Predikant

preken(vrije stof)
preken(catechismus)

Musicus

cv
concertagenda
cds
Composities
Diversen
Contact
Predikant > Preek lezen > Het evangelie van oog om oog, tand om tand
titel : Het evangelie van oog om oog, tand om tand
datum : 9 januari 2011
volledige onderwerp : Zondag 40
Download deze preek.

Preek over HC zondag 40
(Niezijl, 25-6 (nabetr.), Grijpskerk, 2-7-2000; Krimpen, 22-2-04; Leiden, 6-3-04; Lemelerveld, 15-2-09; opnieuw bewerkt voor Den Ham, 9-1-11)

Ps.11
Formulier V
Gez.179a
L Ex.21,12-25
Ps.5:1,4,6
L Mt.5,21.22.38-48
Lied 404
HC zondag 40
Ps.55:7,9,10
Ps.85:3,4 (na collecte)

Gemeente van de Here Jezus,

[ppt] “Pleeg geen moord”. Dat is, denk ik, het minst omstreden gebod uit de tien geboden. Tenminste, zolang met “een moord plegen” gewoon “een moord plegen” bedoeld wordt. Maar in de kerk leren we dat met “een moord plegen” niet gewoon “een moord plegen” bedoeld wordt. De Catechismus zegt tenminste, dat “pleeg geen moord” betekent: dat ik mijn naaste niet van zijn eer mag beroven, niet haten, kwetsen of doden. [ppt] Ook de onlustgedachten die je over je naaste koestert vallen onder moord. Als God zegt: “pleeg geen moord”, dan leert Hij ons daarmee dat Hij ook jaloezie, haat, woede en wraakzucht haat, omdat zij de wortel van de doodslag vormen. Wie zijn naaste wel kan schieten is voor God gelijk aan een sluipschutter.
Het zal duidelijk zijn dat de Catechismus deze radicalisering van het zesde gebod aan het onderwijs van de Here Jezus in de Bergrede te danken heeft. Daarin zegt Hij immers: “Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd: ‘Pleeg geen moord. Wie moordt, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht’. En ik zeg zelfs: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tegen hen ‘Nietsnut!’ zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie ‘Dwaas!’ zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan.” (Mt.5,21.22).
Ja, Jezus radicaliseert het zesde gebod nog verder, als Hij zegt dat “pleeg geen moord” niet alleen een verbod is op haat, [ppt] maar ook een gebod tot liefde. Het verbod: “pleeg geen moord”, en het gebod: “heb uw naaste lief als uzelf” zijn maar niet twee geboden, maar vormen ten diepste één gebod. Want Jezus zegt: “Heb je vijanden lief”. De Catechismus volgt deze radicalisering van het zesde gebod op de voet, als hij er, om misverstanden te voorkomen, op wijst dat het dus niet genoeg is je naaste niet van zijn eer te beroven, niet te haten, te kwetsen of te doden. Want terwijl God jaloezie, haat en woede verbiedt, gebiedt Hij dat wij onze naaste liefhebben als onszelf, jegens hem geduldig, vredelievend, zachtmoedig, barmhartig en vriendelijk zijn, zijn schade zoveel mogelijk voorkomen en dat wij zelfs onze vijanden goed doen.
Daarmee wordt het zesde gebod van het minst omstreden gebod het meest omstreden gebod; van het makkelijkste het moeilijkste gebod; van een gebod dat nog binnen onze mogelijkheden ligt een onmogelijke opgave. “Pleeg geen moord”, dat leek een gebod waarbij de meesten van ons opgelucht konden ademhalen: “Gelukkig, dat slaat niet op mij. Je kunt veel van me zeggen, ik schiet in een boel dingen tekort, dat geef ik meteen toe, maar een moordenaar ben ik niet”. Maar door de uitleg van de Here Jezus wordt het een gebod dat ons de adem in de keel doet stokken: “Als “pleeg geen moord” dit betekent, ben ik dan voor God niet ook een moordenaar in het diepst van mijn gedachten? Daarvoor hoeft Hij mij niet eens aan een DNA-onderzoek te onderwerpen. Want Hij kent mij, Hij doorgrondt mij, Hij weet het als ik zit of sta, Hij doorziet van verre mijn gedachten (Ps.139,1).
