Dat is het beslist niet. Je kunt zelfs niet zeggen dat het even belangrijk is dat Jezus mens is als dat Jezus God is. Door eerst de vraag te beantwoorden waarom onze Redder een echt en rechtvaardig mens moet zijn en daarna waarom onze Redder echt God moet zijn, kan de Catechismus de indruk wekken dat dat dus even belangrijk is: dat Christus mens is en dat Christus God is. Maar we moeten niet vergeten dat aan zondag 6, over de twee naturen van Christus, zondag 5 voorafgaat. En in die zondag ligt het accent op Christus’ mensheid: Gods recht eist dat de mens, die gezondigd heeft, ook de consequenties van zijn zonde draagt. Dat blijft in zondag 6 recht overeind staan, als daarin beleden wordt dat onze redder tegelijk echt God moest zijn. Hij moet echt God zijn om uit kracht van zijn godheid de last van Gods toorn aan zijn ménselijke natuur te kunnen dragen. Nu is dat een zin waar ik mij heel weinig bij kan voorstellen, en u waarschijnlijk met mij. Maar zoveel is wel duidelijk: het accent blijft liggen op Christus’ mensheid. Hij moest Gods toorn tegen het ménselijke geslacht aan zijn ménselijke natuur dragen. Want de mens is schuldig en de mens moet boeten.
Als je de Catechismus goed op je laat inwerken, dan lijkt de catechismus het dus belangrijker te vinden dat de Middelaar mens is dan dat Hij God is. Klopt dat wel? Ja, dat klopt wel. Daarmee zegt de catechismus dus heel wat anders dan wij geneigd zijn om te zeggen. Voor ons gevoel is het belangrijker dat Jezus God is dan dat Jezus mens is. Bij de eerste catechisatieles die ik ooit gegeven heb deelde ik twee plaatjes uit van Maria met op haar schoot het kindje Jezus. [ppt] Op het ene plaatje stond gewoon een moeder met een kind. Op het tweede ook, alleen had dat kind een stralenkrans rond zijn hoofdje, een aureooltje. Ik vroeg: “Welk plaatje klopt nou het beste?” En ja hoor, dat tweede plaatje natuurlijk. Hoezo? “Omdat je daarop kunt zien dat de Here Jezus ook God is”. Alsof op dat andere plaatje dus het belangrijkste ontbrak. Maar dat is dus niet zo. Het belangrijkste stond er wel degelijk op: dat Hij mens is.
Maar waarom is dat dan het belangrijkste? De Catechismus zegt: “Omdat de menselijke natuur die gezondigd heeft ook voor de zonde moet betalen”. Op dat antwoord is veel kritiek geweest. Alsof Gods liefde gekocht met een mensenoffer gekocht moest worden. Nu, dat zou inderdaad een heel scheve voorstelling van zaken zijn. Maar kun je dus niet zeggen dat de menselijke natuur die gezondigd heeft ook voor de zonde moet betalen? In het laatste Bijbelboek vinden we een visioen waarin de nood die de Catechismus onder woorden brengt wordt uitgebeeld (Opb.5). God hield een boekrol op die met zeven zegels was verzegeld. Een engel roept: “Wie komt het toe de zegels te verbreken en de boekrol te openen?” Maar tot verdriet van de apostel Johannes biedt geen mens zich aan. Maar het was van levensbelang dat die boekrol opengemaakt werd. Want daarin stond hoe het met alles verder moest, met de aarde en met de hemel, met jou en mij. Zou die rol een gesloten boek blijven, dan kwam het nooit meer goed. Dan zat de geschiedenis voor altijd in het slot. Je zou zeggen dat het God zelf toch wel toekwam de zegels te verbreken en de boekrol te openen. Maar blijkbaar is dat geen optie. God kan blijkbaar niet zomaar in onze verantwoordelijkheden treden.
Het is dus heel goed voor ons om eens met de Catechismus mee te worstelen. Want daardoor voelen we misschien voor het eerst hoe onoplosbaar het probleem van de zonde eigenlijk is. Hoezo, onoplosbaar? Omdat de oplossing niet bij God, maar bij de mens vandaan moet komen. Die moet ophouden met voor God te spelen en eindelijk eens mens worden. Maar waar vind je zo’n mens? Iemand die mens is, alleen maar mens, omdat hij geen moment zonder God leeft? Zo’n mens is toch niet te vinden? Waarom doet de Catechismus dan net of dat wel kan? Omdat de Catechismus er niet omheen kan dat die mens er is: Jezus Christus. Hij is de enige van wie gezegd kan worden dat Hij echt mens. Hoe kan dat? De Catechismus stamelt: “uit kracht van zijn godheid”. Hij is dus echt mens, omdat Hij echt God is. Door zijn godheid is Hij niet minder mens dan wij. Nee, door zijn godheid is Hij meer mens dan wij. Hij is pas echt mens.
Maar we mogen toch ook zeggen: in deze mens ontmoeten we God in eigen persoon. Wat is Hij op een bijzonder manier God. Iemand heeft dat in een gedichtje eens zó onder woorden gebracht: [ppt]

Hij alleen zou met een grote sigaar
in de mond op straat mogen lopen,
met de duimen in zijn vest,
want Hij is God.
Maar Hij doet het niet
want Hij is God.

Het is die poëzie die klinkt in zondag 6. Het is dat lied dat rondzingt bij het breken van het brood en het drinken uit de beker. God is God door de mensen een mens te worden. Zo is Hij zichzelf. Zo word ik mezelf.