[ppt Dat is een heilzame ontdekking. Door deze uitleg, die de Here Jezus geeft van het zesde gebod, worden vrome mensen ineens weer zondaren, die ook van genade moeten leven. Wie na het aanhoren van het zesde gebod de Here al willen danken met het gebod van de farizeeër: “God, ik dank U, dat ik niet zo ben”, wordt het gebed van de tollenaar in de mond gelegd: “God, vergeef mij dat ik ook zo ben. Wees mij, zondaar, genadig” (Lc.18,11.13).
Jezus wilde met zijn uitleg van het zesde gebod farizeeërs op de knieën krijgen: mensen die Gods wet onschadelijk maken door haar zó uit te leggen, dat zij altijd over anderen gaat, maar nooit over henzelf. En dat farizeïstische trekje hebben wij allemaal last van. Zelfs wij, die van Jezus geleerd hebben dat het in het zesde gebod niet alleen gaat om doodslag, zijn geneigd om dit gebod vooral van toepassing te achten op broeders en zusters van wie we allemaal wel weten dat het niet zo tussen hen botert. Of we vinden het best goed van onszelf dat wij een bepaalde broeder of zuster toch maar weer bezocht hebben, voor wie we thuis geen goed woord over hebben. En daarom is het voor ons allen heilzaam, dat Jezus ons onze zelfingenomenheid ontneemt, en ons onze zekerheid buiten onszelf, in zijn genade laat vinden. [ppt] Dat is zelfs bevrijdend: te ontdekken dat je jezelf niet kunt verlossen, en dat er toch verlossing voor je is. Als je jezelf verliest aan Gods genade in Jezus Christus.
Heilzaam en bevrijdend. Zo is het zesde gebod bedoeld. Toch heeft de uitleg die de Here Jezus geeft aan het zesde gebod ook veel onheil gesticht. Als namelijk niet de farizeeër, maar de tollenaar ermee om de oren geslagen wordt. Jezus wil de sterken breken, niet de zwakken. Hij wil de hoogmoedigen op de knieën brengen, niet de nederigen nog verder de grond in trappen. Hij wil harde harten openbreken, niet gebroken harten nog dieper kwetsen. Maar voor dat doel worden zijn woorden wel misbruikt. Mensen die kapot gemaakt zijn door een ander wordt voorgehouden dat ze die ander toch maar moeten vergeven. En zolang je dat niet kunt opbrengen zondig je tegen het zesde gebod. Jezus’ prediking, dat wij allen daders zijn, heeft zo tot gevolg dat slachtoffers dubbel slachtoffer worden. Terwijl dat zijn bedoeling helemaal niet is. Uiteindelijk wil Hij ons niet de put inpraten, maar ons eruit halen. Uiteindelijk wil Hij ons niet de adem afsnijden, maar ons opgelucht laten adem halen. Hij zoekt met het zesde gebod niet onze dood, maar ons leven.
Jezus heeft de diepte van het zesde gebod weer aan het licht gebracht. Ten diepste betekent “Pleeg geen moord”: “Heb uw naaste lief als uzelf”. Maar het zou onjuist zijn bij de behandeling van het zesde gebod alleen daarover te spreken. [ppt] God zegt immers dat je niet mag doodslaan. Het draait bij het zesde gebod weliswaar om de tegenstelling tussen haat en liefde, maar het gaat uiteindelijk om de tegenstelling tussen dood en leven. God wil de haat niet, omdat Hij de dood niet wil. De dood is alles wat God niet iets: dood. God is alles wat de dood niet is: levend. Als God Zichzelf aan mensen geeft, geeft Hij dan ook het leven. Dat evangelie klinkt door in het zesde gebod. In navolging van Hem mogen we elkaar nier dood wensen, maar elkaar het leven gunnen. Want we horen bij een God die niet de dood, maar het leven wil. Ik verkondig u dit evangelie onder het volgende thema:

In het zesde gebod spreekt God zijn haat uit tegen de dood
Hij bestrijdt hem
1. door vergelding
2. door verzoening

1. God bestrijdt de dood door vergelding. Ik zou me zo voor kunnen stellen dat u nu denkt: “Hoe kun je nou de dood nu bestrijden door vergelding? Dat strijdt toch met elkaar? Neem nou dat stuk uit Exodus, dat we met elkaar gelezen hebben: “Wie een ander zodanig slaat dat deze sterft, moet ter dood gebracht worden”. Daar wordt het toch alleen maar erger van? Het enige gevolg van dit soort barbaarse wetten is dat er alleen maar meer bloed vloeit. Nee, dan is het nieuwe testament toch een stuk humaner. [ppt] “Een oog voor een oog, een tand voor een tand, een hand voor een hand, een voet voor een voet, een brandwond voor een brandwond, een kneuzing voor een kneuzing, een striem voor een striem”, gelukkig moet Jezus daar ook niks van hebben. Dat je vervolgens degene die je op de ene wang slaat ook de andere moet toekeren, dat is natuurlijk wel weer het andere uiterste… Maar goed, we zijn het in elk geval wel met Jezus eens dat “oog om oog, tand om tand” maar een wrede vorm van rechtspraak is.
Veel mensen zullen er inderdaad zo over denken: dat er een groot verschil is tussen het oude en het nieuwe testament. Het oude testament is een wreed boek, waarvan de pagina’s druipen van het bloed. Nee, dan het nieuwe. Geen wraak maar liefde, geen bloed, maar vergeving. Maar is die tegenstelling wel terecht?
Laten we eerst een kijken naar die “barbaarse” regel: oog om oog, tand om tand. Wij krijgen het gevoel dat hier niet de Here, maar Lamech aan het woord is. U weet wel, dat is die macho die tegen zijn vrouwen zei: “Ada en Silla, hoor wat ik zeg! Vrouwen van Lamech, luister naar mij! Wie mij verwondt, die sla ik dood, zelfs wie mij maar een striem toebrengt” (Gen.4,23). Toch is er een groot verschil tussen wat Lamech bralt en wat de Here zegt. Want Lamech slaat een man die hem verwond heeft en een knaap die hem gestriemd heeft dood. Maar daar distantieert de Here Zich nadrukkelijk van. Hij zegt niet: “Wie iemand een wond of een striem toebrengt moet ter dood gebracht worden”. Nee, “wond voor wond, striem voor striem”. Oftewel: De straf moet sporen met de begane misdaad. Iemand doodslaan, omdat hij je een tand uit de mond geslagen heeft, is buiten alle proporties. Oog om oog, tand om tand. Niet meer. Achter de regel “oog om oog, tand om tand” schuilt dus het principe van de [ppt] evenredige vergelding. Met deze regel legt God de bloedwraak aan banden. “Oog om oog, tand om tand” is niet in strijd met het gebod “pleeg geen moord”, maar een concrete uitwerking ervan.
Ook al klinkt deze regel zo al een stuk redelijker, toch lijkt het mij waarschijnlijk dat u het nog steeds een barbaarse regel vindt. Wij kunnen ons waarschijnlijk beter vinden in een regel die bewaard gebleven is van de Soemeriërs, die in het geval van een verwonding een geldboete voorschreven. Deze regel is zelfs ouder dan die we vinden in de wet van Mozes. “Dan waren die Soemeriërs dus verder dan de Israëlieten”, concluderen wij meteen. Maar ook dat is maar zeer de vraag. Er is een verhaal bekend uit het oude Rome, waar men in de oudste tijd ook geldboetes uitdeelde voor letselschade. Een rijke ridder wandelde over straat en gaf ieder die hij tegenkwam een dreun. Achter hem liep een slaaf met een beurs, die elk slachtoffer 25 geldstukken uitkeerde, overeenkomstig de heersende wet. Vond-ie leuk. Dat soort grappen hoefde je in Israël niet uit te halen. Want we lezen in Ex.21,20: “Wanneer iemand zijn slaaf of slavin met een stok slaat en hij of zij sterft ter plekke, dan moet er vergelding plaatsvinden”. De evenredige vergelding was dus [ppt] een bescherming van de zwakken. Je kunt niet straffeloos je personeel mishandelen. Want een boete doet niet zeer. Maar oog om oog, tand om tand, leven om leven wel. Zo moest zo’n slavenmeester leren dat het leven van zijn slaaf net zo kostbaar in Gods ogen was als zijn eigen leven.