2. [ppt] Onze Here Jezus Christus is niet alleen God in eigen persoon, Hij is ook de verlossing in eigen persoon. Want de Catechismus zegt met de apostel Paulus: Onze Here Jezus Christus is ons door God geschonken tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en tot een volkomen verlossing. Hij schenkt ons dus maar geen wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing, nee, Hij is onze wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing. Het is wat dat betreft jammer dat de Nieuwe Bijbelvertaling het nodig vindt dit woord van Paulus te omschrijven met: “Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door hem worden wij verlost”.
Komt dat dan niet op hetzelfde neer? Vast wel. Maar zoals het nog steeds in de Catechismus staat is het veel sterker. Jezus maakt ons niet alleen wijs, maar Hij is ook onze wijsheid als wij dwaas zijn. Jezus maakt ons niet alleen rechtvaardig, Hij is ook onze rechtvaardiging als wij onrechtvaardig zijn. Jezus maakt ons niet alleen heilig, Hij is ook als onze heiliging als wij onheilig zijn. Oftewel: Hij verlost ons niet alleen, maar Hij is ook onze verlossing in eigen persoon.
Wijs zijn we slechts als we door het geloof met Jezus Christus verbonden zijn. Rechtvaardig zijn we slechts als we door het geloof met Jezus Christus verbonden zijn. Heilig zijn we slechts als we door het geloof met Jezus Christus verbonden zijn. Maar als we door het geloof met Jezus Christus verbonden zijn, dan delen we maar niet in een beetje wijsheid, rechtvaardigheid en heiligheid, maar in een wijsheid, rechtvaardigheid en heiligheid die volmaakt is. Want onze wijsheid, onze rechtvaardigheid,onze heiliging, onze verlossing is niet iets, maar Iemand.
Maar hoe mooi ik dat ook zeg, diep in mijn hart zou ik graag willen dat wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing wel iets was i.p.v. Iemand. Want dan zou ik daar misschien ook wel iets van kunnen krijgen. Dan was wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing niet langer iets zijn dat alleen bij Christus te vinden is. Ook bij mij zouden die dingen dan te vinden zijn. Maar Gods liefde wordt nooit een ding, maar blijft een persoon. En als ik daar goed over nadenkt, wat een geluk is dat, voor u en voor mij.
Ja, dat is het ware geluk, mijn broeder, mijn zuster, dat je verlossing een persoon en dat je die persoon de jouwe mag noemen. De Catechismus gaat je daarin voor: “ónze Here Jezus Christus, die ons door God geschonken is tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en een volkomen verlossing”. Volg hem daar dan in en zeg: “Hij, die de wijsheid, de rechtvaardigheid, de heiliging, ja de verlossing in eigen persoon is, Hij is míjn Here Jezus Christus. Dan wordt het nog spannender dan in het Hooglied, dat zingt: “Ik ben van mijn lief en mijn lief is van mij”. Want mijn lief heeft geen liefde, mijn lief is de liefde.

3. [ppt] Ten slotte, is onze Here Jezus Christus niet alleen God in eigen persoon en de verlossing in eigen persoon, hij is ook het evangelie in eigen persoon. De evangelist Johannes zegt aan het begin van zijn boek dat het woord mens geworden is (1,14). Ook al had God Zich geopenbaard in zijn woord, het was bij mooie woorden gebleven. Maar die woorden zijn mens geworden. Woorden nemen in Jezus gestalte aan. Jezus belichaamt letterlijk het woord. Woorden worden niet alleen hoorbaar, maar ook tastbaar, zichtbaar. Ik begrijp daar nog minder van dan wanneer Johannes geschreven zou hebben: “De Zoon is mens geworden”. Dat bedoelt hij óók, maar hij bedoelt nog meer, als hij ‘t zo niet zegt. Dit begrijp ik er wel van, dat Johannes probeert duidelijk te maken dat het woord dat klonk in de wet, het woord dat klonk uit de mond van de profeten, het woord dat klonk in de psalmen vlees is geworden. Hij is de vervulling van wet, profeten en psalmen. Hij is het oude testament dat werkelijkheid geworden is. Jezus is de wandelende Bijbel.
Wij wandelen nog steeds in geloof, niet in aanschouwen. Wij moeten God nog steeds geloven op zijn woord. Maar dat woord is vlees geworden. Dat woord is een Persoon. En welke bladzijde we in dat woord ook opslaan, we ontmoeten Hém. Horen we iets over God, dan horen we iets over ons, want God is mens geworden. Horen we in Gods wet hoe God wil dat wij zullen lezen, dan horen we van Jezus die zo voor ons leefde. Horen we van God die toornt over hen die niet zo leven, dan horen we van Jezus die die toorn voor ons gedragen heeft. Horen we in de Psalmen hoe mensen God vertwijfeld vragen: “Waarom?”, dan horen we van Jezus die in die vraag ten onder gegaan is en uit die vraag is opgestaan. Horen we van sterven, dan horen we van Jezus die de dood van onze dood is. Horen we van leven, dan horen we van Jezus, die het leven van ons leven is. Wat we ook in Gods woord horen, of het nu over God of over mensen gaat, het gaat over Jezus, want Hij is God die mens werd. En gaat het over Jezus, dan gaat het over God èn over ons. Want Hij is God die mens werd.

Als het woord de persoon van jouw Here Jezus Christus is, dan wordt Psalm 119 je lijflied:

“O God, ik ben van harte zeer verblijd
over de weg van uw getuigenissen.
In uw bevelen ligt mijn zaligheid,
ik zal mij van uw wegen vergewissen.
Ik loof U, die mijn grootste rijkdom zijn,
laat mij, o HEER, geen van uw woorden missen”.

Amen.