Wij moeten niet net doen of evenredige vergelding maar primitief is. Het is juist de hoogste vorm van rechtvaardigheid. Er is leed dat met geen geld te vergoeden valt. Er is leed dat met geen gevangenisstraf te vergelden valt. Als een verkrachter en moordenaar een straf van twintig jaar cel en tbs met dwangverpleging opgelegd krijgt, dan is dat in Nederland een hoge straf. Maar als je zelf de vader of moeder bent van het meisje dat het slachtoffer werd van die moordenaar en verkrachter, dan zul je die straf niet als hoog ervaren. Want in de praktijk betekent twintig jaar cel, dat al na veertien jaar bekeken wordt of de dader vrijgelaten kan worden. Terwijl je als ouders levenslang hebt. Ik ben persoonlijk van mening dat het ons net zo min toekomt een einde te maken aan het leven van een ander, als het ons toekomt een einde te maken aan ons eigen leven. Maar het is wel de enig rechtvaardige straf in zo’n geval.
Ik vraag mij dus af of wij de lijn van Gods wetgeving over de doodstraf in het oude testament wel mogen doortrekken naar het heden. Maar ik ben er zeker van dat God zelf die lijn wel zal doortrekken naar de toekomst. Want de wet van Mozes was een schaduw van de wetten van het koninkrijk der hemelen. God had immers tot Mozes gezegd: “Houd je bij het maken van het heiligdom aan het ontwerp dat je hier op de berg getoond is” (Ex.25,40; Hebr.8,5). Het oude Israël was een theocratie: een samenleving waarin de stad van God en de stad van de mens samenvielen. Burgerlijk recht, staatsrecht, strafrecht was tevens kerkrecht. Zo is het nu niet meer. Wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, maar tevens vreemdelingen en bijwoners op aarde. Wij hebben niet alleen te maken met de wetten van het koninkrijk der hemelen, maar ook met die van het koninkrijk der Nederlanden. Maar eens zal die scheiding opgeheven worden, als de heilige stad, Jeruzalem, neerdaalt vanuit de hemel (Opb.21,10). Dan zal blijken dat het woord “Wie een ander zodanig slaat dat deze sterft, moet ter dood gebracht worden” echt niet een woord was uit een grijs, barbaars verleden. [ppt] “God haat geweld en wie geweld bemint”, zongen we met Ps.11. Als er iets blijkt uit het zesde gebod, “pleeg geen moord”, dan dit wel. Het geweld van mensen die anderen kapot maken, God haat het. Het is Hem een gruwel. Met een bijbelse uitdrukking: “Kwaad in de ogen des HEREN”. En dat mag ons tot troost zijn als we beschadigd zijn door agressie van anderen, of verbijsterd zijn over het geweld dat heerst op aarde. Om een Catechismusverklaring te citeren op het zesde gebod: “Met eindelooze verlichting zeggen wij: o, dus zoo wil God het n i e t! Nee, zoo wil Hij het niet” (J. Koopmans).
En ik mag er wel aan toevoegen: En als God dat werkelijk meent, dan zal Hij het er ook echt niet bij laten zitten. Als God zegt: “Wie iemand onherstelbaar beschadigt zal zeker ter dood gebracht worden”, dan staat dat in een wet die een schaduw van die van het Koninkrijk der hemelen is. Maar de uitvoering van die wet houdt Hij aan Zich, als Hij zegt: “Gij zult niet doodslaan”. De apostel Paulus haalt daarvoor een tekst uit Dt.32 aan, als hij schrijft: [ppt] “Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer: ‘Het is aan mij om wraak te nemen, ik zal vergelden’” (Rom.12,19). De hele tekst die Paulus hier citeert luidt als volgt: “‘Mij komt de wraak toe, het tijdstip waarop ik hun kwaad vergeld, wanneer aan hun voorspoed een einde komt. Want de dag van hun ongeluk is nabij, hun noodlot komt onafwendbaar op hen af’. Want de HEER zal zijn volk recht doen, hij ontfermt zich weer over zijn dienaren. Als hij ziet dat alle krachten hun begeven en weldra iedereen bezwijkt” (Dt.32,35.36). “Pleeg geen moord”, dat betekent: Jullie hoeven niet af te rekenen met je vijanden. Ik zal ermee afrekenen.
Is dat evangelie? En óf dat evangelie is. Je hoeft je niet vast te bijten in hen die je overweldigd hebben. Laat dat maar aan God over. Hij zal er wel voor zorgen dat niemand er te genadig vanaf komt. [ppt]

2. ...dat niemand er te genadig vanaf komt. Als je daar eens goed over nadenkt, dan kun je toch alleen maar tot de conclusie komen dat er dan voor niemand redding is? Wij moeten toch allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven heeft gedaan, of het nu goed is of slecht
(2Kor.5,10)? [ppt] Als God de zonden, die wij allang vergeten zijn, blijft gedenken, wie houdt dan stand? (Ps.130,3), stamelt Ps.130.
Maar dan gaat de Psalm zo verder: “Maar bij U is vergeving, daarom eert men u met ontzag”. “Bij U is vergeving”. Laat God dan toch bij sommigen genade voor recht gaan? Vangt Hij de grote vissen, maar laat hij de kleine zwemmen? Maakt God onderscheid tussen zware en lichte zonden, tussen zware en lichte vergrijpen aan zijn wet? Dat zouden wij wel willen. Maar ondertussen zijn we dan, net als de Farizeeën, bezig om het zesde gebod zo uit te leggen dat het altijd over anderen en nooit over onszelf gaat. Terwijl de Bijbel zegt dat ieder geoordeeld zal worden op zijn daden (Opb.20,13). Waarom zouden wij dan wel vrijuit gaan?
God vergeldt niet alleen wie doodslag pleegt, maar ook wie tegen zijn broeder zegt: “dwaas” of: “nietsnut” naar zijn daden. [ppt] Omdat Hij om onze zonden zijn Zoon doorboort, Hem om onze wandaden breekt (Jes.53,5a). Oog voor oog, tand voor tand, wond voor wond, striem voor striem, die grondwet van het Koninkrijk der hemelen handhaaft God in de dood van zijn Zoon, onze Here Jezus Christus. De wonden die wij elkaar slaan, de striemen die wij elkaar toedienen met onze woorden, met onze daden, God verhaalt ze op zijn Zoon. De vergelding die wij verdiend hadden was op Hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden (Jes.53,5b). Verzoening door voldoening. Zó brengt God de dood de doodsteek toe: door de dood van zijn Zoon.
“Bij U is vergeving, daarom eert men u met ontzag”. Dat betekent: Vergeving, dat is niet iets om luchtigjes over te doen. Zo van: Zolang je maar netjes om vergeving vraagt, kun je zondigen wat je wilt. Nee, onze zonden moesten gewroken worden op Hem die geen zonde gehad of gedaan heeft. Zo hoog nam God de zonde op. Of zoals het avondmaalsformulier zegt: “Gods toorn over de zonde is zo groot, dat Hij - eerder dan ze ongestraft te laten - zijn geliefde Zoon Jezus Christus erom gestraft heeft met de bittere en smadelijke dood aan het kruis”. Als bij het avondmaal de brokken door je handen gaan, dan is het toch onmogelijk dat je geen brok in de keel krijgt, en niet alle vijandschap, haat en nijd van harte aflegt, en je ernstig voorneemt voortaan in liefde en vrede met je naaste te leven?

Pleeg geen moord, want dat werd Christus’ dood. Amen.